ECLI:NL:OGHACMB:2026:258

ECLI:NL:OGHACMB:2026:258

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 09-09-2026
Zaaknummer SXM2021H00130
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Sint Maarten. Executiegeschil over afrekening arbeidsovereenkomst. Eindvonnis na tussenvonnis.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026

Registratienummers:

eerste aanleg: SXM201801343 en SXM201801355

hoger beroep: SXM2021H00126 en SXM2021H00130

Uitspraak: 26 augustus 2026

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in kort geding

in zaak SXM2021H00126 (hierna H126):

de naamloze vennootschap

TALIESIN CONSTRUCTION N.V.,

gevestigd in Sint Maarten,

appellant,

in eerste aanleg eiseres in zaak SXM201801343,

gedaagde in zaak SXM201801355,

hierna: Taliesin,

gemachtigde: mr. P.A.M. Brandon,

tegen

[Geïntimeerde],

gevestigd in [woonplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg gedaagde in zaak SXM201801343,

eiser in zaak SXM201801355,

hierna: [geïntimeerde],

gemachtigde: [naam gemachtigde],

en

in zaak SXM2021H00130 (hierna: H130):

[Geïntimeerde],

gevestigd in [woonplaats],

appellant,

in eerste aanleg gedaagde in zaak SXM201801343,

eiser in zaak SXM201801355,

hierna: [geïntimeerde],

gemachtigde: [naam gemachtigde],

tegen

de naamloze vennootschap

TALIESIN CONSTRUCTION N.V.,

gevestigd in Sint Maarten,

geïntimeerde,

in eerste aanleg eiseres in zaak SXM201801343,

gedaagde in zaak SXM201801355,

hierna: Taliesin,

gemachtigde: mr. P.A.M. Brandon.

1. Het verdere verloop van de procedure

Het Hof heeft op 30 juli 2024 een eerste tussenvonnis gewezen, waarna op 23 oktober 2024 (ECLI:NL:OGHACMB:2024:193) een tweede tussenvonnis is gevolgd; het Hof verwijst naar de inhoud van beide vonnissen. In het tweede tussenvonnis is een deskundigenbericht bevolen met benoeming van P. Mason (hierna: de deskundige).

Op 12 september 2025 heeft de deskundige een rapport met bijlagen toegezonden aan de griffie van het Hof. Op diezelfde dag heeft het Hof aan de deskundige gevraagd het rapport aan te vullen, omdat daaruit niet bleek of partijen bij het onderzoek in de gelegenheid gesteld zijn om opmerkingen te maken en verzoeken te doen. De deskundige heeft daarop niet gereageerd, waarna de zaak naar de rolzitting van 21 januari 2026 is verwezen voor conclusie na deskundigenbericht.

Op de rolzitting van 18 maart 2026 hebben partijen ieder een akte genomen.

Vonnis is gevraagd en nader bepaald op vandaag.

2. De feiten

Voor de leesbaarheid van dit vonnis worden hierna de feiten herhaald die het Hof in het eerste tussenvonnis onder 2.1 heeft vastgesteld.

“2.1 Tussen Taliesin en [Geïntimeerde] bestaat een arbeidsovereenkomst. Dat is beslist in een beschikking van het Gerecht van 31 januari 2018 (EJ 240/2015) en de daaraan voorafgaande tussenbeschikkingen. De beschikking van 31 januari 2018 (hierna: de eindbeschikking 2018) is in kracht van gewijsde gegaan. Het dictum van die beschikking luidt onder meer:

“- verklaart voor recht dat tussen partijen sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij een vijfdaagse werkweek en 8 uren per dag;

-veroordeelt Taliesin om aan [Geïntimeerde] te voldoen het verschuldigde loon over de periode 1 juli 2009 tot en met 31 december 2009 gebaseerd op een volledige werkweek van 8 uren per dag en tegen een dagloon van USD 100 bruto, verminderd met hetgeen hierop reeds door Taliesin aan [Geïntimeerde] is voldaan;

- veroordeelt Taliesin om aan [Geïntimeerde] te voldoen het verschuldigde loon over de periode 1 januari 2010 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig tot een einde is gekomen, gebaseerd op een volledige werkweek van 8 uren per dag en tegen een dagloon van USD 1.410 per quincena, verminderd met hetgeen hierop reeds door Taliesin aan [Geïntimeerde] is voldaan;

- veroordeelt Taliesin om over deze bedragen te voldoen de wettelijke verhoging (…) van 10% en over het totaal van de toegewezen bedragen de wettelijke renten vanaf de vervaldata van de loontermijnen tot die der algehele voldoening;

- veroordeelt Taliesin om aan [Geïntimeerde] te voldoen de geldelijke waarde van 30 vakantiedagen, berekend naar de loonwaarde van die dagen in het jaar waarin zij zijn opgebouwd, verhoogd met de wettelijke verhoging (…) van 10 % en over het totaal van de toegewezen bedragen de wettelijke renten vanaf de vervaldata van de loontermijnen tot die der algehele voldoening; (…)”.

3. De beslissing van het Gerecht

Het Gerecht heeft bij eindvonnis van 1 september 2021 Taliesin veroordeeld om aan [Geïntimeerde] te betalen USD 68.176,29 bruto aan loon als bedoeld in het tweede en derde gedachtestreepje van de eindbeschikking 2018, met veroordeling van Taliesin in de proceskosten en afwijzing van het meer of anders gevorderde.

4. De verdere beoordeling

vermeerdering van eis [Geïntimeerde]

In het bestreden eindvonnis van 1 september 2021 (in 2.2) heeft het Gerecht een eisvermeerdering van [Geïntimeerde] als tardief geweigerd, wegens strijd met de goede procesorde. Die eisvermeerdering was vervat in een akte met producties gedateerd 22 maart 2021 (met als opschrift “akte inbreng berekeningen inhoudende akte tot vermeerdering van eis”, hierna: akte [Geïntimeerde] 22 maart 2021).

[Geïntimeerde] heeft deze akte met producties in hoger beroep opnieuw overgelegd (in zaak H126, als productie 4 bij zijn memorie van antwoord in principaal beroep/memorie van grieven in incidenteel beroep). Onder verwijzing naar deze akte heeft hij zijn oorspronkelijke eis zowel in zaak H126 als in zaak H130 vermeerderd tot USD 268.051,60. Deze akte behoort daarmee tot de processtukken en het Hof zal recht doen op grond van deze vermeerderde eis van [Geïntimeerde].

uitgangspunten berekeningen

Partijen verschillen nog steeds van mening over welk totaalbedrag Taliesin aan [Geïntimeerde] moet betalen op grond van de eindbeschikking 2018 en met name over de uitgangspunten voor de berekening van dat bedrag. Het Hof heeft in het eerste tussenvonnis (in 4.3) de uitgangspunten weergegeven die het Gerecht heeft gehanteerd in die eindbeschikking en overwogen dat het Hof als executierechter geen ruimte heeft om daar in deze procedure anders over te oordelen. Vervolgens heeft het Hof die uitgangspunten besproken aan de hand van de grieven van [Geïntimeerde] en dit leverde de volgende beslissingen op (met de aanduidingen uit het eerste tussenvonnis):

( i) uitgangspunt blijft dat [Geïntimeerde] vijf werkdagen per week werkte voor Taliesin, dus er wordt geen rekening gehouden met een zesde dag en geen overuren (r.ov 4.6);

(iv) voor de executiekosten en proceskosten op grond van de eindbeschikking 2018 biedt die beschikking al een titel en die kosten zijn al bekend (r.ov 4.9);

( v) voor de niet genoten vakantiedagen, de wettelijke verhogingen en de wettelijke rente biedt de eindbeschikking 2018 ook al een titel, maar die concrete bedragen zijn nog niet bekend (r.ov 4.10).

nog onbeslist

Dat betekent dat de volgende punten nog niet beslist zijn door het Hof in afwachting van het rapport van de deskundige:

(ii) en (iii) hoe moet worden omgegaan met het feit dat er vanaf 1 juli 2009 voor [Geïntimeerde] door Taliesin geen loonbelasting en geen sociale premies zijn afgedragen;

(v) om hoeveel niet genoten vakantiedagen gaat het;

(vi) hoeveel is er in de loop van de jaren 2009 tot 2018 betaald door Taliesin aan [Geïntimeerde] en zijn die betalingen steeds per vervaldatum van iedere loontermijn (per quincena) betaald of later; als dit later is hoeveel moet dan de wettelijke verhoging bedragen en de daarover te berekenen wettelijke rente.

deskundigenrapport biedt geen houvast

Om die onbesliste punten te kunnen beoordelen heeft het Hof vragen gesteld aan de deskundige. Beide partijen hebben in hun aktes na deskundigenbericht fundamentele kritiek op de antwoorden die de deskundige heeft gegeven. Niet alleen hebben partijen niet de gelegenheid gehad vragen te stellen en opmerkingen te maken naar aanleiding van een concept-rapport, maar het rapport is op essentiële punten niet duidelijk (uitleg door de deskundige ontbreekt) en niet correct voor wat betreft de berekening van wettelijke rente, wettelijke verhoging en vergoeding van niet-genoten vakantiedagen. Het Hof onderschrijft deze kritiek en dat betekent dat het deskundigenrapport niet als grondslag van de verdere beoordeling kan worden genomen, tenzij partijen het eens zijn over gegevens daaruit.

Het voorschot voor de kosten van de deskundige bedroeg USD 7.500 en partijen hebben ieder de helft van het voorschot daarvan betaald. Het Hof ziet gelet op het feit dat het rapport niet of nauwelijks bruikbare gegevens oplevert voor de verdere beoordeling aanleiding het loon van de deskundige op grond van artikel 174c Rv te begroten op USD 3.000, te dragen door partijen ieder voor de helft. Wat partijen meer hebben betaald kunnen zij desgewenst terugvorderen bij de deskundige.

verdere beoordeling

Beide partijen verzoeken het Hof nu in goede justitie de verschuldigde bedragen vast te stellen. Dat zal het Hof hierna doen, waarbij het noodzakelijk is op enigszins grove wijze knopen door te hakken, dit om partijen de duidelijkheid te bieden waar zij al vele jaren op wachten. Het Hof rondt de bedragen hierna steeds af op hele dollars.

geen inhoudingen op achterstallig loon

[Geïntimeerde] verricht al sinds 1993 werkzaamheden voor Taliesin (en misschien nog steeds). De aard, omvang en honorering van de werkzaamheden was vanaf 1993 niet schriftelijk vastgelegd. Taliesin ging ervan uit dat [Geïntimeerde] als zelfstandige subcontractor werkte en de betaling voor zijn werkzaamheden was daarop gebaseerd. [Geïntimeerde] heeft zich niet eerder dan 30 juni 2014 erop beroepen dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst en heeft op 26 januari 2015 een daarop gebaseerd verzoek bij het Gerecht ingediend tot betaling van achterstallig loon. Dat heeft uiteindelijk geleid tot de eindbeschikking 2018, waarin is geconstateerd dat er tussen partijen een arbeidsovereenkomst geldt en dat er op die basis achterstallig loon moet worden betaald vanaf 1 juli 2009, met als einddatum 31 december 2018. Over de duur van die periode (hierna: de afrekenperiode) zijn partijen het eens.

Gelet op de hiervoor geschetste situatie is het Hof van oordeel dat als basis voor de berekening van het achterstallig loon dient te gelden dat Taliesin over 2009 USD 100 per dag aan [Geïntimeerde] dient te betalen en vanaf 1 januari 2010 tot 1 januari 2019 USD 1.410 per quincena, zonder aftrek wegens inhouding van loonbelasting of sociale premies. [Geïntimeerde] heeft aangevoerd dat voor Taliesin geen verplichting meer bestaat tot inhouding of afdracht over deze reeds afgesloten periode, dat Taliesin uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat ook niet meer te zullen gaan doen en dat [Geïntimeerde] zelf belast moet blijven met de betaling van de sociale premies en de loonbelasting.

In de eindbeschikking 2018 is weliswaar opgenomen dat de achterstallige loonbetalingen brutobedragen betreffen en ook het Gerecht gaat daarvan uit in de bestreden vonnissen. Gelet op de hiervoor geschetste situatie is het achteraf toepassen van het bij een arbeidsovereenkomst behorend regime van bruto/netto en inhouding en afdracht te ingewikkeld (dit is ook een reden waarom de berekeningen door deskundigen zowel in eerste aanleg als in hoger beroep zijn vastgelopen). Dat doet ook geen recht aan de feitelijke situatie, nu [Geïntimeerde] voldoende heeft gesteld om aan te nemen dat hij zelf over de in het geding zijnde periode inkomstenbelasting en aanslagen voor sociale verzekeringen heeft betaald.

Dit betekent echter niet dat Taliesin aan [Geïntimeerde] te veel heeft betaald en dit zou kunnen terugvorderen. Nog afgezien van het feit dat Taliesin een dergelijke vordering niet heeft ingesteld in de procedure die tot de eindbeschikking 2018 heeft geleid, en ook niet in dit executiegeding, geldt dat vaststaat dat Taliesin geen afdrachten heeft gedaan inzake belasting en sociale verzekeringen, zodat dit geen basis kan vormen voor terugvordering van [Geïntimeerde]. Een andere grondslag voor terugvordering is gesteld noch gebleken.

geen compensatie voor feit dat [Geïntimeerde] sociale premies zelf heeft betaald

[Geïntimeerde] heeft in zijn akte 22 maart 2021 gesteld en onderbouwd (in productie 6 bij die akte) dat hij aanslagen voor sociale verzekeringen (AOV/AWW, ZV/OV en AVBZ) heeft ontvangen en betaald. [Geïntimeerde] heeft gevorderd dat Taliesin moet betalen USD 25.494 (ter hoogte van de werkgeversbijdrage AOV/AWW) en USD 1.700 (ter hoogte van de werkgeversbijdrage AVBZ) betaalt. Zoals in de tussenbeschikking (in 4.1) al is overwogen treedt het Hof in deze zaak op als executierechter inzake de eindbeschikking 2018. In die beschikking zijn vorderingen van [Geïntimeerde] tot nakoming van verplichtingen uit de aangenomen arbeidsovereenkomst toegewezen en dat dient als uitgangspunt voor het Hof. De vordering van [Geïntimeerde] tot compensatie voor het feit dat hij als zelfstandige sociale premies heeft betaald valt buiten het kader van dit executiegeschil. Dit deel van de vordering van [Geïntimeerde] zal dus worden afgewezen.

wat heeft Taliesin betaald aan loon?

Om de rest van de vordering van [Geïntimeerde] te beoordelen moet worden vastgesteld wat Taliesin daadwerkelijk heeft betaald. De berekeningen van de door het Gerecht en door het Hof ingeschakelde deskundigen zijn niet bruikbaar, omdat zij een ander uitgangspunt hebben genomen dan het Hof hiervoor in 4.9 heeft genomen. In het rapport van de door het Hof benoemde deskundige komt wel een kolom “Paid Amount” voor, maar onduidelijk is (bij gebreke aan een toelichting) of en op welke wijze deze deskundige heeft gecontroleerd dat deze bedragen zijn uitbetaald. [Geïntimeerde] wijst daar ook op in zijn akte na deskundigenbericht.

In twee dicta van de eindbeschikking 2018 is Taliesin veroordeeld tot betaling van bedragen “verminderd met hetgeen hierop reeds door Taliesin aan [Geïntimeerde] is voldaan”. Op Taliesin rust als werkgever de last te bewijzen hoeveel loon reeds is betaald (en op welk bedragen de in de dicta van de eindbeschikking 2018 bedoelde beschikkingen dus uitkomen). Daarvan had Taliesin op grond van haar administratie simpel een onderbouwd overzicht kunnen maken, maar dat heeft zij steeds nagelaten. In de door Taliesin overgelegde berekeningen bij mail van 8 juli 2024 staat weliswaar een kolom “Paid Amount”, maar die bedragen zijn niet opgeteld, er lijken gegevens te ontbreken en ook daarvan is zonder toelichting niet duidelijk waar deze bedragen op zijn gebaseerd (payment vouchers, time sheets, yearly statements?).

[Geïntimeerde] heeft als productie 13 bij zijn akte van 22 maart 2021 een opsomming gegeven van hetgeen betaald moest worden (1e kolom: “Bruto Salaris”) betalingen die hij heeft ontvangen (2e kolom: Ontv.Betal.) en het verschil daartussen (3e kolom: Verschil). Die 3e kolom sluit op een bedrag van USD 62.708 (waarbij de overuren/zaterdagen niet zijn meegenomen, want de tegenwaarde daarvan vermeldt [Geïntimeerde] in een 4e kolom). Het Hof gaat uit van de juistheid van dit overzicht en dus van genoemd bedrag aan achterstallig loon.

niet-genoten vakantiedagen

In de akte [Geïntimeerde] 22 maart 2021 vordert hij USD 4.232 wegens vergoeding van de tegenwaarde van 30 niet-genoten vakantiedagen. Ook hiervoor geldt dat Taliesin op grond van de administratie die zij als werkgever moet bijhouden had kunnen aangeven of dit klopt. Omdat zij dit heeft nagelaten gaat het Hof uit van de juistheid van de opgave van [Geïntimeerde] en genoemd bedrag zal worden toegewezen.

tijdigheid betalingen en wettelijke verhoging

Ook hiervoor geldt dat op Taliesin als werkgever de bewijslast rust dat de loonbetalingen per quincena steeds tijdig zijn gedaan, hetgeen uit haar administratie zou moeten blijken. In de door Taliesin overgelegde berekeningen en die van de deskundige in hoger beroep worden weliswaar betaaldata genoemd, maar ook daarvoor geldt dat zonder toelichting niet duidelijk is waar deze gegevens op gebaseerd zijn. Het Hof hakt ook hier een knoop door en zal over het totaal aan achterstallige betalingen (achterstallig loon en niet genoten vakantiedagen 10% aan wettelijke verhoging rekenen. Dat is het percentage dat in twee dicta van de eindbeschikking 2018 wordt genoemd.

executiekosten

In de akte [Geïntimeerde] 22 maart 2021 vordert hij in totaal USD 3.513 aan executiekosten (USD 1.897 aan proceskosten eindbeschikking 2018, USD 418 aan betekeningskosten en twee keer USD 599 aan beslagkosten), die hij grotendeels heeft onderbouwd met stukken. Deze kosten komen het Hof juist voor en daarvan zal worden uitgegaan. De omstandigheid dat de eindbeschikking 2018 een titel voor inning van deze kosten verschaft staat niet eraan in de weg dat deze kosten in dit executie-kort geding worden begroot en gespecificeerd (voor zover rov. 4.9 van het eerste tussenvonnis anders gelezen zou moeten worden, komt het Hof daarvan terug).

wettelijke rente

Over het totaalbedrag aan achterstallige betalingen, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 10% daarover (r.ov 4.17) en over de executiekosten (r.ov 4.18) en verminderd met hetgeen reeds betaald is zal het Hof de wettelijke rente toewijzen vanaf 31 januari 2018, de datum van de eindbeschikking.

toetsingskader executiegeschil

Het Hof is van oordeel dat het samenstelsel van voorgaande beslissingen het meest overeenkomt met het doel en de strekking van de eindbeschikking 2018. Tegelijkertijd wordt recht gedaan aan het feit dat het achteraf plaatsen van de mal van een arbeidsovereenkomst op een situatie waarin partijen daar 10 jaar lang niet naar gehandeld hebben onoverkomelijke feitelijke uitvoeringsproblemen oplevert, die hiermee hopelijk worden opgelost.

slotsom

Uit het voorgaande volgt dat Taliesin zal worden veroordeeld aan [Geïntimeerde] te betalen op grond van de veroordeling in de eindbeschikking 2018:

a. USD 68.979 (USD 62.708 aan loon als bedoeld in het tweede en derde gedachtestreepje van die beschikking (r.ov 4.15) vermeerderd met 10% wettelijke verhoging);

b. USD 4.655 (USD 4.232 aan tegenwaarde van niet-genoten vakantiedagen als bedoeld in het vierde gedachtestreepje van die beschikking (r.ov 4.16) vermeerderd met 10% wettelijke verhoging;

c. USD 3.513 executiekosten (r.ov 4.18).

Op het totaal van deze bedragen, te weten USD 77.147, dient een bedrag van USD 35.466 in mindering te worden gebracht. Dit is de optelsom van USD 20.466 als verhaald uit beslag (inleidend verzoekschrift Taliesin productie 4) en USD 15.000 als betaald door Taliesin aan [Geïntimeerde] (producties 5 bij hetzelfde inleidende verzoekschrift). Taliesin zal worden veroordeeld het restant, te weten USD 41.681, te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente zoals hiervoor overwogen vanaf 31 januari 2018.

Het door Taliesin ingestelde (principale) hoger beroep is deels gegrond, evenals het door [Geïntimeerde] ingestelde incidentele appel. Het bestreden vonnis zal worden vernietigd en Taliesin zal worden veroordeeld zoals in r.ov 4.22 overwogen.

De kosten van de deskundige zullen worden begroot op USD 3.000 (r.ov 4.6).

Nu partijen over en weer in het ongelijk gesteld zijn zullen de proceskosten in beide instanties worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

B E S L I S S I N G

Het Hof, rechtdoende in kort geding :

vernietigt het vonnis waarvan beroep, en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt Taliesin tot betaling aan [Geïntimeerde] van USD 41.681, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2018 tot aan de dag van algehele betaling;

begroot de kosten van de deskundige mevr. P. Mason op USD 3.000;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.M. van der Bunt, G.C.C. Lewin en C.G. ter Veer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 26 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand