ECLI:NL:OGHACMB:2026:115

ECLI:NL:OGHACMB:2026:115

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 10-03-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer CUR2024H00239
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Online casino heeft geen vergunning in Oostenrijk. Oostenrijkse rechter verklaart gesloten kansspelovereenkomsten nietig en veroordeelt tot terugbetaling aan speler van gedane bepalingen. Speler vraagt Gazprombankerkenning in Curaçao. Erkenning van de Oostenrijkse vonnissen levert geen strijd op met beginselen en waarden die in de Curaçaose rechtsorde als fundamenteel worden aangemerkt.

Uitspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN

ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN

BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

VONNIS

in de zaak van:

de naamloze vennootschap RAGING RHINO N.V.,

gevestigd in Curaçao,

hierna te noemen: Raging Rhino,

oorspronkelijk eiseres in conventie en gedaagde in reconventie, thans appellante,

gemachtigden: mrs. R.F. van den Heuvel, N.G. Blokland en R.L. Mogen,

tegen

[De speler],

wonende in [woonplaats],

hierna te noemen: de speler,

oorspronkelijk gedaagde in conventie en eiser in reconventie, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk.

1. Het verloop van de procedure

Bij op 2 oktober 2024 ingekomen akte van appel is Raging Rhino in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 26 augustus 2024 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht).

Bij op 13 november 2024 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft Raging Rhino zes grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en, uitvoerbaar bij voorraad, in conventie de vorderingen van Raging Rhino zal toewijzen en in reconventie de vorderingen van de speler zal afwijzen, met veroordeling van de speler in de kosten, met de bepaling dat over de kostenveroordeling de wettelijke rente loopt met ingang van twee weken na het vonnis.

Bij op 13 januari 2025 ingekomen memorie van antwoord heeft de speler de grieven van Raging Rhino bestreden en geconcludeerd tot bevestiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van Raging Rhino in de proceskosten.

Op 3 juni 2025 hebben de gemachtigden van partijen pleitnotities ingediend.

Vonnis is nader bepaald op vandaag.

2. De beoordeling

Het Gerecht heeft onder 2 van het bestreden vonnis de volgende feiten vastgesteld, die niet zijn weersproken.

Raging Rhino exploiteert online casino's op basis van een sublicentie verkregen van een vergunninghouder in Curaçao.

De speler heeft in een online casino van Raging Rhino in Oostenrijk gespeeld. Nadat hem is gebleken dat het casino in Oostenrijk niet over de voor het aanbieden van gokdiensten benodigde vergunning beschikt, is hij in Oostenrijk een procedure gestart tegen Raging Rhino om het geld dat hij heeft ingelegd terug te vorderen.

Bij vonnis van de rechtbank van Wenen van 9 januari 2023 is de vordering van de speler toegewezen en is Raging Rhino veroordeeld de speler een bedrag van € 25.518,42 te betalen, vermeerderd met € 4.464,24 aan proceskosten. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat de met de speler gesloten kansspelovereenkomsten nietig zijn omdat Raging Rhino niet over de benodigde vergunning beschikt en de betalingen door de speler daarom aan de speler moeten worden terugbetaald.

Het Hof van Wenen heeft het door Raging Rhino ingestelde hoger beroep bij vonnis van 13 maart 2023 verworpen en Raging Rhino veroordeeld in de proceskosten van de speler van € 2.286,72.

Raging Rhino vordert in conventie dat voor recht verklaard wordt dat de Oostenrijkse vonnissen zich hier te lande niet voor erkenning lenen, omdat erkenning strijd zou opleveren met de openbare orde hier te lande.

De speler vordert in reconventie dat Raging Rhino op de voet van artikel 431 lid 2 Rv veroordeeld wordt al hetgeen waartoe zij in de Oostenrijkse vonnissen is veroordeeld aan de speler te betalen.

Het Gerecht heeft de vordering in conventie van Raging Rhino afgewezen en de vordering in reconventie van de speler toegewezen.

Hiertegen richt het hoger beroep van Raging Rhino zich.

De artikelen 7A:1807-1810 BWC luiden:

Artikel 1807

De wet staat geen rechtsvordering toe ter zake van een schuld uit spel of uit weddingschap

voortgesproten.

Artikel 1808

1. Onder de hierboven staande bepaling zijn echter niet begrepen die spelen, welke geschikt

zijn tot lichaamsoefening, als het schermen, wedlopen en dergelijke.

2. Niettemin kan de rechter de eis ontzeggen of verminderen, wanneer hem de som overmatig toeschijnt.

Artikel 1809

Van de vorige twee artikelen kan op generlei wijze worden afgeweken.

Artikel 1810

In geen geval kan hij, die het verlorene vrijwillig betaald heeft, hetzelve terugeisen, tenware van de kant van degene, die gewonnen heeft, bedrog, list of oplichting hebbe plaatsgehad.

Curaçao is niet gebonden aan een internationale regeling (een Verdrag of EU-wetgeving) op grond waarvan het tot erkenning van de beslissingen van de Oostenrijkse rechters is gehouden. Die erkenning wordt daarom beheerst door het commune internationaal privaatrecht van Curaçao, dat op dit punt niet afwijkt van dat van Nederland. Op grond van artikel 431 lid 1 RvC kunnen beslissingen door vreemde rechters gegeven, niet in Curaçao ten uitvoer worden gelegd. Art. 431 lid 2 RvC bepaalt dat de gedingen opnieuw bij de rechter in Curaçao kunnen worden behandeld en afgedaan. Een partij kan dan vragen om erkenning van de buitenlandse beslissing, al dan niet met veroordeling tot hetgeen waartoe de wederpartij in de buitenlandse beslissing is veroordeeld.

Naar commuun internationaal privaatrecht is uitgangspunt dat een buitenlandse beslissing in Curaçao in beginsel wordt erkend indien (i) de bevoegdheid van de rechter die de beslissing heeft gegeven, berust op een bevoegdheidsgrond die naar internationale maatstaven algemeen aanvaardbaar is, (ii) de buitenlandse beslissing tot stand is gekomen in een gerechtelijke procedure die voldoet aan de eisen van behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging, (iii) de erkenning van de buitenlandse beslissing niet in strijd is met de Curaçaose openbare orde, en (iv) de buitenlandse beslissing niet onverenigbaar is met een tussen dezelfde partijen gegeven beslissing van de Curaçaose rechter (of van een andere rechter binnen het Koninkrijk der Nederlanden), dan wel met een eerdere beslissing van een buitenlandse rechter die tussen dezelfde partijen is gegeven in een geschil dat hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust, mits die eerdere beslissing voor erkenning in Curaçao vatbaar is. Aldus laatstelijk HR 19 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1963, rov. 3.1.1-3.1.2.

In deze zaak gaat het uitsluitend om de voorwaarde onder (iii): dat erkenning van de buitenlandse beslissing niet in strijd is met de Curaçaose openbare orde.

Bij de beoordeling of is voldaan aan deze voorwaarde gaat het niet erom of de buitenlandse beslissing juist is (er is geen plaats voor een révision au fond). Dit brengt mee dat ook een rechterlijke beslissing die binnen de Curaçaose rechtsorde als onjuist wordt aangemerkt, kan worden erkend.

Dat is anders indien erkenning, gelet op de totstandkoming of inhoud van de desbetreffende beslissing, in strijd komt met beginselen en waarden die in de Curaçaose rechtsorde als fundamenteel worden aangemerkt. De rechter, die bij de beoordeling of van zodanige strijd sprake is, de totstandkoming en de inhoud van de buitenlandse beslissing betrekt, verricht geen révision au fond. Aldus HR 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:54, rov. 4.1.4.

Naar het oordeel van het Hof levert erkenning van de Oostenrijkse vonnissen geen strijd op met beginselen en waarden die in de Curaçaose rechtsorde als fundamenteel worden aangemerkt. Het gaat hier om toetsing aan hedendaagse beginselen en waarden, niet, zoals Raging Rhino kennelijk voorstaat, aan beginselen uit de 19e en eerste driekwart van de 20e eeuw.

Dat, zoals gesteld door Raging Rhino, in andere landen over strijd met de openbare orde mogelijk anders gedacht wordt, doet aan het voorgaande niet af, al is wat betreft bedoelde fundamentele beginselen en waarden een wederzijdse beïnvloeding tussen landen niet uitgesloten.

In het midden kan blijven of de (dwingendrechtelijke) artikelen 7A:1807-1810 BWC toepasselijk zijn op online gaming zoals bedoeld in de Landsverordening buitengaatse hazardspelen (tot 24 december 2024) en de Landsverordening op de kansspelen (LOK). Ook als die artikelen toepasselijk zouden zijn op online gaming, betekent dit enkele feit niet dat daarmee sprake is van strijd met de Curaçaose openbare orde. Het Hof sluit zich aan bij het betoog van de Advocaat-Generaal G. Snijders op dit punt in ECLI:NL:PHR:2024:36 onder 3.28-3.31.

De stelling van Raging Rhino dat de op nationaal niveau geldende regel dat vrijwillige inzetten, behoudens bedrog, list of oplichting, niet kunnen worden teruggevorderd verband houdt met een zo fundamenteel Curaçaos beginsel of waarde dat Gazprombankerkenning van de Oostenrijkse vonnissen in Curaçao strijdig moet worden geacht met de openbare orde van Curaçao, gaat dus niet op.

In het midden kan blijven of de overeenkomst met een onlinecasino die niet over een vergunning beschikt naar Curaçaos recht nietig is. Ook als de overeenkomst naar Curaçaos recht (in beginsel) nietig is – zoals betoogd door de Advocaat-Generaal G. Snijders, ECLI:NL:PHR:2024:36, onder 3.15, maar ontkend door de Advocaat-Generaal Lindenberg, ECLI:NL:PHR:2025:1302, onder 7.29-7.32 (samenvatting) – ontbreekt strijd met de Curaçaose openbare orde.

De door Raging Rhino genoemde noodzakelijke inzet door de Curaçaose rechter van zijn of haar schaarse en kostbare tijd maakt evenmin dat erkenning hier te lande van de Oostenrijkse vonnissen in strijd komt met de Curaçaose openbare orde, nog in het midden gelaten dat een Gazprombankerkenning juist schaarse en kostbare rechterlijke tijd bespaart.

Met het voorgaande wordt geenszins de inhoud van de artikelen 7A:1807 e.v. BW op innerlijke waarde of billijkheid beoordeeld (artikel 13 Algemeene bepalingen der wetgeving van Curaçao). Een révision au fond heeft niet plaatsgevonden (zie rov. 2.11).

De uitkomst is dat de grieven falen. Het bestreden vonnis moet worden bevestigd en Raging Rhino moet de kosten van het hoger beroep dragen.

3. Beslissing

Het Hof bevestigt het bestreden vonnis en veroordeelt Raging Rhino in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van de speler gevallen en tot op heden begroot op Cg 7.500,- aan gemachtigdensalaris en Cg 402,89 aan verschotten.

Dit vonnis is gewezen door mrs. C.G. ter Veer, E.W.A. Vonk en J. de Boer, leden van het Hof en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026 in Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand