ECLI:NL:OGHACMB:2025:351

ECLI:NL:OGHACMB:2025:351

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 12-08-2025
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer CUR2024H00044
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

CURAÇAO. Boedelverdeling.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2024

Registratienummers: CUR202200547 – CUR2024H00044

Uitspraak: 12 augustus 2025

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in de zaak van:

[de man],

wonende in [woonplaats],

appellant in het principaal appel,

geïntimeerde in het incidenteel appel,

in eerste aanleg gedaagde,

gemachtigde: mr. N.A. Evertsz,

tegen

[de vrouw],

wonende in [woonplaats],

geïntimeerde in het principaal appel,

appellante in het incidenteel appel,

in eerste aanleg eiseres,

gemachtigde: mr. N.B. Louisa.

Partijen worden hierna de man en de vrouw genoemd.

1. Het verloop van de procedure

Bij op 16 februari 2024 ingekomen akte van appel is de man in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 8 januari 2024 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht).

Bij op 28 maart 2024 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft de man zes grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de boedelverdeling vast zal stellen conform de onder randnummer 21 van de memorie van grieven opgegeven verdeling en wel dat de man een vordering wegens overbedeling heeft op de vrouw voor een bedrag van Cg 156.115,04, met veroordeling van de vrouw tot betaling van voormeld bedrag.

Bij memorie van antwoord heeft de vrouw de grieven bestreden. Ook heeft zij incidenteel appel ingesteld. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, eventueel met correctie van het bedrag van overbedeling zijdens de man, kosten rechtens.

Het mondeling pleidooi in deze zaak heeft plaatsgevonden op 5 november 2024 in het Gerechtsgebouw in Curaçao. Aanwezig waren de man en de vrouw, bijgestaan door hun gemachtigden, die pleitnota’s hebben gehanteerd. Voorafgaande aan het mondeling pleidooi heeft de gemachtigde van de man producties 11 tot en met 15 naar het Hof en de wederpartij gestuurd. Met partijen is afgesproken dat zij zullen proberen een minnelijke regeling te bereiken over de waarde van de aandelen in het (na te noemen) bedrijf en als dat niet lukt over een te benoemen deskundige.

Op de rolzitting van 18 februari 2025 hebben partijen een akte uitlating waarde aandelen genomen. Zijdens de vrouw zijn daarbij (op voorhand) producties overgelegd. De man heeft daarop gereageerd.

Vonnis is gevraagd en bepaald op vandaag.

2. De feiten

Partijen zijn op 23 januari 2018 in Aruba in algehele gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd.

De vrouw heeft op 14 juni 2021 een echtscheidingsverzoek ingediend bij het Gerecht. Op 2 november 2021 heeft het Gerecht de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en partijen bevolen over te gaan tot verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap, met benoeming van een notaris. Op 3 februari 2022 is de echtscheidingsbeschikking ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand. De huwelijksgemeenschap is nog niet verdeeld.

3. De procedure bij het Gerecht

De vrouw heeft na wijziging van eis gevorderd -samengevat- dat de verdeling van de gemeenschap wordt vastgesteld met dien verstande dat (i) iedere partij zijn/haar woning toebedeeld krijgt met vergoeding van de overwaarde aan de andere partij, (ii) de aandelen in de naamloze vennootschap G&L Bodyparts & Car Accessories NV (hierna: G&L) aan de man worden toebedeeld met vergoeding van een eventuele overwaarde aan de vrouw, (iii) bij weigering zijdens de man om mee te werken aan de afwikkeling van de verdeling, het vonnis in de plaats treedt van de vereiste medewerking.

Na een tussenvonnis van 19 juni 2023 waarbij een comparitie van partijen is gelast en de zaak naar de rol is verwezen voor overlegging van stukken heeft het Gerecht bij het eindvonnis van 8 januari 2024 de wijze van verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap bepaald –samengevat- als volgt:

de woning te [de woning A] is toegedeeld aan de vrouw tegen een waarde van Cg 225.000,- en de woning te [buurt] is toegedeeld aan de man tegen een waarde van Cg 300.000,-, waarbij de man wegens overbedeling Cg 37.500,- aan de vrouw moet voldoen;

de Mercedes Benz is toegedeeld aan de man tegen een waarde van Cg 75.810,-, waarbij de man wegens overbedeling Cg 37.905,- aan de vrouw dient te betalen;

de aandelen in G&L Bodyparts & Car Accessoires N.V. zijn toegedeeld aan de man tegen een waarde van Cg 771.178,-, waarbij de man wegens overbedeling Cg 385.589,- aan de vrouw dient te betalen;

de persoonlijke lening van de vrouw van Cg 22.422,- is toegedeeld aan de vrouw waarbij zij Cg 11.211 aan de man moet voldoen;

partijen moeten deze wijze van verdeling bij notariële akte van verdeling en levering laten vaststellen en afrekenen binnen een maand nadat dit vonnis onherroepelijk is geworden, bij gebreke waarvan het vonnis in de plaats zal treden van elke door de man vereiste rechtshandeling.

Het Gerecht heeft de overige vorderingen van de vrouw afgewezen.

4. De beoordeling

Beide partijen wensen een verdeling van de gemeenschap. Het Hof zal de wijze van verdeling opnieuw bezien en vaststellen en hanteert daarbij de volgende uitgangspunten, die gebaseerd zijn op de wet en op (vaste) rechtspraak van de Hoge Raad.

Samenstelling/omvang van de gemeenschap en peildatum daarvoor

Om te bepalen wat de samenstelling en omvang van de gemeenschap is geldt als peildatum de datum van ontbinding van de huwelijksgemeenschap. Op grond van art. 1:99 lid 1 sub b BW is de gemeenschap van rechtswege ontbonden op het tijdstip van indiening van het verzoek tot echtscheiding, te weten 14 juni 2021.

Peildatum voor de waardering van de gemeenschap

Als de rechter de verdeling heeft vastgesteld geldt de datum van de uitspraak als de datum van de verdeling. Als peilmoment voor de waardering van tot een gemeenschap behorende goederen geldt dan de datum van die verdeling, tenzij partijen een andere datum zijn overeengekomen, of als op grond van redelijkheid en billijkheid een andere datum moet worden aanvaard (HR 22 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7205 ).

Als de vaststelling van de verdeling door de rechter in eerste aanleg in hoger beroep opnieuw aan de orde is gesteld en daarover in hoger beroep opnieuw is beslist, geldt de datum van de uitspraak in hoger beroep als de datum van de verdeling. Als peilmoment voor de waardering van de tot de gemeenschap behorende goederen geldt dan de datum van die uitspraak in hoger beroep, tenzij partijen een andere datum zijn overeengekomen, of als op grond van redelijkheid en billijkheid een andere datum moet worden aanvaard (HR 8 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1722 ).

Partijen hebben ten aanzien van de verschillende onderdelen van de gemeenschap overeenstemming bereikt over de waarde daarvan. Daarbij zijn zij uitgegaan van de peildatum van 14 juni 2021. Het Hof sluit zich daarbij aan.

Het Hof zal hierna op de verschillende onderdelen ingaan. Waar hierna een schuld wordt toegedeeld aan een partij betekent dit dat die partij draagplichtig is in de interne verhouding tussen partijen.

Overeenstemming tussen partijen

In de door partijen ingediende aktes na mondeling pleidooi blijkt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de waarde van de aandelen in G & L, te weten Cg. 535.000,-. Hierin is begrepen de waarde van het bedrijfspand. Over andere boedelbestanddelen hadden partijen al overeenstemming bereikt, zodat partijen het eens zijn over het volgende:

a. woning te [de woning A]: waarde Cg 225.000,-, toedelen aan de vrouw;

b. aandelen G&L: Cg 535.000,-, toedelen aan de man;

c. Mercedes Benz: Cg 36.400,-, toedelen aan de man.

Grief man tegen omvang van de gemeenschap

Met grief twee komt de man op tegen de door het Gerecht vastgestelde omvang van de gemeenschap. Hij stelt dat behalve de door het Gerecht vastgestelde omvang (woningen te [de woning A] en [buurt], de Mercedes Benz, de aandelen in G&L en de persoonlijke lening van de vrouw) ook tot de gemeenschap behoren:

d. vier appartementen te [adres C];

e. een geldlening van Cg 54.721,79 op naam van de man voor de aankoop van de Mercedez Benz;

f. de inventaris van het restaurant (zie hierna);

g belastingschulden.

Ad d Appartementen te [adres A]

Uit wat partijen over en weer over deze appartementen hebben gesteld en de overgelegde producties is het volgende gebleken. In 2008 hebben de man en de vrouw van [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) ieder een perceel grond gekocht, dat deel uitmaakt van een perceel grond, behorende tot de nalatenschap van wijlen [betrokkene 2] (hierna: wijlen [betrokkene 2]). De door de man en de vrouw gekochte percelen staan in het kadaster geregistreerd op naam van wijlen [betrokkene 2]. Tot levering van de percelen aan de man en de vrouw is het nooit gekomen. De man en de vrouw hebben in een procedure tegen Gibbs een verklaring voor recht gevorderd dat zij gezamenlijk eigenaar zijn geworden van de gekochte percelen. Die vordering is door het Gerecht afgewezen. In het door de man en de vrouw ingestelde hoger beroep heeft op 29 september 2020 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Na uitleg door het Hof is door de man en de vrouw besloten acht jaar te wachten om de termijn van verjaring voor het verkrijgen van de eigendom af te wachten en hebben zij het hoger beroep in die zaak ingetrokken. In de tussentijd zijn op de percelen voornoemde vier appartementen gebouwd. Partijen verschillen van mening over de vraag wie de bouw heeft gefinancierd. De man meent dat de economische waarde van de appartementen in de gemeenschap valt. De vrouw betwist dat en stelt hiertoe dat de percelen niet op hun naam staan en dat zij haar deel van de percelen aan haar zoon heeft geschonken.

Tijdens het mondeling pleidooi heeft het Hof als voorlopig oordeel aan partijen te kennen gegeven dat de appartementen geen deel uitmaken van de gemeenschap en dus niet bij de verdeling moeten worden betrokken. Het Hof blijft bij dit oordeel en neemt hiertoe het volgende in aanmerking. Het terrein waarop de appartementen zijn gebouwd behoort niet in eigendom toe aan de man en de vrouw. Voor zover de man stelt dat de economische waarde van de appartementen in de gemeenschap valt, gaat het Hof daaraan voorbij. De man heeft namelijk onvoldoende gesteld om ervan uit te kunnen gaan dat de appartementen op dit moment, het tijdstip van de verdeling, enige voor verdeling vatbare economische waarde hebben. Vast staat dat de appartementen op dit moment niet te gelde gemaakt kunnen worden. Of de appartementen in de toekomst wel enige economische waarde zullen hebben is te onzeker om daar bij deze verdeling rekening mee te kunnen houden.

Ad e Geldlening van Cg 54.721,79 op naam van de man voor de aankoop van de Mercedes Benz

De man heeft bij pleidooi onder verwijzing naar productie 8 bij memorie van grieven gesteld dat het uitstaande saldo van deze lening per 14 juni 2021 Cg 54.721,79 bedroeg. De vrouw heeft dat niet betwist zodat het Hof hiervan uitgaat.

Ad f De inventaris van het restaurant

De man stelt dat de vrouw in mei 2020 een lening heeft gesloten ter financiering van de exploitatie van een restaurant dat geopend zou worden in het gebouw aan de [adres B], waar ook G&L is gevestigd. De lening had betrekking op de aankoop van de inventaris van het restaurant. De waarde van de inventaris behoort tot de boedel en wordt door de man geschat op Cg 22.500,-.

De vrouw stelt dat als de waarde van de inventaris bij de verdeling moet worden betrokken, hetzelfde geldt voor de lening die de vrouw is aangegaan voor de aanschaf van de inventaris. De man kan zich hierin vinden en stelt dat de lening op peildatum Cg 22.421,94 bedroeg. Dit is door de vrouw niet betwist, zodat ook het Hof daarvan uitgaat.

Ad g De belastingschulden

Bij memorie van grieven heeft de man als productie 10 een overzicht overgelegd met de belastingschulden, waarbij hij het bedrag van Cg 4.307,22 noemt maar zich het recht heeft voorbehouden om bij pleidooi een overzicht per 14 juni 2021 over te leggen. De vrouw heeft onder verwijzing naar een bij memorie van antwoord als productie 9 overgelegd overzicht gesteld dat de belastingschuld per 14 juni 2021 Cg 23.140,22 bedroeg, waarvan zij Cg 1.763,- heeft betaald, zodat resteert een bedrag van Cg 21.377,22, dat bij de verdeling moet worden betrokken. Bij pleidooi heeft de man toegegeven dat het oorspronkelijk door hem genoemde bedrag van Cg 4.307,22 niet klopt, en dat de openstaande belastingschulden Cg 11.942,- en Cg 16.350,- (18.113 – reeds betaalde bedrag van 1.763) bedragen, te betalen door de man. Hierop heeft de vrouw niet meer kunnen reageren. Het Hof gaat daarom uit van het door de vrouw genoemde bedrag van Cg 23.140,-, waarvan Cg 1.763,- wordt toegedeeld aan de vrouw en Cg 21.377,22 aan de man.

Het incidenteel appel van de vrouw

Dit ziet op de volgende onderdelen:

h. de waarde van het huis van de man te [buurt];

i. de belastingschulden;

j. huurinkomsten.

Ad h De waarde van het huis van de man te [buurt]

De vrouw stelt dat zij bij afwezigheid van een taxatierapport de waarde van deze woning aanvankelijk heeft geschat op Cg 300.000,-. Zij heeft echter vernomen dat die waarde veel hoger ligt en wil een taxatierapport overleggen. De man stelt dat de huidige waarde niet relevant is omdat het gaat om de waarde per 14 juni 2021. De man stelt onder verwijzing naar een door hem als productie 11 bij pleidooi overgelegd taxatierapport dat de huidige waarde Cg 305.000,- bedraagt, zodat de waarde die destijds per 14 juni 2021 is gehanteerd (Cg 300.000) correct is. De vrouw heeft geen taxatierapport overgelegd en bij pleidooi gesteld akkoord te gaan met een waarde van Cg 305.000,-.

Zoals overwogen onder 4.4 geldt als peilmoment voor de waardering van de tot de gemeenschap behorende goederen de datum van de uitspraak in hoger beroep, tenzij partijen een andere datum zijn overeengekomen. Ten aanzien van deze woning zijn partijen het kennelijk niet eens over een andere datum zodat het Hof uitgaat van de datum uitspraak hoger beroep. Dit betekent dat het door de man ingediende en door de vrouw akkoord bevonden taxatierapport als uitgangspunt wordt genomen met een waarde van de betreffende woning van Cg 305.000,-,

Ad i De belastingschulden

Het Hof verwijst naar hetgeen hierover is overwogen onder 4.13.

Ad j De huurinkomsten

De vrouw stelt dat de ruimte op de begane grond en de “giftboetiek” op de bovenste verdieping van het bedrijfspand aan de [weg] sinds september 2023 worden verhuurd. Omdat de vrouw weet dat de man deze ruimtes voor Cg 2.500,- wilde verhuren, schat zij de totale huurinkomsten op Cg 60.000,-. Ook dit bedrag moet bij de verdeling worden betrokken, aldus de vrouw. Het Hof passeert deze stelling van de vrouw. De peildatum voor de omvang van de gemeenschap is immers 14 juni 2021 en toen bestonden de gestelde huurinkomsten nog niet.

Vermeerdering van eis vrouw

Bij akte uitlating regeling heeft de vrouw nog gevorderd dat het Hof de man zal bevelen de vrouw te ontslaan uit haar hypothecaire verplichting en uit haar persoonlijke garantstelling voor de lening aan G&L. Verder heeft de vrouw gevorderd het door de vrouw betaalde bedrag van Cg 100.000,-, zoals gestort op een spaarrekening bij de MCB-bank en dat diende als zekerheid in 2013 bij de verdeling te betrekken.

Het verweer van de man dat sprake is van een niet toelaatbare eisvermeerdering die tardief is en daardoor in strijd met de goede procesorde wordt verworpen. De man heeft namelijk voldoende gelegenheid gehad om op de vermeerdering van eis te reageren.

De vordering van de vrouw om de man te bevelen haar te ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypotheeklening en de persoonlijke garantstelling is, in die vorm, niet toewijsbaar. De man is daartoe namelijk niet bevoegd – dat is een bevoegdheid van de Bank - zodat het Hof hem daartoe ook niet kan bevelen. Voor zover de vrouw heeft bedoeld te vorderen dat de man wordt bevolen om zich in te spannen en mee te werken aan haar ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheeklening en de garantstelling, ziet het Hof voor zo’n bevel geen aanleiding. De man heeft immers onweersproken gesteld dat de Bank er reeds mee akkoord is gegaan het recht van hypotheek op de woning van de vrouw door te halen. Dit kan echter pas geschieden gelijktijdig met de notariële akte tot verhoging van het hypotheekbedrag ten laste van G&L. De vrouw wordt door de man op de hoogte gesteld wanneer het zover is.

De vrouw heeft nagelaten haar stelling dat zij Cg 100.000,- heeft gestort op de spaarrekening bij de MCB-bank nader te onderbouwen; een enkele vermelding op een overzicht van de bank is daarvoor onvoldoende, zonder nadere toelichting, die ontbreekt. De man heeft bovendien betwist dat de gelden op de genoemde spaarrekening behoren tot de huwelijksgoederengemeenschap; volgens hem betreft het een spaarrekening van het bedrijf G&L Bodyparts. Dit bedrag wordt dan ook niet bij de verdeling betrokken.

Slotsom

Uit het voorgaande volgt een wijze van verdeling van de boedel met de volgende samenstelling, als volgt wordt vastgesteld (waarbij bedragen achter de komma in de eindafrekening worden afgerond).

Totale waarde boedel:

activa:

woning [buurt] : Cg 225.000,-

woning [buurt] : Cg 305.000,-

aandelen G&L : Cg 535.000,-

Mercedes Benz : Cg 36.400,-

inventaris restaurant : Cg 22.500,-

____________

Cg 1.123.900

passiva

geldlening MCB : Cg 54.722,-

lening inventaris : Cg 22.422,-

belastingschulden : Cg 23.140,-

___________

Cg.100.284,-

Het saldo van de boedel van Cg 1.023.616 dient bij helfte verdeeld te worden, zodat iedere partij Cg 511.808 dient te ontvangen.

aan de man wordt toegedeeld:

activa:

woning [de woning B], [buurt] Cg 305.000,-

aandelen G&L Cg 535.000,-

Mercedes Benz, bouwjaar 2018 Cg 36.400,-

___________

Cg 876.400,-

passiva:

geldlening MCB Cg 54.721,79

belastingschulden (deel) Cg 21.377,22

___________

Cg 76.099

Aan de vrouw wordt toegedeeld:

activa:

woning [de woning A] Cg 225.000,-

inventaris restaurant Cg 22.500,-

_____________

Cg 247.500,-

passiva:

belastingschulden Cg 1.763

lening tbv inventaris restaurant Cg 22.422

_________

Cg 24.185

Per saldo wordt aan de vrouw toegedeeld: Cg 223.315.

Gelet op het voorgaande zal de man wegens overbedeling aan de vrouw moeten betalen een bedrag van (Cg 800.301 - Cg 511.808= (Cg 288.493) Afrekening zal moeten plaatsvinden zoals hierna onder 5.3 bepaald.

Omdat het Hof tot een andere wijze van verdeling komt dan het Gerecht zal het bestreden vonnis worden vernietigd en zal de wijze van verdeling worden vastgesteld zoals hierna te melden.

Omdat partijen ex-partners zijn zal het Hof bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5. DE B E S L I S S I N G

Het Hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht;

stelt de wijze van verdeling van de tussen partijen bestaande en inmiddels ontbonden huwelijksgoederengemeenschap vast als volgt:

aan de man wordt toegedeeld:

activa:

woning [de woning B], [buurt] Cg 305.000,-

aandelen G&L Cg 535.000,-

Mercedes Benz, bouwjaar 2018 Cg 36.400,-

___________

Cg 876.400,-

passiva:

geldlening MCB Cg 54.721,79

belastingschulden (deel) Cg 21.377,22

___________

Cg 76.099

aan de vrouw wordt toegedeeld:

activa:

woning [de woning A] Cg 225.000,-

inventaris restaurant Cg 22.500,-

_____________

Cg 247.500,-

passiva:

belastingschulden Cg 1.763

lening tbv inventaris restaurant Cg 22.422

_________

Cg 24.185

bepaalt dat partijen binnen twee maanden nadat dit vonnis onherroepelijk is geworden tot deze wijze van verdeling overgaan en die bij notariële akte laten vaststellen, waarbij ook de levering van de onroerende zaken en de aandelen moet plaatsvinden en waarbij de man aan de vrouw Cg 288.493,- dient te betalen wegens overbedeling;

bepaalt dat beide partijen gehouden zijn mee te werken aan de rechtshandelingen benodigd om de verdeling tot stand te brengen, bij gebreke waarvan dit vonnis in de plaats zal treden van iedere door één van partijen te verrichten rechtshandeling;

compenseert de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, C.G. ter Veer en J.A. van Voorthuizen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 12 augustus 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand