ECLI:NL:OGHACMB:2024:359

ECLI:NL:OGHACMB:2024:359

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 30-07-2024
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer SXM2021H00067
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Sint Maarten. Vervolg op ECLI:NL:OGHACMB:2021:449 en ECLI:NL:OGHACMB:2023:8. Rechtsgeldigheid van een testament.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2023

Registratienummers: SXM202000430 – SXM2021H00067

Uitspraak: 30 juli 2024

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in de zaak van:

[Appellant],

wonend in het [woonplaats],

in eerste aanleg eiser, thans appellant,

gemachtigde: mr. S.H.M. Ibrahim,

tegen

1. [Geïntimeerde 1],

wonende in [woonplaats],

in eerste aanleg verweerster, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. J. Veen,

en

2. [Geïntimeerde 2],

3. [Geïntimeerde 3],

4. [Geïntimeerde 4],

5. [Geïntimeerde 5],

allen wonende in [woonplaats],

in eerste aanleg aangemerkt als belanghebbenden,

thans aangemerkt als geïntimeerden,

niet verschenen,

en

6. [Geïntimeerde 6],

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

in eerste aanleg aangemerkt als belanghebbende,

thans aangemerkt als geïntimeerde,

niet verschenen,

en

7. [Geïntimeerde 7]

wonende in [woonplaats],

als partij in het geding in hoger beroep opgeroepen,

gemachtigde: mr. J. Veen.

Appellant wordt hierna [appellant] genoemd. Geïntimeerde 1 wordt hierna mr. [geïntimeerde 1] genoemd. Geïntimeerden 2 tot en met 6 worden hierna [geïntimeerden] genoemd. Geïntimeerde 7 wordt hierna [geïntimeerde 7] genoemd.

1. Het verdere verloop van de procedure

Voor het eerdere verloop van de procedure verwijst het Hof naar het op 18 januari 2023 door dit Hof gewezen tussenvonnis.

Op 15 mei 2023 heeft een mondelinge behandeling van het hoger beroep in Sint Maarten plaatsgehad. [Appellant] nam aan de behandeling deel door middel van een videoverbinding tussen het courthouse en zijn woning. Mrs. Ibrahim en Veen zijn verschenen in het courthouse. Mr. Ibrahim heeft het standpunt van [appellant] toegelicht aan de hand van een pleitnota. Mr. Veen heeft het standpunt van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 7] toegelicht aan de hand van een akte. Beide stukken zijn overgelegd.

Vonnis is bepaald op heden.

2. De beoordeling

De in hoger beroep gewijzigde vorderingen van [appellant] luiden dat het Hof bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht zal verklaren dat de onderhandse akte van 29 september 2001 opgesteld en ondertekend door [betrokkene] en in bewaring gegeven op 12 november 2001, haar uiterste wil is als bedoeld in artikel 4:94 BW, en dat deze uiterste wil geldig is;

2. [Geïntimeerde 1] of haar opvolger binnen twee weken na het te wijzen vonnis zal bevelen een verklaring van erfrecht af te geven conform de uiterste wil van 29 september 2001;

3. [Geïntimeerde 1] of haar opvolger zal opdragen terstond over te gaan tot scheiding en deling van de nalatenschap, conform de uiterste wil van 29 september 2001;

4. [Geïntimeerde 1] of haar opvolger zal veroordelen in de kosten van het geding.

Ten aanzien van de vorderingen van [appellant] jegens [geïntimeerde 1] overweegt het Hof als volgt. Uit hetgeen is besproken tijdens de mondelinge behandeling van 15 mei 2023 en uit de formulering van de ingestelde (gewijzigde) vorderingen van [appellant] blijkt dat [appellant] [geïntimeerde 1] in dit geding heeft betrokken in haar hoedanigheid van notaris. Vaststaat dat [geïntimeerde 1], nu zij per 1 november 2022 met pensioen is gegaan, thans de hoedanigheid van notaris niet meer heeft. Op grond van artikel 185 aanhef en onder c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient dit rechtsgeding jegens [geïntimeerde 1] dan ook te worden geschorst wegens het ophouden van de betrekking waarin [geïntimeerde 1] het geding voerde. Op grond van artikel 187 Rv dienen de belanghebbenden zo spoedig mogelijk de namen en woonplaats van de persoon of de personen mee te delen ten name van wie het geding op de laatste gedingstukken kan worden hervat. Het Hof [appellant] hiertoe in de gelegenheid stellen.

Ten aanzien van de vorderingen van [geïntimeerde 1] jegens [geïntimeerde 7] overweegt het Hof als volgt. [Geïntimeerde 1] heeft [geïntimeerde 7] in de hoedanigheid van notaris en als opvolger van [geïntimeerde 1] in het geding betrokken. Tijdens de mondelinge behandeling van 15 mei 2023 is gebleken dat de waarneming van de opengevallen vacature van oud-notaris [geïntimeerde 1] weliswaar is opgedragen aan [geïntimeerde 7], maar dat [geïntimeerde 7] niet is benoemd als notaris in de zin van de Landsverordening op het Notarisambt (LNA). Artikel 72 lid 2 LNA bepaalt dat indien de waarneming is opgedragen aan een waarnemer die niet tevens notaris is, de president van het Hof een notaris aanwijst, die met de bewaring van de minuten, registers en repertoria wordt belast. Ambtshalve is het Hof bekend dat zulks nog niet is gebeurd. Uit het voorgaande volgt dat [geïntimeerde 7], niet zijnde notaris, derhalve niet kan worden aangemerkt als opvolger van oud-notaris [geïntimeerde 1]. Elke verdere beslissing zal worden aangehouden.

Ten aanzien van de vorderingen van [appellant] jegens [geïntimeerden] zal het Hof eveneens iedere verdere beslissing aanhouden.

De conclusie van het voorgaande is dat het rechtsgeding jegens [geïntimeerde 1] in haar hoedanigheid van notaris dient te worden geschorst wegens het ophouden van de betrekking waarin [geïntimeerde 1] het geding voerde en dat iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

BESLISSING

Het Hof:

- verstaat dat het geding jegens [geïntimeerde 1] ingevolge artikel 185 sub c Rv is geschorst;

- verstaat dat [appellant] met inachtneming van artikel 187 Rv het Hof zal meedelen de namen en de woonplaats van de persoon ten name van wie het geding op de laatste gedingstukken zal worden hervat;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. S. Verheijen, E.A. Saleh en E.M. van der Bunt, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken op 30 juli 2024.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand