Burgerlijke zaken over 2025
Uitspraak: 4 februari 2025
Zaaknr.: AUA202302216-AUA2023H00133
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Vonnis in kort geding in de zaak van:
de naamloze vennootschap NATURA DEVELOPMENT N.V.,
gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg gedaagde,
thans appellante,
gemachtigden: mrs. R.A. Wix, G.F. Croes en L.J. Pieters,
tegen
de stichting ARUBA BIRDLIFE CONSERVATION,
gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg eiseres,
thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. G.W. Rep.
De partijen worden hierna Natura en ABC genoemd.
De zaak in het kort
Natura is in 2018 begonnen met de bouw en ontwikkeling van een luxe hotelproject. Zij heeft bij ministeriële beschikking van 16 juni 2023 een aanlegvergunning verkregen voor het ophogen en/of egaliseren van de (zee)bodem in verband met de realisatie van een strand. ABC vordert onder meer een verbod tegen Natura om werkzaamheden voor aanleg van het strand te verrichten. Daarvoor moet namelijk volgens ABC de beschermde soort zeegras worden verwijderd, en dat kan niet zonder ontheffing op grond van artikel 8 van de Natuurbeschermingsverordening. Het Gerecht heeft de vordering toegewezen. Het Hof beoordeelt de zaak opnieuw.
1. Het verloop van de procedure
Bij akte van appel, ingekomen ter griffie op 8 augustus 2023 is Natura in hoger beroep gekomen tegen het vonnis in kort geding van 19 juli 2023 van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba, hierna: het Gerecht.
Bij memorie van grieven, ingekomen ter griffie op 29 augustus 2023, heeft Natura vijf grieven gericht tegen het bestreden vonnis en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, ABC alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren dan wel de vorderingen van Natura alsnog zal toewijzen (het Hof begrijpt: de vorderingen van ABC alsnog zal afwijzen) met veroordeling van ABC in de proceskosten van beide instanties.
ABC heeft bij memorie van antwoord, ter griffie ingekomen op 16 oktober 2023 de grieven bestreden en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen en Natura zal veroordelen in de proceskosten in beide instanties.
Op 9 april 2024 hebben partijen pleitnotities ingediend.
Vonnis is gevraagd en nader bepaald op vandaag.
2. De feiten
ABC is een NGO (non-governmental organization) die blijkens haar doelstellingen de bescherming van de natuur in Aruba nastreeft.
Natura is in 2018 begonnen met de bouw en ontwikkeling van een luxe hotelproject bestaande uit een hotel met 330 suites, zwembaden en uitgebreide voorzieningen, een ondergrondse tunnel om het tegenoverliggende (geplande) strand veilig te kunnen bereiken en strandfaciliteiten voor onder meer haar hotelgasten. Het hotel is sinds begin 2023 operationeel.
Bij ministeriële beschikking van de minister van Algemene Zaken, Innovatie, Overheidsorganisatie, Infrastructuur en Ruimtelijke Ordening van 16 juni 2023 is een zogeheten aanlegvergunning verleend aan Natura. De beschikking vermeldt onder meer het volgende:
“Gelezen:
De aanvraag d.d. 18 januari 2023 van Natura Development N.V., (…), om een aanlegvergunning voor:
Het aanbrengen van boven- en ondergrondse leidingen;
Aanleg van strand
Op domeingrond ten westen van de percelen kadastraal bekend als Tweede Afdeling, Sectie C nummers 4255 en 4386 te Palm Beach (…)
Gezien:
Het advies van de Directie Natuur en Milieu (…) d.d. 30 september 2019;
De schrijvens van de Directie Infrastructuur en Planning d.d. 17 en 25 oktober 2019 van de DIP aan Natura bevattende toezegging voor het mogen plaatsen van een verplaatsbare towelhut, strandstoelen, verrijdbare dienblad/dienkarretjes en verplaatsbare schaduwvoorziening (Comm 739-1018);
(…)
Het schrijven van de Directie Infrastructuur en Planning d.d. 25 oktober 2019 aan Natura bevattende geen bezwaar tegen aanwinnen van strand op kosten van Divi en Natura (alg 1253-2019);
Het advies van de Directie Natuur en Milieu met Kenmerk DNM-ALG/23/0861 d.d. 23 januari 2023;
Het advies van de Dienst Openbare Werken d.d. 9 maart 2023 met kenmerk TZ/20/1036-5844;
De uitspraak van het Gerecht in Eerste Aanleg d.d. 26 april 2023 (Lar nr. AUA202300940)
Het schrijven van Natura (…) d.d. 30 mei 2023 aan DOW;
Het schrijven van de D.O.W. d.d. 5 juni 2023 aan Natura
Overwegende:
Dat de op te vullen locatie in domeinwater te Palm Beach (…) conform het Ruimtelijke Ontwikkelingsplan met Voorschriften in een gebied met bestemming “marine zone-toeristisch belang” ligt;
Dat de te realiseren strandaanwinning op bovengenoemde locatie toetsing aan het ROP 2019 en het ROPV doorstaat;
Dat momenteel het Land niet beschikt over zand voor strandaanleg en/of aanvulling;
Dat het toerisme de belangrijkste en grootste economische pilaar is en derhalve het toeristisch belang als algemeen beschouwd kan worden.
HEEFT BESLOTEN
Aan Natura (…) aanlegvergunning te verlenen voor het ophogen en/of egaliseren van de (zee)bodem in verband met de realisatie van strandaanwinning, - aanleg, -aanvulling in domeinwater ten noordwesten van de Embassy Suites en zuidwesten van de Divi Phoenix onder de volgende voorwaarden:
1. Conform de adviezen van de Directie Natuur en Milieu, met kenmerk: DNM500D/19 d.d. 26 september 2019 en DNM-ALG/23/0861 d.d. 24 januari 2023 is het conform Landsbesluit Bescherming Inheemse Flora en Fauna verboden zonder ontheffing van de Minister van Integriteit, Natuur, Transport en Ouderenzorg beschermde inheemse soorten geheel of gedeeltelijk te verwijderen dan wel te beschadigen.
2. De vergunninghouder is verantwoordelijk voor het (laten) egaliseren en/of ophogen c.q. opvullen van de zeebodem onder toezicht en met goedkeuring van de DOW en de DNM (…) en draagt daar de kosten van.
(…)
6. De bestaande vegetatie (mangroves en fofoti’s) op het strand blijven behouden. Het is ten strengste verboden deze te verwijderen.
7. Yerba di Kanja moet indien noodzakelijk onder toezicht van de DNM (tijdelijk) verplaatst worden.
(…)
18. Indien niet aan de bij deze vergunning gestelde voorwaarden wordt voldaan, wordt de vergunninghouder geacht zonder vergunning te hebben gehandeld.
(…)
20. Deze M.B. vervalt, indien de activiteiten/werkzaamheden waarvoor de vergunning is verleend niet binnen zes (6) maanden na dagtekening van deze M.B. zijn voltooid. (…)”.
Al voor Natura de aanlegvergunning had verkregen was zij op 6 juni 2023 begonnen met strandaanlegwerkzaamheden, die zij van overheidswege onmiddellijk moest staken. Nadat Natura de aanlegvergunning had verkregen is zij onmiddellijk verder gegaan met de uitvoering van strandaanlegwerkzaamheden. Daarbij werd op een gegeven moment door een zware kraan (graafmachine) zeegras van de zeebodem geschraapt en vervolgens op een vlot geplaatst om verderop in zee – waar geen strandaanleg gaat plaatsvinden – weer te water te laten.
Op 22 juni 2023 heeft de te dezen bevoegde minister zich naar de desbetreffende locatie begeven en Natura bevolen te stoppen met de strandaanlegwerkzaamheden. Natura gaf daaraan geen direct gehoor. Er werd met vrachtwagens zand aangeleverd wat door een graafmachine in de zee werd gestort ter aanlegging van strand.
Het als productie 12 bij het verzoekschrift overgelegde rapport van de Directie Natuur en Milieu van 23 juni 2023 vermeldt onder meer het volgende:
“ ( …)
Ik, [persoon], bij landsbesluit aangewezen toezichthouder te werk gesteld bij de Directie Natuur en milieu, rapporteer het volgden:
(…)
Op 23 juni 2023 en op verzoek van de heer [directeur], directeur van de Directie Natuur en Milieu reden wij ter hoogte van Embassy Suites voor een controle op naleving van de Natuurbeschermingsverordening. Omstreeks 08.45 uur reed ik, rapporteur samen met mijn collega de heer [medewerker 1] en collega mevrouw [medewerker 2] van de Directie Natuur en Milieu aan ter hoogte van de Embassy Suites (…). Aldaar zagen wij dat Varadero samen met Atco zand aan het verspreiden waren voor het aanleggen en uitbreiden van het strand gelegen ten westen van de Embassy Suites. Wij zagen dat een graafmachine bezig was het Thalassia testudinum ( Yerba di Kanja ) nader te noemen Yerba di Kanja aan het verwijderen was. De graafmachine verwijderde het Yerba di Kanja en zette deze op een vlot. Het vlot werd hierna op ongeveer 50 meter uit de kust getrokken door medewerkers van de Varadero en werd het Yerba di Kanja wederom in zee gelaten.
(…)
Wij hebben de heer [manager van het project], manager van het project gevraagd of hij in het bezit was van een ontheffing conform de Natuurbeschermingsverordening om geheel of gedeeltelijk beschermde inheemse flora namelijk de Yerba di Kanja te verwijderen (…), gaf hij te kennen deze niet nodig te hebben want zij hebben in bezit alle nodige vergunningen.
(…)”.
Op verzoek van ABC heeft het Gerecht op 23 juni 2023 voor de duur van deze procedure een ordemaatregel uitgevaardigd tegen Natura houdende onder meer het verbod om op straffe van verbeurte van (later opgehoogde) dwangsommen strandaanlegwerkzaamheden te verrichten of te laten verrichten.
ABC heeft tegen de aanlegvergunning bezwaar gemaakt. Tegen de beslissing op bezwaar heeft zij beroep aangetekend. Zij heeft ook verzocht om een voorlopige voorziening. Het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening zijn gelijktijdig behandeld. Het Gerecht heeft uitspraak gedaan op 15 november 2023 (AUA202303735) in de zaak van ABC tegen de Minister van Algemene Zaken , met Natura als derde belanghebbende. Daarbij is kort gezegd het beroep van ABC gegrond verklaard, de aanlegvergunning herroepen, de aanvraag van Natura om een aanlegvergunning afgewezen en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing op bezwaar.
3. De procedure bij het Gerecht
In eerste aanleg heeft ABC gevorderd -kort gezegd- om (i) Natura te verbieden enige activiteit te verrichten in het gebied waarvoor zij een aanlegvergunning heeft verkregen en (ii) ervoor te zorgen dat derden dat ook niet doen, een en ander totdat in een bodemprocedure tussen partijen anders is beslist, op straffe van een dwangsom.
Het Gerecht heeft Natura verboden zonder verkregen ontheffing in de zin van artikel 8 van de Natuurbeschermingsverordening voor het verwijderen van zeegras, over te gaan tot het verrichten of het doen verrichten van enige strandaanlegactiviteit in het gebied waarvoor zij een aanlegvergunning heeft verkregen, zolang in een bodemprocedure niet anders wordt geoordeeld. De onder 3.1 sub (ii) weergegeven vordering heeft het Gerecht afgewezen.
4. De beoordeling
In het hoger beroep van Natura en de Minister van Algemene Zaken tegen de hiervoor genoemde uitspraak van het Gerecht van 15 november 2023 heeft het Hof uitspraak gedaan op 31 juli 2024 (AUA2023H00197 en AUA2023H0025). Het Hof heeft ambtshalve kennis genomen van deze uitspraak. Bij deze uitspraak heeft het Hof de uitspraak van het Gerecht van 15 november 2023 vernietigd, voor zover het Gerecht de aanlegvergunning van 16 juni 2023 heeft herroepen ten aanzien van de gronden met de bestemming “Strand” en voor zover het Gerecht de aanvraag van Natura van 18 januari 2023 heeft afgewezen ten aanzien van de gronden met de bestemming “Strand”. Het Hof heeft onder meer overwogen dat de aanlegvergunning door tijdsverloop is vervallen omdat de werkzaamheden niet binnen zes maanden na dagtekening van de vergunning zijn voltooid. Natura zal voor de aanlegwerkzaamheden opnieuw een vergunning moeten aanvragen en bij de verlening van die vergunning, dient het oordeel van het Hof in deze zaak te worden betrokken, aldus het Hof in de uitspraak van 31 juli 2024.
Het Hof verzoekt partijen zich uit te laten over de betekenis van de uitspraak van 31 juli 2024 voor deze procedure. Partijen wordt in het bijzonder verzocht zich uit te laten over de vraag of er gelet op die uitspraak nog belang bestaat bij een oordeel in deze civiele kortgedingprocedure. Ook wenst het Hof te vernemen of Natura inmiddels een nieuwe vergunning heeft aangevraagd, of daarop al een beslissing is genomen en zo ja, wat dat betekent voor deze procedure.
De zaak zal naar de rol worden verwezen zodat partijen, eerst Natura, daarna ABC, zich over het voorgaande kunnen uitlaten. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
BESLISSING:
Het Hof:
verwijst de zaak naar de rol van 1 april 2025 voor akte uitlating als bedoeld onder 4.2 zijdens Natura P1;
bepaalt dat ABC vervolgens de gelegenheid krijgt voor antwoordakte P1;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus gegeven door mrs. E.A. Saleh, C.G. ter Veer en C.J.H.G. Bronzwaer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba op 4 februari 2025 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.