Burgerlijke zaken over 2026
Zaaknummers: AUA202400787 – AUA2024H00166
Uitspraak: 26 mei 2026 (in Curaçao)
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in kort geding in de zaak van:
de openbare rechtspersoon
HET LAND ARUBA,
zetelend in Aruba,
in eerste aanleg gedaagde,
thans appellant in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
gemachtigde: mr. D.G. Kock,
tegen:
de naamloze vennootschap
MANOR BEACH RESORT N.V.,
handelende onder de naam Amsterdam Manor Beach Resort,
gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg eiseres,
thans geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep,
gemachtigde: mr. P.R.C. Brown,
en van:
de naamloze vennootschap
MANOR BEACH RESORT N.V.,
handelende onder de naam Amsterdam Manor Beach Resort,
gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg eiseres,
thans appellante in incidenteel hoger beroep,
gemachtigde: mr. P.R.C. Brown,
tegen:
de naamloze vennootschap
ARUBA WASTEWATER SUSTAINABLE SOLUTIONS N.V.,
gevestigd in Aruba,
in eerste aanleg gedaagde,
thans geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
gemachtigden: mrs. A.A. Ruiz, B.F.H. Croes en I.R. Wever.
Partijen worden hierna het Land, Manor Beach en AWSS genoemd.
1. De zaak in het kort
Dit kort geding heeft betrekking op een rioolwaterzuiveringsinstallatie die volgens Manor Beach gebrekkig is en overlast veroorzaakt.
In dit hoger beroep wijst het Hof een tussenvonnis om partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over procesrechtelijke onderwerpen.
2. Het verloop van de procedure
Bij op 27 mei 2024 ingekomen akte van appel is het Land in hoger beroep gekomen van het in kort geding op 8 mei 2024 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht), ECLI:NL:OGEAA:2024:118, voor zover gewezen tussen Manor Beach als eiseres en het Land als gedaagde.
Bij op 17 juni 2024 ingekomen memorie van grieven, met een productie, heeft het Land drie grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en de vorderingen van Manor Beach alsnog voor een groter deel zal afwijzen dan het Gerecht heeft gedaan, met veroordeling van Manor Beach, uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten in beide instanties.
Bij op 6 augustus 2024 ingekomen memorie, met producties, heeft Manor Beach de grieven van het Land bestreden, incidenteel hoger beroep ingesteld, twee grieven aangevoerd en toegelicht en haar eis gewijzigd. Het incidenteel hoger beroep betreft niet alleen het geding tussen Manor Beach en het Land, maar ook het geding tussen Manor Beach en AWSS, die in eerste aanleg medegedaagde was. De conclusie van Manor Beach strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen en haar gewijzigde vorderingen tegen het Land en AWSS zal toewijzen, uitvoerbaar bij voorraad, met hun hoofdelijke veroordeling in de proceskosten, met rente.
Bij op 3 oktober 2024 ingekomen memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep heeft het Land de eerste grief van Manor Beach bestreden. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof het incidenteel hoger beroep afwijst en Manor Beach veroordeelt in de kosten ervan, uitvoerbaar bij voorraad.
Bij op 8 oktober 2024 ingekomen memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep heeft AWSS verweer gevoerd tegen het incidenteel hoger beroep van Manor Beach.
Op 16 september 2025 zijn zijdens het Land, Manor Beach en AWSS pleitnotities ingediend. Bij de pleitnotities van het Land zijn producties gevoegd.
Bij akten van 9 december 2025 hebben Manor Beach en AWSS zich uitgelaten over de producties die het Land bij zijn pleitnotities in hoger beroep heeft gevoegd.
Vonnis is nader bepaald op vandaag.
3. De beoordeling
Uit het dossier leidt het Hof af dat dat Manor Beach een akte tot wijziging van eis in het incidenteel hoger beroep van 26 mei 2025 heeft ingediend, met producties 35 tot en met 38. Die akte en die producties heeft het Hof niet bij de stukken aangetroffen. Mr. Brown wordt verzocht een scan van die akte en die producties zo spoedig mogelijk aan de griffie van het Hof toe te mailen (griffiehofciviel@caribjustitia.org), met cc naar de advocaten van het Land en AWSS.
Voorshands oordeelt het Hof als volgt. Aangezien AWSS geen hoger beroep heeft ingesteld, stond voor Manor Beach incidenteel hoger beroep niet open tegen het vonnis, voor zover gewezen tussen Manor Beach en AWSS. De vorderingen tegen de twee gedaagden zien niet op een processueel ondeelbare rechtsverhouding. Zelfstandig (principaal) appel was voor Manor Beach wel mogelijk geweest, maar slechts binnen de wettelijke appeltermijn van drie weken. Naar voorshands oordeel van het Hof is Manor Beach daarom niet-ontvankelijk in het incidenteel hoger beroep tegen het vonnis, voor zover gewezen tussen Manor Beach en AWSS.
Het is het Hof ambtshalve bekend dat het Hof op 31 maart 2026 uitspraak heeft gedaan in een bodemzaak tussen het Land en Manor Beach, zaaknummer AUAH00024, ECLI:NL:OGHACMB:2026:64 (hoger beroep tegen het vonnis van het Gerecht van 13 december 2023, AUA202200037, ECLI:NL:OGEAA:2023:308, overgelegd als productie 1 bij inleidend verzoekschrift in dit kort geding). Deze uitspraak van het Hof kan van belang zijn in verband met de afstemmingsregel. Dit geldt met name voor rov. 4.11, waar staat dat onweersproken is aangevoerd dat het Land vanaf 1 juli 2024 geen zeggenschap meer heeft over de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Dat kan meebrengen dat het Hof in dit kort geding ervan dient uit te gaan dat die zeggenschap niet meer bestaat en dat de vorderingen tegen het Land reeds om die reden in dit hoger beroep niet meer toewijsbaar zijn.
Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld zich bij gelijktijdige akten uit te laten over hetgeen hiervoor onder 3.2 en 3.3 is overwogen. In beginsel zijn antwoordakten niet nodig.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 9 juni 2026 in Aruba voor gelijktijdige akten aan drie zijden;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, W.P.M. ter Berg en H.E. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 26 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.