ECLI:NL:OGHACMB:2026:124

ECLI:NL:OGHACMB:2026:124

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 31-03-2026
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer AUA202H00208
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Aruba. Wijziging geslachtsaanduiding burgerlijke stand.art. 8 EVRM. Concordantiebeginsel

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026

Zaaknr.: AUA2025400541-AUA2025H00208

Uitspraak: 31 maart 2026

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Beschikking in de zaak van:

De Ambtenaar van de Burgerlijke Stand,

gevestigd in Aruba,

in eerste aanleg belanghebbende,

thans appellant,

hierna te noemen: ABS,

gemachtigde: mr. A.M. Els,

-tegen-

[geïntimeerde],

wonend in Aruba,

in eerste aanleg verzoeker,

thans geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

gemachtigde: mr. E.A.D.M.E.J. Wever.

De zaak in het kort

In deze zaak verzoekt [geïntimeerde] wijziging van zijn voornamen en van de geslachtsaanduiding op zijn geboorteakte van ‘vrouwelijk’ naar ‘mannelijk’. Bij beschikking van 3 juni 2025 zijn de voornamen gewijzigd zoals verzocht. Bij beschikking van 1 juli 2025 heeft het Gerecht ABS gelast als latere vermelding aan de akte van geboorte van [geïntimeerde] toe te voegen de wijziging van het geslacht van “vrouwelijk” in “mannelijk”. Tegen deze laatste beslissing richt zich het hoger beroep van ABS. Het Hof komt tot een bevestiging maar op een andere rechtsgrond dan het Gerecht.

1. Het verloop van de procedure

Verwezen wordt naar de op 1 juli 2025 uitgesproken beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht). De inhoud van die beschikking geldt als hier ingevoegd.

ABS is in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking door indiening op 11 augustus 2025 van een beroepschrift met producties.

De mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft plaatsgehad op 10 februari 2026 in het Gerechtsgebouw in Aruba. Verschenen zijn [betrokkene], namens ABS, en [geïntimeerde], bijgestaan door zijn gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van het Hof beantwoord.

Uitspraak is bepaald op vandaag.

2. De feiten

geïntimeerde] is op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats] geboren. Hij heeft de [nationaliteit] nationaliteit.

Aan [geïntimeerde] zijn bij zijn geboorte de voornamen [voornamen] gegeven. Op de geboorteakte staat vermeld dat hij van het vrouwelijk geslacht is.

Bij beschikking van 3 juni 2025 zijn de voornamen van [geïntimeerde] op zijn verzoek gewijzigd in [geïntimeerde]. Als grondslag voor zijn verzoek heeft [geïntimeerde] aangevoerd dat hij al geruime tijd door het leven gaat als man. Het Gerecht heeft overwogen dat bij [geïntimeerde] sprake is van genderdysforie en dat hij het medische traject dat moet leiden tot zijn transitie inmiddels bijna heeft afgerond.

3. De procedure bij het Gerecht

geïntimeerde] verzoekt – voor zover in hoger beroep nog van belang - om te gelasten dat de geslachtsaanduiding op zijn geboorteakte wordt gewijzigd van “vrouwelijk” in “mannelijk”.

Het Gerecht heeft bij de bestreden beschikking ABS gelast als latere vermelding aan de akte van geboorte van [geïntimeerde] (aktenummer [aktenummer] van het registerjaar [registerjaar]) toe te voegen de wijziging van het geslacht van “vrouwelijk” in “mannelijk” en bepaald dat de griffier na zes weken een afschrift van de beschikking van het Gerecht zal zenden aan ABS.

4. De beoordeling

Waar het hoger beroep zich tegen richt

Het Gerecht heeft onder meer en samengevat het volgende overwogen. Volgens vaste rechtspraak van het Europese Hof voor de rechten van de Mens (EHRM) maakt genderidentiteit onderdeel uit van iemands recht op privéleven op grond van artikel 8 EVRM. Landen die zijn aangesloten bij het EVRM moeten het ingevolge jurisprudentie van het EHRM mogelijk maken dat een geslachtswijziging juridisch wordt erkend, in die zin dat deze wordt verwerkt in de registers van de Burgerlijke Stand (rov. 4.3). Voor Aruba als verdragsluitende staat vloeit dus uit het EVRM een positieve verplichting voort om een transgender persoon de mogelijkheid te bieden het geslacht in de registers van de Burgerlijke Stand te wijzigen. Bij gebreke van een wettelijke bepaling is artikel 1:24 BW de meest voor de hand liggende grondslag daarvoor. Volgens de Hoge Raad laat het begrip ‘misslag’ enige ruimte om de geslachtsaanduiding in de geboorteakte aan te passen aan iemands eigen overtuiging over diens genderidentiteit. Ook als artikel 1:24 BW niet de grondslag kan zijn, is ABS op grond van artikel 8 EVRM gehouden de wijziging door te voeren (rov. 4.4).

Het hoger beroep richt zich tegen deze overwegingen van het Gerecht. ABS is het niet eens met de overweging dat het verzoek toewijsbaar is op grond van artikel 1:24 BW en wenst hierover duidelijkheid voor de toekomst. Tegen toewijzing op grond van artikel 8 EVRM heeft ABS geen bezwaar. ABS heeft ook geen bezwaar naar voren gebracht tegen de oordelen van het Gerecht dat als voorwaarde voor toewijzing van een verzoek als dit geldt dat uit een verklaring van een medisch deskundige blijkt dat de betrokkene de overtuiging heeft tot het andere geslacht te behoren, dat die overtuiging blijvend is gebleken en dat [geïntimeerde] aan deze voorwaarden voldoet.

Artikel 1: 24 BW biedt geen grondslag voor toewijzing van het verzoek

In zijn uitspraak van 30 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ5686 heeft de Hoge Raad onder meer het volgende overwogen:

‘3.4.2. Uit de gegevens vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.8 tot en met 2.27 blijkt het volgende.

De wettelijke regeling inzake de, verplichte, vermelding van het geslacht in de geboorteakte, gaat ervan uit dat bij de geboorte aan de hand van de uiterlijke geslachtskenmerken kan worden vastgesteld of het kind hetzij tot het mannelijke hetzij tot het vrouwelijke geslacht behoort, waarbij de ambtenaar van de burgerlijke stand zich kan baseren op de bij de aangifte van de geboorte over te leggen verklaring van een arts of een verloskundige. Het uitgangspunt van de wettelijke regeling dat in het eenmaal vastgestelde geslacht geen verandering komt, blijkt niet steeds met de werkelijkheid overeen te stemmen. In verband daarmee zijn enige wettelijke voorzieningen getroffen.

Voor gevallen van transseksualiteit, waarvoor blijkens de in de conclusie onder 2.18 en 2.19 vermelde rechtspraak de wettelijke regeling inzake misslagen in de geboorteakte geen oplossing biedt, is in art. 1:28 e.v. BW een bijzondere regeling opgenomen. Deze regeling is niet gebaseerd op toepassing van art. 1:24 BW, maar op de gedachte dat een wijziging van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte gerechtvaardigd is indien aan de bij deze regeling voorziene voorwaarden is voldaan. Daarbij is de overtuiging van de betrokkene tot het andere geslacht te behoren alléén niet voldoende geacht. Voor wijziging van de geslachtsaanduiding is immers tevens vereist dat de betrokkene, voorzover dit uit medisch en psychologisch oogpunt mogelijk en verantwoord is, lichamelijk aan het verlangde geslacht is aangepast.

Bij het ontwerpen van deze regeling heeft de wetgever tevens gevallen van interseksualiteit onder ogen gezien, waarbij de betrokkene geslachtelijke kenmerken van beide seksen bezit. Wanneer in dergelijke gevallen te eniger tijd blijkt dat de betrokkene tot een ander geslacht behoort dan het geslacht dat bij de geboorte in de geboorteakte is vermeld en waarvan de betrokkene toentertijd (naast die van het andere geslacht) de somatische geslachtskenmerken bezat, of wanneer de betrokkene voor een ander geslacht kiest, bestaat de mogelijkheid langs de weg van (thans) art. 1:24 BW om aanpassing van de registratie van het geslacht te verzoeken op de grond dat sprake is van een misslag (Kamerstukken [kamerstukken]).

Ten slotte is in art. 1:19d BW een regeling getroffen voor gevallen waarin bij de geboorte het geslacht van het kind niet met zekerheid is vast te stellen. Deze regeling voorziet erin dat, indien ook binnen drie maanden na de geboorte niet aan de hand van een medische verklaring het geslacht kan worden vastgesteld, het geslacht onvermeld blijft, met dien verstande dat in plaats van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte staat vermeld dat het geslacht niet is kunnen worden vastgesteld. Hierbij is overwogen dat in voorkomende gevallen in een later stadium de verbeteringsprocedure van art. 1:24 BW kan worden gevolgd teneinde alsnog het geslacht in de geboorteakte te doen opnemen.

De hiervoor vermelde regelingen strekken ertoe in gevallen waarin niet kan worden gezegd dat, beoordeeld naar de uiterlijke geslachtskenmerken ten tijde van de geboorte, in de geboorteakte een misslag is begaan, de registratie van het geslacht in de geboorteakte onder nadere voorwaarden te wijzigen in het geslacht waartoe de betrokkene volgens zijn overtuiging werkelijk behoort of is gaan behoren. Ook de in art. 1:19d BW geregelde procedure (en de hiervoor vermelde mogelijkheid van latere verbetering van de geboorteakte) strekt ertoe, zodra dit mogelijk is, in de geboorteakte het geslacht op te nemen waartoe de betrokkene medisch gezien of volgens zijn overtuiging behoort. Hiermee wordt beoogd de betrokkene in staat te stellen zich in de maatschappij zo goed mogelijk te ontplooien, overeenkomstig de wijze waarop hij zich daarin, wat zijn geslacht betreft, presenteert. In zoverre wordt op het punt van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte, zij het onder zekere beperkingen die verband houden met de fysieke kenmerken van de betrokkene, tegemoetgekomen aan de overtuiging van de betrokkene omtrent zijn geslachtelijke identiteit. Steeds is daarbij evenwel het uitgangspunt dat de betrokkene zich, zoals in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is, hetzij als man hetzij als vrouw wil presenteren.

De mogelijkheid van het achterwege laten van een vermelding in de geboorteakte van hetzij het mannelijke hetzij het vrouwelijke geslacht (en het bieden van een keuzemogelijkheid aan de betrokkene) is bij de voorbereiding van de wettelijke regeling inzake transseksualiteit blijkens onderdeel 2.29 van de conclusie van de Advocaat-Generaal wel onder ogen gezien, maar op de daar vermelde gronden verworpen.

Uit het voorgaande moet worden afgeleid dat het begrip misslag in art. 1:24 BW een zekere ruimte laat voor een aanpassing van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte overeenkomstig de overtuiging van de betrokkene omtrent diens geslachtelijke identiteit. Die ruimte is evenwel niet onbeperkt. In gevallen die niet worden voorzien in de hiervoor vermelde bijzondere wettelijke regelingen, ontbreekt die ruimte met name als de bij de betrokkene gegroeide overtuiging niet overeenstemt met diens fysieke geslachtskenmerken en als die overtuiging inhoudt dat de betrokkene noch tot het mannelijke noch tot het vrouwelijke geslacht behoort.’

Deze uitspraak geeft, anders dan het Gerecht in de bestreden beslissing heeft overwogen, geen ruimte om in gevallen van transseksualiteit op grond van artikel 1:24 BWNL (grotendeels gelijkluidend aan 1:24 BW) het geslacht te wijzigen in de registers van de Burgerlijke Stand. De Hoge Raad overweegt immers uitdrukkelijk, onder verwijzing naar in de conclusie onder 2.18 en 2.19 vermelde rechtspraak, dat voor gevallen van transseksualiteit in art. 1:28 e.v. BWNL (zie ook hierna) een bijzondere regeling is opgenomen, die niet is gebaseerd op art. 1:24 BW, maar op de gedachte dat een wijziging van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte gerechtvaardigd is indien aan de bij deze regeling voorziene voorwaarden is voldaan.

geïntimeerde] heeft aangevoerd dat gelet op de huidige stand van de wetenschap en maatschappelijke ontwikkelingen niet onverkort kan worden vastgehouden aan het standpunt dat genderidentiteit alleen kan worden vastgesteld op grond van uiterlijke geslachtskenmerken, maar dat die ook kan worden vastgesteld op grond van duurzaam beleefde genderidentiteit. Indien het Hof [geïntimeerde] hierin zou volgen, zou dit betekenen dat personen die hun geslachtsaanduiding in de geboorteakte willen wijzigen bij ABS terecht kunnen en dat ABS dan telkens zal moeten beoordelen of de gewenste geslachtsaanduiding gebaseerd is op duurzaam beleefde genderidentiteit. Nu een wettelijke regeling voor die beoordeling, zoals in Nederland wel bestaat, ontbreekt in Aruba (zie hierna) acht het Hof het niet juist en niet wenselijk deze taak neer te leggen bij ABS.

In Nederland is op 1 juli 2014 de Transgenderwet in werking getreden. Als gevolg daarvan voorzien de artikelen 1:28 tot en met 1:28 c BWNL in wijziging van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte. Daarbij is bepaald dat iedere Nederlander van zestien jaar of ouder die de overtuiging heeft tot het andere geslacht te behoren dan is vermeld in de akte van geboorte, van die overtuiging aangifte kan doen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand.

De totstandkoming in Nederland van een naar de inhoud nieuwe wettelijke regel omtrent een onderwerp van burgerlijk recht heeft niet reeds uit kracht van het concordantiebeginsel tot gevolg dat de inhoud van die regel van rechtswege deel gaat uitmaken van het in Aruba geldende recht (HR 26 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB4204). Er bestaat met name dan aanleiding niet overeenkomstig dat beginsel te beslissen indien sprake is van een duidelijk verschil in maatschappelijke opvattingen of de wetgever van het betrokken land een welbewuste keuze heeft gemaakt voor een afwijkend regime (HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1104). In tegenstelling tot in Nederland heeft de wetgever in Aruba niet voorzien in een procedure waarbij een transgender wijziging van de geslachtsaanduiding in de registers van de burgerlijke stand kan verzoeken. Ook bij de wijziging van het Burgerlijk Wetboek in 2021 heeft de Arubaanse wetgever deze mogelijkheid niet in de wet opgenomen. Het Hof ziet op grond van het voorgaande geen aanleiding om op grond van het concordantiebeginsel de Nederlandse wetgeving op dit punt zonder meer van overeenkomstige toepassing te achten in Aruba.

Artikel 8 EVRM

Zolang er geen wettelijke regeling is in Aruba voor wijziging van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte wegens genderdysforie, is het aan de rechter om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval te beslissen. De Hoge Raad heeft dit beslist voor gevallen van genderneutraliteit (HR 4 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:336). Naar het oordeel van het Hof heeft dit in Aruba naar de huidige stand van het recht ook te gelden voor transgenderpersonen die een wijziging van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte verlangen. Genderidentiteit valt immers binnen het bereik van het recht op privéleven als bedoeld in art. 8 EVRM. Het artikel verplicht de verdragspartijen bij het EVRM, waaronder Aruba als onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden, onder omstandigheden tot juridische erkenning van de genderidentiteit van transgenderpersonen. Daaruit vloeit voort dat transgenderpersonen er onder omstandigheden recht op hebben dat de geslachtsaanduiding in de geboorteakte in overeenstemming wordt gebracht met de duurzaam beleefde genderidentiteit. Aan overheden komt in dit verband maar een small margin of appreciation toe.

geïntimeerde] heeft met de overgelegde stukken (de overgelegde verklaringen van de psycholoog Maduro en GZ-psycholoog Falconi, de verklaring van kinderarts Busari over de duurzaam beleefde genderidentiteit van [geïntimeerde] en de begeleiding door onder meer het gender team van het Amsterdam UMC) en zijn verklaring ter terechtzitting in hoger beroep voldoende aannemelijk gemaakt dat hij recht heeft op juridische erkenning van zijn genderidentiteit als mannelijk. Het verzoek van [geïntimeerde] om te gelasten dat de geslachtsaanduiding op zijn geboorteakte wordt gewijzigd van ‘vrouwelijk’ in ‘mannelijk’ wordt dan ook toegewezen.

Slotsom

De bestreden beschikking wordt bevestigd, zij het op een andere rechtsgrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING:

Het Hof:

bevestigt de bestreden beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.A. Saleh, G.C.C. Lewin en C.G. ter Veer, leden van het Hof, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2026 in Aruba, in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand