ECLI:NL:OGHACMB:2026:138

ECLI:NL:OGHACMB:2026:138

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer CUR2024H00250
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

CURAÇAO. Einde pensioenverzekering. Ovk. Afwikkeling uitleg

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026

Registratienummer: CUR202203867 – CUR2024H00250

Uitspraak: 21 april 2026

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

VONNIS

In de zaak van:

de besloten vennootschap

CANON PRODUCTION PRINTING HOLDING B.V.,

gevestigd in Venlo, Nederland,

oorspronkelijk eiseres in conventie, verweerster in voorwaardelijke reconventie,

thans appellante,

gemachtigde: mr. H.W. Braam,

tegen

de naamloze vennootschap

VELIA N.V. (voorheen: ENNIA CARIBE LEVEN N.V.),

gevestigd in Curaçao,

oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiseres in voorwaardelijke reconventie,

thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. M.D. van den Brink.

De partijen worden hierna Canon respectievelijk Ennia genoemd.

1. Het verloop van de procedure

Bij akte van hoger beroep, ingediend ter griffie op 14 oktober 2024 is Canon in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 2 september 2024 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: het Gerecht).

Op 25 november 2024 heeft Canon een memorie van grieven met producties ingediend waarbij zij het hoger beroep heeft toegelicht. Canon heeft in de memorie vijf grieven aangevoerd en toegelicht en haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal vernietigen, en opnieuw rechtdoende, de vorderingen van Canon alsnog zal toewijzen, met veroordeling van Ennia in de proceskosten in beide instanties, uitvoerbaar bij voorraad.

Bij op 13 januari 2025 ingediende memorie van antwoord heeft Ennia de grieven bestreden en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van Canon in de proceskosten in beide instanties, vermeerderd met wettelijke rente daarover indien Canon niet binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de proceskosten heeft betaald.

Op 17 juni 2025 hebben partijen pleitnota’s ingediend.

Vonnis is nader bepaald op vandaag.

2. De feiten

Het Hof gaat uit van de volgende feiten.

Ennia heeft als levensverzekeraar met Stichting Internationaal Pensioenfonds OCE (hierna: Sipo) op 1 januari 2008 een verzekeringsovereenkomst gesloten. Bij die overeenkomst verzekerde Ennia de pensioenverplichtingen van Sipo jegens haar pensioendeelnemers. Ennia ontving hiervoor een door haar gesepareerd bedrag. De verzekeringsovereenkomst is geëindigd per 31 december 2012. Ennia en Sipo hebben daarna een nieuwe verzekeringsovereenkomst (hierna: de Overeenkomst) gesloten, die van kracht was met ingang van 1 januari 2013.

De Overeenkomst, waarin Sipo wordt aangeduid als ‘Pensioenfonds’ en Ennia als ‘Verzekeraar’, luidt, voor zover in deze procedure relevant, als volgt:

‘ARTIKEL 7. REKENING-COURANT

1. Alle tussen Pensioenfonds en Verzekeraar over en weer verschuldigde bedragen worden geboekt in een door Verzekeraar, ten name van Pensioenfonds, in zijn boeken geopende rekening-courant. De stand van de rekening-courant blijkt uit de door Verzekeraar verstrekte rekeningoverzichten, behoudens geleverd deugdelijk tegenbewijs door Pensioenfonds. (…)

ARTIKEL 10. WAARDEOVERDRACHT

1. De gewezen deelnemer kan een schriftelijk verzoek indienen voor waardeoverdracht. Indien van toepassing dient de medeverzekerde akkoord te geven op de waardeoverdracht. Overdrachtswaarde van de verzekering is gelijk aan de netto voorziening voor de betreffende deelnemer minus een eenmalig vergoeding van € 100 voor de administratieve verwerking.

2. Bij einde van de contractperiode heeft Pensioenfonds het recht de verzekeringen integraal over te dragen naar een nieuwe pensioenuitvoerder. Indien Pensioenfonds van deze mogelijkheid gebruik wenst te maken, dient dit zes (6) maanden voor de expiratiedatum van de overeenkomst middels een aangetekend schrijven aan Verzekeraar kenbaar te worden gemaakt. Verzekeraar zal per deelnemer de netto voorziening op de geldende grondslagen waarderen. De totale waarde is dan de som van de individuele waarden. De kosten die Verzekeraar ten behoeve van administratieve afhandeling in mindering zal brengen voor de integrale overdracht luiden als volgt:

a. indien geopteerd wordt voor overdracht van beleggingen, per deelnemer een bedrag van € 50;

b. indien geopteerd wordt voor overdracht van cash, voor de liquidatie van de beleggingen 0,25% van de totale waardekosten.

(…)

ARTIKEL 15. DUUR VAN DE OVEREENKOMSTWAARDEOVERDRACHT

Deze overeenkomst treedt in werking op 1 januari 2013; zij wordt gesloten voor een duur van 5 jaar en zal gelden tot 1 januari 2018.

Deze verzekeringsovereenkomst wordt telkens voor 5 jaar stilzwijgend verlengd, indien zij niet ten minste zes (6) maanden voor haar afloop bij aangetekend schrijven aan de wederpartij is opgezegd.

De Overeenkomst is door Ennia opgezegd per 31 december 2017. De opzeggingsbrief van 18 april 2017 vermeldt onder meer:

‘Als gevolg van de beëindiging is ENNIA voornemens om het gesepareerde beleggingsdepot aan SIPO over te dragen dan wel aan een door SIPO aan te wijzen derde. Het beleggingsdepot heeft per ultimo 31 december 2016 een waarde van € 6.758.357,-‘.

Bij brief van 29 december 2017 heeft Ennia Sipo onder meer als volgt bericht:

‘2. De DL beleggingsfondsen zijn, in directe opdracht van SIPO/OCE, verkocht en overgeboekt naar de bij het depot behorende rekening bij Kasbank.

3. Wij verwachten in de eerste week van januari 2018 van Delta Lloyd een opgave waaruit de verkopen en netto opbrengsten blijkt.

(…)

5. Na facturering zal Kasbank het saldo op de rekening bestaande uit saldo vermeerderd met de Netto Opbrengst depot DLAM na aftrek van de finale kosten Kasbank en de kostenrekeningen ENNIA (2014 t/m 2017 totaal ad Euro 236.163), naar de bankrekening van SIPO (…) overmaken.

6. Na vaststelling van het technisch resultaat wordt dit euro bedrag overgemaakt op de rekening van SIPO ((…) bij ORCO Bank).

Op 12 januari 2018 heeft Ennia aan Sipo het bedrag van € 5.925.120,74 betaald.

Bij brief van 9 maart 2018 heeft Ennia Sipo onder meer het volgende bericht over de afwikkeling:

‘Met referte aan ons gesprek van hedenmorgen bevestigen wij dat het bedrag zijnde EUR 236.163,00 betreffende administratie kosten over 2014-2017, zal worden verrekend.

Na vaststelling van het technisch resultaat zullen wij dit bedrag in mindering brengen, het restant zal worden overgemaakt ten gunste van de rekening van SIPO bij Orco Bank.’

Door Ennia is de volgende afrekening opgesteld en aan Sipo ter kennis gebracht:

vordering technisch resultaat op Ennia € 631.562

interest vordering technisch resultaat € 30.613

totaal technisch resultaat € 662.175

schuld aan Ennia € 233.534

interest schuld aan Ennia € 18.253

totaal administratiekosten € 251.787 -

door Sipo te ontvangen € 410.388

Op 4 juli 2018 is ten aanzien van Ennia de noodregeling als bedoeld in de Landsverordening Toezicht Verzekeringsbedrijf uitgesproken.

Sipo heeft haar vordering op Ennia van (volgens de cessie-akte) € 410.388 aan Canon gecedeerd.

Bij brief van 6 juli 2022 heeft Ennia Canon als volgt bericht:

‘Wij menen echter, ondanks het abusievelijk schrijven van ENNIA d.d. 9 maart 2018, dat SIPO geen vordering op ENNIA heeft. Hieronder zullen wij aangeven waarom wij van mening zijn dat SIPO geen vordering op ENNIA heeft.

De middelen ter dekking van de verzekeringsverplichting werden separaat van de overige middelen van de verzekeraar belegd. Er was sprake van een gesepareerd beleggingsdepot, dat eigendom van ENNIA was. Dit depot was contractueel uitbesteed aan Delta Lloyd Asset Management.

ENNIA heeft eerder abusievelijk het banksaldo (na liquidatie van de beleggingen) van EURO 5.940.197,00 overgedragen aan SIPO. ENNIA had echter niet het banksaldo moeten overdragen, doch de waarde van de voorziening. Het verschil tussen het banksaldo en de voorziening bedraagt EURO 159.220,00 ten gunste van ENNIA.

Aan administratiekosten en overdrachtskosten (0,25%) is door SIPO aan ENNIA Euro 251.787,00 respectievelijk Euro 14.452,44 verschuldigd.

Anders dan SIPO veronderstelt zijn wij van oordeel dat SIPO aan ENNIA in totaal EURO 425.459,44 verschuldigd is.

Wij realiseren ons dat het voorstaande bij u de nodige vragen oproept. Wij stellen dan ook voor dat wij op korte termijn met elkaar afspreken om de kwestie integraal te bespreken.‘

3. De procedure bij het Gerecht

In eerste aanleg heeft Canon in conventie gevorderd Ennia te veroordelen tot betaling van € 410.388,-, althans de tegenwaarde daarvan in Curaçaose guldens ad Cg 882.334,20, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 maart 2018.

Ennia heeft in voorwaardelijke reconventie gevorderd dat in het geval het Gerecht het beroep van Ennia op verrekening zal passeren en de vordering van Canon zal toewijzen, het Gerecht voor recht verklaart dat Ennia gerechtigd is haar vordering op Sipo van € 425.495,44 te verrekenen met de door Sipo aan Canon overgedragen vordering van € 410.388,- en dat Canon na verrekening niets meer van Ennia te vorderen heeft.

Het Gerecht heeft de vordering van Canon in conventie afgewezen, in reconventie verstaan dat de voorwaarde waaronder de vordering is ingesteld niet is vervuld en de proceskosten gecompenseerd.

Het Gerecht heeft onder meer het volgende overwogen. Sipo heeft niet betwist dat het door Ennia berekende bedrag van € 5.780.977 aan netto voorzieningen aansluit op hetgeen in artikel 10 van de Overeenkomst is neergelegd. Het Gerecht gaat er dan ook van uit dat de door Ennia becijferde bedragen de ‘netto voorzieningen’ gewaardeerd op ‘de geldende grondslagen’ weerspiegelen. Onbetwist is voorts dat Ennia gerechtigd was € 281.315,84 aan kosten in mindering te brengen. Uitgaande van die bedragen heeft Ennia door betaling van € 5.925.120,74 al € 425.459,48 meer aan Sipo betaald dan zij op grond van de overeenkomst verschuldigd was (r.o.v. 4.6). Dit laatste geldt ook indien Ennia ook het ‘verzekeringstechnisch resultaat’ aan Sipo had moeten afdragen. Ennia heeft gemotiveerd uiteengezet dat dit resultaat steeds in de voorziening werd verwerkt en inbegrepen is in de netto voorziening van € 5.780.977,-. (r.o.v. 4.7). Het stond Ennia vrij om op haar onjuiste veronderstelling dat bij de beëindiging van de Overeenkomst moest worden uitgegaan van de waarde van het beleggingsdepot terug te komen. Aan die onjuiste veronderstelling mocht Sipo niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat Ennia haar meer zou betalen dan waartoe zij gehouden was (r.o.v. 4.8). Artikel 7 van de Overeenkomst biedt geen steun aan de stelling van Canon dat Ennia nog geld aan Canon is verschuldigd (r.o.v. 4.9).

Het hoger beroep van Canon richt zich tegen voormelde overwegingen en beslissingen van het Gerecht.

4. De beoordeling

Het Hof verenigt zich met het oordeel van het Gerecht dat de omstandigheid dat de noodregeling van toepassing is verklaard op Ennia, niet in de weg staat aan ontvankelijkheid van Canon in haar vordering (vergelijk: GHvJ 26 juli 2016, ECLI:NL:OGHACMB:2016:84 onder 3.7).

Canon stelt dat het gevorderde bedrag van € 410.388,- betrekking heeft op het door Ennia verschuldigde negatief technisch resultaat minus administratiekosten. Ennia is dit bedrag primair verschuldigd op grond van de artikelen 7 en 10 van de Overeenkomst. Subsidiair beroept Canon zich op door Ennia in de brieven van 18 april 2017, 29 december 2017 en 9 maart 2018 gewekt vertrouwen. Met die brieven heeft Ennia zich, aldus Canon, onvoorwaardelijk verbonden tot betaling van genoemd bedrag en het stond haar daarom niet vrij om achteraf een andere berekening te hanteren.

Op grond van artikel 10 van de Overeenkomst bestonden bij de beëindiging van de Overeenkomst de volgende mogelijkheden. Het indienen van een verzoek tot waardeoverdracht (lid 1) dan wel integrale overdracht van de verzekeringen naar een nieuwe pensioenuitvoerder (lid 2). Tegen de overweging van het Gerecht dat is gekozen voor de overmaking van een bedrag door Ennia op basis van de netto voorzieningen op de geldende grondslagen, waarna Sipo de pensioenen zelf elders opnieuw heeft verzekerd, heeft Canon geen bezwaren aangevoerd. Dit geldt daarom ook in hoger beroep als uitgangspunt..

Ennia heeft als productie 6 bij conclusie van antwoord een overzicht overgelegd waarin zij de Voorziening Verzekeringsverplichtingen aan het begin en einde van 2009 tot en met 2017 heeft berekend. In dat overzicht staat dat het totaal van de netto voorziening per 31 december 2017, de einddatum van de Overeenkomst, € 5.780.977 bedroeg. Daarbij is als uitgangspunt gehanteerd dat de netto voorziening per 1 januari 2017 € 6.124.992,- bedroeg. Dit bedrag is in het overzicht vermeerderd met benodigde technische interest in 2017 (€ 233.918), verminderd met uitkeringen, afkopen en overdrachten in 2017 (€ 590.060) en vermeerderd met een bedrag, aangeduid als het negatief technisch resultaat over 2017 (€ 12.847). Deze bedragen komen overeen met de bedragen voor dezelfde posten in de jaarrekening van Sipo over 1 januari 2017 tot en met 31 mei 2018 (vermeld op p. 7 van de jaarrekening). Canon heeft voormeld eindbedrag van € 5.780.977, ook in hoger beroep, niet gemotiveerd betwist. Waar Canon uitgaat van een bedrag van € 6.124.992,- geldt dat dit bedrag betrekking heeft op het totaal van de netto-voorzieningen per 31 december 2016 en niet per 31 december 2017, de einddatum van de Overeenkomst. Ook het Hof neemt daarom als uitgangspunt dat de totale netto voorziening per 31 december 2017 € 5.780.977 bedroeg.

Wat partijen verdeeld houdt is de vraag of in het bedrag van € 5.780.977 het negatief technisch resultaat (waarvan Canon in deze procedure betaling vordert) reeds is verdisconteerd. Ennia stelt dat dit het geval is en voert hiertoe het volgende aan. Bij het berekenen van de voorzieningen hanteert een levensverzekeraar bepaalde grondslagen, zoals de verwachte overlevingskansen van de deelnemers aan de pensioenregeling. Het negatief technisch resultaat houdt in dat een verzekeraar meer moet uitkeren dan verwacht, hetgeen voor rekening komt van de verzekeraar, in dit geval Ennia. Canon heeft dit niet betwist. In zoverre zijn partijen het er dus over eens dat een negatief technisch resultaat voor rekening van Ennia komt. Ook de hoogte van het negatief technisch resultaat over de volledige periode, te weten € 662.175 is niet in geschil.

Uit de door Ennia als productie 6 bij conclusie van antwoord overgelegde berekening volgt dat een positief bedrag, aangeduid als ‘negatief technisch resultaat’ van een jaar wordt opgeteld bij de netto voorziening per 1 januari van het betreffende jaar hetgeen vervolgens resulteert in de netto voorziening per 31 december van dat jaar. Canon heeft deze berekening niet gemotiveerd betwist. Uit die berekening volgt dat het negatief technisch resultaat telkens is verdisconteerd in de totale netto voorziening van een jaar. Ook in de jaarrekening van Sipo over de periode januari 2017- 31 mei 2018 is in de totale netto voorziening het negatief technisch resultaat verdisconteerd.

Canon heeft hier onvoldoende tegenin gebracht. Dat de netto voorziening en het technisch resultaat in het Gesepareerd Beleggingsdepot, Jaarverslag 2016 van Ennia afzonderlijk zijn vermeld doet er niet aan af dat het technisch resultaat in de totale netto voorziening is verdisconteerd. Tegenover de uitleg die Ennia bij memorie van antwoord hierover heeft gegeven heeft Canon niets aangevoerd dat tot een andere conclusie moet leiden. Ook de verwijzing door Canon naar artikel 7 van de Overeenkomst kan haar niet baten. Los van het feit dat dit artikel niet ziet op waarde overdragen, heeft Canon niet betwist dat partijen geen uitvoering hebben gegeven aan artikel 7 in die zin dat er geen rekening-courant is geopend. Canon heeft verder bij memorie van grieven aangevoerd dat de berekening van de voorziening in het verleden heeft plaatsgevonden op verouderde grondslagen. Pas bij pleidooi heeft Canon dit nader gemotiveerd door te stellen dat er sprake was van oude sterftetafels en dat daarom is afgesproken om nog een (extra) verrekening van het technisch resultaat op te nemen als compensatie hiervoor. Ennia heeft hierop niet meer kunnen reageren. Het Hof gaat daarom aan deze stellingen voorbij zodat aan bewijslevering niet meer wordt toegekomen.

Op grond van dit alles heeft Canon onvoldoende gemotiveerd betwist dat het door haar gevorderde negatief technisch resultaat al in de door Ennia uitgekeerde netto voorziening is verdisconteerd.

Canon stelt subsidiair dat de directeuren van Ennia in de brieven van 18 april en 29 december 2017 en 9 maart 2018 onvoorwaardelijk en ondubbelzinnig hebben erkend dat Ennia het bedrag van € 410.388,- zou uitkeren op grond van het technisch resultaat. Daarmee hebben zij bij Sipo het vertrouwen gewekt dat laatstgenoemd bedrag zou worden uitgekeerd, aldus Canon.

Het Hof overweegt hierover als volgt. In de brief van 18 april 2017 staat niet meer dan dat Ennia als gevolg van de beëindiging voornemens is om het gesepareerde beleggingsdeposito, per eind december 2016 € 6.758.357,-, aan Sipo over te dragen en wordt de waarde van het depot per eind 2016 vermeld. Van een erkenning dat Ennia aan Sipo nog een afzonderlijk bedrag aan negatief technisch resultaat zal betalen blijkt niet uit die brief. Uit de brieven van 29 december 2017 en 9 maart 2018 kan op zichzelf geen toezegging door Ennia worden afgeleid dat zij het bedrag van € 410.388 (technisch resultaat minus kosten) aan Sipo verschuldigd is. Sipo heeft niet duidelijk toegelicht hoe zij aan de hiervoor onder 2.8 genoemde afrekening is gekomen. Zij lijkt ervan uit te gaan dat die afrekening bij de brief van 9 maart 2018 was gevoegd (zie memorie van grieven, p. 2 onder 1, laatste gedachtestreepje), maar het in die brief genoemde bedrag komt niet voor in de afrekening en de brief verwijst ook niet naar een afrekening. Hoe dat zij, een onvoorwaardelijke toezegging valt in de drie brieven, in samenhang bezien met de afrekening, niet te lezen. Ook overigens kan niet worden aangenomen dat Sipo aan de verklaringen en gedragingen van Ennia redelijkerwijs het gerechtvaardigde vertrouwen mocht ontlenen dat Ennia het in de afrekening genoemde bedrag zou betalen. Kennelijk heeft Ennia in haar brieven aanvankelijk abusievelijk verondersteld dat het technisch resultaat niet was verdisconteerd in de totale netto voorziening en dat zij dit dus alsnog aan Sipo moest betalen. Die veronderstelling is, gelet op het overwogene onder 4.7 onjuist en het stond Ennia vrij om, nadat zij haar vergissing had ingezien, daarvan terug te komen. Ook voor Sipo had het, gelet op de Overeenkomst, haar eigen jaarrekening en de berekeningen van Ennia voldoende duidelijk kunnen zijn dat het niet klopte. Weliswaar is Ennia een professionele, commerciële partij met deskundigheid op het gebied van actuariële berekeningen, maar daar staat tegenover dat ook Sipo een professionele partij is die een pensioenfonds beheert en bij wie dus deskundigheid verondersteld mag worden. Zij mocht daarom niet gerechtvaardigd erop vertrouwen dat Ennia haar het bedrag zou betalen dat in de hiervoor onder 2.8 bedoelde berekening staat vermeld. Dat is immers meer dan waartoe Ennia gehouden was. De enkele omstandigheid dat Ennia dat overzicht op de een of andere wijze aan Sipo ter beschikking heeft gesteld, is onvoldoende voor het oordeel dat Ennia de in dat overzicht gemaakte fout niet mocht herstellen.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de grieven falen en het bestreden vonnis zal worden bevestigd. Canon wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep.

BE S L I S S I N G

Het Hof:

bevestigt het bestreden vonnis;

veroordeelt Canon in de proceskosten in hoger beroep, aan de zijde van Ennia gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op Cg 363,50 aan verschotten en Cg 17.500,- aan gemachtigdensalaris, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf veertien dagen na vandaag tot aan de dag van de voldoening.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, E.M. van der Bunt en G.C.C. Lewin, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curacao uitgesproken op 21 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand