ECLI:NL:OGHACMB:2025:355

ECLI:NL:OGHACMB:2025:355

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 11-02-2025
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer CUR2024H00043
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Curaçao. Ontruiming.

Uitspraak

3. De procedure in eerste aanleg

geïntimeerde] heeft bij inleidend verzoekschrift gevorderd [appellante] te veroordelen tot:

ontruiming van het gehuurde binnen een week na betekening van het vonnis, met machtiging om de ontruiming zelf te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm;

betaling van een voorschot van NAf 1.800,- voor achterstallige huurpenningen;

betaling van NAf 1.800,- aan schadevergoeding;

betaling, voor zover niet aan Aqualectra is betaald, van NAf 146,45;

betaling van NAf 900,- per maand zolang zij het gehuurde occupeert en de in die periode onbetaald gelaten of te laten rekeningen van Aqualectra en afvalstoffenheffing.

In het vonnis waarvan beroep heeft het Gerecht [appellante] veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken na betekening van het vonnis, [geïntimeerde] gemachtigd deze ontruiming zo nodig zelf te bewerkstelligen, [appellante] veroordeeld tot betaling van NAf 3.600,- en tot betaling van NAf 146,45, verstaan dat [appellante] tot aan de ontruiming gehouden is tot betaling van de na november 2023 nog verschuldigde water- en elektraverbruikskosten en afvalstoffenbelastingfacturen en betaling van NAf 375,- aan buitengerechtelijke incassokosten.

4. De boordeling

Eis in reconventie

appellante] heeft bij memorie van grieven gevorderd dat het Hof [geïntimeerde] zal veroordelen tot betaling van NAf 4.350,- omdat zij 29 maanden geen tv aansluiting heeft gehad. Nu in eerste aanleg geen eis in reconventie is ingesteld, kan ingevolge artikel 280 lid 1 Rv een dergelijke eis in hoger beroep niet meer worden gedaan. De eis in reconventie blijft dus buiten beschouwing.

Grieven 1 en 2

De eerste grief van [appellante] is gericht tegen het oordeel van het Gerecht dat [geïntimeerde] een spoedeisend belang heeft bij haar geldvordering in kort geding. Met haar tweede grief komt [appellante] op tegen het oordeel van het Gerecht dat [appellante] de huurachterstand over de maanden augustus tot en met november 2023 van NAf 3.600,- moet betalen en de huur van NAf. 900,- per maand na november 2023 tot de ontruiming. Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

Niet in geschil is dat [appellante] de huur over de maanden augustus tot en met november 2023 onbetaald heeft gelaten. [appellante] stelt dat zij een tegenvordering heeft op [geïntimeerde] omdat zij niet het huurgenot heeft gehad dat zij op grond van de huurovereenkomst mocht verwachten. [appellante] voert ter onderbouwing hiervan aan dat (a) haar hondenkennel is gestolen, (b) zij gedurende 29 maanden geen tv-aansluiting heeft gehad, (c) [geïntimeerde] haar elektrakosten in rekening heeft gebracht terwijl [appellante] een Pagatinu-aansluiting had en (d) [geïntimeerde] een matras van [appellante] op straat heeft gezet. Ook heeft (e) [geïntimeerde] de borg niet terugbetaald. Het Hof gaat hierna op deze punten in.

Hondenkennel

appellante] stelt dat in oktober 2022 een hondenkennel is gestolen en dat [geïntimeerde] haar daarvoor een bedrag van NAf. 250,- heeft vergoed. [appellante] heeft haar stelling dat zij vanwege de diefstal van de hondenkennel niet het verwachte huurgenot heeft gehad verder niet onderbouwd. Het Hof vindt dat dan ook niet aannemelijk.

Televisie aansluiting

Ten aanzien van de televisieaansluiting heeft [geïntimeerde] het volgende gesteld. De televisieaansluiting betreft een decoder. De kosten daarvan bedragen niet NAf 150,- per maand zoals [appellante] stelt. Het bedrag van NAf 150,- heeft betrekking op het hele appartementencomplex. In de periode april 2020 tot en met juli 2023 functioneerde de decoder niet en kon [appellante] geen televisie kijken. Dit betreft een totaal van 22 maanden. De kosten voor het appartement van [appellante] bedragen NAf 32,50 per maand, zodat het totaal uitkomt op (22x32,50=) NAf 715,-. [geïntimeerde] heeft dit bedrag verrekend met de schulden van [appellante] bij Selikor en Aqualectra.

appellante] heeft het voorgaande niet gemotiveerd betwist zodat het Hof voorshands van de juistheid daarvan uitgaat. Indien al sprake is geweest van verminderd huurgenot als gevolg van het ontbreken van een televisieaansluiting, is dus aannemelijk geworden dat [geïntimeerde] [appellante] daarvoor al voldoende heeft vergoed.

Elektrakosten

appellante] stelt dat er onregelmatigheden waren op haar Pagatinu-aansluiting in die zin dat een gedeelte van de woning van haar buren op haar Pagatinu-meter was aangesloten. [geïntimeerde] heeft dit betwist en gesteld dat op ieder van de door [geïntimeerde] verhuurde percelen een aantal buitenlichten zijn aangesloten. Zo ook op dat van [appellante]: op haar Pagatinu-aansluiting waren van aanvang af drie buitenlichten aangesloten. [appellante] was hiervan op de hoogte en heeft er niet eerder een probleem van gemaakt.

Tegenover deze gemotiveerde betwisting heeft [appellante] haar stelling dat er sprake was van onregelmatigheden met betrekking tot haar Pagatinu-aansluiting niet nader onderbouwd. Het is dan ook niet aannemelijk geworden dat [appellante] in verband met onregelmatigheden aanspraak kan maken op vermindering van de huurprijs.

Matras

Gelet op de gemotiveerde betwisting door [geïntimeerde] is niet aannemelijk geworden dat partijen hebben afgesproken dat [geïntimeerde] [appellante] voor het matras een vergoeding zou betalen. [appellante] kon bovendien uit de email van [geïntimeerde] aan [appellante] van 31 juli 2023 (zie hiervoor onder 2.7) afleiden dat [geïntimeerde] niet akkoord ging met het betalen van een vergoeding. Het had onder deze omstandigheden op de weg van [appellante] gelegen om bij ontruiming van het gehuurde ervoor te zorgen dat het matras niet verloren zou gaan, door of het matras mee te nemen of alsnog met [geïntimeerde] concrete afspraken te maken over (een vergoeding voor) het matras. Nu zij dat niet heeft gedaan en de woning heeft ontruimd met achterlating van het matras komt dat voor haar eigen rekening en risico.

Geen vermindering van huurgenot

Op grond van het overwogene onder 4.3 tot en met 4.8 is niet aannemelijk geworden dat [appellante] zich kan beroepen op vermindering van de huurprijs vanwege verminderd huurgenot.

Borg

appellante] heeft aan [geïntimeerde] een borgsom van NAf 900,- betaald. [geïntimeerde] stelt dat [appellante] geen recht heeft op terugbetaling van dat bedrag omdat [appellante] het gehuurde in zodanige staat heeft achtergelaten dat een grote schoonmaak noodzakelijk was. [geïntimeerde] heeft hiermee niet voldoende onderbouwd waarom [appellante] geen recht heeft op terugbetaling van de borgsom. [geïntimeerde] heeft immers niet gesteld noch is anderszins gebleken dat sprake was van schade aan het gehuurde waarmee kosten van herstel gemoeid waren. Wel is het zo dat [appellante] een huurachterstand had. De borg van NAf 900,- zal daarmee worden verrekend, zodat [appellante] nog (3600-900=) NAf 2.700,- aan [geïntimeerde] verschuldigd is ter zake van achterstallige huur.

De grieven 1 en 2 falen op grond van het voorgaande.

Buitengerechtelijke incassokosten

Grief 3 is gericht tegen de door het Gerecht toegewezen buitengerechtelijke incassokosten van NAf 375,-. De grief faalt. Het Hof neemt de overweging en beslissing van het Gerecht over.

Slotsom

Het bestreden vonnis zal worden bevestigd, met dien verstande dat het bedrag dat [appellante] aan achterstallige huur verschuldigd is wordt bepaald op NAf 2.700,-. [appellante] wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Nu genoegzaam is gebleken dat [appellante] niet in staat is de proceskosten te dragen, zal haar toelating worden verleend om in hoger beroep kosteloos te procederen.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

verleent [appellante] toelating om in hoger beroep kosteloos te procederen;

bevestigt het bestreden vonnis met dien verstande dat [appellante] aan achterstallige huur over de maanden augustus tot en met november 2023 NAf 2.700 aan [geïntimeerde] dient te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van ingebrekestelling tot aan de algehele voldoening;

veroordeelt [appellante] in de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerde] gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op NAf 436,64 aan verschotten en NAf 1.000,- aan gemachtigdensalaris.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, G.C.C. Lewin en E.W.A. Vonk, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 11 februari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand