Burgerlijke zaken over 2026
Zaaknummers: SXM202200875 – SXM2025H00039
Uitspraak: 15 september 2026 (in Aruba)
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
In de zaak van:
[Appellant],
Gevestigd in [woonplaats],
In eerste aanleg eiseres, thans appellante,
Procederende in persoon,
Tegen
1.[geïntimeerde 1],
Wonende in [woonplaats],
2. [geïntimeerde 2],
Wonende in [woonplaats],
3. [geïntimeerde 3],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Sint-Maarten,
4. [geïntimeerde 4],
Zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Sint-Maarten,
5. [geïntimeerde 5],
Zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Sint-Maarten,
6. [geïntimeerde 6],
Wonende in [woonplaats],
7. [geïntimeerde 7],
Wonende in [woonplaats],
8. [geïntimeerde 8],
Wonende in [woonplaats],
9. [geïntimeerde 9],
Wonende in [woonplaats],
10.[geïntimeerde 10],
Wonende in [woonplaats],
11. [geïntimeerde 11],
Wonende in [woonplaats],
In eerste aanleg gedaagden, thans geïntimeerden,
Gemachtigden: mrs. P.A.M. Brandon en C. Gibbes.
1. De zaak in het kort
Deze zaak gaat over de gedeeltelijke verdeling van een nalatenschap.
In dit hoger beroep gelast het Hof een descente, voordat het verder beslist.
2. Het verloop van de procedure
Bij op 6 juni 2025 ingekomen akte van appel is appellante in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 29 april 2025 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint-Maarten (hierna: het Gerecht).
Bij op 18 juli 2025 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft appellante vijf grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en, uitvoerbaar bij voorraad, opnieuw zal beslissen, kosten rechtens.
Bij op 17 september 2025 ingekomen memorie van antwoord, met een productie, hebben geïntimeerden de grieven bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van appellante, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van beide instanties.
Op 18 maart 2026 hebben partijen pleitnota’s ingediend. Aan de pleitnota van appellante zijn producties gehecht.
Bij akte van 13 mei 2026 hebben geïntimeerden zich uitgelaten over de producties van appellante.
Vonnis is [nader/bij vervroeging] bepaald op vandaag.
3. De beoordeling
Feiten
Het Hof gaat uit van de volgende feiten.
In 1938 is [belanghebbende 1] (hierna: de erflaatster) geboren.
Zij had acht kinderen, te weten appellante, geïntimeerden 1, 2, 3, 6 en 7, [belanghebbende 2] (hierna: [belanghebbende 2]) en [belanghebbende 3] (hierna: [belanghebbende 3]).
De erflaatster is overleden in 2011.
[Belanghebbende 2] is in 2007 overleden. Hij was gehuwd met geïntimeerde 8.
Hij had vier kinderen, te weten [belanghebbende 4] (hierna: [belanghebbende 4]) en geïntimeerden 9, 10 en 11.
Bij besluit van 4 september 2002 heeft het bestuurscollege van het toenmalige Eilandgebied Sint Maarten besloten perceel [perceel 1] te [land] groot 967 vierkante meter, in erfpacht uit te geven aan de erflaatster en appellante gezamenlijk.
Bij notariële akte van 10 februari 2003, ingeschreven op dezelfde dag, heeft het Eilandgebied ter uitvoering van het besluit van 4 september 2002 perceel [perceel 1] in erfpacht uitgegeven aan de erflaatster en appellante gezamenlijk.
Bij besluit van 11 september 2008 heeft het bestuurscollege besloten perceel [perceel 1] te splitsen en het afgesplitste perceel, omschreven in meetbrief [perceel 3], groot 639 vierkante meter, in erfpacht uit te geven aan appellante. Verder heeft het bestuurscollege bij dat besluit besloten perceel [perceel 2] aan appellante in erfpacht uit te geven als uitbreiding van perceel [perceel 3].
Het besluit van 11 september 2008 is niet uitgevoerd in enige notariële akte.
Perceel [perceel 1] is ingetekend op onderstaand kaartje (donkerblauw), met daarin perceel [perceel 3] (lichtblauw) en daarnaast perceel [perceel 2] (zwart). In rood is een perceelsgedeelte ingetekend met de aanduiding new/2017.
Partijen duiden perceel [perceel 1] ook wel aan als Shalom.
Het perceel is bebouwd met:
- een gebouw dat partijen aanduiden als de voormalige kerk en waarin zich twee appartementen bevinden (een met één slaapkamer en de andere met twee slaapkamers);
- een gebouw waarin geïntimeerde 6 woont;
- een gebouw met drie appartementen.
Appellante heeft een school of een kinderopvang aanwezig (gehad) op het perceel.
Er zijn appartementen op het perceel verhuurd of verhuurd geweest.
De gebouwen hebben in 2017 schade opgelopen door orkaan Irma.
Vorderingen
Bij inleidend verzoekschrift heeft eiseres gevorderd, verkort weergegeven:
a. gedeeltelijke verdeling van de nalatenschap van de erflaatster, in die zin dat percelen [perceel 3] en new/2017 worden toebedeeld aan eiseres;
b. bepaling dat het vonnis in de plaats treedt van de nodige medewerking en rechtshandelingen, met machtiging van eiseres om haar verkrijging in te schrijven;
c. bevel om rekening en verantwoording af te leggen over de opbrengst van verhuur van de gebouwen op perceel [perceel 1];
d. bevel om mee te werken aan gehele verdeling van perceel [perceel 1] en aanwijzing van een deurwaarder die in de plaats treedt van gedaagden.
Beslissingen van het Gerecht
Bij het bestreden vonnis heeft het Gerecht op vordering a beslist dat perceel [perceel 1] gedeeltelijk wordt verdeeld op de wijze als in het vonnis omschreven. De door het Gerecht bepaalde wijze van verdeling is gedeeltelijk gebaseerd op afspraken die partijen volgens het Gerecht bij een descente van 7 december 2023 hebben gemaakt, zoals weergegeven in een e-mail van 11 december 2023 van een senior gerechtsjurist, werkzaam bij het Gerecht. Voor het overige is de wijze van verdeling gebaseerd op beslissingen van het Gerecht. Verder heeft het Gerecht partijen veroordeeld om vergoedingen aan andere partijen te betalen, eveneens zoals nader omschreven in het vonnis.
Vordering b (en kennelijk ook vordering d) heeft het Gerecht afgewezen op de grond dat het Gerecht ervan uitgaat dat partijen de verdeling samen zullen formaliseren.
Vordering c heeft het Gerecht afgewezen op de grond dat in de loop van de procedure in eerste aanleg reeds voldoende rekening en verantwoording is afgelegd.
Beoordeling door het Hof
In eerste aanleg was [belanghebbende 3] (zie 3.1.1) medegedaagde. Het Hof vermoedt dat zij is overleden en dat geïntimeerden 4 en 5 (als in de kop van dit vonnis vermeld) haar erfgenamen zijn. Partijen wordt verzocht zich hierover uit te laten bij de te houden descente (zie hierna) en bewijs van deze erfopvolging in het geding te brengen. Zonder voldoende bewijs kan het Hof niet in een eindvonnis een (gedeeltelijke) verdeling vaststellen.
Het Gerecht is ervan uitgegaan dat [belanghebbende 4] is overleden zonder partner of kinderen als erfgenamen. [Belanghebbende 4] is in eerste aanleg in het openbaar opgeroepen, omdat geen woon- of verblijfplaats in of buiten Sint-Maarten van hem bekend is. Voordat het Hof een eindvonnis kan wijzen, zal [belanghebbende 4] in hoger beroep opnieuw in het openbaar moeten worden opgeroepen (op kosten van appellante), tenzij alsnog wordt bewezen dat hij overleden is zonder partner of kinderen als erfgenaam. Bij de descente (zie hierna) zal het Hof hier nadere instructies over geven.
Het Hof zal een descente gelasten om te zien hoe perceel [perceel 1] is bebouwd en hoe die bebouwing wordt gebruikt. Ook kunnen partijen ter plaatse nader toelichten welke gedeeltelijke verdeling zij precies wensen.
Tijdens de descente kan geen minnelijke regeling worden getroffen die mede inhoudt dat de uitkomst van een (gedeeltelijke) verdeling wordt ingeschreven in het kadaster. Daarvoor is nodig dat alle deelgenoten in de nalatenschap daarmee instemmen en moet ook duidelijk zijn wie tot de deelgenoten behoren (zie wat hiervoor is overwogen over [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4]). Daarover lijkt voorshands te veel onduidelijkheid te bestaan. Andere vormen van een minnelijke regeling kunnen wel ter sprake komen. Partijen zullen daar voorstellen voor kunnen doen.
Tijdens de descente zal het Hof ook bespreken of het petitum van de pleitnota van appellante moet worden opgevat als een eiswijziging en zo ja, of geïntimeerden nog in de gelegenheid moeten worden gesteld zich daarover uit te laten.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
Gelast een descente op maandag 19 oktober 2026 om 15.00 uur ter plaatse van het te verdelen perceel of de te verdelen percelen;
Houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, E.M. van der Bunt en C.G. ter Veer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 15 september 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.