ECLI:NL:OGHACMB:2026:273

ECLI:NL:OGHACMB:2026:273

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 01-09-2026
Datum publicatie 05-10-2026
Zaaknummer CUR202503117 – CUR2026H00189
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Curaçao. Schorsing tenuitvoerlegging. Geldsommen. Restitutierisico.

Uitspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

B E S C H I K K I N G

op het verzoek tot schorsing op de voet van art. 429p lid 2 Rv van:

[appellante],

wonende in [woonplaats],

in eerste aanleg verzoekster, verweerster tegen tegenverzoeken,

thans appellante,

verzoekster tot schorsing,

gemachtigde: mr. M.F. Murray,

tegen

[geïntimeerde],

wonende in [woonplaats],

in eerste aanleg verweerder, verzoeker van tegenverzoeken,

thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. A.J. de Winter.

Partijen worden hierna de vrouw en de man genoemd.

1. Het verloop van de procedure

Bij op 28 juli 2026 ingekomen beroepschrift is de vrouw in hoger beroep gekomen van de tussen partijen gegeven en op 15 juli 2026 uitgesproken beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao.

Bij op 28 juli 2026 ingekomen afzonderlijk verzoekschrift, met producties, heeft de vrouw verzocht, verkort weergegeven, dat het Hof de werking van de beschikking zal schorsen, althans de tenuitvoerlegging slechts zal toestaan tegen zekerheidsstelling, met veroordeling van de man, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van de schorsingsprocedure.

Bij op 18 augustus 2026 ingekomen verweerschrift heeft de man geconcludeerd tot afwijzing van de verzoeken van de vrouw.

Bij e-mail van 25 augustus 2026 heeft de gemachtigde van de vrouw zich uitgelaten over het verweerschrift in de schorsingsprocedure. De man heeft afgezien van de hem geboden mogelijkheid om zich eveneens bij e-mail uit te laten.

Beschikking is bepaald op vandaag.

2. De beoordeling

In de bestreden beschikking heeft het Gerecht de door de vrouw te betalen partneralimentatie bepaald op Cg 6.210 per maand.

Bij de beoordeling van het verzoek tot schorsing, al dan niet onder voorwaarden, gelden de maatstaven als vermeld in HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026 (Strandhotel).

De vrouw heeft aangevoerd dat het Gerecht een hoger bedrag aan partneralimentatie heeft bepaald dan de man had verzocht, maar de man heeft dat betwist en het is niet aanstonds duidelijk dat deze stelling van de vrouw juist is. In zoverre heeft het Gerecht geen kennelijke misslag begaan. De wijze waarop het Gerecht is omgegaan met bruto/netto-bedragen en de bonus van de vrouw levert ook geen kennelijke misslag op. De bestreden beschikking bevat ook overigens geen kennelijke misslagen. De bezwaren van de vrouw tegen de bestreden beschikking kunnen voor het overige in het hoger beroep aan de orde komen. Daarop loopt het Hof thans niet vooruit.

Onvoldoende is gesteld om aan te nemen dat tenuitvoerlegging van de beschikking tot een klaarblijkelijke noodtoestand aan de zijde van de vrouw zal leiden. Voldoende aannemelijk is dat de vrouw voorlopig de door het Gerecht bepaalde partneralimentatie zal kunnen betalen zonder daadwerkelijk in een financiële noodsituatie te geraken.

Het belang van de man bij de uitvoerbaarverklaring bij voorraad is in beginsel gegeven, aangezien de veroordeling strekt tot betaling van geldsommen (vgl. HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:688). Anders dan de man aanvoert, laat dat onverlet dat de concrete belangen van partijen in deze zaak tegen elkaar moeten worden afgewogen, aan de hand van hetgeen partijen daarover aanvoeren, en dat daarbij ook het restitutierisico moet worden meegewogen.

Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde verweerder, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van de verzoeker ten gunste van wie de veroordeling is uitgesproken.

Beide partijen hebben financieel belang bij hun respectieve standpunten. Het restitutierisico lijkt minder groot dan de vrouw wil doen voorkomen. Al met al is onvoldoende aannemelijk dat afwijking van het hiervoor genoemde uitgangspunt gerechtvaardigd is. Het primaire schorsingsverzoek zal daarom worden afgewezen.

Uitgangspunt is ook dat de veroordeling uitvoerbaar dient te zijn zonder dat voorwaarde van zekerheidstelling. Ook hier kan een belangenafweging een afwijking rechtvaardigen, maar ook hier is onvoldoende aannemelijk dat die rechtvaardiging bestaat. Het subsidiaire verzoek om zekerheidsstelling te bevelen, zal dus eveneens worden afgewezen.

Het Hof ziet geen aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te spreken in deze zaak tussen ex-echtelieden.

B E S L I S S I N G

Het Hof wijst de verzoeken af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.A. Saleh, G.C.C. Lewin en E.W.A. Vonk, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 1 september 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand