GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN
ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN
BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Vierde tussenvonnis in de zaak:
de stichting STICHTING BELANGENBEHARTIGING GEDUPEERDEN ONLINE KANSSPELEN (SBGOK),
gevestigd in Curaçao,
hierna: SBGOK,
oorspronkelijk eiseres, thans appellante in principaal appel en geïntimeerde in incidenteel appel,
gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk,
tegen
de naamloze vennootschap GAMING SERVICES PROVIDER N.V.,
gevestigd in Curaçao,
hierna: GSP,
oorspronkelijk gedaagde, thans geïntimeerde in principaal appel en appellante in incidenteel appel,
gemachtigden: mrs. A.C. van Hoof en E. Frins.
1. Verder procesverloop
Het Hof verwijst naar zijn tussenvonnissen van 25 maart 2025, 17 juni 2025 en 24 maart 2026.
Op 21 april 2026 hebben zowel GSP als SBGOK een akte, met producties, genomen.
Op 19 mei 2026 hebben beide partijen een antwoordakte genomen.
Vonnis is bepaald op heden.
2. Verdere beoordeling
Feiten
Het Gerecht heeft in het tussenvonnis van 12 juli 2021 de volgende feiten vastgesteld:
Verschillende spelers van online kansspelen hebben hun (gepretendeerde) vorderingen op (sub licentiehouders van) GSP gecedeerd aan de stichting (SBGOK, Hof). Het betreffen [speler 1], [speler 2], [speler 3], [speler 4], [speler 5], [speler 6], [speler 7], [speler 8] en [speler 9].
Bij brief van 6 augustus 2018 heeft de stichting GSP aangeschreven in verband met een saldotegoed van € 18.307 van [betrokkene 1], dat niet door de sub licentiehouder [naam] Properties Ltd (onlinecasino 90Dakika) is uitbetaald. De stichting heeft GSP aansprakelijk gesteld voor betaling van het bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente en incassokosten.
Bij brief van 6 oktober 2018 heeft de stichting GSP aangeschreven in verband met een saldotegoed van € 21.900 van [speler2], dat niet door de sub licentiehouder Servace Investments Ltd. (onlinecasino Halkbet) is uitbetaald. Vervolgens heeft correspondentie tussen partijen plaatsgevonden, waarbij GSP, kort gezegd, heeft betwist dat sprake is van een vorderingsrecht en aansprakelijkheid heeft ontkend.
De stichting heeft GSP bij brief van 3 mei 2019 aansprakelijk gesteld voor een bedrag van € 538 van [speler 4], dat niet door Servace Investments Ltd. (onlinecasino Halkbet) is uitbetaald. Datzelfde geldt voor een saldo van € 872 van [speler 5], een saldo van € 412 van [speler 6], een saldo van €2.700 van [speler 7] en een saldo van € 1.000 van [speler 8].
De stichting heeft GSP bij brief van 6 mei 2019 aansprakelijk gesteld voor een bedrag van € 3.480,09. Dit betrof het saldo van [betrokkene 2] bij online casino suprabets.com, met als exploitant Lima Investments Ltd, een sub licentiehouder van GSP. Bij brief van dezelfde datum is GSP aansprakelijk gesteld voor een bedrag van € 6.828, het saldo van [betrokkene 2] bij online casino Dobrobet.com, geëxploiteerd door Dobrobet Entertainment Ltd., een sub licentiehouder van GSP. Bij brief van 26 augustus 2019 heeft de stichting GSP aansprakelijk gesteld voor een bedrag van € 5.941, zijnde het saldo van [betrokkene 2] op een online casino (Kavabet.com) met als exploitant Grand Complications Ltd, een sub licentiehouder van GSP.
Vordering en beslissingen van het Gerecht
SBGOK vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van GSP tot betaling aan SBGOK van het bedrag van € 80.978,09, althans de tegenwaarde daarvan in Curaçaose valuta, te vermeerderen met 15% buitengerechtelijke incassokosten alsmede de wettelijke rente over de verschillende vorderingscomponenten vanaf het moment dat deze vorderingen opeisbaar zijn, tot de dag van algehele voldoening, met veroordeling van GSP in de proceskosten, waaronder de beslagkosten.
Het Gerecht heeft bij eindvonnis van 4 juli 2022 enkel de vordering voor zover deze ziet op speler [betrokkene 1] (€ 18.307) toegewezen. Voor het overige is de vordering afgewezen. Tegen deze afwijzing is SBGOK in principaal appel gekomen en tegen de toewijzing ten aanzien van de speler [betrokkene 1] heeft GSP incidenteel appel ingesteld.
Curaçaose recht toepasselijk
Artikel 14 lid 3 aanhef en onder j van de bij landsbesluit door het Land Curaçao vastgestelde vergunningsvoorwaarden luidt:
3. In de voorwaarden wordt in ieder geval aangegeven:
(…)
j. dat de wetgeving van Curaçao van toepassing is.
Het Hof zal daarom het Curaçaose recht toepassen. De geciteerde voorwaarde uit het landsbesluit is bindend voor zowel de vergunninghouder (GSP) als de ‘sublicenceholders’ (de onlinecasino’s) en kan niet door een eventueel (ongeoorloofd) rechtskeuzebeding in algemene voorwaarden opzij gezet worden.
De incidentele grief VII faalt voor zover in de toelichting op die grief (randnummer 67) wordt bestreden dat het Curaçaose recht toepasselijk is.
Toepasselijkheid van de algemene voorwaarden
Het Gerecht heeft de algemene voorwaarden vernietigbaar geacht. Het overwoog in het tussenvonnis van 12 juli 2021:
GSP voert daarnaast nog aan dat op grond van de algemene voorwaarden slechts de houder van een account aanspraak kan maken op betaling, waardoor de vorderingen van de spelers niet overdraagbaar zijn. De stichting heeft zich in haar pleitnota beroepen op vernietigbaarheid van de algemene voorwaarden wegens niet voldoende kenbaarheid daarvan als bedoeld in artikel 6:233 sub b BW. GSP heeft niet aannemelijk gemaakt dat de algemene voorwaarden wel aan de spelers ter hand zijn gesteld, bijvoorbeeld doordat zij die konden raadplegen en opslaan voordat zij daarmee instemden, zodat niet is gebleken dat de casino's de spelers een redelijke mogelijkheid hebben geboden van de algemene voorwaarden kennis te nemen. Dit leidt tot de conclusie dat de bedingen vernietigbaar zijn en GSP zich er niet op kan beroepen dat cessies op grond van de algemene voorwaarden niet hebben kunnen plaatsvinden. Dit betekent dat ook de rechtskeuzebedingen waar GSP zich in het kader van haar onbevoegdheidsverweer op beroept, vernietigbaar zijn.
In het tussenvonnis van 24 maart 2026 heeft het Hof onder meer ter zake van de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden de volgende vragen gesteld aan partijen:
Het Hof begrijpt uit de stellingen van GSP dat de speler bij het aanmaken van een account (waarbij hij zich moet registreren door onder meer zijn emailadres, geslacht en geboortedatum in te vullen) een vakje (tickbox) moet aanvinken waarmee de speler akkoord gaat met de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Zonder het aanvinken van de tickbox is het niet mogelijk een account te maken. Op dezelfde pagina bevindt zich ook een link waarmee de algemene voorwaarden zichtbaar worden, waarna de tekst van de voorwaarden kan worden geprint en ook kan worden opgeslagen.
Het Hof vraagt partijen:
a. of deze procedure steeds gevolgd moest worden door de spelers, zo dat zij niet konden spelen in de onlinecasino’s als zij niet alle stappen van deze procedure doorlopen hadden;
b. of dit gedurende de periode waarop de vordering ziet vaste praktijk was in de onlinecasino’s waarvoor GSP verantwoordelijk is;
c. of deze praktijk in, voor, of na de periode waarover de vordering zich uitstrekt gewijzigd is;
d. of het onlinecasino al dan niet: ‘voor de totstandkoming van de overeenkomst aan de wederpartij … bekend gemaakt heeft waar van de voorwaarden langs elektronische weg kan worden kennisgenomen’ (artikel 6:234 lid 2, gecursiveerde bepaling, BW);
e. of de wettelijke eis van het ‘door haar kunnen worden opgeslagen en voor haar toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming’ (eerste in de wettekst genoemde situatie), wel geldt omdat in dit geval de tweede in de wettekst genoemde situatie (gecursiveerd door het Hof) van toepassing lijkt te zijn;
f. of artikel 6:227a BW van toepassing is in deze zaak of dat het regiem van de algemene voorwaarden een apart regiem is met eigen beschermende regels;
g. of de algemene voorwaarden, zoals door de speler aangeklikt, voortdurend op de website door de speler geraadpleegd kunnen worden?
De vragen a en b zijn door GSP in haar akte van 21 april 2026, onder 44 e.v., bevestigend beantwoord en vraag c ontkennend
Dat de door GSP beschreven procedure gevolgd moest worden door de spelers en dat deze anders niet konden spelen in het online casino is door SBGOK beaamd, in elk geval onvoldoende weerlegd. SBGOK betwist echter dat de mogelijkheid van opslaan van de algemene voorwaarden in de desbetreffende periode bestond.
Mogelijkheid van opslaan van algemene voorwaarden
De vragen d tot en met f strekken er toe een antwoord te krijgen op de vraag of het wel wettelijk vereist is dat de algemene voorwaarden door de wederpartij kunnen worden opgeslagen. In haar akte van 21 april 2026, onder 29 heeft SBGOK een beroep gedaan op artikel 6 lid 1 van de Landsverordening overeenkomsten langs elektronische weg, luidende:
De aanbieder van commerciële communicatie stelt de wederpartij de voorwaarden die de door hem te sluiten overeenkomsten langs elektronische weg beheersen, met inbegrip van eventuele algemene voorwaarden, langs elektronische weg ter beschikking op een wijze dat de wederpartij in staat is deze op te slaan en later weer te geven dan wel verstrekt hem deze schriftelijk.
Hieruit volgt reeds dat het kunnen opslaan van de algemene voorwaarden een wettelijke voorwaarde is.
Hier komt bij dat aan de voorwaarde ‘indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is’ in artikel 6:234 lid 2 BW (het door het Hof in het tussenvonnis van 24 maart 2026 gecursiveerde gedeelte) niet is voldaan. Niet valt in te zien waarom het bieden van de mogelijkheid van opslaan, hetgeen – zo is inmiddels wel gebleken – tegenwoordig standaardpraktijk is, redelijkerwijs niet mogelijk was in de desbetreffende periode.
GSP stelt in haar akte van 21 april 2026, onder 47:
Alle terms & conditions van de online casino's in de onderhavige procedures konden worden opgeslagen en bewaard worden. Dat is bewezen omdat GSP en SBGOK die jaren later immers nog hard-copy in rechte hebben kunnen overleggen.
Deze stelling is door SBGOK onvoldoende weerlegd. Het ontbreken van een ‘save’ of ‘print button’ of PDF-downloadlink maakt de algemene voorwaarden niet vernietigbaar, al is zoiets wel wenselijk en tegenwoordig steeds vaker gebruikelijk, ook bij GSP (die na het bestreden vonnis een PDF-downloadlink heeft toegevoegd en een vermelding van de laatste wijzigingsdatum van de algemene voorwaarden, zo heeft zij gesteld). Een depot ter griffie, afzonderlijke waarmerking, een tijdstempel of toezending per e-mail is hiernaast niet vereist. Zelfs indien, zoals in enkele bij het Hof aanhangige onlinegokzaken aan de orde lijkt te zijn, de algemene voorwaarden in de desbetreffende periode slechts via ‘knip en plakwerk’ kunnen worden opgeslagen, leidt dat enkele feit niet tot vernietigbaarheid.
De stelling van SBGOK dat de speler bij het aanmaken van zijn account enkel hoefde te klikken op het hokje dat hij akkoord ging met de ‘terms and conditions’ en vervolgens kon gokken, zonder dat het online casino heeft geverifieerd of hij deze voorwaarden heeft bekeken, is niet relevant. De wet verlangt immers niet dat de gebruiker bewijst dat de wederpartij de voorwaarden daadwerkelijk heeft geopend, gelezen of begrepen zie artikel 6:232 BW).
De slotsom is dat, anders dan het Gerecht heeft geoordeeld, de algemene voorwaarden in deze zaak toepasselijk zijn.
Grief IV in incidenteel appel slaagt.
Twee bedingen
In dit dossier is onder meer beroep gedaan op twee bedingen uit de algemene voorwaarden: het cessieverbod en het verbod van ‘duplicate accounts’. Volgens GSP zijn het standaardbedingen die bij de exploitatie van onlinecasino’s gehanteerd worden ter bescherming van het casino, de speler en andere spelers, om valsspelen en fraude tegen te gaan en om criminele activiteiten waaronder witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen.
Niet kennelijk onredelijk
Het risico van witwassen (onder meer door middel van handel in vorderingen van deelnemers) is ook door de Curaçaose wetgever genoemd als ratio voor het wettelijk cessieverbod in artikel 1.3 van de in deze zaak niet toepasselijke nieuwe Landsverordening op de kansspelen (LOK); zie het tussenvonnis van het Hof van 24 maart 2026, rov. 3.13-3.14.
Het Hof onderkent dat het risico van witwassen prominent aanwezig is in het online gokwezen en dat dit vraagt om strenge regels. Hetzelfde geldt voor het risico van terrorismefinanciering. Daarnaast geldt als feit van algemene bekendheid dat een groot deel van de spelers het risico loopt verslaafd te raken of al verslaafd is, met als gevolg dat zij alles zullen doen om door te kunnen spelen en daarbij niet terugdeinzen voor valsspelen.
Al met al acht het Hof deze twee bedingen, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval niet onredelijk bezwarend voor de speler. Geen sprake is van een aanzienlijke verstoring van het evenwicht in strijd met de redelijkheid en billijkheid, veronderstellenderwijs aangenomen dat deze EU-toets moet worden aangelegd. Het casino kon redelijkerwijs ervan uitgaan dat de spelers een dergelijk beding zouden aanvaarden indien daarover op eerlijke en billijke wijze afzonderlijk was onderhandeld.
Goederenrechtelijke werking van cessieverbod
Voor zover de algemene voorwaarden een cessieverbod bevatten heeft deze goederenrechtelijke werking. Het Hof is van oordeel dat uit de naar objectieve maatstaven uit te leggen formulering van het cessieverbod en in het licht van de context van de online kansspelsector, waarin de overdraagbaarheid van vorderingen ongewenst en risicovol is (kans op fraude, witwassen, terrorismefinanciering, account trading), volgt – met inachtneming van de Haviltexmaatstaf – dat het onderhavige cessieverbod goederenrechtelijke werking heeft. Spelersaccounts- en KYC-regels (ID-verificatie, anti-witwasregels, leeftijdscontrole) zijn alle persoonsgebonden en uitbetalingsrechten hangen nauw samen met die identiteit van de spelers. Overdraagbaarheid zou ertoe leiden dat het stelsel van identificatie- en controleverplichtingen (middels toezicht van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten op de trustsector, welke ook voor de inwerkingtreding van de LOK in de online kansspelsector van toepassing was), eenvoudig kan worden omzeild. Een goederenrechtelijke werking is het meest aannemelijk.
Overigens zou bij verbintenisrechtelijke werking GSP wegens de wanprestatie van de speler ook uitbetaling aan SBGOK kunnen weigeren.
Geen lastgeving ter incasso
SBGOK heeft tevergeefs betoogd dat zij subsidiair moet worden aangemerkt als een lasthebber ter incasso. Een lastgeving tot inning op eigen naam beoogt materieel hetzelfde resultaat te bereiken als de verboden cessie: een derde treedt in plaats van de speler op en maakt de spelersvordering voor eigen rekening of eigen belang te gelde. Het zou het cessieverbod zinledig maken. Een contractueel verbod dat mede strekt tot bescherming van KYC-, AML- en fraudepreventiebelangen zou dan eenvoudig kunnen worden omzeild door in iedere cessieakte een subsidiaire last tot inning op te nemen. Niet alleen de contractuele positie van GSP zou worden gefrustreerd, maar ook haar positie jegens autoriteiten onder wiens toezicht zij staat. Kortom, mede gelet op de algemene belangen die op het spel staan, wordt een cessieverbod ruim uitgelegd. Een cessieverbod aldus uitgelegd, is niet onredelijk bezwarend.
Systematiek van de vergunning
GSP (zie akte 6 mei 2025, onder 7 e.v. en akte 21 april 2026, onder 23 e.v.) doet een beroep op de door het Land Curaçao bij landsbesluit vastgestelde vergunningsvoorwaarden (productie 6 bij akte van 6 mei 2025). Daaruit volgt volgens GSP een cessieverbod.
Door GSP zijn artikel 14 leden 4, 5 en 6 en artikel 17 leden 1 en 4 van de vergunningsvoorwaarden ingeroepen, luidende:
Artikel 14
(…).
4. Tot de verplichtingen, bedoeld in het derde lid, onderdeel d [d.i. ‘welke verplichtingen de speler heeft alvorens hij kan deelnemen’; Hof] , behoren in ieder geval de vermelding van de naam en de leeftijd van de speler alsmede van de voor deelname aan een of meer hazardspelen door de speler aangewezen en door de vergunninghouder geaccepteerde internationaal gerenommeerde of lokaal gevestigde bank. Tot deze verplichtingen behoort voorts in ieder geval de storting van een door de vergunninghouder bepaald minimum bedrag op de rekening van vergunninghouder bij een in de voorgaande volzin bedoelde bank.
5. Toegang tot een hazardspel is slechts mogelijk door middel van tenminste een door de vergunninghouder aan de speler toegekend persoonlijk identificatienummer. Dit identificatienummer wordt slechts toegekend aan degene die verklaard heeft de voorwaarden te aanvaarden.
6. De vergunninghouder houdt een overzicht bij van de uitgegeven identificatienummers.
(…).
Artikel 17
1. De vergunninghouder draagt zorg dat bekend is aan de speler:
a. hoe hij te weten komt dat hij heeft gewonnen;
b. hoeveel hij heeft gewonnen;
c. binnen hoeveel tijd na afloop van het spel het prijzengeld beschikbaar is; en
d. gedurende hoeveel tijd het prijzengeld beschikbaar blijft.
(…)
4. Indien het prijzengeld niet binnen de in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde periode is opgevraagd, draagt de vergunninghouder dit prijzengeld over aan een door hem daartoe aan te wijzen notaris die het geld overmaakt ten behoeve van een door de vergunninghouder aan te wijzen charitatief doel.
Deze vergunningsvoorwaarde is niet doorgevoerd in de algemene voorwaarden (ondanks artikel 14 leden 1 en 2: ‘1. De vergunninghouder maakt de voorwaarden bekend, waaronder deelname aan de door hem geëxploiteerde hazardspelen mogelijk is. 2. De vergunninghouder laat een speler niet toe dan nadat deze heeft verklaard de voorwaarden te kennen en te aanvaarden.’). Deze vergunningsvoorwaarde kan dan ook niet aan de spelers worden tegengeworpen.
Al met al acht het Hof het beroep van GSP op deze vergunningsvoorwaarden, tenzij doorgevoerd in de algemene voorwaarden, ongegrond. Indien een cessieverbod geldt moet dat immers met name voor de spelers voldoende duidelijk zijn.
Niet-toepasselijkheid van artikel 7A:1807 e.v. BW inzake spel en weddenschap
In de Curaçaose Araxio-zaak heeft het Hof op 23 mei 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:68 (cassatieberoep verworpen in HR 1 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:295, met toepassing van artikel 81 RO) overwogen:
Die redenering van Araxio gaat echter niet op. Het gaat in de Oostenrijkse uitspraak (en de Duitse) kennelijk om online gambling (gokken) bij een online casino, en wel om de activiteiten waarop de Curaçaose Landsverordening van 8 juni 1993 houdende bepalingen betreffende het exploiteren van hazardspelen op de internationale markt middels servicelijndiensten (P.B. 1993, no.63, hierna: Landsverordening Buitengaatse Hazardspelen) het oog heeft. Deze landsverordening bepaalt (anders dan de Landsverordening Hazardspelen 1948 in artikel 5a ten aanzien van artikel 7A:1807 BW) weliswaar niets over het al dan niet toepasselijk zijn van de artikelen 7A:1807 tot en met 7A:1810 BW. Uit de inhoud en wetsgeschiedenis van de eerstgenoemde Landsverordening en het daarop gebaseerde Landsbesluit (weergegeven in het Hofvonnis van 14 maart 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:31, rov. 2.11-2.14), die met name ook zien op het waarborgen van de uitbetaling van prijzengeld aan de spelers, vloeit echter onmiskenbaar voort dat deze artikelen daarmee niet verenigbaar zijn en dus niet toepasselijk.
De ontwikkelingen in Curaçao en in de wereld hebben er bovendien toe geleid dat uit de aard van online gambling, waarop de Landsverordening het oog heeft, de niet-toepasselijkheid van de artikelen 7A:1807 tot en met 7A:1810 BW voortvloeit. Deze bedrijvigheid wordt in Curaçao niet (meer) als maatschappelijk ongewenst aangemerkt.
Het Hof houdt hieraan vast. De incidentele grieven II en III falen.
Authenticiteit van de cessies
Indien de cessies geldig zijn, dient op verzoek van GSP artikel 3:94 lid 4 BW te worden nageleefd, luidende:
4. De personen tegen wie het recht moet worden uitgeoefend, kunnen verlangen dat hun een door de vervreemder gewaarmerkt uittreksel van de akte en haar titel wordt ter hand gesteld. Bedingen die voor deze personen van geen belang zijn, behoeven daarin niet te worden opgenomen. Is van een titel geen akte opgemaakt, dan moet hun de inhoud, voor zover voor hem van belang, schriftelijk worden medegedeeld.
Dit lid geeft de persoon tegen wie het (mogelijk ongeldig) geleverde vorderingsrecht moet worden uitgeoefend (de debiteur; hier: GSP) een instrument in handen om te voorkomen dat hij niet bevrijdend betaalt aan een onbevoegde. Een debiteur (GSP) raakt als regel door de mededeling op de hoogte van een cessie van een hem aangaande vordering. Deze mededeling kan zowel gedaan worden door de cedent (de speler) als door de cessionaris (SBGOK). Wanneer de mededeling door de cedent (de speler) is gedaan, mag de debiteur (GSP) er in beginsel van uitgaan dat de cessionaris (SBGOK) als schuldeiser tot de prestatie gerechtigd is. Dit betekent dat hij op grond van artikel 6:34 lid 1 BW aan deze laatste bevrijdend kan betalen, ook al blijkt er achteraf geen (geldige) cessie te hebben plaatsgevonden. Dit is anders als de cessionaris (SBGOK) de mededeling doet. In dat geval rust op de debiteur (GSP) een zekere onderzoeksplicht om zich te vergewissen van het feit dat er daadwerkelijk een (geldige) cessie heeft plaatsgevonden. De regeling van artikel 3:94 lid 4 BW stelt de debiteur (GSP) in staat bewijs te verkrijgen omtrent het bestaan van een titel van overdracht. In afwachting hiervan is de debiteur (GSP) bevoegd de betaling op te schorten (artikel 6:37 BW).
Het Hof verlangt als naleving van artikel 3:94 lid 4 BW een actuele waarmerking van de cessieaktes en titels door de individuele spelers, bijvoorbeeld door het plaatsen van een handtekening ter waarmerking of een bericht van de desbetreffende speler ter waarmerking, steeds vergezeld van een kopie van een geldig identiteitsbewijs.
Niet nodig is een notariële verklaring met apostille, al aangenomen dat het desbetreffende land van de speler is aangesloten bij het Haagse apostilleverdrag (Verdrag tot afschaffing van het vereiste van legalisatie van buitenlandse openbare akten).
In zoverre slagen de incidentele grieven I, en VI. De incidentele grief V faalt hiermee.
Beoordeling van vordering per speler
Met inachtneming van het voorgaande, waaronder de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden, zal het Hof de vordering van SBGOK per speler opnieuw beoordelen.
Het gaat erom of in de periode dat de speler speelde er een contract was tussen GSP als vergunninghouder en het onlinecasino als ‘sublicenseholder’. Indien GSP thans niet over gegevens beschikt waarover zij in de desbetreffende periode behoorde te beschikken, komt dat voor haar risico. Het Hof sluit zich aan bij hetgeen het Gerecht (eindvonnis van 4 juli 2022, rov. 2.10) ter zake overwoog:
(…) Als masterlicentiehouder zou GSP over de informatie met betrekking tot de accounts van de spelers dienen te (kunnen) beschikken. Op grond van artikel 14 lid 3 onder h van de vergunningsvoorwaarden [zie productie 6 bij akte GSP van 6 mei 2025; Hof] dient alle communicatie inzake deelname aan een spel te worden opgeslagen en gedurende een in de voorwaarden aangegeven periode te worden bewaard. Op grond van artike1 16 van de vergunningsvoorwaarden dient de vergunninghouder dagelijks een overzicht bij te houden van de gespeelde hazardspelen, het aantal keren dat elk spel is gespeeld en de daarbij gepleegde inzetten en het behaalde prijzengeld. Deze gegevens worden bewaard gedurende de periode dat bedrijfsgegevens ingevolge de Landsverordening op de Winstbelasting 1940 bewaard dienen te worden. Niet is gebleken dat GSP niet (meer) over die informatie beschikt. Het is dan ook GSP die over de gegevens van de speler beschikt, althans zij zou daarover moeten beschikken, waardoor van haar mag worden verwacht dat zij de vorderingen - indien daartoe grond bestaat - inhoudelijk gemotiveerd betwist. (…).
Het gaat om negen spelers, met elf vorderingsbestanddelen:
1. [speler 1], speelde in onlinecasino 90Dakika, vordering € 18.307;
2. [speler 2], speelde in onlinecasino Halkbet, vordering € 21.900;
3. [speler 3], speelde in onlinecasino Halkbet, vordering € 19.000;
4. [speler 4], speelde in onlinecasino Halkbet, vordering € 538;
5. [speler 5], speelde in onlinecasino Halkbet, vordering € 872;
6. [speler 6], speelde in onlinecasino Halkbet, vordering € 412;
7. [speler 7], speelde in onlinecasino Halkbet, vordering €2.700;
8. [speler 8], speelde in onlinecasino Halkbet, vordering € 1.000;
9. [speler 9], speelde in:
a. onlinecasino Suprabets, vordering van € 3.480,09,
b. onlinecasino Dobrobet, vordering € 6.828, en
c. onlinecasino Kavabet, vordering € 5.941.
Ad 1. [speler 1], speelde in onlinecasino 90Dakika, vordering € 18.307
De algemene voorwaarden van 90Dakika zijn door SBGOK overgelegd als productie 15 bij inleidend verzoekschrift. Een uitdrukkelijk, althans voldoende duidelijk, cessieverbod voor de speler ontbreekt (onder 22 wordt enkel een cessie door het casino geregeld). De bepaling onder 7.10.6 ten aanzien van ‘withdrawals’ bevat geen voldoende duidelijk cessieverbod. De tekst ‘Payments are made ONLY in the name of the owner of the appropriate account’ waar GSP zich op beroept (in conclusie van antwoord onder 3.14) vindt het Hof niet terug in deze algemene voorwaarden. GSP verwijst ook niet naar enig specifiek artikel in de voor deze speler toepasselijke voorwaarden.
[betrokkene 1] wordt in de conclusie van antwoord (onder 6.7, met verwijzing naar productie 7) verweten dat hij niet aan de KYC-verplichtingen heeft voldaan (volgens GSP valt dit onder artikel 5.3 van de algemene voorwaarden) en zich bovendien heeft ingelaten met ‘sure betting’ (volgens GSP valt dit onder paragraaf 9.van de algemene voorwaarden). Het een en ander is door SBGOK weersproken bij repliek, onder 34.
Onderdeel 5.3 van de algemene voorwaarden luidt:
5. VERIFICATION OF YOUR IDENTITY; MONEY LAUNDERING REQUIREMENTS
(…)
While we are undertaking any Checks, we may restrict you from withdrawing funds from Your Account. The data entered in the registration form (address, name and surename, date of birth, email, phone number, etc) has to be valid and real before making first withdrawal request- Is not allowed any modification of the initial regsitration data. If the verification of the information fail to be valid, parasino can cancel your bets and close your account at his sole discretion
Onderdeel 9.1 van de algemene voorwaarden luidt:
9. COLLUSION, CHEATING, FRAUD AND CRIMINAL ACTIVITY
The following activities as not allowed and constitute a material breach of the Terms:
- colluding with other third parties;
- using unfair advantage or influence (commonly known as cheating), including the exploitation of a fault, loophole or error in our software, the use of automated players (sometimes known as 'bots'); or the exploitation of an 'error;
- undertaking fraudulent activities to your advantage, including the use of a stolen, cloned or otherwise unauthorised credit or debit card, as a source of funds;
- taking part in any criminal activities including money laundering and any offence with criminal repercussions.
We will take all reasonable steps to prevent such activities; detect them and the relevant players; and deal with the relevant players appropriately (…)
In hoger beroep (memorie van grieven in incidenteel appel, p. 18-19, na grief VII) biedt GSP aan deze overtredingen te bewijzen door het horen van getuigen. Zij krijgt daartoe de gelegenheid.
Naar het voorlopig oordeel van het Hof is het in beginsel niet onredelijk bezwarend dat in de algemene voorwaarden ter zake van onder meer ‘arbitrage betting’ en ‘sure betting’ de onlinecasino’s zich wapenen tegen door spelers gebruikte strategieën en systemen (met veel inzetten en tegen-inzetten, soms met gebruikmaking van speciale softwareprogramma’s) om te spelen met minimaal risico, waarbij van ‘kansspelen’ (‘hazardspelen’) geen sprake meer is.
In de algemene voorwaarden mogen deze strategieën en systemen worden opgevat als valsspelen in welke bewoordingen dan ook.
Partijen kunnen in hun conclusie na enquête op dit voorlopig oordeel van het Hof reageren.
Ten aanzien van [betrokkene 1] dient SBGOK bij akte artikel 3:94 lid 4 BW na te leven door middel van overlegging van een actuele waarmerking van de cessieakte en titel door [betrokkene 1], bijvoorbeeld door het plaatsen van een handtekening ter waarmerking of een bericht van [betrokkene 1] ter waarmerking, steeds vergezeld van een kopie van een geldig identiteitsbewijs.
Ad 2. [speler 2], speelde in onlinecasino Halkbet, vordering € 21.900
Ad 3. [speler 3], speelde in onlinecasino Halkbet, vordering € 19.000;
Ad 4. [speler 4], speelde in onlinecasino Halkbet, vordering € 538
Ad 5. [speler 5], speelde in onlinecasino Halkbet, vordering € 872
Ad 6. [speler 6], speelde in onlinecasino Halkbet, vordering € 412
Ad 7. [speler 7], speelde in onlinecasino Halkbet, vordering €2.700
Ad 8. [speler 8], speelde in onlinecasino Halkbet, vordering € 1.000
De algemene voorwaarden van Halkbet zijn door SBGOK overgelegd als productie 16 bij inleidend verzoekschrift. Onder 29.4 is bepaald:
Group and family members should regulate personal relationships with each other - payments are made ONLY in the name of the owner of the appropriate account.
Naar het oordeel van het Hof is dit een voldoende duidelijk cessieverbod. Een speler kan niet in ernst menen niet aan ‘group and family members’ te kunnen of mogen overdragen, maar wel aan SBGOK, een stichting op een Caribisch eiland.
Dit betekent dat de vordering voor zover betreffende deze zeven spelers terecht door het Gerecht is afgewezen. In zoverre faalt het principaal hoger beroep (de grieven I tot en met V).
Ad 9 [speler 9] - Algemeen
Het Gerecht (eindvonnis 2.25 in verbinding met 2.24) heeft geoordeeld dat SBGOK ten aanzien van onder meer [betrokkene 2] niet voldaan heeft aan de op haar rustende stelplicht. SBGOK heeft volgens het Gerecht niet, dan wel onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een vordering bij een onlinecasino dat handelt onder de licentie van GSP, wat de hoogte van de betreffende vordering is en waaruit blijkt dat het onlinecasino fouten heeft gemaakt in de (niet) uitbetaling van de betreffende spelers.
In hoger beroep heeft SBGOK (door overlegging van een toelichting per speler (ook van [betrokkene 2]) in productie 3 bij de memorie van grieven) wel aan voornoemde stelplicht voldaan.
Ten aanzien van [betrokkene 2] dient SBGOK artikel 3:94 lid 4 BW na te leven door middel van overlegging bij akte van een actuele waarmerking van de cessieaktes en titels door [betrokkene 2], bijvoorbeeld door het plaatsen van een handtekening ter waarmerking of een bericht van [betrokkene 2] ter waarmerking, steeds vergezeld van een kopie van een geldig identiteitsbewijs.
Ad 9 onder a. [speler 9], speelde in onlinecasino Suprabets, vordering van € 3.480,09
De algemene voorwaarden van Suprabets zijn overgelegd in productie 7 bij akte uitlaten van GSP van 6 mei 2025. Onder 3.6 is bepaald:
A Suprabets Account is non- transferable (…).
En onder 26.2:
You may not assign, sublicense or otherwise transfer in any manner whatsoever any of Your rights and obligations under the Terms of Use.
Dit is een duidelijk kenbaar cessieverbod en dit betekent dat de vordering van SBGOK, voor zover deze de aanspraak van [betrokkene 2] jegens Suprabets betreft, terecht door het Gerecht is afgewezen. In zoverre faalt het principaal hoger beroep.
Ad 9 onder b. [speler 9], speelde in onlinecasino Dobrobet, vordering € 6.828
De algemene voorwaarden van Dobrobet geldend tijdens het gokken door [betrokkene 2] heeft het Hof niet kunnen vinden in het dossier.
[betrokkene 2] wordt door GSP verweten zich, met overtreding van de algemene voorwaarden, te hebben ingelaten met ‘arbitrage betting’ (‘arbing’). Een beschouwing over ‘arbing’ in het algemeen heeft GSP als productie 3 bij conclusie van antwoord overgelegd. Er is kennelijk verwantschap met ‘sure betting’.
Het Hof draagt GSP ambtshalve op (artikel 145 lid 1 slotzin Rv) dit door getuigen te bewijzen, indien zij dit wenst.
Ad 9 onder c. [speler 9], speelde in onlinecasino Kavabet, vordering € 5.941
De algemene voorwaarden van Kavabet zijn door SBGOK overgelegd als productie 20 bij inleidend verzoekschrift. [betrokkene 2] wordt tegengeworpen dat hij meerdere accounts had bij onlinecasino’s behorende tot de Kavabet-groep.
Onder 3.1.3, aanhef en onder j, van de algemene voorwaarden is bepaald:
An individual applying to become an Account Holder furthermore warrants and represents:
(…)
j. not to be holding an active account with another legal entity which is part of the same group as Kavabet, meaning other entities directly or indirectly controlled by Radon B.V.;.
Onder 30.3 van de algemene voorwaarden is het volgende bepaald:
If it turns out that the User has opened several accounts in the company, Kavabet reserves the right to refuse to pay out for these accounts (except the User’s assets legitimately transferred to the account of Kavabet after his payment of a fine in the measure of 10% of the total amount of deposits).
SBGOK heeft gesteld (inleidend verzoekschrift, onder 64) dat de aantijging onvoldoende gespecificeerd is. Verzuimd is (onder meer) aan te geven bij welke andere casino’s van de Kavabet-groep [betrokkene 2] accounts geopend heeft. Het Hof zal GSP ambtshalve opdragen te bewijzen dat [betrokkene 2] bij meerdere casino’s van de Kavabet-groep accounts heeft geopend.
SBGOK heeft tevens gesteld dat [betrokkene 2] niet kon weten welke onlinecasino’s tot dezelfde groep behoorden. Naar het voorlopig oordeel van het Hof kan in het midden blijven of dit juist is (misschien kunnen de toepasselijke algemene voorwaarden van de andere onlinecasino’s uitsluitsel geven), aangezien Kavabet contractueel de discretionaire bevoegdheid had om bij bepaalde strategieën en machinaties van de speler winstuitkering te weigeren, ook al zou de speler niet weten in overtreding te zijn.
Verwezen wordt naar het hierboven gegeven voorlopig oordeel van het Hof over discretionaire bevoegdheid van het onlinecasino om onder meer ‘arbitrage betting’ en ‘sure betting’ tegen te gaan. Partijen kunnen in hun conclusie na enquête op dit voorlopig oordeel van het Hof reageren.
Uitkomst
Aan GSP zullen vier bewijsopdrachten worden gegeven, te weten:
1. dat [betrokkene 1] niet aan KYC-verplichtingen heeft voldaan en
2 (subsidiair) dat [betrokkene 1] zich heeft ingelaten met ‘sure betting’,
3. dat [betrokkene 2] bij Dobrobet zich heeft ingelaten met ‘arbitrage betting’ (‘arbing’),
4. dat [betrokkene 2] bij meerdere casino’s van de Kavabet-groep accounts heeft geopend.
GSP mag vóór een getuigenverhoor stukken inzenden.
GSP krijgt de gelegenheid een akte te nemen over de vraag of zij bewijs wenst te leveren door getuigen of dat zij schriftelijk bewijs wenst te leveren.
SBGOK krijgt de gelegenheid een akte te nemen met waarmerkingen van cessies en titels ter zake van de cessie door [betrokkene 1] van de gestelde 90Dakika-vordering en ter zake van de cessie door [betrokkene 2] van de gestelde Dobrobet- en Kavabetvordering.
Na de akten zal er gelegenheid zijn voor antwoordakten.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. Beslissing
Het Hof:
- stelt GSP in de gelegenheid de in rov. 2.69 bedoelde akte te nemen;
- stelt SBGOK in de gelegenheid de in rov. 2.70 bedoelde akte te nemen;
- verwijst de zaak daartoe naar de rolzitting van dinsdag 6 oktober 2026;
- bepaalt dat partijen vervolgens een antwoordakte kunnen nemen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. C.G. ter Veer, E.W.A. Vonk en J. de Boer, leden van het Hof en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2026 in Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.