ECLI:NL:OGHACMB:2025:357

ECLI:NL:OGHACMB:2025:357

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 25-02-2025
Datum publicatie 08-06-2026
Zaaknummer CUR2023H00319
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Curaçao. Ontslag bewindvoerder. Geen gewichtige redenen.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2025

Registratienummer: CUR202300504 – CUR2023H00319

Uitspraak: 25 februari 2025

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

BESCHIKKING

in de zaak van:

[appellant], pro se, alsmede in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige

[de minderjarige],

wonend in [woonplaats A],

oorspronkelijk verzoeker,

thans appellant,

hierna te noemen: de vader of [appellant], en de rechthebbende of het kind,

procederend in persoon,

tegen

[geïntimeerde],

wonend in [woonplaats A],

oorspronkelijk verweerder,

thans geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

gemachtigde: mr. E.A. Knoppel.

Belanghebbende: [belanghebbende], wonende in [woonplaats], hierna te noemen [belanghebbende].

De zaak in het kort

De moeder van de rechthebbende is op 7 april 2020 overleden. Zij heeft bij testament de rechthebbende aangewezen als haar enige erfgenaam en [geïntimeerde] (en bij ontstentenis [belanghebbende]) benoemd tot bewindvoerder over de nalatenschap totdat de rechthebbende de leeftijd van 27 jaar heeft bereikt. De vader verzoekt onder meer het ontslag van [geïntimeerde] als bewindvoerder. Het Gerecht heeft dat verzoek afgewezen omdat er geen gewichtige redenen zijn gebleken voor ontslag. Het Hof beoordeelt de zaak opnieuw en komt tot bevestiging van de bestreden beschikking.

1. Het verloop van de procedure

Bij akte van hoger beroep, ingediend ter griffie op 24 november 2023 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 6 november 2023 uitgesproken “vonnis-beschikking” van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: het Gerecht).

Bij memorie van grieven, met producties, ingekomen ter griffie op 28 december 2023, heeft de vader bezwaren tegen het bestreden “vonnis-beschikking” aangevoerd en geconcludeerd dat het Hof [geïntimeerde] (en [belanghebbende]) ontheft van haar functies als bewindvoerder en executeur en de vader in beide functies benoemt.

geïntimeerde] heeft op 21 maart 2024 een verweerschrift/memorie van antwoord ingediend. Daarin heeft zij de bezwaren van de vader bestreden en geconcludeerd dat het Hof de vader niet ontvankelijk zal verklaren, althans het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van de vader in de proceskosten.

Op 15 oktober 2024 hebben partijen pleitnota’s ingediend. De vader heeft daarbij producties overgelegd. [geïntimeerde] heeft een akte uitlating producties genomen.

Op 21 januari 2025 heeft in het gerechtsgebouw te Curaçao een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Verschenen zijn de vader, [geïntimeerde] , bijgestaan door haar gemachtigde en [belanghebbende] (via een videoverbinding). Alle aanwezigen hebben het woord gevoerd en vragen van het Hof beantwoord. De vader en de gemachtigde van [geïntimeerde] hebben een pleitnota overgelegd. Na de zitting heeft de vader nog een productie ingediend. Omdat de behandeling toen al was gesloten zal deze bij de beoordeling buiten beschouwing worden gelaten. De voorzitter heeft na de mondelinge behandeling in bijzijn van de griffier een gesprek gevoerd met het kind.

De uitspraak van de beschikking is bepaald op vandaag.

2. De feiten

De vader heeft een affectieve relatie gehad met wijlen mevrouw [de moeder]. Uit deze relatie is op 26 oktober 2010 het kind geboren. [de moeder] (hierna: de moeder) is op [overlijdensdatum] 2020 overleden. [geïntimeerde] en [belanghebbende] zijn beiden zussen van de vader en tantes van het kind.

De moeder heeft op 1 augustus 2019 een testament laten opmaken. Daarin heeft zij het kind tot haar enige erfgename benoemd. Verder is in het testament de nalatenschap onder bewind gesteld met benoeming van [geïntimeerde] , en in geval van haar ontstentenis [belanghebbende], als bewindvoerder. Verder is [geïntimeerde] (en bij ontstentenis [belanghebbende]) benoemd tot executeur. In het testament is verder, voor zover relevant, opgenomen:

IV BEWIND

(…)

2. Duur

Het bewind vangt aan op de dag van mijn overleden en eindigt zodra de rechthebbende de leeftijd van zeventwintig (27) jaar heeft bereikt of eerder overlijdt;

3. Boedelbeschrijving

De bewindvoerder is verplicht binnen tien (10) maanden na mijn overlijden een beschrijving op te maken van de goederen waarop het bewind betrekking heeft

(…)

9. Rekening en verantwoording

De bewindvoerder is verplicht jaarlijks en bij het einde van haar beheer rekening en verantwoording af te leggen aan de rechthebbende.

(…)

VIII.BENOEMING TOT EXECUTEUR

(…)

Taken

De executeur heeft tot taak de goederen van de nalatenschap te beheren, de vorderingen te innen en de schulden van de nalatenschap te voldoen.

(…)

De begrafenis van de moeder is betaald met gelden van de moeder op een rekening bij de Ambtenaren Credit Union (ACU). Het resterende saldo van die rekening, NAf 13.438,41, is door de bewindvoerder overgemaakt op de derdengeldenrekening van de notaris, waarop het nog steeds staat.

Op 2 november 2021 heeft de vader de nalatenschap van de moeder namens de rechthebbende aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.

De MCB bank heeft aan (de gemachtigde van) de bewindvoerder bericht dat geen informatie wordt verstrekt over bankrekening(en) van de overledene zolang geen verklaring van erfrecht kan worden overgelegd. De verklaring van erfrecht is, ondanks herhaalde verzoeken door [geïntimeerde] , nog niet door de notaris opgemaakt.

Er is nog geen boedelbeschrijving opgemaakt en er is nog geen rekening en verantwoording afgelegd.

3. De procedure in eerste aanleg

De vader heeft in eerste aanleg gevorderd, na aanvulling van het verzoekschrift:

[geïntimeerde] te veroordelen tot het afleggen van rekening en verantwoording ter zake de nalatenschap;

[geïntimeerde] te ontslaan als bewindvoerder en in haar plaats de vader of een door het Gerecht te bepalen persoon (maar niet: [belanghebbende]) te benoemen;

te bepalen dat de bewindvoering niet eindigt als de rechthebbende 27 jaar wordt, maar vanaf haar achttiende jaar gradueel wordt afgebouwd;

e bewindvoerder te laten opdraaien voor alle kosten en misgelopen inkomsten aan de kant van de rechthebbende, waaronder het mislopen van rente en investeringsmogelijkheden.

Het Gerecht heeft [geïntimeerde] bevolen om jaarlijks rekening en verantwoording aan de rechthebbende af te leggen betreffende de nalatenschap van de moeder, en heeft het meer of anders gevorderde en verzochte afgewezen.

4. De beoordeling in hoger beroep

In hoger beroep komt de vader op tegen de afwijzing van zijn verzoek om [geïntimeerde] als bewindvoerder te ontslaan. De vader verzoekt in hoger beroep om [geïntimeerde] ook als executeur te ontslaan en hem als zodanig te benoemen.

Testamentair bewind

De taak van de testamentair bewindvoerder is het conserveren en beheren van de nalatenschap in het belang van de rechthebbende (artikel 4:166 en volgende BW). De testamentair bewindvoerder is verplicht zo spoedig mogelijk een boedelbeschrijving op te maken en jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen (artikelen 4:160 lid 1 en 4:161 lid 1 BW).

Op grond van artikel 4:164 lid 1 BW eindigt de hoedanigheid van bewindvoerder onder meer door ontslag dat de rechter in eerste aanleg hem met ingang van een bepaalde dag verleent. Op grond van het bepaalde in lid 2 kan het ontslag, als dit niet door de bewindvoerder zelf wordt verzocht, slechts worden verleend wegens gewichtige redenen, op verzoek van onder meer de rechthebbende.

In deze zaak verzoekt de vader als vertegenwoordiger van de rechthebbende ontslag van [geïntimeerde] als bewindvoerder. Hij voert daartoe de volgende redenen aan:

de wijze waarop [geïntimeerde] uitvoering geeft aan haar werkzaamheden.

de verhoudingen tussen de vader en het kind enerzijds en [geïntimeerde] en [belanghebbende] anderzijds.

De wijze waarop de bewindvoerder uitvoering geeft aan haar werkzaamheden

geïntimeerde] heeft uitleg gegeven over wat zij tot nu toe heeft gedaan ter uitvoering van het bewind en over wat zij nog niet heeft kunnen doen vanwege het ontbreken van een verklaring van erfrecht.

De begrafenis van de moeder is betaald met gelden van de moeder onder ACU. Het resterende saldo bij ACU is door [geïntimeerde] overgemaakt op de derdengeldenrekening van de notaris. Daar staat het voorlopig veilig in de zin dat er niets van uitgegeven wordt. Wat nog ontbreekt is informatie met betrekking tot de bankrekening(en) van de moeder. Tot die informatie krijgt [geïntimeerde] pas toegang wanneer zij beschikt over een door de notaris afgegeven verklaring van erfrecht. [geïntimeerde] heeft verder, onderbouwd met stukken, uitgelegd dat zij herhaaldelijk heeft getracht in contact te komen met de notaris over de nog steeds ontbrekende verklaring van erfrecht. Zij heeft inmiddels wel met de notaris gesproken en deze heeft gezegd schriftelijk te zullen bevestigen dat [geïntimeerde] het bewind accepteert, een overzicht gegeven van de gelden op de derdenrekening en toegezegd contact op te zullen nemen met de vader. Nadat de vader heeft aangegeven dat er volgens hem ook een levensverzekering ten gunste van het kind is, heeft [geïntimeerde] toegezegd dat zij, na ontvangst van de verklaring van erfrecht, alle verzekeringsmaatschappijen zal aanschrijven met de vraag of de moeder bij hun een levensverzekering heeft afgesloten.

Het Hof is van oordeel dat [geïntimeerde] aldus, voldoende gedocumenteerd, heeft aangetoond dat zij haar (onder 4.2 genoemde) verplichtingen als testamentair bewindvoerder voor zover mogelijk, behoorlijk nakomt. [geïntimeerde] heeft namelijk gemotiveerd gesteld dat zij, voor zover het in haar macht ligt, haar taak heeft vervuld en dat zij voldoende inspanningen heeft verricht om aan de verklaring van erfrecht te komen om verder te kunnen met haar werkzaamheden. Ook heeft [geïntimeerde] toegezegd na ontvangst van de verklaring van erfrecht een boedelbeschrijving op te maken en rekening en verantwoording af te leggen. De vader heeft niet aannemelijk gemaakt dat de rechthebbende schade lijdt als gevolg van enig tekortschieten van de bewindvoerder in haar taak, zoals bedoeld in artikel 4:163 BW. De wijze waarop [geïntimeerde] uitvoering geeft aan haar werkzaamheden vormt op grond van het voorgaande geen gewichtige reden voor haar ontslag als bewindvoerder.

De verhoudingen tussen partijen

Dat de verhoudingen tussen de vader en de rechthebbende enerzijds en [geïntimeerde] en [belanghebbende] anderzijds gespannen zijn, is op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wel duidelijk geworden. Er is al jaren geen contact meer en door de vader en de rechthebbende is aangegeven dat zij ook geen contact meer willen hebben met [geïntimeerde] en [belanghebbende]. Deze leggen zich daarbij neer. Zowel de vader als de rechthebbende hebben aangegeven geen vertrouwen te hebben in [geïntimeerde] . De vader en de rechthebbende hebben een aantal voorbeelden genoemd van incidenten die hebben geleid tot de verstoorde verhouding. [geïntimeerde] en [belanghebbende] maken op hun beurt de vader verwijten over de verstoring van hun relatie.

Een verstoorde verhouding moet grotendeels gebaseerd zijn op concrete en objectieve feiten om als gewichtige redenen te kunnen worden aangemerkt. Enkel subjectieve belevingen zijn ontoereikend voor het verlenen van ontslag. De vader en de rechthebbende hebben weliswaar een aantal feiten naar voren gebracht, maar die hebben de bewindvoerder en [belanghebbende] betwist. Concrete gedragingen van de bewindvoerder en [belanghebbende] die objectief beschouwd als misdragingen kunnen worden gezien en daarmee als hoofdoorzaak van de verstoorde verhouding, zijn dan ook niet komen vast te staan. De verstoorde familieverhoudingen, hoe betreurenswaardig ook, vormen daarom geen gewichtige reden voor ontslag van de bewindvoerder.

Het Hof heeft nog wel overwogen om gelet op de verstoorde verhoudingen toch een andere bewindvoerder te benoemen, namelijk een neutrale persoon. De vader heeft ter zitting voorgesteld om zijn echtgenote te benoemen. Zij kan in dit verband niet als een neutrale persoon worden aangemerkt. Verder is door partijen niemand voorgesteld. Indien het Hof overgaat tot benoeming van een professionele bewindvoerder zal dat kosten met zich brengen die voor rekening komen van de (niet bijzonder omvangrijke) nalatenschap en dat acht het Hof onwenselijk.

De vader heeft zijn verzoek om het bewind vanaf de 18e verjaardag van de rechthebbende gradueel af te bouwen niet onderbouwd. Ook dat verzoek is terecht door het Gerecht afgewezen.

Het Hof merkt nog op dat de rechthebbende tijdens het gesprek met de voorzitter te kennen heeft gegeven dat zij genoeg heeft van de lopende rechtszaken. Gelet hierop geeft het Hof de vader in overweging om de benoeming van [geïntimeerde] als bewindvoerder te respecteren, en haar de ruimte te gunnen om na verkrijging van de verklaring van erfrecht haar werk te doen. Vast staat immers dat de nalatenschap niet nodig is ter voldoening van de kosten van levensonderhoud van de rechthebbende. In zoverre is voor het uitoefenen van haar taak als bewindvoerder direct contact tussen [geïntimeerde] en de vader niet of nodig. Dit neemt niet weg dat [geïntimeerde] op een bepaald moment rekening en verantwoording moet afleggen en een boedelbeschrijving moet opmaken. Het Hof heeft geen reden om aan te nemen dat zij hiertoe onwillig of onbekwaam is.

Executeur

De taak van de executeur kan eindigen op dezelfde wijze en op dezelfde grond als hiervoor onder 4.3 genoemd ten aanzien van de bewindvoerder. Er zijn geen omstandigheden aangevoerd die gewichtige redenen zouden kunnen vormen om [geïntimeerde] als executeur te ontslaan. Voor zover de vader aan dit verzoek hetzelfde ten grondslag legt als aan zijn verzoek tot ontslag als bewindvoerder, wordt het op dezelfde gronden afgewezen.

Slotsom

Op grond van het voorgaande komt ook het Hof tot de slotsom dat geen sprake is van gewichtige redenen voor ontslag van [geïntimeerde] als bewindvoerder of executeur. De bestreden beschikking zal worden bevestigd. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

5. Beslissing

Het Hof:

bevestigt de bestreden beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.A. Saleh, E.M. van der Bunt en E.P. van Unen, leden van het Hof, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 februari 2025 in Curacao, in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand