CUR2025H00314
Datum uitspraak: 28 januari 2026
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, na vereenvoudigde behandeling (artikel 79, eerste en vierde lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak, hierna: Lar), op het hoger beroep van:
[appellant] en Eric’s Adventure Tours B.V.,
appellanten,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 17 september 2025 in zaak nr. CUR202503296, in het geding tussen:
appellanten
en
de minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning (hierna: de minister)
Procesverloop
Bij beschikking van 30 april 2025 heeft de minister appellanten onder aanzegging van bestuursdwang gesommeerd om binnen drie maanden hun activiteiten op overheidsgrond volledig te staken, de opstallen te verwijderen en het terrein schoon op te leveren.
Bij brief van 7 augustus 2025 heeft de minister aan appellanten meegedeeld dat de feitelijke uitvoering van de beschikking van 30 april 2025 zal plaatsvinden in de periode van 8 tot en met 20 augustus 2025.
Bij uitspraak van 17 september 2025 heeft het Gerecht zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep tegen de brief van 7 augustus 2025 en het beroep tegen de beschikking van 30 april 2025 niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben appellanten hoger beroep ingesteld.
Het Hof heeft een behandeling op een zitting achterwege gelaten met toepassing van artikel 79, eerste en vierde lid, van de Lar.
Overwegingen
4. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2026.