ECLI:NL:OGHACMB:2026:271

ECLI:NL:OGHACMB:2026:271

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 28-08-2026
Datum publicatie 01-10-2026
Zaaknummer 500.00331/23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Procesafspraken strafzaak Curaçao. Veroordeling voor witwassen.

Uitspraak

Parketnummer: 500.00331/23

Uitspraak: 28 augustus 2026

Vonnis van dit Gerecht Tegenspraak

in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats],

thans alhier gedetineerd uit anderen hoofde.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 5 november 2025 en 28 augustus 2026. De verdachte is ter terechtzitting verschenen op 5 november 2025. De verdachte is niet ter terechtzitting verschenen op 28 augustus 2026. De raadsvrouw van de verdachte, mr. M.C. Vaders, advocaat te Curaçao, was op 5 november 2025 aanwezig. Zij heeft zich op 28 augustus 2026 laten waarnemen door mr. E.F. Sulvaran, advocaat in Curaçao.

De officier van justitie, mr. W.J. de Graaf, heeft ter terechtzitting, conform de procesafspraken die het Openbaar Ministerie en de verdediging hebben gemaakt over de uitkomst van deze strafzaak, gevorderd dat het Gerecht het tenlastegelegde feit bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) maanden.

Mr. Sulvaran heeft geen (bewijs)verweren gevoerd en heeft zich in het verlengde van de tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging overeengekomen procesafspraken geconformeerd aan de vordering van de officier van justitie.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

dat hij op verschillende tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2000 tot en met 19 maart 2023 te Curaçao en/of Miami, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (van) een of meer voorwerp(en), te weten

A.

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/ of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die/dat voorwerp(en) was/waren en/of wie dat voorwerp voorhanden had(den)

en/of

B.

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van dat/die voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) of begre(e)p(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf

en hij van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Nu de verdediging geen (bewijs)verweren heeft gevoerd, zal het tenlastegelegde feit zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, met dien verstande dat:

dat hij op verschillende tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2000 tot en met 19 maart 2023 te Curaçao en/of Miami, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (van) een of meer voorwerp(en), te weten

A.

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/ of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die/dat voorwerp(en) was/waren en/of wie dat voorwerp voorhanden had(den)

en/of

B.

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van dat/die voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) of begre(e)p(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf

en hij van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte is overeengekomen dat geen hoger beroep tegen dit verkort vonnis zal worden ingesteld. Mocht dit toch gebeuren, dan zullen de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring worden opgenomen in een aanvulling op dit vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan dit vonnis worden gehecht.

Procesafspraken

Totstandkoming

Op 24 augustus 2026 hebben de officier van justitie en de verdediging een overeenkomst gesloten over het verdere verloop van de strafprocedure en de wijze waarop de strafzaak zal worden afgedaan. Het Gerecht is niet betrokken geweest bij de totstandkoming van die overeenkomst. De officier van justitie en de verdediging hebben gezamenlijk, voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de zaak, een voorstel voor het verdere verloop en de afdoening van de zaak aan het Gerecht voorgelegd.

Inhoud afspraken

In het kader van deze overeenkomst zijn het Openbaar Ministerie en de verdachte overeengekomen dat het Openbaar Ministerie:

Het Openbaar Ministerie en de verdachte zijn voorts overeengekomen dat:

Cg 200.000,- van bovengenoemd bedrag wordt binnen twee weken na het onherroepelijk worden van de zaak aan het Openbaar Ministerie betaald. Cg 200.000,- van bovengenoemd bedrag wordt uiterlijk 31 oktober 2026 aan het Openbaar Ministerie betaald en Cg 60.000,- van bovengenoemd bedrag wordt binnen zes maanden na onherroepelijk worden van de zaak betaald aan het Openbaar Ministerie (door verdachte en/of medeverdachte);

- de kavel [adres 1] met woning pas wordt geretourneerd na betaling van de voorgenoemde betalingen binnen de genoemde termijnen. Indien hieraan niet wordt voldaan door verdachte/verdachten zal het Openbaar Ministerie de kavel met woning niet retourneren en zal een verkoop plaatsvinden;

Betaling door de medeverdachte [medeverdachte 1] ontslaat verdachte van de verplichting tot voornoemde betalingen;

- beide partijen afzien van het instellen van hoger beroep, indien de strafoplegging door het Gerecht conform deze overeenkomst plaatsvindt.

De beoordeling van de procesafspraken

Het Gerecht is bij zijn beoordeling van de procesafspraken en het afdoeningsvoorstel uitgegaan van het kader dat de Hoge Raad heeft gegeven in zijn arrest van 27 september 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1252).

Het Gerecht stelt vast dat verdachte tijdens de inhoudelijke behandeling ter zitting niet aanwezig is geweest. De raadsman heeft te kennen gegeven dat de verdachte ten behoeve van een zitting door het arrestatieteam wordt vervoerd naar het Gerechtsgebouw, de verdachte hier ziek van wordt en hij daarom niet tijdens de inhoudelijke behandeling aanwezig kan zijn. De verdediging en de officier van justitie hebben ter terechtzitting desgevraagd medegedeeld dat deze omstandigheid geen belemmering vormt voor het afdoen van de zaak.

De rechter moet onderzoeken – en in de uitspraak van dat onderzoek blijk geven – of de verdachte in de betreffende zaak vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. Voor het verrichten van dit onderzoek is het in beginsel vereist dat de verdachte, voorzien van rechtsbijstand, op de terechtzitting aanwezig is. In het geval dat de verdachte niet op de terechtzitting is verschenen, zoals in onderhavige zaak, moet de rechter nader motiveren op welke wijze zij heeft kunnen vaststellen dat aan de hiervoor genoemde vereisten is voldaan.

Ter zitting heeft de raadsman desgevraagd te kennen gegeven dat in het voortraject met verdachte duidelijk is besproken wat het maken van procesafspraken betekent en wat daarvan de rechtsgevolgen kunnen zijn. De verdachte heeft het afdoeningsvoorstel vervolgens op schrift ontvangen en getekend. Verdachte gaat aldus akkoord met de procesafspraken.

Het Gerecht is van oordeel dat, gelet op hetgeen de raadsman ter zitting naar voren heeft gebracht, aan de door de Hoge Raad genoemde vereisten is voldaan. Gelet hierop ziet het Gerecht dan ook geen reden om de inhoud van de procesafspraken niet bij haar oordeel te betrekken. Er is naar het oordeel van het Gerecht geen afbreuk gedaan aan het aan verdachte op grond van artikel 6 EVRM toekomende recht op een eerlijk proces.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in de artikelen 1:123, 2:404 en 2:405 van het Wetboek van Strafrecht. Het bewezenverklaarde feit wordt als volgt gekwalificeerd:

medeplegen van gewoontewitwassen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen. Met zijn handelen heeft verdachte opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie onttrokken en daarvan onder andere huizen, boten, voertuigen en sieraden aangeschaft. Door witwassen wordt bovendien de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast en meer specifiek het vertrouwen van de burger in het handelsverkeer. Het voorgaande neemt het Gerecht de verdachte kwalijk.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het Gerecht heeft gekeken naar de gemaakte procesafspraken, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de straffen die in min of meer vergelijkbare zaken worden opgelegd.

De in de procesafspraken overeengekomen straf doet in voldoende mate recht aan de ernst van het feit en is, mede gelet op de omstandigheden dat de verdachte al een langdurige gevangenisstraf ondergaat in een andere strafzaak en dat er is gekozen voor het maken van procesafspraken, een redelijke straf voor deze verdachte. Ook is er rekening mee gehouden dat de verdachte afstand doet van bijna alle goederen die bij hem in beslag zijn genomen. De procesafspraken doen daarmee ook recht aan de belangen van de maatschappij.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) maanden, zoals ook tussen de officier van justitie en de verdachte is overeengekomen, passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

In beslag genomen voorwerpen

Uit het dossier blijkt dat onder de verdachte voorwerpen in beslag zijn genomen en nog niet zijn teruggegeven aan de verdachte (en/of medeverdachte). Echter, gelet op de hiervoor vermelde procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging over de inbeslaggenomen goederen zal ten aanzien daarvan dan ook geen beslissing volgen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, zoals deze luidde(n) ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de acht (8) maanden.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.J. van Rijssen, bijgestaan door mr. L. Witte, (zittingsgriffier), en op 28 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

Mr. L. Witte is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand