ECLI:NL:OGHACMB:2026:123

ECLI:NL:OGHACMB:2026:123

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 31-03-2026
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer AUA2025H00106
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Aruba. Aanleg datakabels door huurder toegestaan schade.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026

Registratienummers: AUA202400852 – AUA2025H00106

Uitspraak: 31 maart 2026

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

VONNIS

In de zaak van:

de naamloze vennootschap

[Appellante],

gevestigd in [vestigingsplaats],

oorspronkelijk eiseres,

thans appellante,

gemachtigde: mr. M.B. Boyce,

tegen

de stichting

STICHTING ZIEKENVERPLEGING ARUBA,

gevestigd in Aruba,

oorspronkelijk gedaagde,

thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. A.E. Barrios.

De partijen worden hierna [appellante] respectievelijk SZA genoemd.

1. Het verloop van de procedure

Voor het procesverloop in eerste aanleg wordt verwezen naar het tussen partijen gewezen vonnis van 16 april 2025 door het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (verder: het Gerecht) uitgesproken (ECLI:NL:OGEAA:2025:173).

Bij op 23 mei 2025 ter griffie van het Gerecht ingekomen akte van appel is [appellante] in hoger beroep gekomen van voormeld vonnis.

Bij op 2 juli 2025 ingekomen memorie van grieven heeft [appellante] vier grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd en geconcludeerd (verkort weergegeven) dat het Hof het bestreden vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende, SZA zal veroordelen tot schadevergoeding van Afl. 7.700,- per maand, over een periode van 13 jaar en SZA zal veroordelen in de proceskosten in beide instanties (deze eis is gewijzigd, zie daarover verder 4.1 hierna).

Bij op 22 augustus 2025 ingekomen memorie van antwoord heeft SZA de grieven bestreden en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen met veroordeling van [appellante] in de proceskosten in hoger beroep, vermeerderd met wettelijke rente.

Bij akte van 8 februari 2026 heeft [appellante] haar eis gewijzigd.

Op 10 februari 2026 hebben partijen mondeling gepleit in het gerechtsgebouw in Aruba. Aanwezig waren [de directeur], directeur van [appellante], bijgestaan door de gemachtigde van [appellante] en [de bedrijfsjurist] (bedrijfsjurist) en [de manager] (manager) namens SZA, bijgestaan door de gemachtigde van SZA. De gemachtigde hebben pleitnotities gehanteerd bij hun pleidooi. Bij de pleitnotities van mr. Barrios zijn foto’s gevoegd en een usb stick met daarop videobeelden.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

Met ingang van 1 maart 2010 heeft SZA een bedrijfsruimte gehuurd van [appellante], die zich bevindt op een kavel aan de [adres], welk perceel [appellante] in erfpacht heeft. De huurovereenkomst duurde aanvankelijk vier jaar (tot 1 maart 2014) en is vervolgens verlengd met achtereenvolgens vier jaar (tot 1 maart 2018) en vijf jaar (tot 1 maart 2023). Die bedrijfsruimte werd door SZA gebruikt als kantoorruimte.

In de eerste huurovereenkomst van 1 maart 2010 (ondertekend door [de directeur] namens [appellante] en door [betrokkene 1] namens SZA en overgelegd door [appellante] als productie 13 in hoger beroep) is -voor zover voor deze procedure van belang – het volgende bepaald:

Artikel 6 Kosten

Alleen de volgende kosten verbonden aan het gebruik van het gehuurde zoals hierna benoemd, te weten water, elektriciteit, telefoon, fax, internet, schoonmaak, beveiliging, vuilafvoer en tuinonderhoud zijn niet inbegrepen in de huurprijs en zijn voor rekening van SZA.

(…)

Artikel 8 Onderhoud, wijzigingen, enz

Voor rekening van verhuurder komt het groot onderhoud, welke volgens de wet en het plaatselijke gebruik voor rekening van verhuurder is. Onder kosten van groot onderhoud wordt o.a. begrepen het buitenschilderwerk, reparaties aan het dak, de elektrische bekabeling, groot loodgieterwerk, verhelpen van lekkages en vervanging van de koelinstallatie(s) en alarmsysteem, alsmede onderdelen daarvan met een waarde van meer dan AWG. 500,00 per reparatie.

Klein onderhoud tot een bedrag van AWG. 500,00 per reparatie komt voor rekening van het SZA.

Voor zover SZA – met de voorafgaande schriftelijke toestemming van verhuurder – veranderingen, verbeteringen en betimmeringen in het gehuurde heeft aangebracht is SZA verplicht om bij het einde van deze overeenkomst de eigendom daarvan over te dragen aan verhuurder zonder dat partijen over en weer aan elkaar enige vergoeding terzake van de veranderingen, verbeteringen of betimmeringen verschuldigd zijn.

Ten behoeve van de datacommunicatie met het Horacio E. Oduber Hospitaal, zal de SZA een datacommunicatiekabel aanleggen naar het gehuurde. De lokatie zal in overleg met de Huurder nader worden bepaald. Hier geldt het gestelde in lid 3 van dit artikel bij beëindiging van de overeenkomst

Artikel 13 Inspectie en oplevering

1. (…)

2. SZA dient het pand in dezelfde conditie op te leveren zoals ze het heeft gekregen behoudens de normale slijtage zoals te verwachten bij normaal gebruik van het pand.

De huurovereenkomst die is gesloten ten behoeve van de eerste verlenging (voor de periode van 1 maart 2014 tot 1 maart 2018) is gelijkluidend aan de eerste overeenkomst. De tweede verlenging (voor de periode van 1 maart 2018 tot 1 maart 2023) is vastgelegd door middel van een “addendum huurovereenkomst”, waarin staat dat partijen de huurovereenkomst willen verlengen voor een periode van vijf jaar.

SZA heeft ondergronds datakabels laten aanleggen door Setar (een telecomonderneming in Aruba). Die kabels verbinden het hoofdgebouw van het ziekenhuis met onder meer de bedrijfsruimte van [appellante] (zie productie 21 in hoger beroep overgelegd door [appellante]). De kabels liggen deels in de grond van het perceel dat [appellante] in erfpacht heeft.

Bij brief van 13 september 2022 heeft SZA de huurovereenkomst opgezegd met ingang van 13 december 2022. SZA heeft huur betaald tot 1 januari 2023.

3. De procedure in eerste aanleg

In eerste aanleg heeft [appellante] gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad SZA te veroordelen tot betaling van Afl. 138.600,-, met haar veroordeling in de proceskosten. In dit bedrag was begrepen Afl. 38.500,- (vijf maanden huur op grond van vroegtijdige beëindiging van de huurovereenkomst) en Afl. 100.000,- (schade van Afl. 7.700 x 13 maanden).

Bij het bestreden vonnis heeft het Gerecht de vordering afgewezen.

Het Gerecht heeft onder meer – voor zover in hoger beroep nog van belang – het volgende overwogen. In artikel 8 lid 4 van de huurovereenkomst is bepaald dat SZA kabels mag aanleggen. Daarmee heeft [appellante] dus bij het aangaan van de huurovereenkomst ingestemd (rov 4.7). Niet valt in te zien waarom SZA na de aanleg van de kabels extra huur aan [appellante] zou moeten betalen (rov 4.9). Ook als het klopt dat SZA heeft nagelaten te overleggen over de locatie van de kabels leidt dat er niet zonder meer toe dat SZA schadeplichtig wordt. [appellante] heeft nagelaten te stellen dat zij daadwerkelijk schade heeft geleden (rov 4.10). SZA heeft met de verklaring van Setar uitgelegd wat voor soort bekabeling is gebruikt en dat deze kabels veilig zijn. [appellante] heeft nagelaten in reactie daarop duidelijk te maken dat en waarom zij toch schade lijdt (rov 4.11). Gesteld noch gebleken is dat er tijdens de werkzaamheden die in opdracht van SZA zijn uitgevoerd, leidingen of kabels beschadigd zijn geraakt. Evenmin is gesteld of gebleken dat [appellante] daardoor schade heeft geleden (rov 4.12). De gevolgen van de keuze van [appellante] dat zij de datakabels niet wil hebben kan zij gelet op de huurovereenkomst niet op SZA afwentelen (rov. 4.13).

4. De beoordeling

Vermeerdering van eis

appellante] heeft haar eis in hoger beroep bij memorie van grieven vermeerderd. Zij vordert een verklaring voor recht dat SZA toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst dan wel onrechtmatig heeft gehandeld door zonder voorafgaande schriftelijke toestemming en zonder vergoeding structureel en exclusief gebruik te maken van aangelegde datacommunicatie-infrastructuur in het gehuurde, subsidiair dat SZA onrechtmatig heeft gehandeld. Verder heeft [appellante] haar eis in die zin vermeerderd dat zij veroordeling vordert tot betaling van Afl. 7.700,- per maand over een periode van 13 jaar.

Bij akte van 8 februari 2026 heeft [appellante] haar eis nogmaals gewijzigd in die zin dat voormelde verklaring voor recht niet alleen ziet op structureel en exclusief gebruik van aangelegde datacommunicatie-infrastructuur in het gehuurde, maar ook op een aan [appellante] in erfpacht toebehorend terrein dat niet onder de huurovereenkomst valt.

Het Hof heeft ter terechtzitting de eiswijziging van 8 februari 2026 toegelaten en aangegeven dat aan het einde van de zitting zal worden bezien of een nadere uitlating hierop door SZA nodig is. Aan het einde van de zitting heeft SZA aangegeven dat zij voldoende op de eiswijziging heeft kunnen reageren.

appellante] stelt nog een eiswijziging te hebben ingediend op 9 februari 2026 in de middag. Het Hof heeft dat niet ontvangen en oordeelt dat het melden ter terechtzitting van een eiswijziging die een dag eerder is ingediend en niet door het Hof is ontvangen in strijd is met de goede procesorde. Het Hof dus recht doen op de eis zoals zoals gewijzigd bij de akte van 8 februari 2026.

Omvang van het hoger beroep

In eerste aanleg heeft [appellante] betaling gevorderd van vijf maanden huur op grond van voortijdige beëindiging van de huurovereenkomst. Het Gerecht heeft deze vordering afgewezen. In hoger beroep heeft [appellante] daar geen bezwaar tegen gemaakt en het bedrag van Afl. 38.500 ook niet meer gevorderd. Deze vordering ligt dus in hoger beroep niet meer voor.

In hoger beroep gaat het dus nog om de gevorderde verklaring voor recht en om betaling van schadevergoeding van Afl. 7.700,- per maand over een periode van 13 jaar.

Uitleg van de huurovereenkomst

Aan de gevorderde verklaring voor recht legt [appellante] ten grondslag dat SZA toerekenbaar tekort is geschoten dan wel onrechtmatig heeft gehandeld door zonder schriftelijke toestemming van [appellante] structureel en exclusief gebruik te maken van de datakabels zonder daar een vergoeding voor te betalen.

Partijen verschillen van mening over de vraag of op grond van artikel 8 van de huurovereenkomst schriftelijke toestemming van [appellante] is vereist voor het aanleggen van de datakabels door SZA. Ook is tussen partijen in geschil of SZA op grond van artikel 6 van de huurovereenkomst aan [appellante] een vergoeding is verschuldigd voor het gebruik van die kabels.

Ter beantwoording van deze vragen dient de huurovereenkomst tussen partijen te worden uitgelegd. Dat gebeurt aan de hand van de Haviltex-maatstaf. Het komt daarbij aan op de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden van het geval over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij in dat opzicht redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Het Hof overweegt hierover als volgt.

Artikel 8 lid 3 van de huurovereenkomst regelt de overdracht in eigendom door SZA aan [appellante] van veranderingen, verbeteringen en betimmeringen in het gehuurde, voor zover deze met voorafgaande schriftelijke toestemming van [appellante] zijn aangebracht. Artikel 8 lid 4 bepaalt vervolgens dat SZA ten behoeve van de datacommunicatie met het Horacio E. Oduber Hospitaal een datacommunicatiekabel naar het gehuurde zal aanleggen. Omdat lid 3 spreekt van schriftelijke toestemming, en daarna een afzonderlijk lid 4 is opgenomen dat uitdrukkelijk voorschrijft dat een datacommunicatiekabel zal worden aangelegd, volgt uit beide artikelonderdelen in samenhang gelezen dat voor de aanleg van die datacommunicatiekabel geen afzonderlijke schriftelijke toestemming was vereist. Dit volgt ook uit het feit dat het in artikel 8 lid 4 vereiste overleg tussen partijen (kennelijk wordt in die bepaling met het woord ‘Huurder’ [appellante] als de verhuurder bedoeld) volgens de tekst van het artikel geen betrekking heeft op de vraag of de kabel mag worden aangelegd maar enkel op de locatie daarvan. Met andere woorden: SZA mocht een datacommunicatiekabel aanleggen zonder dat daarvoor afzonderlijk schriftelijke toestemming van [appellante] was vereist, maar moest over de locatie van die kabel overleg plegen met [appellante].

De verwijzing in artikel 8 lid 4 naar het gestelde in artikel 8 lid 3 heeft blijkens de tekst alleen betrekking op de eigendomsoverdracht zonder vergoeding over en weer van de in lid 3 genoemde zaken. SZA mocht artikel 8 leden 3 en 4 in redelijkheid uitleggen zoals hiervoor weergegeven; [appellante] moest het zo in redelijkheid begrijpen.

appellante] heeft ook in hoger beroep onvoldoende aangevoerd waaruit blijkt dat partijen andere bedoelingen hadden dan uit de tekst van deze artikelonderdelen blijkt. [appellante] heeft weliswaar aangevoerd dat SZA redelijkerwijze niet kon verwachten dat zij onbeperkt voordeel trekt uit een kabel waarvoor toestemming is vereist, zonder vergoeding of contractuele regeling. SZA heeft daarop gereageerd door te wijzen op de toestemming die [appellante] heeft verleend, doordat hij akkoord ging met artikel 8 lid 4 van de huurovereenkomst.

Daarnaast heeft [appellante] aangevoerd dat SZA op grond van artikel 6 van de huurovereenkomst een vergoeding moet betalen voor het gebruik van de datakabels. Uit de tekst van genoemd artikel volgt dit niet. Artikel 6 bepaalt namelijk welke kosten verbonden aan het gebruik van het gehuurde niet zijn inbegrepen in de huurprijs en kosten in verband met het gebruik van een datakabels vallen daar niet onder. Onvoldoende is gesteld om aan te nemen dat partijen artikel 6 redelijkerwijs toch zo mochten/moesten begrijpen dat voor het gebruik van de datakabels een vergoeding verschuldigd zou zijn.

Voor zover [appellante] aan haar stelling dat SZA een vergoeding verschuldigd is ten grondslag legt dat SZA onbeperkt voordeel trekt uit de datakabels geldt dat SZA gemotiveerd heeft betwist dat zij de datakabels commercieel heeft gebruikt. Zij heeft hiertoe gesteld dat de datakabels uitsluitend voor eigen gebruik waren bedoeld, namelijk voor de verbinding met het netwerk van SZA. Vanwege de gevoelige informatie op dit netwerk waren de datakabels juist niet bedoeld om ook door derden, tegen vergoeding, te worden gebruikt. [appellante] heeft deze stellingen niet voldoende gemotiveerd weersproken. Het Hof gaat er dan ook van uit dat van commercieel gebruik door SZA geen sprake was.

Voor zover [appellante] zich beroept op wanprestatie op de grond dat de locatie van de datacommunicatiekabel in strijd met art. 8 lid 4 van de huurovereenkomst niet in overleg met [appellante] nader is bepaald, faalt dat betoog. [appellante] is niet voldoende ingegaan op het betoog van SZA dat het [appellante] ten tijde van de aanleg niet kan zijn ontgaan waar de kabels werden aangelegd. Gelet hierop mocht SZA redelijkerwijs begrijpen dat [appellante] stilzwijgend akkoord ging met de locatie van de kabels en dat nader uitdrukkelijk overleg daarover niet nodig was. Bovendien heeft [appellante] niet onderbouwd wat voor schade hij heeft geleden als gevolg van het ontbreken van overleg en evenmin een vordering tot vergoeding van schade ingediend.

De gevorderde verklaring voor recht en schadevergoeding worden afgewezen

Op grond van het voorgaande worden de gevorderde verklaring voor recht dat SZA toerekenbaar tekort is geschoten dan wel onrechtmatig heeft gehandeld door zonder voorafgaande schriftelijke toestemming en zonder vergoeding structureel en exclusief gebruik te maken van aangelegde datacommunicatie-infrastructuur in het gehuurde afgewezen. Hetzelfde geldt voor de gevorderde schadevergoeding op grond van wanprestatie door zonder toestemming de datakabels aan te leggen en daar commercieel gebruik van te maken.

appellante] stelt in haar akte wijziging van eis van 8 februari 2026 dat de datakabels niet alleen zijn aangelegd op het terrein waarop het door SZA gehuurde pand staat, maar ook op een aangrenzend terrein waarop [appellante] een recht van erfpacht heeft. Ook deze stelling is door SZA gemotiveerd betwist. Aan de hand van door SZA als productie bij haar pleitnota in hoger beroep overgelegde en ter zitting getoonde en toegelichte videobeelden en de plattegrond die door [appellante] is overgelegd als productie 21 in hoger beroep is genoegzaam het volgende gebleken. In 2009 zijn in opdracht van SZA datakabels geïnstalleerd bij een pand dat destijds door het ziekenhuis werd gehuurd. Deze kabels zijn doorgetrokken naar het achter het perceel van [appellante] gelegen pand waar dr. Cabenda is gevestigd. Bij het aangaan van de huurovereenkomst tussen [appellante] en SZA zijn de datakabels vanaf het terrein van dr. Cabenda doorgetrokken naar het pand van [appellante]. Voor de stelling dat de datakabels waar het in deze zaak om gaat zich ook bevinden op een ander aan [appellante] in erfpacht behorend perceel dat niet valt onder de huurovereenkomst heeft [appellante] onvoldoende aangevoerd.

Overig

appellante] heeft aan haar stelling dat de huurovereenkomst tot stand is gekomen onder invloed van dwaling geen gevolgen verbonden door bijvoorbeeld vernietiging van de huurovereenkomst te vorderen. Het Hof zal dan ook op de gestelde dwaling niet ingaan. Overigens is niet duidelijk waarover [appellante] zou hebben gedwaald.

appellante] heeft in deze procedure niet gevorderd (ook niet in de hiervoor genoemde eiswijzigingen in hoger beroep) dat SZA de aangelegde datakabels moet verwijderen. De stellingen van [appellante] die betrekking hebben op verwijdering van de kabels, waaronder een beroep op artikel 13 van de huurovereenkomst, behoeven dus geen bespreking.

In het midden kan blijven of [appellante] schade lijdt omdat zij niet weet waar de kabels liggen en wat voor kabels het zijn zodat zij onbekend is met eventuele stralingseffecten van de kabels. [appellante] heeft bij haar gewijzigde eis immers hieraan geen (schade)vordering gekoppeld.

Slotsom

Het bestreden vonnis zal worden bevestigd. De vorderingen van [appellante] worden afgewezen. [appellante] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

BE S L I S S I N G

Het Hof:

bevestigt het bestreden vonnis;

wijst de vorderingen van [appellante] af;

veroordeelt [appellante] in de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van SZA gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 207,- aan verschotten en Afl. 24.000,- aan gemachtigdensalaris, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na vandaag tot aan de dag van de voldoening.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, G.C.C. Lewin en C.G. ter Veer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 31 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand