ECLI:NL:OGHACMB:2026:242

ECLI:NL:OGHACMB:2026:242

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 18-08-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer CUR202501409 - CUR2026H00002
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Curaçao. Werknemer verzwijgt 4 maanden lang tweede fulltime arbeidsovereenkomst in Nederland. Strijd met goed werknemerschap (art.7A:1615d BW). Werknemer moet schade betalen bestaande uit vier maanden salaris. Tussenvonnis.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026

Registratienummers: CUR202501409 - CUR2026H00002

Uitspraak: 18 augustus 2026

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

B E S C H I K K I N G

in de zaak van:

[Appellant],

wonende in [woonplaats],

hierna: de werknemer,

appellant,

gemachtigde: mr. E.R.A. Morillo,

tegen

de stichting

STICHTING ARBO CONSULT

gevestigd in Curaçao,

hierna: Arbo Consult,

geïntimeerde,

gemachtigde: mr. L. Sluiter.

1. Samenvatting

Een werknemer bij Arbo Consult die de functie van waarnemend directeur vervulde heeft gedurende vier maanden verzwegen dat hij een tweede fulltime arbeidsovereenkomst in Nederland had. Het Gerecht heeft hem onder meer veroordeeld tot gedeeltelijke terugbetaling van salaris, omdat hij zijn werk bij Arbo Consult slechts deels heeft uitgevoerd. Het Hof oordeelt dat de werknemer door de arbeidsovereenkomst te verzwijgen in strijd heeft gehandeld met goed werknemerschap en daardoor ernstige wanprestatie heeft gepleegd. De werkgever heeft daardoor schade geleden, die wordt begroot op de loonwaarde van de arbeid die de werknemer had moeten verrichten en dit leidt er toe dat de werknemer onder meer vier maanden salaris moet terugbetalen. Het Hof wijst een tussenbeschikking om de werknemer de gelegenheid te geven te reageren op door Arbo Consult overgelegde stukken.

2. Het verloop van de procedure in hoger beroep

Het Hof heeft de volgende stukken ontvangen:

- een op 5 januari 2026 ingekomen beroepschrift (met producties), waarbij de werknemer in hoger beroep is gekomen van de tussen partijen gewezen beschikkingen van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 8 juli 2025 (hierna: de tussenbeschikking) en van 25 november 2025 (hierna: de eindbeschikking);

-een aanvullend beroepschrift van de werknemer;

- een memorie van antwoord in principaal beroep/grieven in incidenteel beroep (hierna: het verweerschrift) met producties van Arbo Consult;

- een akte met aanvullende producties (41-45) van Arbo Consult van 21 mei 2026.

De mondelinge behandeling in deze zaak heeft plaatsgevonden op 26 mei 2026. Verschenen in het gerechtsgebouw in Curaçao zijn mr. Morillo namens de werknemer en [bestuursleden 1], [bestuursleden 2] en [bestuursleden 3], bestuursleden van Arbo Consult, bijgestaan door mr. Sluiter. De werknemer heeft per videoverbinding deelgenomen aan de zitting. Beide gemachtigden hebben pleitnotities gehanteerd. Partijen hebben ter zitting ook gesproken over een schikking. Het Hof heeft de zaak verwezen naar de rolzitting van 16 juni 2026 voor uitlating partijen of (i) een schikking is bereikt of (ii) zij uitspraak vragen.

De werknemer heeft bij mailberichten van 12 en 17 juni 2026 verzocht alsnog een productie (een loonstrook van juli 2024) te mogen overleggen. Hij heeft die productie bijgevoegd (met nog meer stukken) en hij heeft dat verzoek toegelicht in een akte en in een nadere toelichting. Na bezwaar van Arbo Consult heeft het Hof alle genoemde stukken geweigerd, omdat de behandeling van de zaak was afgesloten en voor overlegging daarvan geen gelegenheid meer was.

Beschikking is nader bepaald op vandaag.

3. De feiten

Arbo Consult is een stichting die arbodiensten aanbiedt in Curaçao en in diverse andere (ei)landen met gemiddeld 12 werknemers. De stichting heeft een bestuur, in 2024 bestaande uit vier bestuursleden. Die bestuursleden besturen op afstand (zij hebben naast hun bestuurswerk fulltime aanstellingen elders).

De directie van Arbo Consult bestaat uit een directeur die in loondienst is en met name belast is met de dagelijkse leiding van de stichting. Volgens het directiereglement is de directeur onder meer belast met het geven van leiding aan het personeel, het uitvoeren van het vakinhoudelijke beleid van de stichting en van personeelsbeleid, het uitvoeren van financieel beleid en het beheren van de middelen van de stichting, het onderhouden van externe contacten en het voorbereiden van en uitvoering geven aan bestuursbesluiten.

De werknemer is op 1 september 2025 in dienst getreden bij Arbo Consult. Vanwege ziekte en daarna het overlijden van de voormalige directeur heeft hij vanaf 6 juni 2022 diens werkzaamheden verricht in de functie van waarnemend directeur (waarvoor hij een toeslag ontving) tegen een salaris van Cg 12.604 per maand (exclusief emolumenten) en op basis van een werkweek van 40 uur.

Als waarnemend directeur had de werknemer een zakelijke creditcard en had hij de bevoegdheid om zelfstandig te beschikken over de bankrekeningen van Arbo Consult.

Op 21 februari 2024 heeft de werknemer aan één van de bestuursleden laten weten dat hij voor twee weken naar Nederland zou gaan en hij is op 23 februari 2024 vertrokken. Op een vraag of het verlof of een dienstreis betrof heeft hij geantwoord dat hij in Nederland zou zijn voor persoonlijke redenen, gecombineerd met enkele gesprekken en het bezoeken van een beurs. Voorafgaand aan deze reis heeft de werknemer geld overgemaakt van de bankrekening van Arbo Consult naar zijn eigen rekening voor de kosten van zijn vliegticket en voor daggeldvergoedingen voor zijn verblijf in Nederland.

Op 7 maart 2024 en 15 maart 2024 heeft de werknemer aan het bestuur laten weten zijn verblijf in Nederland te moeten verlengen wegens persoonlijke omstandigheden. In een brief van 24 mei 2024 heeft het bestuur de werknemer verzocht uiterlijk 10 juni 2024 zich weer te melden voor werk op het kantoor in Curaçao en in de tussentijd mee te werken aan een onderzoek door een onafhankelijke arts die het bestuur zal adviseren.

Die arts heeft het bestuur in een kort advies van 3 juni 2024 laten weten dat hij de werknemer heeft gesproken, dat die beperkingen heeft in persoonlijk en sociaal functioneren, die te maken hebben met problemen in de werksituatie en die kunnen worden opgelost in onderling overleg. De werknemer heeft hem gezegd graag te willen blijven werken voor Arbo Consult. Er is volgens de arts geen medische reden waarom de werknemer niet naar Curaçao kan reizen.

Bij brief van 8 juni 2024 heeft de werknemer de arbeidsovereenkomst opgezegd per 31 juli 2024. Zijn salaris is tot die datum doorbetaald. De werknemer is niet meer teruggekeerd naar zijn werk in Curaçao.

De werknemer heeft zich op 21 juni 2024 ziekgemeld bij Arboconsult.

Op 29 juli 2024 (twee maal) en op 5 augustus 2024 nogmaals heeft de werknemer geld overgemaakt van de bankrekening van Arbo Consult naar zijn eigen bankrekening met als omschrijving ‘corr uitval sociale premies sal juni en juli 2024 uitschr’.

Naderhand is Arbo Consult er achter gekomen dat de werknemer op 23 januari 2024 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd heeft gesloten met het UMC in Amsterdam (hierna: de tweede arbeidsovereenkomst). Hij is daar op 1 maart 2024 in dienst getreden als stafadviseur, met een arbeidsduur van 36 uur per week.

Arbo Consult heeft ook achteraf ontdekt dat de werknemer zich op 10 april 2024 heeft uitgeschreven uit het bevolkingsregister in Curaçao.

4. De procedure bij het Gerecht

Arbo Consult heeft gevorderd de werknemer te veroordelen tot (samengevat) terugbetaling van:

a. Cg 2.605 wegens een ten onrechte uitgekeerde vergoeding voor het vliegticket van de werknemer in februari 2024;

b. Cg 10.718,47 wegens ten onrechte uitgekeerde daggeldvergoedingen voor het verblijf van de werknemer in Nederland;

c. Cg 12.713,01 wegens ten onrechte uitgekeerde restitutie sociale premies;

d. Cg 70.207,13 aan ten onrechte uitbetaald salaris over de periode 1 maart 2024 tot en met 31 juli 2024;

e. Cg 18.905,36 wegens ten onrechte dubbel uitgekeerde compensatie voor niet genoten vakantiedagen en Cg 924,68 aan te veel uitbetaald salaris over februari 2024, alles vermeerderd met rente en kosten.

Na een tussenbeschikking waarbij partijen zich konden uitlaten over bewijslevering op bepaalde punten heeft het Gerecht bij eindbeschikking de vorderingen a, b, c en e toegewezen. Van vordering d heeft het Gerecht een deel (Cg 29.085,16) toegewezen.

5. De beoordeling

wat ligt voor in hoger beroep

In zijn beroepschrift maakt de werknemer bezwaar tegen de algehele toewijzing van de vorderingen a, b, c en e en de gedeeltelijke toewijzing van vordering d. In het verweerschrift heeft Arbo Consult (incidenteel) beroep ingesteld tegen de gedeeltelijke afwijzing van vordering d. Dit betekent dat het Hof alle vorderingen opnieuw zal beoordelen.

oordeel Hof: slecht werknemerschap

Vast staat dat de werknemer eind februari 2024 naar Nederland is vertrokken, volgens zijn zeggen voor twee weken. Op een gerichte vraag van één van de bestuursleden of sprake was van verlof of een dienstreis heeft de werknemer geantwoord dat hij in Nederland was om persoonlijke redenen, gecombineerd met het houden van enkele werkgerelateerde gesprekken en het bezoeken van een beurs. Op dat moment had hij echter al (op 23 januari 2024) de tweede arbeidsovereenkomst gesloten, met indiensttreding op 1 maart 2024. Dit heeft de werknemer niet gemeld aan het bestuur en hij heeft dus ook geen toestemming gevraagd voor het verrichten van deze werkzaamheden (terwijl het hem op grond van artikel 4 van het geldende personeelsreglement niet was toegestaan nevenwerkzaamheden te verrichten die in strijd konden zijn met de belangen van Arbo Consult, hetgeen in elk geval een meldingsplicht impliceert).

Deze verzwijging levert al ernstige strijd op met hetgeen een goed werknemer in gelijke omstandigheden behoort te doen (artikel 7A:1615d BW). Maar vervolgens heeft de werknemer vier maanden lang twee arbeidsovereenkomsten naast elkaar trachten te vervullen en heeft daarbij tijd gerekt door zijn verblijf in Nederland steeds te verlengen. Tijdens een bestuursvergadering medio maart 2024, waar hij per videoverbinding aan deelnam, heeft de werknemer meegedeeld dat het nodig was dat hij naar verwachting nog twee weken in Nederland zou moeten blijven wegens “dringende persoonlijke omstandigheden”, die hij niet verder heeft toegelicht (zie citaat notulen van deze vergadering in r.ov 2.19 tussenbeschikking). Hij is eind maart 2024 echter niet teruggekeerd en was dat kennelijk ook niet meer van plan, want hij heeft zich op 10 april 2024 uitgeschreven uit het bevolkingsregister in Curaçao.

Ook toen het bestuur medio 2024 meer duidelijkheid vroeg over de reden en duur van zijn langdurige afwezigheid en daarna aandrong op zijn terugkeer heeft de werknemer geen aanleiding gezien om open kaart te spelen en te melden dat hij al vanaf 1 maart 2024 ander fulltime werk had. Arbo Consult is daar volgens haar pas achter gekomen eind 2024/begin 2025 toen zij in de zakelijke mailbox van de werknemer zocht naar facturen van een bedrijf die diensten had verricht voor Arbo Consult en die al vanaf januari 2024 onbetaald waren gebleven. Pas ter zitting bij het Gerecht (op 10 juni 2025, zie proces-verbaal p.4) heeft de werknemer voor het eerst de tweede arbeidsovereenkomst erkend.

Gelet op al deze feiten en omstandigheden is het Hof van oordeel dat de werknemer in strijd heeft gehandeld met de eisen van goed werknemerschap en daarmee ernstige wanprestatie heeft gepleegd. Daarbij is van belang dat de werknemer als waarnemend directeur in een relatief kleine organisatie met een bestuur op afstand een vertrouwensfunctie had. Arbo Consult mocht er als werkgever niet alleen op vertrouwen dat hij zich voor 100% zou inzetten voor zijn werk, maar ook dat hij een aankomend vertrek tijdig zou bespreken, zodat de organisatie zijn waarneming en een ordentelijke overdracht aan zijn opvolger zou kunnen regelen. Doordat de werknemer zijn tweede arbeidsovereenkomst heeft verzwegen heeft hij het vertrouwen dat het bestuur in hem stelde op grove wijze beschaamd. Door pas ruim vier maanden nadat hij de tweede arbeidsovereenkomst was aangegaan de arbeidsovereenkomst op te zeggen heeft de werknemer zijn eigen persoonlijke belangen voorop gesteld, met verwaarlozing van de belangen van zijn werkgever en heeft hij de organisatie zes maanden laten zitten zonder dagelijkse leiding op de fysieke werkvloer. Arbo Consult kan vergoeding vorderen van de schade die zij heeft geleden als gevolg van deze grove wanprestatie en het Hof zal die schade hierna begroten.

Tegen het gelijkluidende oordeel van het Gerecht (in rov. 4.9 tussenbeschikking) dat de werknemer in strijd heeft gehandeld met hetgeen een goed werknemer betaamt heeft de werknemer verschillende beroepsgronden aangevoerd, die hierna zullen worden besproken, maar allemaal falen.

geen rechtsverwerking

Het meest verstrekkende verweer van de werknemer is dat Arbo Consult haar recht zou hebben verwerkt om deze vorderingen pas ruim na de beëindiging van het dienstverband in te stellen. Dit gaat alleen daarom al niet op omdat Arbo Consult voldoende heeft gesteld om aan te nemen dat zij pas eind 2024/begin 2025 op de hoogte raakte van de tweede arbeidsovereenkomst en snel daarna actie heeft ondernomen door restitutie van diverse bedragen te vorderen. Enkel tijdsverloop is daarnaast onvoldoende om tot rechtsverwerking te concluderen, zoals het Gerecht terecht heeft overwogen in rov. 4.3 en 4.4 van de tussenbeschikking. Het Hof sluit zich aan bij deze overwegingen en maakt die tot de zijne.

geen onrechtmatig verkregen bewijs

Het Hof sluit zich ook aan bij het oordeel van het Gerecht dat de wijze waarop het bewijs van het bestaan van de tweede arbeidsovereenkomst is verkregen (namelijk door de zakelijke mailbox van de werknemer te doorzoeken) gelet op de omstandigheden van dit geval er niet toe leidt dat dit bewijs buiten beschouwing zou moeten worden gelaten. Ook hiervoor verwijst het Hof naar overwegingen in de tussenbeschikking van het Gerecht (4.5-4.7) en neemt die over.

wel melding vereist van tweede arbeidsovereenkomst

De werknemer heeft in zijn beroepschrift (op p.5) aangevoerd dat hij niet verplicht was het aangaan van de tweede arbeidsovereenkomst te melden en heeft zich beroepen op zijn grondrecht van vrije arbeidskeuze. Dat hij het recht heeft om van werk te wisselen betekent echter niet dat de werknemer de belangen van zijn oude werkgever geheel ondergeschikt kon maken aan zijn persoonlijke belangen, zoals hij in dit geval heeft gedaan. Het gaat hier niet louter om het verzwijgen van enkele nevenwerkzaamheden gedurende een paar uur per week, maar om het naast elkaar verrichten van twee volledige functies op leidinggevend niveau op twee verschillende continenten gedurende vier maanden. Met het Gerecht acht het Hof het evident dat dit negatieve gevolgen heeft voor de inzetbaarheid en belastbaarheid van de werknemer en voor de kwaliteit van zijn werk.

De werknemer had dus moeten melden dat hij een andere arbeidsovereenkomst wilde aangaan, waarna overleg had kunnen volgen over een beëindiging van het dienstverband. Dit nog afgezien van het feit dat het in het personeelsreglement was verboden (zoals hiervoor al overwogen) nevenwerkzaamheden te verrichten die in strijd konden zijn met de belangen van Arbo Consult. Ook dit leidt tot het aannemen van een meldingsplicht in dit geval.

overeengekomen arbeid is niet dan wel onvoldoende verricht

Arbo Consult heeft gesteld dat de werknemer de overeengekomen werkzaamheden als waarnemend directeur niet heeft uitgevoerd en ook niet heeft kunnen uitvoeren, omdat zijn fysieke aanwezigheid op de werkvloer in Curaçao noodzakelijk was. Zij heeft dit onderbouwd door overlegging van het directiereglement, waaruit blijkt dat de directeur verantwoordelijk is voor het dagelijkse reilen en zeilen van de organisatie, welke taak onmogelijk op een goede manier op afstand vervuld kan worden als de (waarnemend) directeur langere tijd afwezig is, ook omdat de directeur een voorbeeldfunctie heeft.

Dit wordt volgens Arbo Consult ondersteund door een gedetailleerde verklaring van de huidige directeur, die een overzicht heeft gegeven van haar wekelijkse tijdsbesteding (circa 60 uur), waarvan een aanzienlijk deel persoonlijke interactie vergt. Arbo Consult voert aan dat het praktisch onmogelijk is dat de werknemer naast 36 uur voor zijn Nederlandse werkgever ook nog 40 tot 60 uur heeft kunnen besteden aan zijn werk voor Arbo Consult. Uit verklaringen van medewerkers blijkt dat hij dit heeft trachten op te lossen door taken te delegeren aan andere medewerkers. Uit de verklaring van de Financial Manager blijkt bovendien dat er een grote hoeveelheid achterstallig werk was in de financiële administratie; over 2023 waren een groot aantal facturen nog niet verstuurd en er was een waslijst aan openstaande facturen (onder meer aan de belastingdienst, inclusief boetes en incassokosten).

De werknemer heeft hier onvoldoende tegenover gesteld. Hij heeft bij het Gerecht aangevoerd dat hij in de eerste weken dat hij in Nederland was (in februari en maart) een vijftal besprekingen heeft gevoerd met organisaties op het gebied van Arbowetgeving en schuldsanering. Hij heeft echter geen stukken overgelegd die deze besprekingen staven.

Daarnaast heeft de werknemer volgens zijn verklaring ter mondelinge behandeling bij het Gerecht (proces-verbaal p.5) op afstand doorgewerkt voor Arbo Consult. In de ochtend verrichtte hij werkzaamheden voor zijn werkgever in Nederland en vanaf ongeveer 12 uur tot 21.00 werkte hij voor Arbo Consult. Ter toelichting van die werkzaamheden heeft hij verwezen naar een aantal appjes die hij heeft gewisseld met medewerkers van Arbo Consult in april en mei 2024 (productie 6, overgelegd door de werknemer op 9 juni 2025) en een aantal pagina’s met screenshots, kennelijk van zijn zakelijke mailbox, met mailverkeer in april, mei en juni 2024 (productie 3 bij zijn akte van 25 augustus 2025). Daaruit valt hooguit af te leiden dat de werknemer in die periode mails heeft ontvangen en op enkele daarvan heeft gereageerd. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan daaruit echter niet worden afgeleid dat de werknemer zijn overeengekomen werkzaamheden behoorlijk heeft vervuld en dat de organisatie in die periode op basis van zijn aanwijzingen normaal functioneerde, zoals hij stelt. Tegenover de gemotiveerde en onderbouwde stellingen van Arbo Consult kan dit niet worden aangenomen.

De conclusie luidt dat Arbo Consult voldoende heeft aangevoerd om aan te nemen dat de werknemer vanaf 1 maart 2024 tot einde dienstverband zijn overeengekomen werkzaamheden niet dan wel volstrekt onvoldoende heeft vervuld.

beoordeling vorderingen

vordering a vliegticket en vordering b daggeldvergoedingen

Uit het voorgaande volgt dat de werknemer onvoldoende heeft aangevoerd om aan te nemen dat de reis naar Nederland een dienstreis was die hij ten laste van Arbo Consult kon brengen. Het Gerecht heeft in de tussenbeschikking (in 4.21 en 4.22) overwogen dat voor de betaling van het vliegticket en het daggeld geen grondslag bestond. Het Hof sluit zich aan bij deze overwegingen en maakt die tot de zijne. Deze vorderingen van Arbo Consult zullen dus worden toegewezen.

vordering c restitutie sociale premies

De werknemer heeft op 29 juli 2024 en 5 augustus 2024 in totaal Cg 12.713,01 aan zichzelf overgemaakt met als omschrijving “corr uitval sociale premies sal juni en juli 2024 uitschrijving”. Hij heeft gesteld dat hij door zijn uitschrijving niet meer premieplichtig was in Curaçao. Arbo Consult heeft echter aangevoerd dat zij premies is blijven afdragen voor de werknemer en daartoe ook verplicht was, omdat de werknemer immers tot 31 juli 2024 bij haar in dienst was. Hier tegenover heeft de werknemer onvoldoende aangevoerd om aan te nemen dat er een rechtsgrond bestond voor de restitutie; de inhoud van de door hem overgelegde mailcorrespondentie met zijn accountant biedt die grondslag niet. Ook deze vordering zal worden toegewezen.

vordering d terugbetaling salaris

Uit het voorgaande volgt dat de werknemer vanaf 1 maart 2024 tot 21 juni 2024 (de datum dat hij zich ziekgemeld heeft) niet alleen ernstige wanprestatie heeft gepleegd door de tweede arbeidsovereenkomst te verzwijgen. Daarnaast is voldoende komen vast te staan dat hij zijn overeengekomen werkzaamheden niet dan wel volstrekt onvoldoende heeft vervuld, hetgeen wanprestatie oplevert. De door Arbo Consult als gevolg daarvan geleden schade kan worden begroot op de loonwaarde van de arbeid die hij in die periode had moeten verrichten. Het incidentele beroep van Arbo Consult gaat in zoverre op en de werknemer zal het salaris dat hij in die periode heeft gekregen moeten terugbetalen.

Het Gerecht heeft in de tussenbeschikking (in 4.13) overwogen dat de werknemer vanaf datum ziekmelding tot einde dienstverband (21 juni 2024 tot 31 juli 2024) zijn salaris niet zonder rechtsgrond heeft ontvangen, omdat de werknemer ziek was en gelet op artikel 7A: 1614c BW recht had op loon. Arbo Consult heeft tegen dit oordeel haar tweede incidentele grief gericht.

Allereerst acht het Hof de ziekmelding onvoldoende onderbouwd. De werknemer heeft slechts een brief van een huisarts van 19 juni 2024 aan Arbo Consult gestuurd (productie 19 bij verweerschrift in hoger beroep) met als tekst: “ bovengenoemde patiënt (is) ivm chronische sinusitis niet in staat de geplande vliegreis te doen”. Mede gelet op de verklaring van de door Arbo Consult ingeschakelde arts kort daarvoor (zie hiervoor onder 3.8) dat er geen medische reden was waarom de werknemer niet naar Curaçao kon reizen is deze verklaring onvoldoende en bovendien, gelet op het tijdstip daarvan (na de opzegging en in het zicht van het einde van de arbeidsovereenkomst) ongeloofwaardig.

Maar zelfs als aangenomen moet worden dat de werknemer daadwerkelijk ziek was is het Hof van oordeel dat de werknemer deze uitval wegens ziekte aan zichzelf te wijten heeft. Hij heeft er bewust voor gekozen twee fulltimebanen met elkaar te combineren, waarbij hij ook rekening moest houden met het tijdsverschil tussen Nederland en Curaçao. Volgens zijn eigen verklaring (weergegeven hiervoor in 5.14) maakte de werknemer op die manier werkdagen van 12 uur. Het is evident dat een dergelijk werkschema vroeg of later tot uitval leidt. Als de werknemer Arbo Consult eerder op de hoogte had gebracht van de tweede arbeidsovereenkomst dan had zij maatregelen kunnen nemen, door de tweede arbeidsovereenkomst te verbieden, loonbetalingen te staken of de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Die mogelijkheden heeft de werknemer aan Arbo Consult onthouden en ook dat levert strijd op met zijn verplichting om zich als een goed werknemer te gedragen.

De conclusie uit het voorgaande is dat het Hof de in de genoemde periode ontstane schade als gevolg van wanprestatie van de werknemer zal begroten op het over de periode 21 juni 2024 tot 31 juli 2024 doorbetaalde loon.

Dit betekent dat ook de tweede incidentele grief van Arbo Consult opgaat en dat vordering d volledig dient te worden toegewezen, tot een bedrag van Cg 70.207,13. Het Gerecht heeft inzake vordering d een bedrag van Cg 29.085,16 toegewezen. Die toewijzing wordt bevestigd en het Hof zal aanvullend toewijzen Cg 41.121,97 (Cg 70.207,13 minus Cg 29.085,16).

vordering e- dubbele uitbetaling niet genoten vakantiedagen en te hoog salaris in februari 2024

Arbo Consult heeft Cg 924,68 gevorderd op grond van de stelling dat de werknemer dit bedrag aan zichzelf heeft uitgekeerd en het Gerecht heeft deze vordering toegewezen. De werknemer heeft tegen deze toewijzing in hoger beroep geen bezwaar gemaakt, zodat deze in stand blijft.

Arbo Consult heeft daarnaast gesteld dat de werknemer zijn niet genoten vakantiedagen twee keer aan zichzelf heeft uitbetaald, namelijk zowel in juli 2024 (blijkens een salarisstrook van die maand was dat Cg 18.905,36 ter zake van 260 vakantieuren) als in augustus 2024 (blijkens een salarisstrook van die maand is wederom Cg 18.905,36 uitbetaald ter zake van 260 vakantieuren).

De werknemer heeft in de procedure bij het Gerecht betwist twee keer betaling te hebben ontvangen en heeft ten bewijze daarvan de afschriften overgelegd van een bankrekening op zijn naam (maar met een ander nummer dan de MCB-rekening die op de salarisstrook staat), waarop slechts één bijschrijving op 5 augustus 2024 voorkomt met de omschrijving “vakantietegoed 23 en 24”. In zijn beroepschrift heeft de werknemer herhaald dat hij geen dubbele betaling heeft ontvangen. Arbo Consult kan volgens hem geen betalingsbewijs overleggen van een tweede betaling, omdat die niet is verricht.

Op Arbo Consult rust de bewijslast van de dubbele betaling. Complicerend in dit geval is dat de werknemer, nadat aan hem reguliere salarisbetalingen waren gedaan over de maanden mei tot en met juni 2024 (waarvan salarisstroken zijn opgemaakt), de salarisadministratie van Arbo Consult opdracht heeft gegeven een herberekening te laten uitvoeren. Die hield verband met een correctie inzake sociale premies, omdat de werknemer ervan uitging recht te hebben op restitutie daarvan. In haar akte aanvullende producties van 21 mei 2026 heeft Arbo Consult gesteld (onder verwijzing naar de op instructie van de werknemer gecorrigeerde salarisstroken en naar bankafschriften) dat de werknemer wel degelijk twee maal een uitkering van Cg 18.905,36 bruto (Cg 10.114 netto) heeft ontvangen.

Tijdens de mondelinge behandeling (op 28 mei 2026) heeft de werknemer deze berekening weliswaar niet betwist, maar hij had daar weinig tijd voor. Het Hof zal hem daarom in de gelegenheid stellen te reageren op de akte van Arbo Consult van 21 mei 2025, louter en alleen over vordering e. Arbo Consult mag daarna een antwoordakte nemen.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

verwijst de zaak naar de rol van het Hof van 8 september 2026 voor uitlating aan de zijde van de werknemer zoals overwogen in 5.28, waarna Arbo Consult daarop mag reageren met een antwoordakte;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.G. ter Veer, E.M. van der Bunt en M.A. Loth, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 18 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand