ECLI:NL:OGHACMB:2026:265

ECLI:NL:OGHACMB:2026:265

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 29-05-2026
Datum publicatie 23-09-2026
Zaaknummer H-86/25 190.00004/21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Ontneming, verwerping van het gevoerde draagkrachtverweer.

Uitspraak

Hoger beroep

Het Gerecht heeft de schatting van het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van Cg 4.453.818,14 en aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling van datzelfde bedrag aan het Land Sint Maarten. Voorts heeft het Gerecht bepaald dat bij gebreke van volledige betaling of verhaal vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van drie jaren.

De veroordeelde heeft hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Deze beslissing is gegeven naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op 6 mei 2026.

Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal,

mr. R.J. Boswijk, en van hetgeen door de veroordeelde en zijn raadsvrouw,

mr. S.H.M. Ibrahim, naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof de beslissing waarvan beroep zal bevestigen.

De raadsvrouw heeft bepleit dat het Hof de beslissing van het Gerecht zal vernietigen en opnieuw rechtdoend, de ontnemingsvordering af te wijzen, dan wel het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil zal stellen, althans op een aanzienlijk lager bedrag.

Beslissing waarvan beroep

Het Hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep en met de gronden waarop deze berust. De beslissing zal daarom worden bevestigd. De verweren die de verdediging in hoger beroep heeft gevoerd zijn behalve het draagkrachtverweer, waarop hierna in wordt gegaan, een herhaling van de verweren bij het Gerecht en leiden naar het oordeel van het Hof niet tot een ander oordeel en behoeven daarom, met uitzondering van de hierna gegeven aanvulling, geen aparte of nadere motivering.

Zoals ook het Gerecht heeft gedaan, volgt het Hof de berekening zoals uit het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel in onderzoek Seabass van 6 december 2021.

De raadsvrouw heeft de in het rapport weergegeven wijze van berekening noch de beschreven geldstromen betwist. Voor zover er daarover bij de raadsvrouw of de veroordeelde nog onduidelijkheden waren, had het op hun weg gelegen om inzage in of een nadere toelichting op die gegevens te vragen. Dat is niet gebeurd. Dat is evenmin gebeurd voor zover er meer kosten in aftrek hadden moeten worden genomen, dan in het rapport is gedaan.

Het bestaan van overige kosten is wel gesteld maar niet aannemelijk geworden. De stelling ontbeert namelijk een onderbouwing. De enkele verwijzing naar winstmarges waarvan in het Rapport melding wordt gemaakt en die door de raadsvrouw als extreem hoog worden bestempeld, volstaat daartoe niet. Het Hof betrekt bij zijn oordeel dat de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel in dit geval niet is berekend aan de hand van die winstmarges, maar simpelweg op basis van de gelden die naar de veroordeelde zijn gevloeid.

Draagkracht

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat rekening dient te worden gehouden met de draagkracht van de veroordeelde. Het onderhavige onderzoek heeft niet alleen in mentaal en emotioneel opzicht grote impact gehad, ook in financieel opzicht is sprake van een grote druk op de veroordeelde. De raadsvrouw heeft ter onderbouwing van het gestelde een overzicht opgesteld van de maandelijkse inkomsten en uitgaven van de veroordeelde, waaruit blijkt dat sprake is van een structureel tekort van bijna Cg 2.000,- per maand. Een en ander heeft, volgens de raadsvrouw, ook gevolgen gehad voor het gezin van de veroordeelde. Zo heeft zijn dochter hierdoor haar studie in de Verenigde Staten moeten afbreken. Zij heeft een baan gezocht en probeert op die wijze haar ouders financieel te helpen. Daar komt bij dat de zoon van de veroordeelde vanwege diens mentale gesteldheid financieel volledig afhankelijk is van de veroordeelde. Het is, volgens de raadsvrouw, gelet op het voorgaande dan ook volstrekt onaannemelijk dat de veroordeelde nu of in de toekomst in staat zal zijn om het gevorderde ontnemingsbedrag te voldoen. Reden waarom de raadsvrouw primair verzoekt de betalingsverplichting op nihil te stellen. Subsidiair verzoekt zij het bedrag aanzienlijk te matigen, en de veroordeelde de gelegenheid te bieden het bedrag in termijnen te voldoen.

Het Hof overweegt hieromtrent als volgt.

In de ontnemingszaak kan de draagkracht alleen dan met vrucht aan de orde worden gesteld indien aanstonds duidelijk is dat de betrokkene op dit moment en in de toekomst geen draagkracht heeft of zal hebben. Om het verweer te kunnen beoordelen moet duidelijkheid bestaan over het vermogen, het inkomen en het in de toekomst te verwachten inkomen van de veroordeelde. Tot de te verschaffen informatie over het vermogen behoort dat wordt uitgelegd wat met het daadwerkelijk genoten wederrechtelijk voordeel is gebeurd. Indien dat nog aanwezig is, in welke vorm ook, kan het immers worden aangewend ter betaling van de vordering. Het door de raadsvrouw overgelegde zeer summiere overzicht blijkt slechts dat de veroordeelde thans maandelijks aan inkomsten een bedrag van bijna Cg 7.000,- ontvangt en dat zijn woonlasten maandelijks ongeveer Cg 4.500.- bedragen en dat sprake is van een autolening ongeveer Cg 900,- per maand. Uit het overzicht blijkt niets over de waarde van het huis van de veroordeelde, eventuele spaargelden en/of overige vermogensbestanddelen. Evenmin blijkt hieruit dat en waarom de veroordeelde in de toekomst niet in staat moet worden geacht inkomsten te genereren.

Gelet op het voorgaande is niet aanstonds aannemelijk geworden dat de betrokkene geen draagkracht heeft (of in de toekomst zal hebben), zodat er geen reden bestaat om op grond van de (gestelde) draagkracht van de veroordeelde de betalingsverplichting reeds nu op een lager bedrag of op nihil vast te stellen.

De veroordeelde kan in de toekomst op grond van artikel 634 van het Wetboek van Strafvordering deugdelijk onderbouwd vermindering dan wel kwijtschelding van het door het Hof vastgestelde bedrag verzoeken.

Beslissing

Het Hof:

bevestigt de beslissing van het Gerecht met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen, inhoudende:

Stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op Cg 4.453.818,14 (vier miljoen vierhonderd drieënvijftig duizend achthonderd achttien gulden en veertien cent).

Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan het Land ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van Cg 4.453.818,14

(vier miljoen vierhonderd drieënvijftig duizend achthonderd achttien gulden en veertien cent).

Bepaalt dat bij gebreke van volledige betaling of verhaal vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van drie (3) jaren.

Deze beslissing is gegeven door mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter, mr. M.L.A. Angela en mr. J.A.W. van ’t Westeinde, leden van het Hof, bijgestaan door mr. J. Mulder, griffier, en is op 29 mei 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Hof met een directe beeld- en geluidsverbinding met het gerechtsgebouw in Sint Maarten.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.P.C.M. Waarts

Griffier

  • mr. J. Mulder

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand