ECLI:NL:OGHACMB:2026:272

ECLI:NL:OGHACMB:2026:272

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 28-08-2026
Datum publicatie 01-10-2026
Zaaknummer 500.00108/23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Procesafspraken strafzaak Curaçao. Veroordeling voor witwassen

Uitspraak

Parketnummer: 500.00108/23

Uitspraak: 28 augustus 2026 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 5 november 2025 en 28 augustus 2026. De verdachte is telkens ter terechtzitting verschenen. De raadslieden van de verdachte, mr. A.N. Sulvaran en mr. E.F. Sulvaran, advocaten in Curaçao, waren ter terechtzitting aanwezig op respectievelijk 5 november 2025 en 28 augustus 2026.

De officier van justitie, mr. W.J. de Graaf, heeft ter terechtzitting, conform de procesafspraken die het Openbaar Ministerie en de verdediging hebben gemaakt over de uitkomst van deze strafzaak, gevorderd dat het Gerecht het tenlastegelegde feit bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes (6) maanden met een proeftijd van twee jaren en een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 150 uren.

De raadsman van de verdachte, mr. E.F. Sulvaran, heeft geen (bewijs)verweren gevoerd en heeft zich in het verlengde van de tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging overeengekomen procesafspraken geconformeerd aan de vordering van de officier van justitie.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

dat zij op verschillende tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2000 tot en met 19 maart 2023 te Curaçao en/of Miami, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (van) een of meer voorwerp(en), te weten

A.

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/ of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die/dat voorwerp(en) was/waren en/of wie dat voorwerp voorhanden had(den)

en/of

B.

heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van dat/die voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt,

terwijl zij verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en) of begre(e)p(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf

en zij van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Nu de verdediging geen (bewijs)verweren heeft gevoerd, zal het tenlastegelegde feit zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, met dien verstande dat:

dat zij op verschillende tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2000 tot en met 19 maart 2023 te Curaçao en/of Miami, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (van) een of meer voorwerp(en), te weten

A.

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/ of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die/dat voorwerp(en) was/waren en/of wie dat voorwerp voorhanden had(den)

en/of

B.

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van dat/die voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt,

terwijl zij verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en) of begre(e)p(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf

en zij van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

Bewijsmiddelen

Tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte is overeengekomen dat geen hoger beroep tegen dit verkort vonnis zal worden ingesteld. Mocht dit toch gebeuren, dan zullen de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring worden opgenomen in een aanvulling op dit vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan dit vonnis worden gehecht.

Procesafspraken

Totstandkoming

Op 24 augustus 2026 hebben de officier van justitie en de verdediging een overeenkomst gesloten over het verdere verloop van de strafprocedure en de wijze waarop de strafzaak zal worden afgedaan. Het Gerecht is niet betrokken geweest bij de totstandkoming van die overeenkomst. De officier van justitie en de verdediging hebben gezamenlijk, voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de zaak, een voorstel voor het verdere verloop en de afdoening van de zaak aan het Gerecht voorgelegd.

Inhoud afspraken

In het kader van deze overeenkomst zijn het Openbaar Ministerie en de verdachte overeengekomen dat het Openbaar Ministerie:

Het Openbaar Ministerie en de verdachte zijn voorts overeengekomen dat:

Cg 200.000,- van bovengenoemd bedrag wordt binnen twee weken na jet onherroepelijk worden van de zaak aan het Openbaar Ministerie betaald. Cg 200.000,- van bovengenoemd bedrag wordt uiterlijk 31 oktober 2026 aan het Openbaar Ministerie betaald en Cg 60.000,- van bovengenoemd bedrag wordt binnen zes maanden na onherroepelijk worden van de zaak betaald aan het Openbaar Ministerie (door verdachte en/of medeverdachte);

- de kavel [adres 1] met woning pas wordt geretourneerd na betaling van de voorgenoemde betalingen binnen de genoemde termijnen. Indien hieraan niet wordt voldaan door verdachte/verdachten zal het Openbaar Ministerie de kavel met woning niet retourneren en zal een verkoop plaatsvinden;

Betaling door de medeverdachte [medeverdachte 1] ontslaat verdachte van de verplichting tot voornoemde betalingen;

- beide partijen afzien van het instellen van hoger beroep, indien de strafoplegging door het Gerecht conform deze overeenkomst plaatsvindt.

De beoordeling van de procesafspraken

Het Gerecht is bij zijn beoordeling van de procesafspraken en het afdoeningsvoorstel uitgegaan van het kader dat de Hoge Raad heeft gegeven in zijn arrest van 27 september 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1252).

De rechter moet onderzoeken – en in de uitspraak van dat onderzoek blijk geven – of de verdachte in de betreffende zaak vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl zij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing mee te werken aan het afdoeningsvoorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. Voor het verrichten van dit onderzoek is het in beginsel vereist dat de verdachte, voorzien van rechtsbijstand, op de terechtzitting aanwezig is. In het geval dat de verdachte niet op de terechtzitting is verschenen, moet de rechter nader motiveren op welke wijze zij heeft kunnen vaststellen dat aan de hiervoor genoemde vereisten is voldaan.

Het Gerecht heeft tijdens de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting op 18 augustus 2026 het afdoeningsvoorstel in samengevatte vorm voorgelezen en de consequenties daarvan met de verdachte besproken. De verdachte, die gedurende elke behandeling van haar strafzaak in persoon aanwezig was, heeft ten overstaan van het Gerecht expliciet bevestigd de inhoud van de gemaakte afspraken en de procesrechtelijke gevolgen hiervan te kennen, te begrijpen en hiermee in te stemmen.

Het Gerecht is van oordeel dat de behandeling en de beoordeling van de strafzaak heeft plaatsgevonden in overeenstemming met de daarvoor geldende wettelijke regeling en de eisen van een eerlijk proces. Verdachte heeft rechtsbijstand gehad en heeft vrijwillig, op basis van voldoende en voor haar ook duidelijke informatie meegewerkt aan het afdoeningsvoorstel en het afstand doen van verdedigingsrechten. Zij is zich bewust van de rechtsgevolgen. Er is naar het oordeel van het Gerecht geen afbreuk gedaan aan het aan verdachte op grond van artikel 6 EVRM toekomende recht op een eerlijk proces.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in de artikelen 1:123, 2:404 en 2:405 van het Wetboek van Strafrecht. Het bewezenverklaarde feit wordt als volgt gekwalificeerd:

medeplegen van gewoontewitwassen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen. Met haar handelen heeft verdachte opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie onttrokken en daarvan onder andere huizen, boten, voertuigen en sieraden aangeschaft. Door witwassen wordt bovendien de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast en meer specifiek het vertrouwen van de burger in het handelsverkeer. Het voorgaande neemt het Gerecht de verdachte kwalijk.

Het Gerecht heeft bij het bepalen van de straf gekeken naar de gemaakte procesafspraken, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de straffen die in min meer vergelijkbare zaken worden opgelegd.

De in de procesafspraken overeengekomen straf doet in voldoende mate recht aan de ernst van het feit en is, mede gelet op de omstandigheid dat er is gekozen voor het maken van procesafspraken, een redelijke straf voor deze verdachte. Ook is er rekening mee gehouden dat de verdachte afstand doet van bijna alle goederen die bij haar in beslag zijn genomen. De procesafspraken doen daarmee ook recht aan de belangen van de maatschappij.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes (6) maanden en een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 150 uren, zoals ook tussen de officier van justitie en de verdachte is overeengekomen, passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

In beslag genomen voorwerpen

Uit het dossier blijkt dat onder de verdachte voorwerpen in beslag zijn genomen en nog niet zijn teruggegeven aan de verdachte (en/of medeverdachte). Echter, gelet op de hiervoor vermelde procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging over de inbeslaggenomen goederen zal ten aanzien daarvan dan ook geen beslissing volgen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:45 en 1:46 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidde(n) ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de zes (6) maanden;

bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee (2) jaren aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt.

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.J. van Rijssen, bijgestaan door mr. L. Witte, (zittingsgriffier), en op 28 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

Mr. L. Witte is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand