Burgerlijke zaken over 2026
Registratienummers: AUA202501099 – AUA2025H00287
Uitspraak: 5 mei 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
B E S C H I K K I N G
in de zaak van:
[appellant],
wonende in [woonplaats],
oorspronkelijk verweerder, thans appellant,
gemachtigde: mr. E.M.J. Cafarzuza,
tegen
[geïntimeerde],
wonende in [woonplaats], feitelijk verblijvende in het buitenland,
oorspronkelijk verzoekster, thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. N.S. Gravenstijn.
Partijen worden hierna de man en de vrouw genoemd.
1. Het verloop van de procedure in hoger beroep
Bij op 21 november 2025 ingekomen beroepschrift is de man in hoger beroep gekomen van de tussen partijen gegeven en op 13 oktober 2025 uitgesproken beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht). Namens de vrouw zijn ten behoeve van de mondelinge behandeling producties overgelegd.
Op 31 maart 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij is de man verschenen, bijgestaan door mr. Carlo occuperend voor mr. Cafarzuza. Namens de vrouw is mr. Gravenstijn verschenen. Ook was S. Torres aanwezig als tolk. Mr. Carlo heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, waarvan exemplaren zijn overgelegd. Mr. Gravenstijn heeft geen gebruik gemaakt van pleitaantekeningen.
Beschikking is gevraagd en bepaald op vandaag.
2. De feiten en de procedure bij het Gerecht
Partijen zijn op [datum] 2004 in [land] met elkaar getrouwd. Zij hebben geen minderjarige kinderen.
De eerste huwelijksdomicilie van partijen is in Aruba.
In de procedure bij het Gerecht heeft de man geen verweerschrift ingediend en is hij niet verschenen op de mondelinge behandeling. Op verzoek van de vrouw heeft het Gerecht als onweersproken:
de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
de verdeling van de gemeenschap waarin partijen zijn gehuwd bevolen en, voor het geval partijen daarover geen overeenstemming bereiken, notaris mr. R.E. Yarzagaray benoemd, bij wie de verdeling behoort te worden tot stand gebracht;
deurwaarder [deurwaarder], wonende in Aruba, benoemd tot onzijdig persoon om die persoon te vertegenwoordigen die mocht weigeren of nalaten aan de verdeling mee te werken;
de verkoop gelast van de gezamenlijke woning van partijen, gelegen te [adres] in Aruba via het makelaarskantoor Remax N.V., waarna de opbrengst na aftrek van kosten tussen partijen gelijkelijk wordt verdeeld.
3. De beoordeling door het Hof
In het beroepschrift heeft de man aangevoerd dat de vrouw lijdt aan dementie en dat zij niet in staat is om haar eigen belangen naar behoren te behartigen. Hij heeft (primair) verzocht de beschikking te vernietigen en de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek. Op de mondelinge behandeling heeft de man (subsidiair) verzocht, indien de echtscheiding in stand blijft, het bevel tot verkoop van de gemeenschappelijke woning te vernietigen en te bepalen dat de man het recht krijgt de woning over te nemen (overbedeling), waarbij zijn financiële investeringen en betaalde onderhoudskosten worden verrekend met het uit te keren aandeel van de vrouw, althans te bepalen dat de verdeling in een afzonderlijke procedure nader dient te worden vastgesteld.
Tijdens de mondelinge behandeling bij het Hof heeft de man bevestigd dat de vrouw en hij feitelijk uit elkaar zijn en dat de vrouw bij haar zoon in [land] woont. De man heeft daarnaast bevestigd dat hij zich kan vinden in de uitgesproken echtscheiding, maar dat hij bezwaren heeft tegen de verkoop van de gezamenlijke woning. Namens de vrouw heeft mr. Gravenstijn aangegeven dat de gezamenlijke woning meegenomen kan worden in de verdeling van de gemeenschap, zodat verkoop daarvan mogelijk niet nodig is. Daarop heeft de man aangegeven zich niet langer op de niet-ontvankelijkheid van de vrouw te beroepen en heeft hij zijn verweer op dat punt (en daarmee de primaire conclusie van zijn beroepschrift) ingetrokken.
Het Hof heeft gaan aanleiding om ambtshalve ervan uit te gaan dat de vrouw procesonbekwaam is.
Gelet op het voorgaande zal het Hof, conform de wens van partijen, de beschikking gedeeltelijk vernietigen, namelijk voor zover daarin de verkoop van de gezamenlijke woning is gelast. Voor het overige zal de beschikking in stand blijven. Over de vraag wat er met de gezamenlijke woning moet gebeuren, dient beslist te worden bij de bevolen verdeling van de gemeenschap.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
vernietigt de bestreden beschikking voor zover het Gerecht de verkoop van de gezamenlijke woning van partijen heeft gelast, gelegen te [adres] in Aruba via het makelaarskantoor Remax N.V., waarna de opbrengst na aftrek van kosten tussen partijen gelijkelijk wordt verdeeld;
bevestigt de bestreden beschikking voor het overige;
wijst af het meer of anders verzochte.
Dit vonnis is gewezen door mrs. C.J.H.G. Bronzwaer, E.M. van der Bunt en G.C.C. Lewin, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 5 mei 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.