Burgerlijke zaken over 2025
Registratienummer: BON202400338 – BON2024H00041
Uitspraak: 18 februari 2025
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
BESCHIKKING
in de zaak van:
[appellante],
wonende in [woonplaats A],
appellante,
hierna te noemen: [appellante],
gemachtigde: mr. E. Fa Si Oen,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats A],
oorspronkelijk verzoekster,
thans geïntimeerde,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas.
betreffende de ondercuratelestelling van [betrokkene 1],
wonende te [woonplaats A] (hierna te noemen: betrokkene).
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[dochter van betrokkene], wonende te [woonplaats B] (hierna te noemen: dochter van betrokkene).
De zaak in het kort
Betrokkene is bij beschikking van 16 oktober 2024 onder curatele gesteld met benoeming van [geïntimeerde] als curator. [appellante] is in de procedure in eerste aanleg niet als belanghebbende toegelaten. Het hoger beroep van [appellante] richt zich tegen de benoeming van [geïntimeerde] tot curator. In hoger beroep merkt het Hof [appellante] alsnog aan als belanghebbende. Het Hof komt voor het overige tot bevestiging van de bestreden beschikking.
1. Het verloop van de procedure
Het Hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire (hierna: het Gerecht) van 16 oktober 2024, zoals gewijzigd bij herstelbeschikking van 17 oktober 2024. De inhoud van die beschikking geldt als hier ingevoegd.
appellante] heeft bij op 31 oktober 2024 ingekomen (pro forma) beroepschrift hoger beroep ingesteld tegen voormelde beschikking. In het beroepschrift heeft zij het Hof verzocht haar vergunning te verlenen om als belanghebbende afzonderlijk in beroep te komen tegen de beschikking en haar een termijn te geven waarbinnen de beroepsgronden dienen te zijn opgevoerd. Bij e-mail van 6 november 2024 heeft de griffie van het Hof de gemachtigde van [appellante] verzocht om de gronden van het beroepschrift per ommegaande in te dienen. Bij e-mail van 7 november 2024 heeft de griffie van het Hof de gemachtigde van [appellante] meegedeeld dat het Hof [appellante] aanmerkt als belanghebbende in het hoger beroep en verzocht om uiterlijk 15 november 2024 om 12.00 uur s‘middags de aanvullende gronden in te dienen. Op 15 november 2024 heeft [appellante] een beroepschrift met aanvullende gronden en producties ingediend. Daarin verzoekt zij de bestreden beschikking partieel te vernietigen en:
[geïntimeerde] met onmiddellijke ingang te ontheffen van curatorschap en te bevelen betrokkene terug te brengen naar [adres], onder verslaggeving over de periode vanaf 16 oktober 2024;
een dochter van [appellante] te benoemen tot curator;
[geïntimeerde] te verbieden gelden van de bankrekening van betrokkene op te nemen op straffe van een boete;
e betreffende Bank in Bonaire te gelasten de op naam van betrokkene uitgegeven debet kaart met onmiddellijke ingang te blokkeren en [geïntimeerde] als gemachtigde op de bankrekening te royeren.
geïntimeerde] heeft geen verweerschrift ingediend.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 december 2024 in het gerechtsgebouw in Bonaire. Verschenen zijn [appellante], bijgestaan door haar gemachtigde, [geïntimeerde] , bijgestaan door haar gemachtigde en de dochter van betrokkene. Ook zijn verschenen: [broer van betrokkene] (broer van betrokkene), [zoon van appellante] (zoon van [appellante]) en [de moeder van de dochter van betrokkene], de moeder van de dochter van betrokkene). Namens Akseso is verschenen mevrouw [betrokkene 2]. Alle aanwezigen hebben het woord gevoerd, de gemachtigden aan de hand van overgelegde pleitnota’s. De gemachtigden hebben daarbij (op voorhand toegestuurde) producties overgelegd. Ook zijn vragen van het Hof beantwoord.
Beschikking is aangezegd, waarvan de uitspraak nader is bepaald op vandaag.
2. De feiten
[appellante] en [geïntimeerde] zijn beiden zussen van betrokkene. Betrokkene is bij voormelde beschikking van 16 oktober 2024 onder curatele gesteld met benoeming van [geïntimeerde] als curator.
3. De beoordeling
[appellante] wordt als belanghebbende aangemerkt
Het Hof zal eerst het beroep van [geïntimeerde] op niet -ontvankelijkheid van [appellante] beoordelen. [geïntimeerde] heeft hieraan ten grondslag gelegd dat [appellante] niet als belanghebbende kan worden aangemerkt in de zin van artikel 798 lid 1 Rv BES.
De griffie van het Hof heeft bij voormelde e-mail van 7 november 2024 bericht dat [appellante] als belanghebbende wordt aangemerkt. Dat neemt niet weg dat het Hof (ook ambtshalve) dient te beoordelen of een betrokkene in hoger beroep belanghebbende is in de zin van art. 798, lid 1, eerste volzin, Rv BES.
Artikel 798 Rv BES luidt als volgt:
Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder belanghebbende verstaan: degene op wiens rechten of verplichtingen de zaak rechtstreeks betrekking heeft.
Ter zake van de instelling en opheffing van curatele (…) worden onder belanghebbenden bovendien verstaan: de echtgenoot of andere levensgezel en de kinderen of, bij gebreke van dezen, de ouders, broers en zussen van degene wiens curatele (…) het betreft.
geïntimeerde] stelt onder verwijzing naar een uitspraak van Gerechtshof ’s Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSE:2017:4735) dat de uitbreiding van het begrip ‘belanghebbende’ van artikel 798 lid 2 Rv BES alleen van toepassing is op de instelling of opheffing van de curatele. In deze appelprocedure is de instelling van de curatele niet ter discussie, maar gaat het alleen nog om de benoeming van de curator. [appellante] kan in dit hoger beroep dus niet als belanghebbende worden aangemerkt, aldus [geïntimeerde] .
Het geding in eerste aanleg betrof de instelling van curatele en de benoeming van de curator. Op grond van artikel 798 lid 2 Rv BES worden ter zake van de instelling van curatele onder belanghebbenden ook verstaan de broers en zussen van degene wiens curatele het betreft. [appellante] had dus in eerste aanleg als belanghebbende moeten worden aangemerkt. Het niet toelaten van [appellante] als belanghebbende is een gebrek dat door het Hof in hoger beroep zal worden hersteld.
De slotsom is dus dat [appellante] als belanghebbende zal worden aangemerkt. Het beroep van [geïntimeerde] op niet-ontvankelijkheid wordt dus verworpen.
De curatele
Tegen de plaatsing van betrokkene onder curatele heeft [appellante] geen bezwaren aangevoerd. Het Hof ziet ook ambtshalve geen aanleiding voor een ander oordeel. Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter zitting is namelijk genoegzaam gebleken dat betrokkene wegens een geestelijke stoornis, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen behoorlijk waar te nemen. Of sprake is van “misbruik van illegale drugs” zoals [appellante] in haar beroepschrift ter discussie stelt, kan gelet hierop verder in het midden blijven
De curator
appellante] heeft bezwaren aangevoerd tegen de benoeming van [geïntimeerde] als curator. Deze komen -samengevat- op het volgende neer. In de zes maanden die [appellante] in 2024 in Nederland verbleef was betrokkene volledig afhankelijk van [geïntimeerde] . Gebleken is dat [geïntimeerde] hem in die periode heeft verwaarloosd en als gevolg daarvan heeft [appellante] hem bij terugkeer uit Nederland in huis genomen. Tijdens het verblijf van [appellante] in Nederland is ook gebleken dat [geïntimeerde] betrokkene onder druk heeft gezet om een nieuwe MCB-debet kaart aan te vragen die zij beheert en waarmee zij gelden van de rekening van betrokkene opneemt. [geïntimeerde] is geldverkwistend en gokverslaafd. Ook is onduidelijk of [geïntimeerde] nog een baan heeft bij Bonaire Super Store. Akseso heeft nooit een onderzoek gedaan naar de leefomstandigheden bij [appellante]. De conclusie van het Gerecht dat de woonsituatie bij [appellante] niet geschikt is voor betrokkene is dan ook niet onderbouwd.
geïntimeerde] betwist het voorgaande en verwijt op haar beurt [appellante]
van onregelmatigheden. Zij heeft als bewijsstukken waterrekeningen, een overzicht van Pagatinu betalingen en bankafschriften van 2022 tot en met 2024 overgelegd, waaruit volgens haar blijkt dat [appellante] opnames en betalingen heeft gedaan die niet in het belang van betrokkene zijn. [geïntimeerde] is per 1 januari 2025 met pensioen zodat zij vanaf dat moment alle tijd heeft om zich te wijden aan de zorg voor betrokkene.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft ook de dochter van betrokkene het woord gevoerd. Deze heeft aangegeven dat zij niet als curator kan worden benoemd omdat zij in Nederland woont. De benoeming van [geïntimeerde] als curator heeft de volledige ondersteuning van de dochter van betrokkene. In de praktijk hebben [geïntimeerde] , de dochter van betrokkene en mevrouw [betrokkene 2] van Akseso een driehoeksoverleg ontwikkeld. Daarin wordt dagelijks besproken hoe om te gaan met de aangelegenheden betreffende betrokkene. Ook de dochter van betrokkene heeft toegang tot de bankrekening van betrokkene via MCB-online banking en houdt daar toezicht op.
De zussen maken elkaar over en weer verwijten. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat zij daarbij elk gesteund worden door overige familieleden. De spanning binnen de familie was duidelijk voelbaar.
Het Hof is niet in staat om te bepalen of de verwijten over en weer al dan niet terecht zijn. Het Hof gaat ervan uit dat beide zussen het beste voor hebben met betrokkene. Onder de huidige omstandigheden, met name de nauwe samenwerking tussen [geïntimeerde] , de dochter van betrokkene en Akseso, waarbij de benoeming van [geïntimeerde] de volledige ondersteuning heeft van de dochter van betrokkene, acht het Hof handhaving van de status quo op dit moment het meest in het belang van betrokkene. Dat neemt niet weg dat, mocht er op een bepaald moment sprake zijn van een verandering van omstandigheden, de meest gerede partij alsnog het Gerecht kan verzoeken om ontslag van de curator.
Slotsom
De slotsom is dat het hoger beroep faalt. De bestreden beschikking zal worden bevestigd en de verzoeken van [appellante] worden afgewezen.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
Het Hof:
bevestigt de bestreden beschikking;
wijst de verzoeken van [appellante] af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.A. Saleh, E.M. van der Bunt, en C.G. ter Veer, leden van het Hof, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025 in Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.