ECLI:NL:OGHACMB:2025:290

ECLI:NL:OGHACMB:2025:290, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 03-12-2025, AUA2025H00101

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba
Datum uitspraak 03-12-2025
Datum publicatie 04-12-2025
Zaaknummer Sint Maarten en van Bonaire
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Bodemzaak
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Uitzettingsbevel. Beslistermijn in bezwaar. Bevestiging uitspraak Gerecht.

Uitspraak

Geldige verblijfsvergunning dan wel daaraan gelijkgestelde situatie?

4. Appellante betoogt tevergeefs dat de minister geen uitzettingsbevel kon uitvaardigen omdat zij krachtens de artikelen 14 en 15 van het Toelatingsbesluit gelijk moet worden gesteld aan iemand die een geldige verblijfsvergunning heeft. Appellante had op het moment van het uitvaardigen van het uitzettingsbevel en het handhaven daarvan in de bestreden beschikking, geen geldige verblijfsvergunning. Haar verzoek om een tweede verblijfsvergunning is afgewezen op 10 april 2024, waarna de minister op 24 juli 2024 het uitzettingsbevel heeft uitgevaardigd. Vanaf de datum waarop de afwijzende beschikking is genomen viel zij onder artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, van het Toelatingsbesluit en was de minister bevoegd om op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d, en tweede lid, van de Landsverordening toelating en uitzetting een uitzettingsbevel tegen haar uit te vaardigen. Er is geen sprake van een situatie waarin appellante gelijk moest worden gesteld met een persoon die in het bezit is van een vergunning tot tijdelijk verblijf, als bedoeld in artikel 14, zevende lid, van het Toelatingsbesluit. Die situatie deed zich wel voor tussen 14 januari 2024 en 10 april 2024, omdat de minister niet op het verzoek om een tweede verblijfsvergunning heeft beslist voor het aflopen van de eerste verblijfsvergunning. Die situatie is echter geëindigd na de afwijzing van het verzoek om een tweede verblijfsvergunning op 10 april 2024. Dat die situatie zich op enig moment heeft voorgedaan is niet relevant voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de bestreden beschikking, omdat de minister pas daarna, op 24 juli 2024, het uitzettingsbevel heeft uitgevaardigd.

Bezwaar tegen afwijzing verzoek om tweede verblijfsvergunning

Appellante betoogt verder tevergeefs dat de minister in haar bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek om een nieuwe verblijfsvergunning, aanleiding had moeten zien om geen uitzettingsbevel uit te vaardigen. Dat bezwaar en het daarin vervatte betoog over de solvabiliteitseisen moet door de minister in de verblijfsprocedure worden beoordeeld. In deze zaak ligt de (on-)gegrondheid van dat bezwaar niet voor.

Beslistermijn

Tot slot betoogt appellante dat de minister te vroeg op haar bezwaar tegen het uitzettingsbevel heeft besloten. Voor de beoordeling van dit betoog zijn allereerst de volgende vaststellingen van belang.

Het Gerecht is er ten onrechte van uitgegaan dat appellante op 21 mei 2024 bezwaar maakte en heeft de termijnen voor het nemen van een beschikking op bezwaar toegepast vanaf dat moment. Op deze datum heeft appellante wel bezwaar gemaakt echter tegen de afwijzing van haar verzoek om een nieuwe verblijfsvergunning. In deze zaak gaat het evenwel om het bezwaar van appellante tegen het uitzettingsbevel. Dat bezwaar heeft appellante op 1 augustus 2024 ingediend. De minister heeft toegelicht dat hij dit bezwaarschrift op 21 augustus 2024 in handen van de BAC heeft gesteld.

Volgens vaste rechtspraak van het Hof begint de termijn voor het nemen van de beschikking op bezwaar niet op het moment dat het bezwaarschrift feitelijk in handen is gesteld van de BAC maar op het moment van ontvangst van het bezwaarschrift (ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0634), in dit geval 1 augustus 2024. De minister moest ingevolge artikel 15, aanhef en onder a van de Lar het bezwaarschrift binnen twee weken in handen stellen van de BAC. De BAC had na ontvangst van het bezwaarschrift vier weken de tijd om een advies uit te brengen (artikel 19, eerste lid, van de Lar). De termijnen tezamen verliepen op 12 september 2024. Uit artikel 20, eerste lid, van de Lar volgt dat wanneer de BAC niet binnen de termijn een advies uitbrengt, de minister binnen zes weken na het einde van de adviestermijn op het bezwaar moet beslissen. De minister diende dus uiterlijk op 24 oktober 2024 op het bezwaar te beslissen. De minister heeft hieraan voldaan door op 16 oktober 2024 op het bezwaar te beslissen. Het betoog van appellante dat de minister vanaf 24 oktober 2024 pas mocht beslissen, berust op een onjuiste lezing van deze bepaling.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

5. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van het Gerecht wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. E.J. Daalder, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier.

w.g. Van Ettekoven

voorzitter

w.g. Buntjer

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2025.

BIJLAGE

Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, van 17 juni 2009 ter uitvoering van artikelen 3, onderdeel a, 7, vierde en negende lid, 8, eerste lid en derde lid, 11, eerste lid, 17, vierde lid, 20 en 21, eerste lid, van de Landsverordening toelating, uitzetting en verwijdering (AB 1993 no. GT 33) en van artikel 10 van de Landsverordening consignatie van gelden (AB 1991 no. GT 6) (Toelatingsbesluit 2009)

Artikel 14[…]5. Degene die langer in Aruba verblijf wenst te houden dan het in zijn vergunning tot tijdelijk verblijf genoemde uiterste datum van het toegestane verblijf, en die daaromtrent voor die datum een beslissing wenst te hebben, dient uiterlijk negentig dagen voor het einde van de eerst bedoelde datum bij de Minister een verzoek om verlening van een nieuwe vergunning in.

6. Een verzoek om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Landsverordening, ingediend voor of door een persoon die op grond van dat artikel toelating tot Aruba had voor de maximale periode van het toegestane verblijf, genoemd in vorenvermeld artikellid, wordt slechts in behandeling genomen, nadat tussen het tijdstip van het verlopen van zijn laatste vergunning tot tijdelijk verblijf, en het tijdstip van indiening van dat verzoek ten minste drie jaren zijn verlopen. 7. Met een persoon die in het bezit is van een vergunning tot tijdelijk verblijf, wordt gelijkgesteld degene op wiens overeenkomstig het vijfde lid gedane verzoek niet beslist is voor het einde van de geldigheidsduur van zijn vergunning tot tijdelijk verblijf.

Artikel 151. De toelatingsplichtige:a. wiens vergunning tot tijdelijk verblijf is verlopen, en die niet overeenkomstig artikel 14, vijfde lid, om verlening van een nieuwe vergunning heeft verzocht,b. wiens overeenkomstig artikel 14, zesde lid, gedaan verzoek om verlening van een nieuwe vergunning tot tijdelijk verblijf is geweigerd, verlaat Aruba binnen dertig dagen na het verlopen de vergunning, respectievelijk na de datum van weigering.[…]

Landsverordening administratieve rechtspraak

Artikel 15Tenzij het bestuursorgaan het bezwaarschrift op grond van artikel 12, eerste lid, of artikel 14, tweede lid, niet-ontvankelijk heeft verklaard, stelt het het bezwaarschrift en de daarop betrekking hebbende stukken in handen van de bezwaaradviescommissie:a. uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van het bezwaarschrift, ofb. indien toepassing is gegeven aan artikel 14, eerste lid, uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van het antwoord van de indiener of na het verstrijken van de daarvoor gestelde termijn. Artikel 191. De bezwaaradviescommissie brengt het bestuursorgaan advies uit binnen vier weken nadat zij het bezwaarschrift van het bestuursorgaan heeft ontvangen.[…]

Artikel 201. Het bestuursorgaan neemt de beslissing op het bezwaarschrift binnen zes weken na de dagtekening van het advies of, indien het advies niet binnen de daarvoor gestelde termijn is ontvangen, binnen zes weken na het verstrijken van die termijn.[…]

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?