Burgerlijke zaken over 2024
Registratienummers: BON201600068 - BON2018H00011
Uitspraak: 30 juli 2024
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Vonnis in de zaak van:
1. wijlen [appellant 1], laatstelijk wonende te [woonplaats A],
2. [ [appellant 2], wonende in [woonplaats B],
2. [ [appellant 3], wonende te [woonplaats C],
2. [ [appellant 4], wonende in [woonplaats B],
2. [ [appellant 5], wonende in [woonplaats B],
2. [ [appellant 6], wonende in [woonplaats B],
2. [ [appellant 7], wonende te [woonplaats A],
als gezamenlijke erfgenamen van [persoon]
vertegenwoordigd door de deelgenoot [vertegenwoordiger],
oorspronkelijk eisers,
thans appellanten,
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
HET OPENBAAR LICHAAM BONAIRE,
gevestigd in Bonaire,
oorspronkelijk gedaagde,
thans geïntimeerde,
gemachtigden: mrs. L.M. Virginia en W.J. de Nijs.
Partijen worden hierna de erven [appellanten] en OLB genoemd.
1. Het verdere verloop van de procedure
Het Hof verwijst naar zijn tussenvonnis van 21 november 2023.
Op 19 maart 2024 heeft OLB een akte, met producties, genomen.
De erven [appellanten] hebben afgezien van een antwoordakte.
Vonnis is nader bepaald op vandaag.
2. Beoordeling
De deskundige heeft de objectieve waarde van de eigendom in het economische verkeer in onbebouwde en onbezwaarde staat geschat op US$ 61.000. Het Hof sluit zich hierbij aan. Tot betaling hiervan aan de erven [appellanten] zal OLB voorwaardelijk worden veroordeeld.
Voorts zal OLB worden veroordeeld tot betaling aan de erven [appellanten] van US$ 3.207,26 wegens ontvangen erfpachtcanons (tussenvonnis van 25 januari 2022, rov. 2.4).
Huurinkomsten zijn niet komen vast te staan.
Betaling van de genoemde twee bedragen is verplicht onder de voorwaarde van gelijktijdige overdracht van de eigendom van het perceel door de erven [appellanten] aan OLB (tussenvonnis van 29 juni 2021, rov. 2.4 slot). Analogische toepassing van artikel 7:26 lid 3 BW ligt voor de hand.
De erven [appellanten] hebben in een zeer laat stadium van deze reeds op 19 september 2016 begonnen procedure, te weten op 12 januari 2021, hun eis zodanig gewijzigd dat de onderhavige veroordeling mogelijk is. Het Hof ziet daarin aanleiding de kosten van deze procedure te compenseren.
3. Beslissing
Het Hof:
- vernietigt het bestreden vonnis, en opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt OLB tot betaling aan de erven [appellanten] van US$ 61.000 en US$ 3.207,26, onder de voorwaarde dat de erven [appellanten] de eigendom van het perceel [adres A], thans [adres B] gelijktijdig overdragen aan OLB;
- verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders gevorderde;
- compenseert de kosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.M. van der Bunt, O. Nijhuis en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 30 juli 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.