ECLI:NL:OGHACMB:2026:119

ECLI:NL:OGHACMB:2026:119

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 06-03-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer H-22/2022 en H-22/2015 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Procesafspraken. Verdachte veroordeeld wegens belastingfraude en witwassen. Verdachte gaf samen met anderen feitelijk leiding aan het doen van onjuiste belastingaangiften en het niet tijdig doen van aangiften, waardoor Sint Maarten aanzienlijke belastinginkomsten misliep. Daarnaast bewezenverklaring van witwassen van twee voertuigen. Het Hof neemt de in hoger beroep gemaakte procesafspraken over.

Uitspraak

Zaaknummers: H-22/2022 en H-22/2015 (tul)

Parketnummers: 820.00002/20 en 100.00122/12 (tul)

Uitspraak: 6 maart 2026 Tegenspraak

Vonnis

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht) van 10 februari 2022 in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1966 in [geboorteplaats],

wonende in Sint Maarten, [adres].

Hoger beroep

Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden. Voorts heeft het Gerecht beslissingen gegeven over in beslag genomen voorwerpen en een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Zowel de verdachte als de officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal en van wat door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S.H.M. Ibrahim en raadsman, mr. M.L. van Gessel, naar voren is gebracht.

Procesafspraken

Op 9 februari 2026 heeft het Hof procesafspraken ontvangen, waarbij het Hof door de procureur-generaal is verzocht dienovereenkomstig te beslissen. De procesafspraken zijn op schrift gesteld en door de procureur-generaal, de verdachte en de raadsvrouw, mede namens de raadsman, op 9 februari 2026 ondertekend. Als uitgangspunten en voorwaarden is in de procesafspraken – samengevat – het volgende vermeld.

De navolgende afspraken in onderzoek Draco I zijn overeengekomen:

Het openbaar ministerie en de verdachte komen voorts in het kader van deze overeenkomst overeen dat de verdachte:

Voorts zijn het openbaar ministerie en de verdachte overeengekomen af te zien van het instellen van cassatie indien de strafoplegging door het Hof conform deze overeenkomst plaatsvindt.

Beoordeling

Ter terechtzitting in hoger beroep van 6 maart 2026 is de korte inhoud van de procesafspraken voorgehouden en is die inhoud en de totstandkoming daarvan door beide partijen bevestigd en toegelicht. Zij hebben daarbij aangegeven dat zij zich rekenschap hebben gegeven van de inhoud, de strekking en de consequenties van hun voorstel. Nu de procesafspraken op basis van vrijwillige wederkerigheid tot stand zijn gekomen en de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 6 maart 2026 in aanwezigheid van zijn raadslieden ondubbelzinnig heeft aangegeven zich te kunnen vinden in de gemaakte procesafspraken en de daarmee gepaard gaande afstand van de verdedigingsrechten, komen deze afspraken voor een beoordeling door het Hof in aanmerking.

Voor het overnemen van de procesafspraken kijkt het Hof niet alleen of zij bijdragen aan het verkorten van de procedure en het efficiënter en effectiever afdoen van de zaak waar de afspraken op zien, maar ook of de overeengekomen afspraken voor de beëindiging van de zaak in een redelijke verhouding staan tot de ernst van de zaak, mede gelet op de in artikel 392 en 394 Sv genoemde vraagpunten.

Het Hof heeft bij de beoordeling van de procesafspraken (mede) in aanmerking genomen het lange tijdsverloop tot op heden en de redelijke termijn die in eerste aanleg met meer dan twee jaar en in hoger beroep met nog enkele maanden (tot aan het moment van het verzoek tot aanhouding door de verdediging) is overschreden. Het openbaar ministerie en de verdediging zijn het erover eens dat voor de overschrijding in hoger beroep nog één maand strafkorting passend zou zijn.

Voorts zijn zij overeengekomen dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden afgewezen. Daarbij is – samengevat – in aanmerking genomen dat de vordering betrekking heeft op feiten die dateren uit de periode 2006–2009 en derhalve zeer oud zijn, dat de opgelegde geldboete reeds grotendeels is voldaan en nog slechts enkele termijnen openstaan, en dat de verdachte blijk heeft gegeven van een gewijzigde en coöperatieve proceshouding. In het bijzonder heeft de verdachte verantwoordelijkheid genomen voor eerdere feiten, meegewerkt aan de afdoening van samenhangende strafzaken en financiële regelingen getroffen in het kader van de ontneming. Tegen deze achtergrond achten het openbaar ministerie en de verdediging voortzetting van de tenuitvoerlegging niet langer opportuun.

Gelet op het voorgaande is het Hof van oordeel dat van het afdoeningsvoorstel kan worden gesteld dat het in een redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak zoals die blijkt uit de processtukken en het verhandelde op de terechtzitting, met inachtneming van de hiernavolgende overwegingen.

Nu het Hof de afspraken overneemt, zal het Hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep en het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het Hof onderworpen – bevestigen, behalve ten aanzien van de strafoplegging en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hoger beroep van het openbaar ministerie is onbeperkt ingesteld, maar blijkens de gemaakte procesafspraken en de vordering van de procureur-generaal ter terechtzitting heeft het openbaar ministerie geen belang meer bij het voortzetten van het hoger beroep. Nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat daarbij is gediend, zal het Hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.

Al wat hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het vonnis waarvan beroep dat aan het oordeel van het Hof is onderworpen.

Vonnis waarvan beroep

Het Hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de opgelegde straf en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd. Daarbij is rekening gehouden met de tussen het openbaar ministerie en de verdediging gemaakte procesafspraken, zoals hiervoor is vermeld.

Oplegging van straf

Het Hof neemt de volgende overwegingen van het Gerecht ten aanzien van de strafoplegging over:

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het gerecht gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken., alsook op de straffen die in vergelijkbare gevallen door het Hof en de gerechten plegen te worden opgelegd.

Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft samen met een ander feitelijk leiding gegeven aan het indienen van onjuiste aangiften Omzetbelasting door een tweetal door hem samen met anderen gerunde bedrijven, alsook aan het niet binnen de gestelde termijn indienen van aangiften Winstbelasting door een van die bedrijven en het niet doen van aangifte voor zijn eigen Inkomstenbelasting. Hierdoor is Sint Maarten minimaal een bedrag van ruim ANG 700.000,- aan belastinginkomsten misgelopen. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van twee auto’s met een gezamenlijke waarde van USD 119.000,-. Door belastingfraude worden de overheid financiële middelen onthouden, die zij nodig heeft voor de vervulling van haar taak. Dit schaadt de gemeenschapsbelangen die door de overheid moeten worden gediend.

Het gerecht heeft bij de bepaling van de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf acht geslagen op de in Nederland geldende LOVS-oriëntatiepunten voor fraudezaken. Voor een fraudebedrag van ANG 700.000,- geldt als oriëntatiepunt een gevangenisstraf voor de duur van twaalf tot achttien maanden, waarbij het bewezenverklaarde bedrag zich aan de bovenkant van deze marge bevat.

Het gerecht betrekt bij de oplegging van de straf als strafverzwarende omstandigheid dat uit het strafblad van de verdachte blijkt dat hij al eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten, en wel tot een gevangenisstraf van 21 maanden en 2 weken, waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. De verdachte is ook na deze veroordeling doorgegaan met het plegen van strafbare feiten.

Het gerecht houdt nog rekening met het feit dat in deze zaak de redelijke termijn waarbinnen de berechting dient plaats te vinden, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is overschreden, aangezien tussen 9 april 2019, het moment waarop er een huiszoeking heeft plaatsgevonden in de woning van de verdachte, en het moment waarop het gerecht vonnis zal wijzen op 10 februari 2022 een periode is verstreken van twee jaar en tien maanden. De op zijn redelijkheid te beoordelen termijn heeft in de eerste aanleg dus meer dan twee jaren geduurd. Daarmee is de redelijke termijn overschreden. Het gerecht zou zonder voornoemde constatering van termijnoverschrijding, alle hiervoor genoemde omstandigheden in aanmerking nemend, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden hebben opgelegd. Nu zal worden volstaan met een gevangenisstraf van 22 maanden.

De officier van justitie heeft de verbeurdverklaring gevorderd van de aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven onroerende goederen. Het gerecht wijst deze vordering af nu de verdachte van het witwassen van deze goederen wordt vrijgesproken en het belang van strafvordering niet (langer) het voortduren van dat beslag vordert. Het gerecht zal de teruggave van deze goederen gelasten aan degenen die blijkens de zich in het dossier bevindende uittreksels uit het Kadaster de rechthebbenden daarop zijn.

Het Hof vult deze overwegingen als volgt aan:

Het Hof is van oordeel dat in beginsel een straf zoals destijds door het Gerecht is opgelegd passend en geboden is.

Het Hof stelt vast dat sprake is van een schending van het recht van de verdachte op berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM. In dat verband wijst het Hof erop dat de verdachte op 23 februari 2022 hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis waarvan beroep en dat de behandeling in tweede aanleg eerst vandaag – aldus niet binnen twee jaren – met een eindvonnis is afgerond. Daarbij geldt dat de overschrijding van enkele maanden, namelijk tot aan het moment van het verzoek tot aanhouding door de verdediging, niet aan de verdachte is toe te rekenen.

Mede gelet op de gemaakte procesafspraken en de vordering van de procureur-generaal ter terechtzitting, is het Hof van oordeel dat de overschrijding van de redelijke termijn in dit geval tot één maand strafvermindering moet leiden. Dit betekent dat het Hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden.

Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

De officier van justitie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging te gelasten van het vonnis van 12 januari 2017 van het Gemeenschappelijk Hof in de strafzaak onder parketnummer 100.00122/12, waarbij de verdachte ter zake van het opdracht geven tot – kortweg – belastingfraude door [bedrijf] is veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met een proeftijd van drie jaren, vóór het einde waarvan, kort samengevat, de verdachte zich niet behoort schuldig te maken aan het plegen van een nieuw strafbaar feit.

Tegen het vonnis is tijdig beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft op 7 januari 2020 het cassatieberoep verworpen. Daarmee is het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof onherroepelijk geworden en is de proeftijd ingegaan.

Het Hof stelt vast dat de onder feit 2 en 3 bewezen verklaarde feiten deels zijn gepleegd ná het inmiddels onherroepelijke vonnis, waardoor de verdachte zich dus vóór het einde van voormelde proeftijd wederom schuldig heeft gemaakt aan soortgelijke strafbare feiten.

Mede gelet op de gemaakte procesafspraken en de vordering van de procureur-generaal ter terechtzitting tot afwijzing van de vordering, acht het Hof de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet opportuun, zodat de vordering zal worden afgewezen.

BESLISSING

Het Hof:

verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep;

vernietigt het vonnis van het Gerecht voor zover aan het oordeel van het Hof onderworpen ten aanzien van de opgelegde straf en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde veroordeling en doet in zoverre opnieuw recht;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 21 maanden;

wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 100.00122/12 bij vonnis van het Hof d.d. 12 januari 2017 voorwaardelijk aan de verdachte opgelegde straf;

bevestigt het vonnis van het Gerecht voor het overige met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter, mr. W. Foppen en mr. L.J. Saarloos, leden van het Hof, bijgestaan door mr. E.P. Versluis, griffier, en op 6 maart 2026 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten.

Mr. Foppen en Mr. Saarloos zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

uitspraakgriffier:

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. P.P.C.M. Waarts
  • mr. W. Foppen
  • mr. L.J. Saarloos

Griffier

  • mr. E.P. Versluis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand