ECLI:NL:OGHACMB:2024:363

ECLI:NL:OGHACMB:2024:363

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 03-12-2024
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer HAR 63/2024
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Advies over het verzoek van Frankrijk om uitlevering van de opgeëiste persoon. Verweren m.b.t. ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld en risico schending van artikel 6 EVRM verworpen. Het Hof oordeelt dat aan alle eisen is voldaan en de uitlevering wordt toelaatbaar geoordeeld.

Uitspraak

Uitleveringszaken over 2024

Zaaknummer: HAR 63/2024

Advies van 3 december 2024

gegeven op het verzoek ex artikel 13 Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten in de zaak van:

[opgeëiste persoon],

geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboortedatum],wonende in [woonplaats], [adres],

hierna te noemen: de opgeëiste persoon.

1. Het advies

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba brengt hierbij op grond van artikel 8 lid 2 juncto artikel 15 van het Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten van 1 mei 2024 (hierna te noemen: het Uitleveringsbesluit) advies uit over het verzoek van Frankrijk strekkende tot uitlevering van de opgeëiste persoon, gebaseerd op het Europees Verdrag betreffende uitlevering, Parijs, 13 december 1957 (hierna: het Uitleveringsverdrag), als aangevuld bij aanvullende protocollen

2. 2. De procedure

Het verzoek tot uitlevering van de opgeëiste persoon is conform artikel 8 lid 1 van het Uitleveringsbesluit en artikel 12 lid 1 van het Uitleveringsverdrag langs diplomatieke weg ingediend. De procureur-generaal van Sint Maarten heeft op 12 augustus 2024 een verzoek als bedoeld in artikel 13 van het Uitleveringsbesluit bij het Hof ingediend en de desbetreffende stukken aan het Hof overgelegd.

Het verzoek is op 27 augustus 2024 behandeld ter terechtzitting van het Hof in Curaçao via een directe beeld- en geluidsverbinding met het gerechtsgebouw in Sint Maarten. De leden van het Hof en de griffier waren tegenwoordig in Curaçao. Verschenen in Sint Maarten waren de procureur-generaal, mr. R.J. Boswijk, de opgeëiste persoon en diens raadsvouw, mr. T.T.P. Heymans, advocaat in Sint Maarten. De behandeling heeft plaatsgevonden met bijstand van de beëdigde tolk in de Engelse taal, L. Richardson, die hetgeen is besproken heeft vertaald voor zover daaraan van de zijde van partijen of het Hof behoefte bestond.

De behandeling is voorts voor bepaalde tijd geschorst tot de terechtzitting van 10 september 2024 teneinde de procureur-generaal in de gelegenheid te stellen om het uitleveringsverzoek aan te vullen met de aanvraag langs diplomatieke weg, zoals vereist in artikel 8 van het Uitleveringsbesluit.

Bij e-mailbericht van 6 september 2024 heeft de procureur-generaal de door het Hof bij voornoemde proces-verbaal verzochte aanvulling verschaft.

De behandeling van het verzoek is op 10 september 2024 hervat ter terechtzitting van het Hof in Curaçao via een directe beeld- en geluidsverbinding met het gerechtsgebouw in Sint Maarten. De leden van het Hof en de griffier waren tegenwoordig in Curaçao. Verschenen in Sint Maarten waren de procureur-generaal, mr. R.J. Boswijk, en mr. B.B. Brooks, advocaat in Sint Maarten, tevens kantoorgenoot van de raadsvrouw van de opgeëiste persoon, mr. T.T.P. Heymans, die desgevraagd aangaf voor mr. Heymans waar te nemen. De opgeëiste persoon is, vanwege aanvoerproblemen vanuit het huis van bewaring in Sint Maarten, niet verschenen.

De behandeling is vervolgens voor bepaalde tijd geschorst tot de terechtzitting van 17 september 2024 teneinde de procureur-generaal in de gelegenheid te stellen het verzoek aan te vullen met informatie over de detentieomstandigheden in Guadeloupe.

Bij e-mailbericht van 16 september 2024 heeft de procureur-generaal het Hof en de raadsvrouw van de opgeëiste persoon in kennis gesteld van de omstandigheid dat de Franse autoriteiten meer tijd nodig hadden voor de beantwoording van de vraag of de jeugdige leeftijd van de opgeëiste persoon van betekenis is voor de plek waar hij zijn detentie zou moeten ondergaan en derhalve het Hof op voorhand verzocht de behandeling van het verzoek aan te houden.

De behandeling van het verzoek is op 17 september 2024 hervat ter terechtzitting van het Hof in Curaçao. Verschenen waren de leden van het Hof, de griffier en de procureur-generaal, mr. A.K. Tiggelaar. De raadsvrouw van de opgeëiste persoon, mr. T.T.P. Heymans, is met voorafgaande kennisgeving niet in ter terechtzitting verschenen. De opgeëiste persoon is eveneens niet verschenen.

De behandeling is vervolgens voor bepaalde tijd geschorst tot de terechtzitting van 2 oktober 2024 teneinde de procureur-generaal nogmaals in de gelegenheid te stellen om het verzoek aan te vullen met informatie over de detentieomstandigheden in Guadeloupe.

Bij beschikking van 8 oktober 2024 heeft het Hof op het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de uitleveringsdetentie van de opgeëiste persoon beslist en de uitleveringsdetentie van de opgeëiste persoon met ingang van 9 oktober 2024 om 12:00 uur geschorst.

Bij e-mailbericht van 22 oktober 2024 heeft de procureur-generaal het Hof de eerder verzochte aanvullende informatie verschaft.

Bij e-mailbericht van 28 oktober 2024 heeft de raadsvrouw van de opgeëiste persoon, mr. T.T.P. Heymans, het Hof verzocht de behandeling van het verzoek aan te houden, omdat zij vanwege medische redenen verhinderd was de terechtzitting van 29 oktober 2024 bij te wonen. De procureur-generaal, mr. R.J. Boswijk heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, bericht zich niet te verzetten tegen aanhouding van de behandeling van het verzoek. Het Hof heeft daarop bij e-mailbericht van 28 oktober 2024 partijen op voorhand bericht dat het Hof voornemens is het aanhoudingsverzoek van de raadsvrouw in te willigen en de behandeling van het verzoek aan te houden.

De behandeling van het verzoek is op 29 oktober 2024 hervat ter terechtzitting van het Hof in Curaçao via een directe beeld- en geluidsverbinding met het gerechtsgebouw in Sint Maarten. De leden van het Hof en de griffier waren tegenwoordig in Curaçao. Verschenen in Sint Maarten was de procureur-generaal, mr. R.J. Boswijk, en de opgeëiste persoon. De behandeling heeft plaatsgevonden met bijstand van een beëdigde tolk in de Engelse taal, H.S. Pardo, die hetgeen is besproken heeft vertaald voor zover daaraan van de zijde van partijen of het Hof behoefte bestond.

De behandeling is voorts voor bepaalde tijd geschorst tot de terechtzitting van 5 november 2024 voor inhoudelijke behandeling van het uitleveringsverzoek.

De behandeling van het verzoek en het verhoor van de opgeëiste persoon zijn op 5 november 2024 hervat ter terechtzitting van het Hof in Curaçao via een directe beeld- en geluidsverbinding met het gerechtsgebouw in Sint Maarten. De leden van het Hof en de griffier waren tegenwoordig in Curaçao. Verschenen in Sint Maarten waren de procureur-generaal, mr. R.J. Boswijk, de opgeëiste persoon en diens raadsvrouw mr. T.T.M. Heymans. De behandeling heeft plaatsgevonden met bijstand van een beëdigde tolk in de Engelse taal, H.S. Pardo, die hetgeen is besproken heeft vertaald voor zover daaraan van de zijde van partijen of het Hof behoefte bestond.

Ter zitting is namens de opgeëiste persoon verweer gevoerd.

De procureur-generaal heeft zich op de voet van artikel 13 van het Uitleveringsbesluit - onder verwijzing naar zijn schriftelijke conclusie van 4 november 2024 - op het standpunt gesteld dat de gevoerde verweren door het Hof verworpen dienen te worden en dat de gevraagde uitlevering toelaatbaar is.

Het Hof heeft aangezegd dat het advies en de beslissing, op de voet van artikel 15 van het Uitleveringsbesluit, op 19 november 2024 gegeven zullen worden.

Bij e-mailbericht van 8 november 2024 heeft het Hof de procureur-generaal en de raadsvrouw van de opgeëiste persoon bericht dat het het Hof niet zal lukken om voornoemd advies en beslissing op 19 november 2024 te geven en dat het zich dan ook genoodzaakt ziet om het onderzoek op 19 november 2024 te heropenen. De procureur-generaal en de raadsvrouw van de opgeëiste persoon hebben bij e-mailberichten van 8 november 2024 het Hof bericht zich niet te verzetten tegen het heropenen en direct sluiten van de behandeling. Op 19 november 2024 heeft het Hof de behandeling ter terechtzitting van het Hof in Curaçao met een directe beeld- en geluidsverbinding met het kantoor van de raadsvrouw van de opgeëiste persoon heropend en vervolgens gesloten. De voorzitter van de Hof-combinatie, de griffier en de procureur-generaal, mr. R.J. Boswijk, waren tegenwoordig in Curaçao. Verschenen in Sint Maarten was de raadsvrouw van de opgeëiste persoon. De opgeëiste persoon was, zoals reeds was aangekondigd, niet verschenen.

Het Hof heeft aangezegd dat het advies heden zal worden gegeven.

3. 3. De overgelegde stukken

Bij het uitleveringsverzoek zijn de volgende stukken gevoegd:

i. een Notification to Proceed van 8 oktober 2024 van S. Heumann, Investigating Judge, Judicial Court of Basse-Terre, gericht aan de Public Prosecutor of the French Republic before the Judicial Court of Basse-Terre, waarbij is gevoegd een Investigation Report betreffende bewijsmateriaal tegen de opgeëiste persoon;

ii. een brief van 27 september 2024 van het Ministerie van Justitie (Ministère de la Justice) gericht aan het hoofd van het Bureau voor internationale wederzijdse rechtshulp in strafzaken, waarin antwoord wordt gegeven op het verzoek van de Nederlandse autoriteiten om informatie over de detentieomstandigheden voor jeugdige gedetineerden;

iii. een verzoek van 26 juli 2024 van de procureur-generaal bij het hof van Basse Terre (Tribunal Judiciaire de Basse Terre, Le Procureur de la Republique s/c du Procureur General Près la Cour D’Appel de Basse Terre) gericht aan de Minister van Justitie, Directoraat strafzaken en gratieverlening, Bureau voor internationale wederzijdse rechtshulp in strafzaken, betreffende het verzoek tot uitlevering van de opgeëiste persoon;

iv. een brief van 25 juli 2024 van het Franse Ministerie van Justitie (Ministère de la Justice) waarin het Ministerie van Justitie garandeert dat de opgeëiste persoon een verzoek om overplaatsing naar het (Nederlandse) grondgebied - Sint Maarten - kan doen in het geval dat hij door de Franse rechterlijke instantie wordt veroordeeld;

v. een arrestatiebevel (Mandat D’Arrêt) d.d. 19 juli 2024 van A.L. Pujaud, vice-president bij de rechtbank van Basse-Terre (Vice-Président au Tribunal Judiciaire de Basse-Terre), waarin onder meer de opsporing en aanhouding van de opgeëiste persoon wordt bevolen;

a. het arrestatiebevel van 19 juli 2024 alsmede een Nederlandse vertaling daarvan;

b. een overzicht van de wettelijke bepalingen geldend in de Franse Republiek betreffende de 17 (zeventien) strafbare feiten waarvan de opgeëiste persoon wordt verdacht, en waartoe de uitlevering van de opgeëiste persoon thans wordt verzocht;

vi. het proces-verbaal van de rechter-commissaris te Sint Maarten inzake de voorgeleiding van de opgeëiste persoon en de daaraan ten grondslag liggende vordering beoordeling rechtmatigheid aanhouding;

vii. a. de last tot voorlopige aanhouding ter fine van uitlevering van de opgeëiste persoon d.d. 24 juli 2024;

b. het proces-verbaal van de rechter-commissaris te Sint Maarten inzake aanhouding van de opgeëiste persoon d.d. 24 juli 2024;

c. de last tot voorlopige aanhouding ter fine van uitlevering van de opgeëiste persoon d.d. 25 juli 2024;

d. het proces-verbaal van voorgeleiding aan en verhoor door de officier van justitie te Sint Maarten van de opgeëiste persoon d.d. 25 juli 2024;

e. het bevel tot inverzekeringstelling van de procureur-generaal te Sint Maarten van de opgeëiste persoon d.d. 25 juli 2024;

f. de vordering van de procureur-generaal te Sint Maarten tot voorgeleiding, beoordeling van de rechtmatigheid van de voortzetting van de voorlopige aanhouding en de bewaring van de opgeëiste persoon d.d. 25 juli 2024;

g. het proces-verbaal van de rechter-commissaris te Sint Maarten van verhoor van de opgeëiste persoon d.d. 26 juli 2024;

h. de beschikking van de rechter-commissaris te Sint Maarten betreffende de beoordeling van de voortzetting van de voorlopige aanhouding en bewaring van de opgeëiste persoon d.d. 26 juli 2024;

viii. een Nederlandse vertaling van de documenten vermeld onder ii en v, alsmede een Engelse vertaling van de documenten i, iii en iv.

4. De beoordeling van het verzoek

Identiteit van de opgeëiste persoon

Op basis van de verstrekte gegevens en het onderzoek daarvan tijdens de behandeling van het verzoek, concludeert het Hof dat de opgeëiste persoon degene is van wie uitlevering wordt verzocht.

Genoegzaamheid van de stukken

Het Hof is van oordeel dat de hiervoor onder 3 genoemde stukken voldoen aan de vereisten die op grond van het Uitleveringsbesluit en het Uitleveringsverdrag vervuld dienen te zijn om tot uitlevering te kunnen komen. Op deze plaats verwijst het Hof naar wat hierna onder het kopje Verweren is overwogen.

Feiten waarvoor uitlevering wordt verzocht

Frankrijk verzoekt de uitlevering van de opgeëiste persoon met het oog op zijn (verdere) vervolging ter zake van de feiten, als omschreven in het hiervoor genoemde uitleveringsverzoek, van het Openbaar Ministerie in Basse-Terre.

In dit verzoek is een uiteenzetting van feiten waarvan de opgeëiste persoon wordt verdacht die te hebben begaan opgenomen (exposé des faits). Het gaat daarbij om 17 (zeventien) strafbare feiten, te weten (telkens) diefstal (in vereniging) met (bedreiging van) geweld door middel van een (vuur)wapen, gepleegd in de periode van 15 mei 2024 tot en met 6 juni 2024 in St. Martin.

Vereiste van dubbele strafbaarheid

Naar het recht van Sint Maarten zijn de feiten als onder 4.3. vermeld, indien zij in Sint Maarten zouden zijn gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 2:291 van het Wetboek van Strafrecht (diefstal met geweld of bedreiging met geweld tegen personen) juncto artikel 2:289 van het Wetboek van Strafrecht (diefstal door twee of meer verenigde personen), al dan niet met toepassing van artikel 1:119 (poging tot misdrijf) en/of 1:124 (medeplichtigheid aan een misdrijf) van dat wetboek.

De feiten zijn naar het recht van Frankrijk strafbaar gesteld en bedreigd met een gevangenisstraf van een jaar, of van langere duur. Zodoende is voldaan aan het vereiste van artikel 2 lid 1 sub a, van het Uitleveringsbesluit.

Verweren

Redelijk vermoeden van schuld

De raadsvrouw heeft betoogd dat aan het uitleveringsverzoek en de daarbij overgelegde stukken ten aanzien van de opgeëiste persoon geen redelijk vermoeden van schuld kan worden ontleend aan enig strafbaar feit, zodat om die reden de uitlevering ontoelaatbaar dient te worden verklaard.

Het Hof is van oordeel dat uit het overzicht van de wettelijke bepalingen geldend in Frankrijk betreffende de 17 (zeventien) strafbare feiten waarvan de opgeëiste persoon wordt verdacht, en waartoe de uitlevering van de opgeëiste persoon thans wordt verzocht, alsmede uit de uiteenzetting van die feiten en de (daarop) aanvullende ‘Notification To Proceed’ genoegzaam is gebleken dat aan de als uitgangspunt te gelden eisen van artikel 12 lid 2 sub b van het Uitleveringsverdrag is voldaan. Voor zover de stelling dat de beschuldigingen feitelijk niet kunnen kloppen een onschuldbewering inhoudt, heeft te gelden dat die bewering slechts van belang is, indien het Hof zonder diepgaand onderzoek vergelijkbaar met dat in het strafgeding zelf, tot de overtuiging komt dat de opgeëiste persoon heeft aangetoond onschuldig te zijn aan de feiten waarvoor zijn uitlevering wordt verzocht. Tot zodanige overtuiging is het Hof niet gekomen. Het Hof verwerpt dan ook dit verweer.

Beroep op artikel 6 EVRM

De raadsvrouw heeft betoogd dat de opgeëiste persoon bij uitlevering het risico loopt onderworpen te worden aan een onmenselijke en vernederende behandeling in de gevangenissen op Guadeloupe alwaar hij naar verwachting zijn detentie zal ondergaan , waardoor de uitlevering ontoelaatbaar moet worden verklaard.

Uitgangspunt in uitleveringszaken is dat bij de beoordeling van een uitleveringsverzoek dat is gebaseerd op een uitleveringsverdrag, in beginsel moet worden uitgegaan van het vertrouwen dat de verzoekende Staat bij de vervolging en berechting van de opgeëiste persoon de daarop betrekking hebbende fundamentele rechten welke zijn neergelegd in het EVRM en het IVBPR zal respecteren. Het oordeel omtrent de vraag of de verzochte uitlevering moet worden geweigerd wegens een gegrond vermoeden dat bij inwilliging van het verzoek de opgeëiste persoon zal worden blootgesteld aan een dreigende inbreuk op zijn fundamentele rechten als bedoeld in onder meer artikel 3 EVRM voorbehouden aan in het geval van Aruba, Curacao en Sint Maarten de Gouverneur en zal hij bij een bevestigend antwoord het verzoek tot uitlevering moeten afwijzen (Hoge Raad 21 maart 2017 (overzichtsarrest), ECLI:NL:HR:2017:463).

Het is derhalve aan de Gouverneur van Sint Maarten om de aangevoerde detentiesituatie in Guadeloupe te beoordelen.

Ten overvloede verwijst het Hof naar de door de Franse autoriteiten verzonden brief waarin antwoord wordt gegeven op het verzoek van de procureur-generaal om informatie over de plek alwaar de opgeëiste persoon zijn detentie moet ondergaan, de detentieomstandigheden aldaar voor jeugdige gedetineerden, alsmede de rechtsmiddelen die hem te dienste staan om aan onwaardige detentieomstandigheden een eind te maken.

Dubbele waarborg

Het Hof wijst erop dat aan het bevel tot uitlevering van een Nederlander de voorwaarde moet worden verbonden dat, zou de opgeëiste persoon ter zake van feiten waarvoor hij wordt uitgeleverd in de verzoekende staat tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in eigen land mag ondergaan.

Het Franse Ministerie van Justitie heeft bij brief van 25 juli 2024 gegarandeerd dat de opgeëiste persoon een verzoek om overplaatsing naar het (Nederlandse) grondgebied van -Sint Maarten- kan doen in het geval dat hij door de Franse rechterlijke instantie wordt veroordeeld. Het Hof geeft de Gouverneur van Sint Maarten gelet op het voorgaande in overweging zich ervan te vergewissen dat wordt gewaarborgd dat de opgeëiste persoon zijn straf in Sint Maarten kan ondergaan.

Slotsom

Het Hof is van oordeel dat in het onderhavige geval voldaan is aan de in het Uitleveringsverdrag en Uitleveringsbesluit gestelde vereisten voor toelaatbaarheid van de verzochte uitlevering. Van feiten of omstandigheden die aan de toelaatbaarheid van de uitlevering in de weg staan is niet gebleken. Het verzoek komt derhalve voor inwilliging in aanmerking.

Het Hof zal met betrekking tot de geschorste uitleveringsdetentie van de opgeëiste persoon bepalen dat de uitleveringsdetentie geschorst blijft totdat de procureur-generaal in kennis is gesteld van de beslissing van de Gouverneur van Sint Maarten waarbij de uitlevering is toegestaan.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

CONCLUSIE EN ADVIES

Het Hof:

concludeert dat op grond van het Uitleveringsverdrag en het Uitleveringsbesluit, de uitlevering van de opgeëiste persoon met het oog op (verdere) vervolging in Frankrijk toelaatbaar is;

verklaart de uitlevering toelaatbaar voor de feiten zoals omschreven in het arrestatiebevel (Mandat D’Arrêt) d.d. 19 juli 2024 van A.L. Pujaud, vice-president bij de rechtbank van Basse-Terre (Vice-Président au Tribunal Judiciaire de Basse-Terre);

adviseert de Gouverneur van Sint Maarten tot uitlevering van de opgeëiste persoon aan Frankrijk over te gaan;

bepaalt dat de uitleveringsdetentie geschorst blijft totdat de procureur-generaal in kennis is gesteld van de beslissing van de Gouverneur van Sint Maarten waarbij de uitlevering is toegestaan.

Dit advies is gegeven door mrs. H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, W. Foppen en M.L.A. Angela, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en op 3 december 2024 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare zitting van het Hof in Curaçao.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand