12. [Getuige 23]
[medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [getuige 3] hebben, zoals hiervoor weergeven, ten aanzien van [getuige 23] verklaard dat zij politiek is geplaatst. Het Hof constateert dat [getuige 23] zelf niet is gehoord.
Uit het dossier blijkt dat het managementteam van de DIP de minister van ROIM bij brief van 26 maart 2018 heeft geadviseerd om [getuige 23] een dienstverband aan te bieden als senior medewerker uitgifte center. Volgens het uittreksel van de vergadering van de ministerraad van 6 april 2018 heeft de ministerraad op die datum ingestemd met het advies van de DIP. Uit een Landsbesluit van 5 mei 2020 begrijpt het Hof dat [getuige 23] sinds 1 juni 2018 in voornoemde functie werkzaam is bij de DIP. Het Landsbesluit zelf betrof haar aanstelling als ambtenaar in vaste dienst.
Het Hof heeft verder nog een tapgesprek aangetroffen waarin de naam van [voornaam getuige 23] wordt genoemd. Het betreft een gesprek van 1 oktober 2019, waarin [verdachte] tegen [medeverdachte 2] zegt dat “[voornaam getuige 23]” door de ministerraad is. Gelet op de genoemde datum begrijpt het Hof dat dit gesprek betrekking had op haar aanstelling in vaste dienst. Niet op de indiensttreding in 2018.
13. [Getuige 15]
[Getuige 15] heeft verklaard dat zij in 2017 heeft meegedaan aan de Statenverkiezingen. Zij stond [nummer] op de POR-kandidatenlijst. Zij werd als kandidaat van de partij in november 2017 via de secretaresse van [verdachte] benaderd om een functie bij Serlimar aan te nemen. Ze werd uitgenodigd om naar Cocoloshi te komen en heeft daar naar het voorstel van [verdachte] geluisterd. Hij wilde eigenlijk dat ze op 1 december 2017 zou beginnen. Officieel is ze per 1 januari 2018 begonnen, maar eigenlijk heeft ze de laatste weken van december 2017 ook al gewerkt.
Ze verklaart dat de Raad van Toezicht haar baas was, maar de minister had haar daar geplaatst en dat was voor een reden. Zij verklaart verder dat zij vanwege haar background een goede keuze was. Ze heeft de knowhow. Al met al werd er iemand geplaatst die weet hoe een organisatie moet worden beheerd. Zij voegt daar nog aan toe dat als er een vacature zou zijn geweest, zij daarop zou hebben gesolliciteerd.
Het dossier bevat een brief van de voorzitter van de Raad van Toezicht van 22 februari 2018, inhoudende dat de Minister van Infrastructuur en Milieu aanwijzingen heeft gegeven dat [getuige 15] en [getuige 37] tezamen het Managementteam vormen dat is belast met de leiding en het beheer van Serlimar.
Conclusie
Het Hof leidt uit voornoemde feiten en omstandigheden af dat [medeverdachte 1], [getuige 19] en [getuige 20] buiten de bestaande procedures om door [verdachte] bij de DIP zijn geplaatst en [getuige 15] bij Serlimar. Dit blijkt reeds uit de hiervoor weergegeven verklaringen van [medeverdachte 2], [getuige 3], [getuige 2] en [medeverdachte 1], en vindt daarnaast steun in de opgesomde documenten betreffende de plaatsingen. Door zo te handelen heeft [verdachte] zich ten aanzien van hen telkens schuldig gemaakt aan misbruik van zijn functie. Zoals eerder overwogen dienen overheidsdiensten objectief en deskundig te zijn, vrij van politieke inmenging en heeft [verdachte] met zijn handelen ook in dit verband de eerdergenoemde noodzakelijke scheiding tussen politiek en overheid ondermijnd. De diensten werden door deze plaatsingen, zoals de getuige [getuige 3] het heeft verwoord in haar verklaring, politiek besmet en konden niet meer onafhankelijk opereren.
Het Hof zal [verdachte] vrijspreken van het misbruik van zijn functie ten aanzien van [getuige 23]. Het Hof bevat simpelweg onvoldoende bewijsmiddelen waaruit concreet blijkt dat [verdachte] betrokken was bij de aanstelling van [getuige 23] bij de DIP in 2018.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het onder 2 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:305 juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.
Het onder 4 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:351 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
het als ambtenaar een dienst of belofte aannemen, wetende dat deze hem of een ander wordt aangeboden teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten, meermalen gepleegd
en
medeplegen van het als ambtenaar een dienst of belofte aannemen, wetende dat deze hem of een ander wordt aangeboden teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten, meermalen gepleegd.
Het onder 5 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:354 juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
het als ambtenaar opzettelijk met misbruik van zijn functie of positie iets doen of nalaten iets te doen ten einde enig voordeel voor hem of een ander te verkrijgen, meermalen gepleegd
en
medeplegen van als ambtenaar opzettelijk met misbruik van zijn functie of positie iets doen of nalaten iets te doen ten einde enig voordeel voor hem of een ander te verkrijgen, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Oplegging van straffen
Bij de bepaling van de op te leggen straffen wordt gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder dat is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten door de rechter worden opgelegd.
De verdachte heeft door het Land op te lichten, misbruik te maken van zijn functie en zich om te laten kopen het vertrouwen in een integer handelende overheid, welk vertrouwen al onder grote druk staat, ernstig beschaamd en ondergraven. Juist in zijn hoedanigheid als minister had de verdachte een maatschappelijke voorbeeldfunctie en mochten aan zijn handelen de hoogste eisen worden gesteld. In dit geval klemt een en ander temeer, nu de verdachte zichzelf juist positioneerde als een minister die transparantie en objectieve besluitvorming voorstond. Door zich evenwel te mengen in besluitvormingsprocessen, politieke medestanders te bevoordelen en/of hen op strategische posities binnen de overheid te plaatsen, heeft de verdachte de integriteit van het ministeriële ambt ernstig ondermijnd.
Zo heeft de verdachte (soms alleen en soms samen met een ander) in de aanloop naar de verkiezingen van 2017 zijn campagnevoerders in ruil voor hun steun aan en/of stem op de partij en/of hemzelf hulp beloofd onder meer bij het vinden van werk. Sympathisanten van POR en/of [verdachte] genoten daarbij een voorkeurspositie ten opzichte van niet-sympathisanten. Ook personen die pas na de verkiezingen hun loyaliteit aan de partij of [verdachte] betuigden, kwamen in aanmerking voor de voorkeursbehandeling Die voorkeursbehandeling kregen ook personen uit zijn kennissenkring bij het verkrijgen van een erfpachtrecht of het krijgen van een baan, zonder daarvoor hoeven te werken. Juist in die voorkeursbehandeling schuilt in dit geval de strafwaardigheid. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat overheidsdienaren hun ambt naar behoren en zonder aanziens des persoons uitvoeren en zich in hun optreden niet laten leiden door eigen belang.
Het is voorstelbaar dat in een samenleving waarin iedereen elkaar kent de druk op politici groot is om iets voor een ander te doen, maar juist binnen een kleine gemeenschap als Aruba is het van cruciaal belang dat het algemene belang zwaarder weegt dan het partijpolitieke en persoonlijke belang. Als dit principe wordt losgelaten, hebben politieke verschuivingen direct ingrijpende gevolgen voor de bezetting van overheidsdiensten en Serlimar. Daarvan is ook in deze zaak weer gebleken. Het Hof wijst in dit verband op [verdachtes] opmerkingen tegen [getuige 1] over de ontslagen bij Serlimar van ‘onze’ (POR-)mensen. En op de door [getuige 3] beschreven ‘regenvalperiode’, zijnde de periode rondom de verkiezingen waarin honderden benoemingen en overplaatsingen plaatsvinden en waarin een groot aantal mensen, zij noemt het getal van 400 personen, wordt ontslagen vanwege hun politieke kleur.
[Verdachte] heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het plaatsen van personen op belangrijke posities bij de overheidsdiensten en/of Serlimar, waaronder bijvoorbeeld de directeur van Serlimar en de team coördinatoren van het uitgifte centrum en de woningbouw bij de DIP. Door deze personen op die posities te plaatsen, kreeg althans beoogde de verdachte daarover zeggenschap te krijgen. Het WhatsAppbericht van [medeverdachte 2] in de WhatsAppgroep Teamcampana2021 van 10 september 2018 over het krijgen van controle over de 4 afdelingen (DOM en DIP en DOW en Serlimar) bevestigt verdachtes bedoelingen eens te meer.
Het hoeft geen betoog dat deze (bestaande) cultuur afbreuk doet aan de continuïteit, de stabiliteit en de kwaliteit van de dienstverlening aan alle burgers en in het verlengde daarvan het Land Aruba.
In het kader van generale preventie wil het Hof dan ook met de strafmaat een duidelijk signaal geven aan politici en aan de maatschappij in bredere zin, dat corruptie onaanvaardbaar is en tot strenge bestraffing leidt.
In het voordeel van de verdachte wordt rekening gehouden met de omstandigheid dat de bewezenverklaarde feiten zich langere tijd geleden hebben afgespeeld en dat de verdachte onderdeel is en is geweest van een massieve publiciteitsstroom. Naar het oordeel van het Hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde echter niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur.
De aard en ernst van de feiten rechtvaardigen de bijkomende straffen van ontzetting van het passieve kiesrecht en het recht om enig ambt te bekleden. Daarbij neemt het Hof in aanmerking dat de verdachte ernstig misbruik heeft gemaakt van zijn positie als minister en van het in hem gestelde vertrouwen. Deze ernstige integriteitsschending is onverenigbaar met het optreden als overheidsdienaar, in welke hoedanigheid ook.
Het Hof is tot een andere bewezenverklaring gekomen dan het Gerecht. Het Hof spreekt de verdachte weliswaar vrij van de onder 1 tenlastegelegde (poging tot) oplichting, maar komt — anders dan de eerste rechter — tot een bewezenverklaring van passieve ambtelijke omkoping. Na dit een en ander te hebben afgewogen, is het Hof tot de slotsom gekomen dat de ernst van de thans bewezenverklaarde feiten onvoldoende tot uitdrukking komt in de door het Gerecht opgelegde straf. Het Hof is van oordeel dat een gevangenisstraf van 28 maanden, met aftrek van voorarrest, in beginsel passend en geboden is.
Het Hof stelt echter nog vast dat sprake is van een schending van het recht van de verdachte op berechting binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden. De op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is immers aangevangen op 24 juni 2020, toen een huiszoeking werd verricht in de woning van de verdachte. De verdachte werd aldaar medegedeeld dat hij bij het strafrechtelijk onderzoek Flamingo als verdachte is aangemerkt en dat naar aanleiding daarvan een huiszoeking bij hem werd verricht. De behandeling van de zaak in eerste aanleg is pas op 22 januari 2025 – na vier en een half jaar - met een eindvonnis afgerond, terwijl de redelijke termijn, behoudens uitzonderingen, twee jaren bedraagt. De behandeling in hoger beroep is wel binnen de daarvoor geldende termijn van twee jaar afgerond. Immers, tussen het instellen van het hoger beroep door het openbaar ministerie op 3 februari 2025 en door de verdachte op 5 februari 2025 en het moment waarop het Hof vonnis zal wijzen op 17 september 2026 is nog geen periode van twee jaren verstreken. Weliswaar betreft het een zeer uitgebreid door de Landsrecherche uitgevoerd onderzoek dat logischerwijs veel tijd vergt, maar dat laat onverlet dat de termijn in zijn geheel ruim overschreden is.
Het Hof is van oordeel dat de overschrijding van de redelijke termijn in dit geval tot strafvermindering moet leiden en zal de onvoorwaardelijke gevangenisstraf matigen tot de duur van twee jaren.
Daarnaast zal de verdachte worden ontzet van het passieve kiesrecht en het recht om het ambt van ambtenaar te bekleden voor de duur van 5 jaren.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straffen zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:64, 1:65, 1:66 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het Hof:
verklaart het Openbaar Ministerie en de verdachte niet-ontvankelijk in het door hen ingestelde hoger beroep voor zover dit ziet op het ten laste gelegde onder 2, 3 en 5 ten aanzien van [medeverdachte 5] inzake zaakdossier Spookambtenaren;
vernietigt het vonnis van het Gerecht voor zover aan het oordeel van het Hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 3 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 2, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren;
beveelt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
ontzet de verdachte van het recht om het ambt van ambtenaar te bekleden voor de duur van 5 jaren;
ontzet de verdachte van het recht om verkozen te worden als lid van de algemeen vertegenwoordigde organen voor de duur van 5 jaren.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter, mr. Y.C. Bours en mr. M.L.A. Angela, leden van het Hof, bijgestaan door mr. E.P. Versluis, griffier, en op 17 september 2026 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao met een directe beeld- en geluidsverbinding met het gerechtsgebouw in Aruba.
Bijlage 1 (tekst van de gewijzigde tenlastelegging)
Feit 1
Zaakdossier Malmok (oplichting)
Primair:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 november 2017 tot en met 12 december 2019 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de DIP en/of het land Aruba heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere reserveringsbrieven voor en/of erfpachtrechten op een of meerdere percelen, zijnde [A] en/of [B], in de omgeving Malmok, in elk geval van enig goed, en/of tot het verlenen van een dienst en/of tot het aangaan van een schuld, hebbende verdachte en/of zijn medeverdachten met vorenomschreven oogmerk zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:
waardoor de DIP en/of het land Aruba werden bewogen tot bovenomschreven afgifte en waarbij verdachte zich heeft voorgedaan als een betrouwbare minister van ruimtelijke ontwikkeling, infrastructuur en milieu;
Subsidiair:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 november 2017 tot en met 12 december 2019 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de DIP en/of het land Aruba heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere reserveringsbrieven voor en/of erfpacht rechten op een of meerdere percelen, zijnde [A] en/of [B], in de omgeving Malmok, in elk geval van enig goed, en/of tot het verlenen van een dienst en/of tot het aangaan van een schuld, hebbende verdachte en/of zijn medeverdachten met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:
terwijl de uitvoering van dit voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 2
Zaakdossier Spookambtenaren (oplichting)
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 november 2017 tot en met 12 december 2019 te Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, het land Aruba heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere arbeidsovereenkomsten en/of een of meerdere salarisbetalingen en/of uitbetaling van toelagen in elk geval van enig goed, en/of tot het verlenen van een dienst en/of het ter beschikking stellen van gegevens, en/of tot het aangaan van een schuld en/of tot het teniet doen van een inschuld, hebbende verdachte en/of zijn medeverdachten met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven valselijk en/ of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:
waardoor het land Aruba werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of waarbij verdachte zich heeft voorgedaan als een betrouwbare minister ROIM;
Feit 3
Zaakdossier Spookambtenaren (passieve omkoping)
hij op een of meer tijdstippen in de periode van 17 november 2017 tot en met 12 december 2019 te Aruba zelf, als ambtenaar, namelijk als minister van ROIM of een ander, van medeverdachte [medeverdachte 4], een gift of belofte of een dienst, te weten;
- werkzaamheden voor het bedrijf [bedrijf 1] althans het bedrijf van medeverdachte [medeverdachte 6], zoon van verdachte, door medeverdachte [medeverdachte 4],
heeft aangenomen, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze giften en/of beloften en/of diensten hem, verdachte, of een ander werden gedaan, verleend of werden aangeboden teneinde hem te bewegen om al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten en/of ten gevolge en/of naar aanleiding van hetgeen door hem, al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn huidige of vroegere bediening is gedaan en/of nagelaten,
namelijk als vertegenwoordiger van het land Aruba in zijn functie van minister van ROIM een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met medeverdachte [medeverdachte 4] in de functie van liaison officer en/of medewerker bedrijfsvoering waardoor genoemde [medeverdachte 4] salaris en/of toelagen uitbetaald kreeg.
Feit 4
Zaakdossier [medeverdachte 2] (passieve omkoping)
hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2015 tot en met 12 december 2019 te Aruba, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in het vooruitzicht van een aanstelling als ambtenaar/minister, welke aanstelling is gevolgd en/of in zijn hoedanigheid van minister van ROIM, althans als minister, van [getuige 10] en/of [getuige 16] en/of [getuige 21] en/of [getuige 14] en/of [getuige 22] en/of [getuige 17] en/of [getuige 18] en/of [getuige 11] een gift of belofte of een dienst, te weten:
A. heeft aangenomen, terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachten wisten, althans redelijkerwijs moesten vermoeden dat deze giften en/of deze beloften en/of deze diensten hem/hun werden gedaan en/of verleend en/of aangeboden,
en/of
B. voor zichzelf en/of een of meer anderen heeft gevraagd,
te weten
Feit 5
hij op een of meer tijdstippen in de periode van 17 november 2017 tot en met 12 december 2019 te Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in zijn hoedanigheid van minister van ROIM, althans als minister, opzettelijk met misbruik van zijn functie en/of positie iets heeft gedaan en/of nagelaten te doen teneinde enig voordeel voor hem en/of een ander te verkrijgen, namelijk heeft hij:
(zaakdossier Malmok)
waardoor genoemde personen met de verkregen reservering voor het recht van erfpacht op genoemde percelen enig voordeel verkregen.
en/of
(zaakdossier Spookambtenaren)
- als vertegenwoordiger van het land Aruba in zijn functie van minister van ROIM een arbeidsovereenkomst gesloten met medeverdachten [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] in de functie van liaison officer en/of medewerker bedrijfsvoering terwijl hij wist dat genoemde medeverdachten niet daadwerkelijk arbeid voortkomend uit deze arbeidsovereenkomsten zouden verrichten maar daarvoor wel salaris zouden ontvangen
(zaakdossier [medeverdachte 2])