Burgerlijke zaken over 2026
Zaaknummers: CUR201904015 – CUR2025H0006
Uitspraak: 19 mei 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
[ADVOCAAT],
wonende in Sint Maarten,
in eerste aanleg eiseres, thans appellante,
procederende in persoon,
tegen
1. de besloten vennootschap
INTERNATIONAL HEALTHCARE HOLDING B.V.,
gevestigd in Curaçao,
2. [GEÏNTIMEERDE 2],
wonende in Curaçao,
3. [GEÏNTIMEERDE 3],
wonende in Curaçao,
in eerste aanleg gedaagden, thans geïntimeerden,
gemachtigde: mr. A.C. van Hoof.
Partijen worden hierna [advocaat], IHH, [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] genoemd. Geïntimeerden worden gezamenlijk IHH c.s. genoemd.
1. De zaak in het kort
In dit geding vordert een advocaat een vergoeding voor haar werkzaamheden. Het Gerecht heeft haar niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. In dit hoger beroep komt het Hof tot dezelfde uitkomst.
2. Het verloop van de procedure
Bij op 6 januari 2025 ingekomen akte van appel is [advocaat] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 9 december 2024 uitgesproken vonnis, ECLI:NL:OGEAC:2024:250, (hierna: het eindvonnis) van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) en van het vonnis dat daaraan vooraf is gegaan, dat is het vonnis van 22 april 2024, ECLI:NL:OGEAC:2024:252 (hierna: het tussenvonnis).
Bij op 4 februari 2025 ingekomen memorie van grieven heeft [advocaat] 29 grieven tegen de vonnissen aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof de vonnissen zal vernietigen en haar vorderingen alsnog zal toewijzen, met veroordeling van IHH c.s. in de kosten.
Bij op 9 april 2025 ingekomen memorie van antwoord hebben IHH c.s. de grieven bestreden. Hun conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden eindvonnis zal bevestigen, met veroordeling van [advocaat] in de proceskosten.
Op 19 augustus 2025 hebben partijen pleitnotities ingediend. [advocaat] heeft daarbij producties overgelegd waarvan de laatste is genummerd 47B, in een mapje waarop de voorzitter van het Hof bij die rolzitting heeft aangetekend dat de producties op voorhand zijn bezorgd.
Vonnis is nader bepaald op vandaag.
3. De beoordeling
Feiten
Het Hof gaat uit van de volgende feiten.
[advocaat] is in het verleden de advocaat geweest van IHH c.s.
In een akte van 16 november 2014 (hierna: de overeenkomst) staat het volgende:
International Healthcare Holding B.V., [geïntimeerde 2] and [geïntimeerde 3], (hereafter to be called IHH/[geïntimeerden 2 en 3])
And
[advocaat], (herafter to be called Consultant)
Agree as follows:
1. The amount of US$ 72,000 will be paid in monthly installments of US$ 5,000 by IHH/[geïntimeerden 2 en 3] to Consultant commencing December 1, 2014.
2. For each new court case a down payment of US$ 10,000 will be paid and the balance will be paid in monthly installments. As soon as the financial position of [vennootschap] is better the retainer and payments will be arranged.
3. Any important decisions with regard to Curaçao will be discussed and agreed upon with Consultant prior to taking any decision.
4. In case of the sale of [vennootschap] NV shares by IHH/[geïntimeerden 2 en 3], the Consultant will be paid a commission of 30% of the purchase price to be paid by the buyer (minus purchase price paid by IHH/[geïntimeerden 2 en 3]) This commission is based on the fact that consultant has been extremely loyal to IHH/[geïntimeerden 2 en 3]/[vennootschap] and has sacrificed her consultancy in St Maarten working tirelessly for [vennootschap]/IHH/[geïntimeerden 2 en 3] seven days a week for 15 to 20 hours or more a day even when sick, travelling form St Maarten and the U.S.A. to Curacao, even getting of a flight when necessary, thus saving [vennootschap]/IHH/[geïntimeerden 2 en 3] on numerous occasions form the attacks of [betrokkenen]. IHH/[geïntimeerden 2 en 3] realize that without the sacrifices of consultant, they would have been ousted from [vennootschap] by the bad faith collusion of [betrokkene 1] and his accomplices and that [vennootschap] would be in ruins. The commission is well deserved and justified and IHH/[geïntimeerden 2 en 3] will never forget the loyalty and sacrifices of consultant who even assisted them when sick. IHH/[geïntimeerden 2 en 3] are grateful to consultant and from their side will also be loyal to consultant both in business and personally.
5. An amount of US$ 26,500 will be adjusted by IHH/[geïntimeerden 2 en 3] for rotations of [betrokkene 2] in addition to US$ 25,000 that has already been adjusted in the form of Consultant’s fee in 2014. [geïntimeerden 2 en 3] will keep Consultant informed about [betrokkene 2]’s rotations and will ensure the best possible rotations for [betrokkene 2].
De akte is ondertekend door dan wel namens IHH, [geïntimeerde 3], [geïntimeerde 2] en [advocaat].
Vorderingen
In dit geding heeft [advocaat] gevorderd, verkort weergegeven, dat de rechter IHH c.s. veroordeelt art. 1-4 van de overeenkomst na te komen, met wettelijke rente, op straffe van verbeurte van dwangsommen.
Beslissingen van het Gerecht
Bij het bestreden eindvonnis heeft het Gerecht [advocaat] niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen voor zover deze zien op nakoming van de overeenkomst, met haar veroordeling in de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.
Beoordeling door het Hof
De vordering tot nakoming ziet op een vergoeding voor werkzaamheden van [advocaat] als advocaat. De Raad van Toezicht en de Raad van Appel zijn bevoegd de daarvoor toe te wijzen vergoeding te begroten, ook als het een vergoeding betreft uit overeenkomst. Er bestaat dus een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang bij een bijzondere rechter. Gelet op de taakverdeling tussen die bijzondere rechter en de civiele rechter als restrechter dient [advocaat] niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering in deze civiele zaak, voor zover haar vordering strekt tot nakoming van de overeenkomst. In dit geval betreft dat de vordering in haar geheel.
De hiervoor bedoelde taakverdeling staat niet altijd eraan in de weg dat de civiele rechter overwegingen en beslissingen geeft over aspecten van een geschil over vergoeding van werkzaamheden van een advocaat. Dat kan met name aan de orde zijn indien de toewijsbaarheid van een vordering tot vergoeding van dergelijke werkzaamheden afhankelijk is van beslissingen over geschilpunten tussen partijen die de bevoegdheid van de bijzondere rechter te buiten gaan.
In dit geval hebben IHH c.s., in de weergave van het Gerecht, het volgende aangevoerd (zie rov. 3.3 van het tussenvonnis):
Het in artikel 4 van de overeenkomst bepaalde is nietig, wegens strijd met de goede zeden, dan wel vernietigbaar wegens misbruik van omstandigheden. Overigens is het ter zake gevorderde zinledig, omdat de aandelen inmiddels met verlies zijn verkocht. Verder stellen gedaagden dat de uit de overeenkomst voortvloeiende bedragen inmiddels zijn betaald en dat er geen nieuwe zaken meer aanhangig zijn gemaakt, waarbij [advocaat] hen als gemachtigde bijstond. Gedaagden houden zich ter zake het recht voor om te veel betaalde bedragen terug te vorderen. Zij hebben een bedrag van in totaal US$ 159.781,- aan [advocaat] betaald, waarvoor zij nimmer enige factuur hebben ontvangen. Nu zij sinds 2016 een andere advocaat hebben, komt aan het bepaalde in artikel 3 ten slotte geen betekenis meer toe, aldus gedaagden.
In het eindvonnis heeft het Gerecht onder 2.2 overwogen dat IHH c.s. het verweer hebben laten varen dat art. 4 van de overeenkomst nietig of vernietigbaar is.
Ongeacht of IHH c.s. geacht kunnen worden dat verweer te hebben prijsgegeven, kan in het midden blijven of dat verweer zou slagen. Ongeacht of dat verweer zou slagen, geldt dat de vergoeding voor de werkzaamheden van [advocaat] begroot moet worden naar de maatstaf van art. 30 Advocatenlandsverordening 1959. Die maatstaf luidt:
De advocaten berekenen het salaris voor werkzaamheden in alle zaken, zonder onderscheid, welke zij verrichten, alsmede voor werkzaamheden welke geen betrekking tot enig rechtsgeding hebben, naarmate van het belang, de omvang en de ingewikkeldheid der zaak, de daaraan verbonden moeilijkheden en de daaraan bestede tijd en naarmate zij zich voor hun besprekingen buiten hun kantoor of woonplaats hebben moeten begeven.
Art. 30 Advocatenlandsverordening 1959 is van dwingend recht. Indien de in art. 4 van de overeenkomst bedoelde vergoeding niet aan die wettelijke maatstaf voldoet, gaat art. 30 Advocatenlandsverordening 1959 dus voor op art. 4 van de overeenkomst.
Voor het overige maakt het verweer van IHH c.s. het niet nodig dat de civiele rechter enige overweging of beslissing in deze zaak geeft.
Ook de grieven van [advocaat] maken dat niet nodig. Zij stellen geen geschilpunten aan de orde die van belang zijn voor de toewijsbaarheid van de vordering en waarover de Raad van Toezicht (en de Raad van Appel) niet bevoegd zijn te oordelen. De grieven behoeven daarom geen bespreking. Het Hof zal [advocaat] om dezelfde reden niet toelaten tot getuigenbewijs.
Het aantal producties bij de pleitnota van [advocaat] in hoger beroep levert strijd op met de eisen van een goede procesorde. Het Hof bewaakt dat ambtshalve. De enkele omstandigheid dat een afschrift van de producties op voorhand bij de wederpartij is bezorgd, neemt dat bezwaar niet weg.
Het vonnis waarvan beroep dient te worden bevestigd. [advocaat] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt [advocaat] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van IHH c.s. gevallen en tot op heden begroot op Cg 375,93 aan verschotten en Cg 5.000,00 aan salaris voor de gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.M. van der Bunt, G.C.C. Lewin en E.W.A. Vonk, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 19 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.