Burgerlijke zaken over 2026
Registratienummer: CUR202302799 – CUR2024H00230
Uitspraak: 24 maart 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
VONNIS
In de zaak van:
1. de naamloze vennootschap MILES TRUCKING & HEAVY EQUIPMENT N.V.,
2. de besloten vennootschap ANTILLEAN SCRAP COMPANY B.V.,
beide gevestigd in Curaçao,
oorspronkelijk eiseressen,
thans appellanten,
gemachtigde: mr. A.C. Small,
tegen
DE ONTVANGER VAN HET LAND CURAÇAO,
gevestigd in Curaçao,
oorspronkelijk gedaagde,
thans geïntimeerde,
gemachtigden: mrs. N.A. Evertsz en R.L. Rosaria.
De partijen worden hierna Miles Trucking, Scrap (dan wel gezamenlijk Miles Trucking c.s.) respectievelijk de Ontvanger genoemd.
1. Het verloop van de procedure
Bij akte van hoger beroep, ingediend ter griffie op 30 september 2024 is Miles Trucking c.s. in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 19 augustus 2024 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: het Gerecht).
Op 11 november 2024 heeft Miles Trucking c.s. een memorie van grieven met producties ingediend waarbij zij het hoger beroep heeft toegelicht. Miles Trucking c.s. heeft in de memorie vier grieven aangevoerd en toegelicht en haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal vernietigen, en opnieuw rechtdoende, haar vordering zal toewijzen, met veroordeling van de Ontvanger in de kosten in beide instanties.
De Ontvanger heeft geen memorie van antwoord ingediend.
Op 17 juni 2025 hebben partijen pleitnota’s ingediend waarbij Miles Trucking c.s. producties heeft overgelegd.
Vonnis is gevraagd en nader bepaald op vandaag.
2. De feiten
Het Hof gaat uit van de volgende feiten.
De Ontvanger heeft op 7 juni 2023 beslag gelegd ten laste van Miles Trucking op roerende goederen uit kracht van twee dwangschriften voor samen ruim Cg 1.1 miljoen (2023DW1494231 en 2020DW1236508). Daarbij is vermeld dat een openbare verkoop zal volgen.
Miles Trucking heeft op 2 augustus 2023 een verzetschrift tegen dit beslag aan de Ontvanger laten betekenen, waarna zij de onderhavige zaak is begonnen.
3. De procedure bij het Gerecht
Miles Trucking c.s. heeft opheffing van het beslag gevorderd, en schadevergoeding op te maken bij staat voor het geval tot veiling wordt overgegaan.
Het Gerecht heeft de vorderingen afgewezen en daartoe onder meer het volgende overwogen. Het beroep van Miles Trucking op formele gebreken in de twee dwangschriften wordt verworpen. Niet is (in rechte) vastgesteld dat Miles Trucking vorderingen heeft op het Land Curaçao, zodat niet geoordeeld kan worden dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de Ontvanger aanspraak maakt op (reguliere) betaling en daartoe verhaal neemt. De Ontvanger heeft bevestigd dat hij het beslag op een Mercedes Benz 4160 en een Grove GMK 3055 zal opheffen. Gelet daarop ontbreekt het Scrap aan voldoende belang bij toewijzing van haar vordering. Ten aanzien van de overige beslagen is niet aannemelijk geworden dat niet Miles Trucking, maar Scrap de eigenaar is.
4. De beoordeling
Miles Trucking c.s. heeft de aan haar pleitnota dd. 17 juni 2025 gehechte producties 32 tot en met 38 op 13 juni 2025 aan de wederpartij doen toekomen. Dat is ingevolge de artikelen 12 jo 98 van het geldende Procesreglement in civiele zaken een dag te laat. Dat leidt echter niet tot de consequentie dat de producties buiten beschouwing worden gelaten. Omdat de zaak toch zal worden verwezen naar de rol voor akte uitlating zijdens Miles Trucking c.s, (zie hierna) krijgt de Ontvanger de gelegenheid om op de producties te reageren.
Het meest verstrekkende verweer van de Ontvanger is dat Miles Trucking c.s. niet-ontvankelijk is in het hoger beroep, omdat zij heeft nagelaten conform art. 4 lid 4 van de Landsverordening dwanginvordering (Lvo Dwanginvordering) bewijs te leveren dat de belasting, bijdrage, vergoeding, rente, verhogingen en kosten zijn geconsigneerd in handen van de Ontvanger, die de betaling vervolgt.
Op grond van lid 4 van artikel 4 Lvo Dwanginvordering dient Miles Trucking c.s. op straffe van niet-ontvankelijkheid in hoger beroep aan te tonen dat de belasting, bijdrage, vergoeding, rente, verhogingen en kosten zijn geconsigneerd in handen van de ontvanger, die de betaling vervolgt. Miles Trucking c.s. zal in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op de stelling van de Ontvanger dat zij dat heeft nagelaten en daarom niet-ontvankelijk is in het hoger beroep.
Het Hof gaat er daarbij vanuit dat dit een verzetzaak ex artikel 4 Lvo Dwanginvordering betreft op grond van het volgende. Miles Trucking c.s. heeft pas bij schriftelijk pleidooi “als additioneel verweer” aangevoerd dat het Gerecht de zaak ten onrechte heeft behandeld als een verzetprocedure in de zin van art. 4 van de Landsverordening dwanginvordering, terwijl het een executiegeschil ex art. 438 Rv betreft. Het Gerecht heeft in rov. 4.1 van het bestreden vonnis vastgesteld dat deze zaak een verzet betreft ex art. 4 Lvo Dwanginvordering. Tegen deze overweging heeft Miles Trucking geen grief gericht, sterker nog, in de memorie van grieven (in de toelichting op grief 3) gaat Miles Trucking c.s. daar ook van uit. Dat zij eerst bij pleidooi haar bezwaren tegen bedoelde overweging aanvoert, waardoor de Ontvanger daarop niet meer heeft kunnen reageren, is in strijd met de goede procesorde. Afgezien daarvan sluit het Hof zich aan bij de kwalificatie van de zaak door het Gerecht. Miles Trucking heeft deze procedure zelf aangebracht als een zaak ex artikel 4 Lvo Dwanginvordering. In het inleidend verzoekschrift heeft Miles Trucking immers onder verwijzing naar producties aangevoerd dat zij door de deurwaarder een verzetschrift heeft laten betekenen en dat zij verzet aantekent tegen de voorgenomen verkoop van haar roerende goederen.
De Ontvanger krijgt na indiening van een akte door Miles Trucking c.s. gelegenheid om te reageren op deze akte, waarbij zij daarbij meteen kan ingaan op de producties 32 tot en met 38 die Miles Trucking c.s. op 13 juni 2025 heeft overgelegd.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
BE S L I S S I N G
Het Hof:
verwijst de zaak naar de rol van 21 april 2026 voor akte uitlating aan de zijde van Miles Trucking c.s. P1, waarna de Ontvanger op een nadere rolzitting een antwoordakte mag nemen, P1;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, E.M. van der Bunt en C.G. ter Veer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curacao uitgesproken op 24 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.