Burgerlijke zaken over 2025
Registratienummer: AUA202302280 – AUA2024H00357
Uitspraak: 12 augustus 2025
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
BESCHIKKING
in de zaak van:
[appellante],
wonend in [woonplaats],
appellante,
hierna te noemen: [appellante],
gemachtigde: mr. C.B.A. Coffie,
tegen
[geïntimeerde 1],
[geïntimeerde 2],
wonend in [woonplaats],
oorspronkelijk verzoekers,
thans geïntimeerden,
hierna te noemen: [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2],
procederend in persoon.
betreffende de ondercuratelestelling van [betrokkene 1],
wonend in [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene), met benoeming van [curator] (hierna: [curator]) als curator.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[belanghebbende 1], wonend in [woonplaats],
[belanghebbende 2], wonend in [woonplaats],
[belanghebbende 3], wonend in [woonplaats],
[belanghbbende 4], wonend in [woonplaats].
1. Het verloop van de procedure
Het Hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 2 juli 2024. De inhoud van die beschikking geldt als hier ingevoegd.
appellante] heeft bij op 12 augustus 2024 ingekomen beroepschrift met producties hoger beroep ingesteld tegen voormelde beschikking. In het beroepschrift heeft zij het Hof verzocht om betrokkene onder curatele te stellen, met benoeming van haarzelf, dan wel [betrokkene 2] of [betrokkene 3] tot curator.
geïntimeerden] hebben op 2 juni 2025 een verweerschrift, met producties, ingediend. [curator] heeft op 2 juni 2025 mede namens betrokkene een incidenteel verzoek tot voeging en een eis in reconventie, met producties, ingediend.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 juni 2025 in het gerechtsgebouw in Aruba. Verschenen zijn [appellante], bijgestaan door haar gemachtigde, belanghebbende [betrokkene 2], [geïntimeerden] en de bij de bestreden beschikking benoemde curator [curator]. De gemachtigde van [appellante], [geïntimeerden] en [curator] hebben ieder op 4 juni 2025 producties naar het Hof en de tegenpartij gestuurd. Alle aanwezigen hebben het woord gevoerd. Ook zijn vragen van het Hof beantwoord.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. De procedure bij het Gerecht
geïntimeerden] hebben verzocht om betrokkene onder curatele te stellen met benoeming van [geïntimeerde 1] tot curator. In de loop van de procedure zijn telkens nadere voorstellen gedaan voor de benoeming van een andere curator.
Het Gerecht heeft betrokkene onder curatele gesteld en [curator tot curator benoemd.
Het Gerecht heeft [appellante] niet als belanghebbende aangemerkt omdat zij buiten de kring van de in artikel 798 Rv genoemde belanghebbenden valt en evenmin valt te kwalificeren als degene wiens verklaring van betekenis kan zijn in verband met de inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot curatele in de zin van artikel 800 Rv. Het feit dat betrokkene op 7 april 2021 aan [appellante] een algehele volmacht heeft verleend om haar zaken te behartigen maakt dat niet anders. Het Gerecht heeft verder overwogen dat betrokkene is geraakt in een toestand waarin zij vanwege een geestelijke stoornis niet langer in staat is haar belangen behoorlijk waar te nemen. Bij de beantwoording van de vraag wie het meest geschikt is om als curator te worden benoemd, heeft het Gerecht aan de machtiging van [appellante] geen betekenis toegekend. Het Gerecht vindt dat de benoeming van [curator] het meest overeenkomt met de belangen van betrokkene.
3. De beoordeling
Verzoek voeging en eis in reconventie
Aan het verzoek tot voeging en de verzochte eis in reconventie gaat het Hof voorbij. Zowel [curator] (als curator) als betrokkene zijn als belanghebbenden betrokken in deze verzoekschriftprocedure. Een verzoek tot voeging is daarvoor niet nodig. Als belanghebbende kunnen zij in eerste aanleg bij verweerschrift zelfstandige verzoeken indienen. Dat mag echter niet voor het eerst in hoger beroep.
[appellante] wordt als belanghebbende aangemerkt
Het in Aruba toepasselijke artikel 798 Rv luidt als volgt:
1. Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder belanghebbende verstaan: degene op wiens rechten of verplichtingen de zaak rechtstreeks betrekking heeft.
2. In zaken van curatele, onderbewindstelling of mentorschap worden onder belanghebbenden bovendien verstaan: de echtgenoot of andere levensgezel en de kinderen of, bij gebreke van dezen, de ouders, broers en zussen van degene wiens curatele, goederen of mentorschap het betreft.
De zaak heeft niet rechtstreeks betrekking op de rechten of verplichtingen van [appellante]. [appellante] is een nichtje van betrokkene. Als zodanig wordt zij niet genoemd in artikel 798 lid 2 Rv. Dat betekent echter niet zonder meer dat zij niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. De daar genoemde opsomming is namelijk niet limitatief. [appellante] woont vlakbij betrokkene. Zij heeft gedurende een aantal jaren met een algehele volmacht de zaken van betrokkene behartigd. Op basis van deze feitelijke omstandigheden acht het Hof haar zodanig betrokken dat zij als belanghebbende moet worden aangemerkt.
De curatele
Tegen de plaatsing van betrokkene onder curatele heeft [appellante] geen bezwaren aangevoerd. Het Hof ziet ook ambtshalve geen aanleiding voor een ander oordeel. Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter zitting is namelijk genoegzaam gebleken dat betrokkene wegens een geestelijke stoornis niet in staat is of bemoeilijkt wordt haar belangen behoorlijk waar te nemen.
De curator
appellante] heeft bezwaren aangevoerd tegen de benoeming van [curator] als curator. Deze komen -samengevat- op het volgende neer. De benoeming is, gelet op de aan [appellante] gegeven volmacht, in strijd met de oorspronkelijke bedoelingen van betrokkene. [curator] is de dochter van [geïntimeerde 1], de financiële en persoonlijke aangelegenheden van betrokkene komen dus indirect bij [geïntimeerde 1] terecht, terwijl betrokkene geen hechte band had met [geïntimeerde 1]. [curator] zal niet in staat zijn redelijke beslissingen te nemen.
Met het Gerecht is het Hof van oordeel dat de aan [appellante] in het verleden gegeven volmacht niet doorslaggevend is bij de beantwoording van de vraag wie tot curator moet worden benoemd. Evenmin speelt daarbij een rol dat [curator] de dochter is van [geïntimeerde 1]. [curator] heeft tijdens de mondelinge behandeling concreet aangegeven welke werkzaamheden zij als curator heeft verricht. Daarop en op het inhoudelijk functioneren van [curator] als curator in zijn algemeenheid hebben [appellante] noch overige belanghebbenden onderbouwde kritiek gegeven. Dat [curator] niet in staat is redelijke beslissingen te nemen en in het belang van betrokkene te handelen is door [appellante] niet onderbouwd.
Weliswaar maken [appellante] en [curator] elkaar over en weer verwijten en worden zij daarbij elk gesteund door overige familieleden, maar die zien niet op het functioneren van [curator] als curator. De verwijten lijken eerder ingegeven door een breuk in de familie en daarmee gepaard gaand wantrouwen over en weer. Maar dat [curator] niet in staat is haar taak naar behoren te vervullen blijkt hieruit niet.
Gelet hierop acht het Hof handhaving van de status quo het meest in het belang van betrokkene en ziet het Hof geen aanleiding om daar wijziging in te brengen.
Desgevraagd is ter zitting gebleken dat betrokkene niet lijdt onder de spanningen tussen de familieleden. Hoewel bij aanvang van de zitting door het Hof zelf als optie is voorgesteld om een derde, onafhankelijk curator te benoemen, vindt het Hof het gelet op wat hiervoor is overwogen, het meer voor de hand liggen om [curator] als curator te handhaven.
Ten overvloede merkt het Hof nog op dat voornoemde verwijten onder meer ook zien op de bezoekregeling van [appellante] met betrokkene. Het Hof acht het in het belang van betrokkene dat er een rooster wordt opgemaakt waarbij alle familieleden gelijkwaardig worden behandeld en allemaal de mogelijkheid hebben om betrokkene op te zoeken.
appellante] heeft als grief aangevoerd dat de rechter die de beschikking in eerste aanleg heeft gegeven niet dezelfde rechter is als die de mondelinge behandeling heeft voorgezeten en dat ten onrechte is nagelaten alle partijen/belanghebbende daarover te informeren. [appellante] heeft geen belang bij beoordeling van deze grief, omdat het Hof de zaak in hoger beroep geheel opnieuw heeft behandeld (inclusief mondelinge behandeling) en nu opnieuw beoordeelt.
Slotsom
Het hoger beroep faalt en de bestreden beschikking zal worden bevestigd.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
4. Beslissing
Het Hof:
bevestigt de bestreden beschikking;
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.A. Saleh, C.G. ter Veer en E.W.A. Vonk, leden van het Hof, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 augustus 2025 in Aruba, in tegenwoordigheid van de griffier.