GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN
ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN
BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Vierde tussenvonnis in de zaak:
de naamloze vennootschap GAMING SERVICES PROVIDER N.V.,
gevestigd in Curaçao,
hierna: GSP,
oorspronkelijk (mede)gedaagde, thans geïntimeerde,
gemachtigden: mrs. A.C. van Hoof en E. Frins,
tegen
1. [geïntimeerden 1],
wonende in de [woonplaats],
2. [GEÏNTIMEERDEN 2],
wonende in [woonplaats],
3. de stichting STICHTING BELANGENBEHARTIGING GEDUPEERDEN ONLINE KANSSPELEN (SBGOK),
gevestigd in Curaçao,
gezamenlijk hierna (in enkelvoud): SBGOK,
oorspronkelijk eisers, thans geïntimeerden,
gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk.
1. Verder procesverloop
Het Hof verwijst naar zijn tussenvonnissen van 25 maart 2025, 17 juni 2025 en 24 maart 2026.
Op 21 april 2026 hebben zowel GSP als SBGOK een akte, met producties, genomen.
Op 19 mei 2026 hebben beide partijen een antwoordakte genomen.
Vonnis is bepaald op heden.
2. Verdere beoordeling
Feiten
Het Gerecht heeft in het bestreden vonnis, onder 2, de volgende feiten vastgesteld, voor zover in hoger beroep van belang:
GSP beschikt over een door het land Curaçao verleende vergunning tot het exploiteren van wat in de Landsverordening wordt genoemd buitengaatse hazardspelen en thans bekend staat als online casino’s. GSP heeft deze vergunning in gebruik (door haar genoemd en hierna te noemen: sub-licentie) gegeven aan verschillende rechtspersonen, waaronder [naam].
De sub-licentiehouders exploiteren op hun beurt, via zogenoemde operators, online casino’s op sites met onder andere de namen Androma.com, Betcoin.ag, Bk8.com, betnomi.com, Duelbits.com, [naam]bet.com en Betobet.com. Al deze online casino’s worden geëxploiteerd met gebruikmaking van (een sub-licentie van) de vergunning van GSP.
[geïntimeerden 1] heeft begin 2022 een account geopend bij het online casino Andromeda.com. Op 1 juli 2022 heeft hij gewonnen, waarna het saldo op zijn account US$ 15.793,36 bedroeg. Het casino heeft het verzoek van [geïntimeerden 1] om uitbetaling afgewezen en het saldo op nul gezet, stellende dat er een technisch mankement was aan het spel.
speler A] (verder: speler a) heeft in 2022 een account geopend bij het online casino Betcoin.ag. Nadat hij op 14 mei 2022 gewonnen had, heeft het casino zijn account geblokkeerd en zijn saldo van CAD 13.000 geconfisqueerd, stellende dat hij multiple accounts had. Speler a heeft zijn vordering overgedragen aan de stichting (SBGOK, Hof). Na aanschrijving door de stichting is het casino uitbetaling blijven weigeren, stellende dat speler a zijn account in [land] heeft geopend, en dat via zijn crypto wallet andere accounts werden betaald.
speler B] (verder: speler b) heeft in december 2022 een account geopend bij het online casino Bk8.com. Op 6 februari 2023 bedroeg het saldo US$ 9.000. Desgevraagd weigerde het casino uitbetaling en werd het saldo verminderd met US$ 8.500. Op vragen hierover van antwoordde het casino dat speler b algemene voorwaarden had overtreden, wat zou zijn gebleken uit een (aan hem niet geopenbaard) onderzoek. Speler b heeft zijn vordering overgedragen aan de stichting. Op een aanschrijving met aanspraak op betaling door de stichting heeft GSP niet gereageerd.
speler C] (verder: speler c) heeft in oktober 2022, nadat hij een kopie van zijn ID en een proof of address had gestuurd, een account geopend bij het online casino [naam]bet.com dat werd geëxploiteerd door [naam]. Toen op 14 november 2022 het saldo op de account CAD 50.000 bedroeg, werd deze geblokkeerd. Op verzoek van het casino heeft speler c verschillende keren opnieuw gegevens aan het casino gestuurd waarmee zijn identiteit kon worden geverifieerd, wat niet heeft geleid tot vrijgeven van zijn saldo. Speler c heeft zijn vordering overgedragen aan de stichting. Een aanschrijving met aanspraak op betaling door de stichting van gedaagden heeft niet geresulteerd in betaling.
speler D] (verder: speler d) heeft in september 2022 een account geopend bij het online casino [naam]bet.com dat werd geëxploiteerd door [naam]. Het casino heeft zijn identiteit niet vooraf geverifieerd. Toen het saldo circa CAD 15.000 bedroeg en speler d vroeg om uitbetaling, heeft het casino de account geblokkeerd en alsnog gevraagd om een identiteitsbewijs. Speler d heeft aan verschillende verzoeken voldaan, wat niet heeft geleid tot vrijgeven van zijn account. Speler d heeft zijn vordering overgedragen aan de stichting. Een aanschrijving van gedaagden met aanspraak op betaling door de stichting heeft niet geresulteerd in betaling.
[speler E] (verder: speler e) heeft in 2022 een account geopend bij het online casino betnomi.com. Toen zijn saldo door stortingen en speelwinst CAD 10.000 bedroeg, weigerde het casino uitbetaling, stellende dat speler e meerdere accounts had. Hij heeft zijn vordering overgedragen aan de stichting. Op een aanschrijving met aanspraak op betaling door de stichting heeft GSP niet gereageerd.
[geïntimeerden 2] heeft in 2022, nadat hij aan het casino zijn naam, adres en telefoonnummer had opgegeven, een account geopend bij het online casino Betobet.com. Het casino heeft zijn identiteit niet vooraf geverifieerd en pas om verificatoire bescheiden gevraagd toen [geïntimeerden 2] gewonnen had met spelen en, bij een saldo van US$ 6.350, om betaling van US$ 3.000 had gevraagd. Na een bericht dat zijn account was geverifieerd, heeft het casino zijn oorspronkelijke storting aan [geïntimeerden 2] terugbetaald maar niet de winst uitbetaald. Tot betaling aangesproken heeft ook GSP deze geweigerd, stellende dat [geïntimeerden 2] - een advocaat met de [land] nationaliteit - op een zwarte lijst staat vanwege associatie met de terroristische organisatie [naam].
GSP acht deze vaststelling onvolledig. De rechter is echter niet gehouden tot volledigheid bij het weergeven van vaststaande feiten, zodat bij die klacht geen belang bestaat.
Vorderingen tegen GSP en beslissingen van het Gerecht
[geïntimeerden 1] vordert de veroordeling van GSP om aan hem te betalen US$ 15.793,36 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2022 en de buitengerechtelijke kosten.
SBGOK vordert de veroordeling van GSP om aan haar, ter zake de overgenomen vorderingen van de hiervoor (onder De feiten, 2.4-2.8) genoemde spelers a tot en met e, te betalen:
a. CAD 13.000 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2022,
b. US$ 8.500 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 februari 2023,
c. CAD 50.000 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 november 2022,
d. CAD 15.000 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2022,
e. CAD 10.000 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 september 2022 en
f. (…),
telkens met buitengerechtelijke kosten.
[geïntimeerden 2] vordert de veroordeling van GSP tot betaling van US$ 6.500 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2022 en de incassokosten.
Het Gerecht heeft alle vorderingen toegewezen. Hiertegen richt zich het hoger beroep van GSP.
Curaçaose recht toepasselijk
Artikel 14 lid 3 aanhef en onder j van de bij landsbesluit door het Land Curaçao vastgestelde vergunningsvoorwaarden luidt:
3. In de voorwaarden wordt in ieder geval aangegeven:
(…)
j. dat de wetgeving van Curaçao van toepassing is.
Het Hof zal daarom het Curaçaose recht toepassen. De geciteerde voorwaarde uit het landsbesluit is bindend voor zowel de vergunninghouder (GSP) als de ‘sublicenceholders’ (de onlinecasino’s) en kan niet door een eventueel (ongeoorloofd) rechtskeuzebeding in algemene voorwaarden opzij gezet worden.
Toepasselijkheid van de algemene voorwaarden
In het tussenvonnis van 24 maart 2026 heeft het Hof onder meer ter zake van de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden de volgende vragen gesteld aan partijen:
Het Hof begrijpt uit de stellingen van GSP dat de speler bij het aanmaken van een account (waarbij hij zich moet registreren door onder meer zijn emailadres, geslacht en geboortedatum in te vullen) een vakje (tickbox) moet aanvinken waarmee de speler akkoord gaat met de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Zonder het aanvinken van de tickbox is het niet mogelijk een account te maken. Op dezelfde pagina bevindt zich ook een link waarmee de algemene voorwaarden zichtbaar worden, waarna de tekst van de voorwaarden kan worden geprint en ook kan worden opgeslagen.
Het Hof vraagt partijen:
a. of deze procedure steeds gevolgd moest worden door de spelers, zo dat zij niet konden spelen in de onlinecasino’s als zij niet alle stappen van deze procedure doorlopen hadden;
b. of dit gedurende de periode waarop de vordering ziet vaste praktijk was in de onlinecasino’s waarvoor GSP verantwoordelijk is;
c. of deze praktijk in, voor, of na de periode waarover de vordering zich uitstrekt gewijzigd is;
d. of het onlinecasino al dan niet: ‘voor de totstandkoming van de overeenkomst aan de wederpartij … bekend gemaakt heeft waar van de voorwaarden langs elektronische weg kan worden kennisgenomen’ (artikel 6:234 lid 2, gecursiveerde bepaling, BW);
e. of de wettelijke eis van het ‘door haar kunnen worden opgeslagen en voor haar toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming’ (eerste in de wettekst genoemde situatie), wel geldt omdat in dit geval de tweede in de wettekst genoemde situatie (gecursiveerd door het Hof) van toepassing lijkt te zijn;
f. of artikel 6:227a BW van toepassing is in deze zaak of dat het regiem van de algemene voorwaarden een apart regiem is met eigen beschermende regels;
g. of de algemene voorwaarden, zoals door de speler aangeklikt, voortdurend op de website door de speler geraadpleegd kunnen worden?
De vragen a en b zijn door GSP in haar akte van 21 april 2026, onder 44 e.v., bevestigend beantwoord en vraag c ontkennend
Dat de door GSP beschreven procedure gevolgd moest worden door de spelers en dat deze anders niet konden spelen in het onlinecasino is door SBGOK beaamd, in elk geval onvoldoende weerlegd. SBGOK betwist echter dat de mogelijkheid van opslaan van de algemene voorwaarden in de desbetreffende periode bestond.
Mogelijkheid van opslaan van algemene voorwaarden
De vragen d tot en met f strekken er toe een antwoord te krijgen op de vraag of het wel wettelijk vereist is dat de algemene voorwaarden door de wederpartij kunnen worden opgeslagen. In haar akte van 21 april 2026, onder 29 heeft SBGOK een beroep gedaan op artikel 6 lid 1 van de Landsverordening overeenkomsten langs elektronische weg, luidende:
De aanbieder van commerciële communicatie stelt de wederpartij de voorwaarden die de door hem te sluiten overeenkomsten langs elektronische weg beheersen, met inbegrip van eventuele algemene voorwaarden, langs elektronische weg ter beschikking op een wijze dat de wederpartij in staat is deze op te slaan en later weer te geven dan wel verstrekt hem deze schriftelijk.
Hieruit volgt reeds dat het kunnen opslaan van de algemene voorwaarden een wettelijke voorwaarde is.
Hier komt bij dat aan de voorwaarde ‘indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is’ in artikel 6:234 lid 2 BW (het door het Hof in het tussenvonnis van 24 maart 2026 gecursiveerde gedeelte) niet is voldaan. Niet valt in te zien waarom het bieden van de mogelijkheid van opslaan, hetgeen – zo is inmiddels wel gebleken – tegenwoordig standaardpraktijk is, redelijkerwijs niet mogelijk was in de desbetreffende periode.
GSP stelt in haar akte van 21 april 2026, onder 47:
Alle terms & conditions van de online casino's in de onderhavige procedures konden worden opgeslagen en bewaard worden. Dat is bewezen omdat GSP en SBGOK die jaren later immers nog hard-copy in rechte hebben kunnen overleggen.
Deze stelling is door SBGOK onvoldoende weerlegd. Het ontbreken van een ‘save’ of ‘print button’ of PDF-downloadlink maakt de algemene voorwaarden niet vernietigbaar, al is zoiets wel wenselijk en tegenwoordig steeds vaker gebruikelijk, ook bij GSP (die na het bestreden vonnis een PDF-downloadlink heeft toegevoegd en een vermelding van de laatste wijzigingsdatum van de algemene voorwaarden, zo heeft zij gesteld). Een depot ter griffie, afzonderlijke waarmerking, een tijdstempel of toezending per e-mail is hiernaast niet vereist. Zelfs indien, zoals in enkele bij het Hof aanhangige onlinegokzaken aan de orde lijkt te zijn, de algemene voorwaarden in de desbetreffende periode slechts via ‘knip en plakwerk’ kunnen worden opgeslagen, leidt dat enkele feit niet tot vernietigbaarheid.
De stelling van SBGOK dat de speler bij het aanmaken van zijn account enkel hoefde te klikken op het hokje dat hij akkoord ging met de ‘terms and conditions’ en vervolgens kon gokken, zonder dat het onlinecasino heeft geverifieerd of hij deze voorwaarden heeft bekeken, is niet relevant. De wet verlangt immers niet dat de gebruiker bewijst dat de wederpartij de voorwaarden daadwerkelijk heeft geopend, gelezen of begrepen. Zie artikel 6:232 BW.
De slotsom is dat de algemene voorwaarden in deze zaak toepasselijk zijn.
Twee bedingen
In deze dossiers is onder meer beroep gedaan op twee bedingen uit de algemene voorwaarden: het cessieverbod en het verbod van ‘duplicate accounts’. Volgens GSP zijn het standaardbedingen die bij de exploitatie van onlinecasino’s gehanteerd worden ter bescherming van het casino, de speler en andere spelers, om valsspelen en fraude tegen te gaan en om criminele activiteiten waaronder witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen.
Niet kennelijk onredelijk
Het risico van witwassen (onder meer door middel van handel in vorderingen van deelnemers) is ook door de Curaçaose wetgever genoemd als ratio voor het wettelijk cessieverbod in artikel 1.3 van de in deze zaak niet toepasselijke nieuwe Landsverordening op de kansspelen (LOK); zie het tussenvonnis van het Hof van 24 maart 2026, rov. 3.13-3.14.
Het Hof onderkent dat het risico van witwassen prominent aanwezig is in het online gokwezen en dat dit vraagt om strenge regels. Hetzelfde geldt voor het risico van terrorismefinanciering. Daarnaast geldt als feit van algemene bekendheid dat een groot deel van de spelers het risico loopt verslaafd te raken of al verslaafd is, met als gevolg dat zij alles zullen doen om door te kunnen spelen en daarbij niet terugdeinzen voor valsspelen.
Al met al acht het Hof deze twee bedingen, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval niet onredelijk bezwarend voor de speler. Geen sprake is van een aanzienlijke verstoring van het evenwicht in strijd met de redelijkheid en billijkheid, veronderstellenderwijs aangenomen dat deze EU-toets moet worden aangelegd. Het casino kon redelijkerwijs ervan uitgaan dat de spelers een dergelijk beding zouden aanvaarden indien daarover op eerlijke en billijke wijze afzonderlijk was onderhandeld.
Goederenrechtelijke werking van cessieverbod
Voor zover de algemene voorwaarden een cessieverbod bevatten heeft deze goederenrechtelijke werking. Het Hof is van oordeel dat uit de naar objectieve maatstaven uit te leggen formulering van het cessieverbod en in het licht van de context van de online kansspelsector, waarin de overdraagbaarheid van vorderingen ongewenst en risicovol is (kans op fraude, witwassen, terrorismefinanciering, account trading), volgt – met inachtneming van de Haviltexmaatstaf – dat het onderhavige cessieverbod goederenrechtelijke werking heeft. Spelersaccounts- en KYC-regels (ID-verificatie, anti-witwasregels, leeftijdscontrole) zijn alle persoonsgebonden en uitbetalingsrechten hangen nauw samen met die identiteit van de spelers. Overdraagbaarheid zou ertoe leiden dat het stelsel van identificatie- en controleverplichtingen (middels toezicht van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten op de trustsector, welke ook voor de inwerkingtreding van de LOK in de online kansspelsector van toepassing was), eenvoudig kan worden omzeild. Een goederenrechtelijke werking is het meest aannemelijk.
Overigens zou bij verbintenisrechtelijke werking GSP wegens de wanprestatie van de speler ook uitbetaling aan SBGOK kunnen weigeren.
Geen lastgeving ter incasso
SBGOK heeft tevergeefs betoogd dat zij subsidiair moet worden aangemerkt als een lasthebber ter incasso. Een lastgeving tot inning op eigen naam beoogt materieel hetzelfde resultaat te bereiken als de verboden cessie: een derde treedt in plaats van de speler op en maakt de spelersvordering voor eigen rekening of eigen belang te gelde. Het zou het cessieverbod zinledig maken. Een contractueel verbod dat mede strekt tot bescherming van KYC-, AML- en fraudepreventiebelangen zou dan eenvoudig kunnen worden omzeild door in iedere cessieakte een subsidiaire last tot inning op te nemen. Niet alleen de contractuele positie van GSP zou worden gefrustreerd, maar ook haar positie jegens autoriteiten onder wiens toezicht zij staat. Kortom, mede gelet op de algemene belangen die op het spel staan, wordt een cessieverbod ruim uitgelegd. Een cessieverbod aldus uitgelegd, is niet onredelijk bezwarend.
Systematiek van de vergunning
GSP (akte 21 april 2026, onder 23 e.v.) doet een beroep op de door het Land Curaçao bij landsbesluit vastgestelde vergunningsvoorwaarden. Daaruit volgt volgens GSP een cessieverbod.
Door GSP zijn artikel 14 leden 4, 5 en 6 en artikel 17 leden 1 en 4 van de vergunningsvoorwaarden ingeroepen, luidende:
Artikel 14
(…).
4. Tot de verplichtingen, bedoeld in het derde lid, onderdeel d [d.i. ‘welke verplichtingen de speler heeft alvorens hij kan deelnemen’; Hof] , behoren in ieder geval de vermelding van de naam en de leeftijd van de speler alsmede van de voor deelname aan een of meer hazardspelen door de speler aangewezen en door de vergunninghouder geaccepteerde internationaal gerenommeerde of lokaal gevestigde bank. Tot deze verplichtingen behoort voorts in ieder geval de storting van een door de vergunninghouder bepaald minimum bedrag op de rekening van vergunninghouder bij een in de voorgaande volzin bedoelde bank.
5. Toegang tot een hazardspel is slechts mogelijk door middel van tenminste een door de vergunninghouder aan de speler toegekend persoonlijk identificatienummer. Dit identificatienummer wordt slechts toegekend aan degene die verklaard heeft de voorwaarden te aanvaarden.
6. De vergunninghouder houdt een overzicht bij van de uitgegeven identificatienummers.
(…).
Artikel 17
1. De vergunninghouder draagt zorg dat bekend is aan de speler:
a. hoe hij te weten komt dat hij heeft gewonnen;
b. hoeveel hij heeft gewonnen;
c. binnen hoeveel tijd na afloop van het spel het prijzengeld beschikbaar is; en
d. gedurende hoeveel tijd het prijzengeld beschikbaar blijft.
(…)
4. Indien het prijzengeld niet binnen de in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde periode is opgevraagd, draagt de vergunninghouder dit prijzengeld over aan een door hem daartoe aan te wijzen notaris die het geld overmaakt ten behoeve van een door de vergunninghouder aan te wijzen charitatief doel.
Deze vergunningsvoorwaarde is niet doorgevoerd in de algemene voorwaarden (ondanks artikel 14 leden 1 en 2: ‘1. De vergunninghouder maakt de voorwaarden bekend, waaronder deelname aan de door hem geëxploiteerde hazardspelen mogelijk is. 2. De vergunninghouder laat een speler niet toe dan nadat deze heeft verklaard de voorwaarden te kennen en te aanvaarden.’). Deze vergunningsvoorwaarde kan dan ook niet aan de spelers worden tegengeworpen.
Al met al acht het Hof het beroep van GSP op de vergunningsvoorwaarden, tenzij doorgevoerd in de algemene voorwaarden, ongegrond. Indien een cessieverbod geldt moet dat immers met name voor de spelers voldoende duidelijk zijn.
Niet-toepasselijkheid van artikel 7A:1807 e.v. BW inzake spel en weddenschap
In de Curaçaose Araxio-zaak heeft het Hof op 23 mei 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:68 (cassatieberoep verworpen in HR 1 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:295, met toepassing van artikel 81 RO) overwogen:
Die redenering van Araxio gaat echter niet op. Het gaat in de Oostenrijkse uitspraak (en de Duitse) kennelijk om online gambling (gokken) bij een online casino, en wel om de activiteiten waarop de Curaçaose Landsverordening van 8 juni 1993 houdende bepalingen betreffende het exploiteren van hazardspelen op de internationale markt middels servicelijndiensten (P.B. 1993, no.63, hierna: Landsverordening Buitengaatse Hazardspelen) het oog heeft. Deze landsverordening bepaalt (anders dan de Landsverordening Hazardspelen 1948 in artikel 5a ten aanzien van artikel 7A:1807 BW) weliswaar niets over het al dan niet toepasselijk zijn van de artikelen 7A:1807 tot en met 7A:1810 BW. Uit de inhoud en wetsgeschiedenis van de eerstgenoemde Landsverordening en het daarop gebaseerde Landsbesluit (weergegeven in het Hofvonnis van 14 maart 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:31, rov. 2.11-2.14), die met name ook zien op het waarborgen van de uitbetaling van prijzengeld aan de spelers, vloeit echter onmiskenbaar voort dat deze artikelen daarmee niet verenigbaar zijn en dus niet toepasselijk.
De ontwikkelingen in Curaçao en in de wereld hebben er bovendien toe geleid dat uit de aard van online gambling, waarop de Landsverordening het oog heeft, de niet-toepasselijkheid van de artikelen 7A:1807 tot en met 7A:1810 BW voortvloeit. Deze bedrijvigheid wordt in Curaçao niet (meer) als maatschappelijk ongewenst aangemerkt.
Het Hof houdt hieraan vast.
Authenticiteit van de cessies
Indien de cessies geldig zijn, dient op verzoek van GSP artikel 3:94 lid 4 BW te worden nageleefd, luidende:
4. De personen tegen wie het recht moet worden uitgeoefend, kunnen verlangen dat hun een door de vervreemder gewaarmerkt uittreksel van de akte en haar titel wordt ter hand gesteld. Bedingen die voor deze personen van geen belang zijn, behoeven daarin niet te worden opgenomen. Is van een titel geen akte opgemaakt, dan moet hun de inhoud, voor zover voor hem van belang, schriftelijk worden medegedeeld.
Dit lid geeft de persoon tegen wie het (mogelijk ongeldig) geleverde vorderingsrecht moet worden uitgeoefend (de debiteur; hier: GSP) een instrument in handen om te voorkomen dat hij niet bevrijdend betaalt aan een onbevoegde. Een debiteur (GSP) raakt als regel door de mededeling op de hoogte van een cessie van een hem aangaande vordering. Deze mededeling kan zowel gedaan worden door de cedent (de speler) als door de cessionaris (SBGOK). Wanneer de mededeling door de cedent (de speler) is gedaan, mag de debiteur (GSP) er in beginsel van uitgaan dat de cessionaris (SBGOK) als schuldeiser tot de prestatie gerechtigd is. Dit betekent dat hij op grond van artikel 6:34 lid 1 BW aan deze laatste bevrijdend kan betalen, ook al blijkt er achteraf geen (geldige) cessie te hebben plaatsgevonden. Dit is anders als de cessionaris (SBGOK) de mededeling doet. In dat geval rust op de debiteur (GSP) een zekere onderzoeksplicht om zich te vergewissen van het feit dat er daadwerkelijk een (geldige) cessie heeft plaatsgevonden. De regeling van artikel 3:94 lid 4 BW stelt de debiteur (GSP) in staat bewijs te verkrijgen omtrent het bestaan van een titel van overdracht. In afwachting hiervan is de debiteur (GSP) bevoegd de betaling op te schorten (artikel 6:37 BW).
Het Hof verlangt als naleving van artikel 3:94 lid 4 BW een actuele waarmerking van de cessieaktes en titels door de individuele spelers, bijvoorbeeld door het plaatsen van een handtekening ter waarmerking of een bericht van de desbetreffende speler ter waarmerking, steeds vergezeld van een kopie van een geldig identiteitsbewijs.
Niet nodig is een notariële verklaring met apostille, al aangenomen dat het desbetreffende land van de speler is aangesloten bij het Haagse apostilleverdrag (Verdrag tot afschaffing van het vereiste van legalisatie van buitenlandse openbare akten).
Beoordeling van vordering per speler
Met inachtneming van het voorgaande, waaronder de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden, zal het Hof de vorderingen van de spelers en van SBGOK per speler en vordering of vorderingsbestanddeel opnieuw beoordelen.
Het gaat om drie vorderingen, te weten van [geïntimeerden 1] , van de cessionaris SBGOK en van [geïntimeerden 2], waarbij die van SBGOK bestaat uit vijf vorderingsbestanddelen (hierna 2-6):
1. [geïntimeerden 1] speelde in onlinecasino Andromeda, eigen vordering van US$ 15.793,36;
2. [speler A] speelde in onlinecasino Betcoin, vordering van SBGOK van CAD 13.000;
3. [speler B] speelde in onlinecasino Bk8, vordering van SBGOK van US$ 8.500;
4. [speler C] speelde in onlinecasino [naam]bet, vordering van SBGOK van CAD 50.000 bedroeg;
5. [speler D] speelde in onlinecasino [naam]bet, vordering van SBGOK van CAD 15.000;
6. [speler E] speelde in onlinecasino Betnomi, vordering van SBGOK van CAD 10.000;
7. [geïntimeerden 2] speelde in onlinecasino Betobet, eigen vordering van US$ 6.350.
Het gaat dus om zes onlinecasino’s: Andromeda, Betcoin, Bk8, [naam]bet, Betnomi en Betobet. GSP heeft sets algemene voorwaarden, al dan niet gedeeltelijk, overgelegd van:
- Andromeda als Annex 1 bij een brief van 3 oktober 2022 van GSP aan de gemachtigde van [geïntimeerden 1] (productie 1 bij de conclusie van antwoord);
- Betcoin als productie 17 bij de memorie van grieven;
- Bk8 als productie 20 bij de memorie van grieven;
- [naam]bet als productie 18 bij de memorie van grieven;
- Betnomi: deze heeft het Hof niet gevonden;
- Betobet als productie 19 bij de memorie van grieven;
SBGOK (antwoordakte van 19 mei 2026, p. 1) trekt in twijfel of deze sets algemene voorwaarden ook golden ten tijde van het openen door de spelers van hun account.
Ook het Hof heeft daarover twijfels en wel om de volgende reden. In productie 3 bij de conclusie van antwoord, bestaande uit een rapport van Betcoin, is gemotiveerd uiteengezet waarvan de speler verdacht werd, met citering, op het tweede blad, van de algemene voorwaarden van Betcoin, onder 7.1 en 10.2. Deze bepalingen (onder 7.1 en 10.2) komen echter niet onder dezelfde nummers voor in productie 17 bij de memorie van grieven, de door GSP overgelegde algemene voorwaarden van Betcoin.
Een aantal van de door GSP overgelegde algemene voorwaarden bevat een cessieverbod, hetgeen, gelet op het voorgaande (rov. 2.20, 2.22 en 2.28), potentieel fataal is voor de vordering van SBGOK. Het Hof kan er echter niet op vertrouwen dat die cessieverboden ook stonden in de algemene voorwaarden ten tijde van de opening door de spelers van hun accounts (in 2022).
In het tussenvonnis van 24 maart 2026, rov. 2.22, heeft het Hof de volgende opdracht gegeven:
Het Hof wil dat een sublicenceholder of een vergunninghouder – GSP is een vergunninghouder – duidelijk noemt de bedingen uit de algemene voorwaarden die golden ten tijde van het sluiten van de overeenkomst (eventueel via ‘way back’ terug te halen) waarop beroep gedaan wordt, met duidelijke vindplaats. In casu gaat het om acht spelers en is door GSP op verschillende bedingen een beroep gedaan.
GSP heeft zich hier onvoldoende aan gehouden. Zij krijgt de gelegenheid om bij akte inzichtelijk en overtuigend – bij voorkeur met inschakeling van een onafhankelijke derde – de algemene voorwaarden (van Andrameda, Betcoin, Bk8, [naam]bet, Betnomi en Betobet) over te leggen die golden ten tijde van het openen van een account door de desbetreffende speler. Daarbij dient GSP duidelijk te maken op welke artikel zij zich precies beroept.
Het Hof vraagt ook van SBGOK – wiens gemachtigde kennelijk goed overweg kan met de Waybackmachine – om moeite te doen de juiste toepasselijke algemene voorwaarden boven tafel te krijgen en in haar akte daarover te rapporteren.
Ten aanzien van haar vijf spelers dient SBGOK bij akte artikel 3:94 lid 4 BW na te leven door middel van overlegging van een actuele waarmerking van de cessieakte en titel door de speler, bijvoorbeeld door het plaatsen van een handtekening ter waarmerking of een bericht van de speler ter waarmerking, steeds vergezeld van een kopie van een geldig identiteitsbewijs.
Uitkomst
GSP dient een akte te nemen ter overlegging van de op het moment van het openen van de account geldende algemene voorwaarden met aanduiding van de artikelen waar zij zich op beroept.
SBGOK dient een akte te nemen met waarmerking van cessies en titels en is in de gelegenheid, indien zij de volgens haar juiste toepasselijke algemene voorwaarden boven tafel krijgt, daarover te rapporteren.
Vervolgens zal er gelegenheid zijn voor antwoordakten, waarbij partijen op elkaars akten kunnen reageren
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. Beslissing
Het Hof:
- stelt GSP in de gelegenheid de in rov. 2.47 bedoelde akte te nemen;
- stelt SBGOK in de gelegenheid de in rov. 2.48 bedoelde akte te nemen;
- verwijst de zaak daartoe naar de rolzitting van dinsdag 6 oktober 2026 voor gelijktijdige uitlating van partijen;
- bepaalt dat beide partijen vervolgens antwoordakten kunnen nemen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. C.G. ter Veer, E.W.A. Vonk en J. de Boer, leden van het Hof en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2026 in Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.