ECLI:NL:OGHACMB:2026:298

ECLI:NL:OGHACMB:2026:298

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 20-10-2026
Datum publicatie 27-10-2026
Zaaknummer H-198/23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Veroordeling in hoger beroep voor (mede)plegen van ontucht met een minderjarige en medeplichtigheid aan herhaalde verkrachting van twee andere minderjarigen door haar toenmalige echtgenoot. Medeplichtigheid door nalaten: verdachte wist van het misbruik en had een bijzondere rechtsplicht de meisjes te beschermen, maar verschafte door niet in te grijpen opzettelijk gelegenheid tot het voortduren daarvan. Verjaringsverweer verworpen. Gevangenisstraf van 30 maanden na strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn. Tweemaal Cg 20.000 aan immateriële schadevergoeding. Geen schadevergoedingsmaatregel voor feiten die geheel vóór de invoering daarvan zijn gepleegd.

Uitspraak

Zaaknummer: H-198/23

Parketnummer: 100.00277/21

Uitspraak: 20 oktober 2026 Tegenspraak

Vonnis

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht) van 23 november 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats]

wonende in [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis van het onder 1, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een werkstraf van 200 uur, subsidiair 100 dagen hechtenis. Voorts heeft het Gerecht beslissingen gegeven over de vorderingen tot schadevergoeding van benadeelde partijen.

De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal en van wat door de verdachte en haar raadsvrouw mr. S.H.M. Ibrahim, naar voren is gebracht.

De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal vrijspreken van het onder 3 ten laste gelegde en het onder 1 primair, 2, 4 primair, 5 primair en 6 primair ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren en 2 maanden.

Zijn vordering behelst voorts:

De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte integraal zal worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. Subsidiair heeft de raadsvrouw een strafmaatverweer gevoerd. Tot slot heeft zij verweer gevoerd ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof deels tot andere beslissingen komt.

Tenlastelegging

De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde een verjaringsverweer gevoerd, maar zich voor de beoordeling daarvan gerefereerd aan het oordeel van het Hof.

Nu het Hof het onder 1 primair ten laste gelegde bewezen acht, komt het niet toe aan de beoordeling van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde. Het daarop betrekking hebbende verjaringsverweer behoeft daarom geen bespreking.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde overweegt het Hof dat de daarin omschreven gedragingen ten tijde van de ten laste gelegde pleegperiode strafbaar waren gesteld in artikel 257 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen (SrNA). Op dit misdrijf was een gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren gesteld, waarvoor ingevolge artikel 72, aanhef en onder 3°, van dat wetboek een verjaringstermijn van twaalf jaren gold. Deze termijn was bij de inwerkingtreding van het huidige Wetboek van Strafrecht op 1 juni 2015 nog niet verstreken. De nieuwe verjaringsregeling is daarom onmiddellijk van toepassing (HR 15 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1421). Gelet op het in artikel 2:208, eerste lid, opgenomen, voor de verdachte gunstigere strafmaximum van acht jaren bedraagt de verjaringstermijn ingevolge artikel 1:145, eerste lid, onder c, twaalf jaren. Op grond van artikel 1:146, aanhef en onder c, is deze termijn aangevangen op 11 juli 2010, de dag nadat [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt. Het Hof stelt vast dat de officier van justitie op 6 april 2021 bij de rechter-commissaris een vordering tot doorzoeking ter inbeslagneming heeft ingediend in het onderzoek tegen haar toenmalige echtgenoot, [medeverdachte 1]. Deze vordering vormt een daad van vervolging die de verjaring stuit. Ingevolge artikel 1:147, eerste lid, heeft deze stuiting ook werking ten aanzien van de verdachte. Nu de verjaring aldus vóór het verstrijken van de termijn is gestuit en zowel de nadien aangevangen twaalfjarige termijn als de maximale verjaringstermijn van artikel 1:147, tweede lid, nog niet is verstreken, is het recht tot strafvordering niet door verjaring vervallen.

Vrijspraak

Feit 3 ([slachtoffer 2])

Aan de verdachte wordt onder feit 3 – kort gezegd – verweten dat zij [slachtoffer 2] heeft misbruikt.

Met de procureur-generaal en de raadsvrouw is het Hof van oordeel dat voor het onder 3 ten laste gelegde onvoldoende wettig bewijs voorhanden is. De verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken.

Feit 5 ([slachtoffer 4])

Aan de verdachte wordt onder feit 5 – kort gezegd – verweten dat zij door niet in te grijpen medeplichtig is geweest aan het seksueel misbruik van [slachtoffer 4] door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2].

Naar het oordeel van het Hof is onvoldoende komen vast te staan dat het seksuele misbruik van [slachtoffer 4] in de woning (en binnen de invloedssfeer) van de verdachte heeft plaatsgevonden. De enkele aanwezigheid van de verdachte bij de door [slachtoffer 4] genoemde shows is onvoldoende om bewezen te achten dat zij door niet in te grijpen opzettelijk behulpzaam is geweest bij het seksuele misbruik of daartoe opzettelijk gelegenheid heeft verschaft. Het Hof zal de verdachte daarom van het onder feit 5 ten laste gelegde vrijspreken.

Bewezenverklaring

Het Hof acht – op grond van de inhoud van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, en met eenparigheid van stemmen – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 4 primair en 6 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1 primair

zij, meermalen, in de periode van 1 januari 2006 tot en met 9 juli 2008 te Sint Maarten, tezamen en in vereniging met anderen, met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum] 1992, een aan haar zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], door meerdere malen een dildo in de vagina van die [slachtoffer 1] te brengen en te houden, en meerdere seksuele handelingen te plegen met die [slachtoffer 1], (mede) bestaande uit het seksueel binnendringen van de vagina;

Feit 2

zij, meermalen, in de periode van 1 januari 2006 tot en met 9 juli 2010 te Sint Maarten, (telkens) ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum] 1992, een haar zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, die toen de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, bestaande die ontucht hierin dat zij, verdachte, meerdere malen een dildo in de vagina van die [slachtoffer 1] heeft gebracht en gehouden, en meerdere seksuele handelingen heeft gepleegd met die [slachtoffer 1], (mede) bestaande uit het seksueel binnendringen van de vagina;

Feit 4 primair

[medeverdachte 1], meermalen, (telkens) in de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 april 2020 te Sint Maarten, door andere feitelijkheden [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum] 2010, een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3], hebbende hij, medeverdachte,

en bestaande die andere feitelijkheden hierin dat, hij medeverdachte, (telkens) opzettelijk,

tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met <em>31 aprilem> 2020 te Sint Maarten, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door niet in te grijpen en/of die [medeverdachte 1] niet van voornoemde gedragingen/handelingen te weerhouden;

Feit 6 primair

[medeverdachte 1], meermalen, (telkens) in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 te Sint Maarten, door andere feitelijkheden [slachtoffer 5], geboren op [geboortedatum] 2009, een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 5], hebbende hij, medeverdachte,

- zijn penis in de vagina en anus van die [slachtoffer 5] gebracht en geduwd,

en welke andere feitelijkheden hierin hebben bestaan dat hij, medeverdachte, (telkens) opzettelijk,

tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 te Sint Maarten, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door niet in te grijpen en/of die [medeverdachte 1] niet van voornoemde gedragingen/handelingen te weerhouden.

Het Hof acht niet bewezen wat de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zakelijk weergegeven zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Sint Maarten.

1. Geschrift, te weten een brief van [slachtoffer 1] d.d. 20 april 2021:

I met [medeverdachte 1] and his wife [verdachte] (Het Hof begrijpt: de verdachte) and [medeverdachte 2] (het Hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2]) when I was 13 years old. I had sex with [medeverdachte 1] when I was 13 years old. I had sex with [verdachte] and [medeverdachte 2] when I was 14 years old.

How I met him and his wife [verdachte]. He asked me to come in and stay for a while so I stayed and talked and chill with him and his wife. The second day I was chilling with his wife upstairs and I came down the stairs. He was downstairs. He started to have a conversation with me so I was talking to him and then he asked me to come and sit on his lap so I went and sit on his lap he started to touch me and then he put me on the couch and proceeded to had sex with me. His wife came down the stairs. I thought she would’ve flipped but she did not do anything, she went up the stairs and came back down and then she went back up the stairs.

[medeverdachte 1] and [verdachte] introduced [medeverdachte 2] to me. The next time I slept over [verdachte] and [medeverdachte 2] had sex with me, when I was 14 years. She put a dildo in my vagina while [medeverdachte 2] was touching and rubbing me on my breasts.

In 2010 is when [slachtoffer 5] (het Hof begrijpt: [slachtoffer 5]) and [slachtoffer 2] (het Hof begrijpt: [slachtoffer 2]) first encountered [medeverdachte 1] and [verdachte] and [medeverdachte 2]. [slachtoffer 5] was 1 year old and [slachtoffer 2] was 9 years old. I used to sleep over by [medeverdachte 1] and [verdachte] on the weekends so [slachtoffer 5] and [slachtoffer 2] used to come with me to sleep over by them.

2. Proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris d.d. 11 september 2024:

Geboortedatum: [geboortedatum] 1992

U houdt mij de brief voor die in het politiedossier zit als bijlage 10 (het Hof: bewijsmiddel 1). Ik herken hem. Het was een verklaring van mij. Een agent heeft mij gevraagd op te schrijven wat er was gebeurd.

V: Do you mean intercourse with sex?

A: Ja.

V: Page 3: You write that the first time [medeverdachte 1] had sex with you was on the couch downstairs in his house. His wife came downstairs for a glass of water.

A: Met zijn vrouw bedoel ik de [verdachte].

V: Page 3: You write that you were scared because you thought she would flip, but she did not do anything and went up the stairs, came back down again and went back up again. Did [verdachte] do anything when she saw this?

A: Nee. U vraagt mij of zij heeft gezien dat [medeverdachte 1] seks met mij had. Ze had het moeten zien. Het was niet pikdonker in het huis. Het huis is klein. Tussen de bank en de koelkast moet ze het hebben kunnen zien.

V: Page 6: You write the first time you slept over [medeverdachte 1] came in the room you were in and had sex with you. In which room did you sleep?

A: Ik sliep in de kamer van zijn dochter. Er waren twee slaapkamers.

V: Did [verdachte] saw or hear that [medeverdachte 1] had sex with you?

A: Ze was nog wakker. Het was een heel klein huis. De slaapkamers waren vlak naast elkaar, zonder een gang.

V: Did you ever had sex with [verdachte], [medeverdachte 2] and other people at the same time?

A: Het was [medeverdachte 2], [verdachte], [medeverdachte 1] en ik.

V: At a certain point the sex between you and [verdachte] stopped. How old were you when it stopped?

A: Toen ik 18/19 was. U vraagt mij hoe vaak de seks heeft plaatsgevonden. Als ik moet tellen 5 à 6 keer alleen met [verdachte]. Het was meestal met [medeverdachte 1] erbij. Er was meestal seks met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] erbij en [verdachte] en ik. Dus met zijn vieren. U vraagt mij hoe vaak dat dan plaatsvond tot mijn 16e? Ik denk dat dat gemiddeld twee keer per week was. U vraagt mij wat ik precies bedoel met seks en u vraagt of het gaat om het stoppen van vingers in me en bijvoorbeeld likken. Ja, dat klopt, en ook het gebruik van sekstoys.

3. Proces-verbaal ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 29 september 2026:

Het Hof neemt op de foto’s op p. 892 e.v. van het (digitale) dossier waar dat de woning [adres] en de woonkamer van die woning klein ogen. Het keukengedeelte maakt onderdeel uit van die woonkamer en de koelkast staat op zeer korte afstand van de bank/sofa.

4. Proces-verbaal ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 2 november 2023, inhoudende de verklaring van de [verdachte]:

Ik kan mij herinneren dat [slachtoffer 1] en ik seks op Sint Maarten hebben gehad toen zij 16 of 17 jaar oud was. [slachtoffer 1] kreeg thuis problemen en soms bleef zij bij ons slapen. Als haar vader haar buiten sloot, dan kwam zij bij ons om te slapen. Zij praatte ook niet met haar moeder. [slachtoffer 1] zei dat zij bij ons kwam voor eten en omdat zij issues had met haar moeder.

5. Proces-verbaal eerste verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 7 april 2021:

Miss [medeverdachte 2] lives next to me. We started having a sexual relationship. [slachtoffer 1] was my girl. [slachtoffer 5] is the sister from [slachtoffer 1] and [slachtoffer 2]. These girls in my house for years. [moeder 1] (Het Hof begrijpt: de moeder van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5]) never took care of her kids. I took [slachtoffer 1] in because she used to be on the road.

6. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] d.d. 12 april 2023:

When I was 13 years old I had a boyfriend and he was a drug lord. Also prior to that I was raped. I didn’t want to finish school and then after I met [medeverdachte 1]. His wife [verdachte] approached me and asked me to have a threesome with them. I was okay with it. I was young. I felt that I owed him because he motivated me to finish high school. I believe his wife [verdachte] wanted to fulfill his fantasy. He had power over me. At that time, there was another young girl there, her name is [slachtoffer 1] [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] also joined [verdachte], [medeverdachte 1] and me in the threesome. He wanted to have an empire of girls. He wanted freaks around him. I realize that he was looking at girls who are vulnerable. I could have been wrong to bring the girls over but he did ask me to bring the girls over. [verdachte] also knew everything that was going on. She promised him that she would help him build his empire. He said see if they were good freaks. If they had like to have sex and I bring them by him.

[verdachte] is also a teacher so this is also another reason why kids was always around the house. I work at the school and [verdachte] has a degree we can help the children out.

[slachtoffer 1] brought [slachtoffer 5]. [slachtoffer 5] was also a problem child cause her mom would leave her for long hours and go work casino late hours. So [slachtoffer 1] brought her from there, [medeverdachte 1] was like you know bring [slachtoffer 5] cross to help her out, because she was doing bad in school, really bad. She would stay there for days.

[medeverdachte 1] had sex with [slachtoffer 4]. I saw them. I walked up on him and I saw him having sex with her in her butt and she was in a backshot. He told me bring [slachtoffer 4] back over because that's his girl he missed her. He had a rule in the house that you had to dress sexy. [slachtoffer 3] was his girl. At a point I stopped [slachtoffer 3] from coming by my house. [verdachte] self used to go and pick up [slachtoffer 3] from her mother house to bring her by their house.

One day we was in the pool swimming and I saw [slachtoffer 3] holding on, on his neck and playing with his nipples.

7. Proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof d.d. 23 januari 2024 in de zaak van [medeverdachte 2]:

U zegt dat ik ervan word verdacht seksueel misbruik te hebben gepleegd met vier jonge meisjes genaamd [slachtoffer 5], [slachtoffer 6], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3]. Het klopt, ik heb seksuele acties verricht met de vier jonge meisjes.

Ik leerde [medeverdachte 1] kennen toen ik 15 jaar oud was. Ik kreeg een seksuele relatie met hem. Het duurde even voordat zijn vrouw erbij kwam. Vanaf het begin waren er ook jonge meisjes. De zus van [slachtoffer 5], [slachtoffer 1]. Uiteindelijk de vier meisjes van de feiten. De meisjes kwamen bij mij thuis omdat ze het moeilijk hadden en bijles nodig hadden. Ik moest van [medeverdachte 1] de kinderen aan hem laten zien via foto’s op WhatsApp, hoe ze eruit zagen, en ik moest van hem seksuele handelingen met hen verrichten. Ik moest kijken of ze “freaky” genoeg waren.

Ik zag zelf wat [medeverdachte 1] met ze deed. Hij kneep ze in hun achterwerk. Toen [slachtoffer 3] terug kwam van [medeverdachte 1] zag ik wel dat er bloed bij haar anus zat. En in een andere periode was [slachtoffer 3] daar bij hem.

8. Proces-verbaal verhoor getuige [medeverdachte 2] bij de rechter-commissaris d.d. 26 april 2024:

I had sex with [slachtoffer 1] when she was 14 years old. I had sex with [verdachte] and [slachtoffer 1] together, like a threesome. It started with [medeverdachte 1] and [slachtoffer 1]. But within a year I had sex with [slachtoffer 1] and [verdachte] and I had sex with [slachtoffer 1] and [medeverdachte 1].

We did so many things. Toys were always there to be used. I know that [verdachte] had dildos. She used it on me and [slachtoffer 1]. I saw her using it on [slachtoffer 1]. That was during once we had sex with the three of us. I cannot remember the first time, but there were many times after the first time they had sex.

[slachtoffer 1] stayed around for a long time. She had her sister [slachtoffer 2] and [slachtoffer 5] always there.

I know [verdachte] knew everything that was going on, because [verdachte] was in the house. She is there. The girls walk in the house with their panty alone. Or sometimes even naked.

[medeverdachte 1]’s rule is for us to bring them and keep them in check. Bringing them is the small girls. Bij keeping them in check I mean making sure their homework is done, they don’t talk, they are fed.

[medeverdachte 1] was upstairs with a girl in her panties in the bed. That was [slachtoffer 3]. He was upstairs with [slachtoffer 3] and [verdachte] was downstairs. I saw him touching [slachtoffer 3] when I came up.

(vraag) What do you mean with building his empire?

We had to work together to keep the girls positive, fed and the homework done. To make sure they keep coming. [verdachte] used to take her time to go all the way to pick up [slachtoffer 3]. It was to please [medeverdachte 1]. To keep [medeverdachte 1] happy was to give him sex with the girls. To keep them from not talking you have to feed them, give them sweets and also for them not to behave differently. This was a discussion between me, [medeverdachte 1] and [verdachte]. When I started to work by the school he would tell me see which girls need help with homework or life issues. He told me to bring them to his house. I brought them to my house first and then to his house. I was getting jealous so I stopped picking the girls up, so [verdachte] started to bring girls.

When we were together we never discussed what he did with the girls, but we knew that sex was the idea. Sex with girls was open in the house. That is why [verdachte] knew. We tried to care for the girls and do homework etc. That is what [verdachte] did for me when I was young.

9. Proces-verbaal verhoor van getuige [slachtoffer 5] d.d. 24 maart 2021:

Geboortedatum: [geboortedatum] 2009

[medeverdachte 1] used to do stuff with me before Miss [medeverdachte 2]. When I say stuff I mean he used to push his private part up in my own when I used to sleep over there. I used to sleep over in his daughter’s room.

Q=When did the sexual abuse by Mr. [medeverdachte 1] start?

A= I think I was 5 or 6 years old. It might be 2015. He would stick his private part up in mine. He would either stick it in my vagina or my bottom hole. I would feel disgusted, and it would hurt sometimes, because he would try to push it in. It would hurt for a day and it would stop hurting. During the night he would come in the room where I was sleeping.

Q=How would his penis be when he put it in your vagina?

A=His penis would be hard. He would take of my underwear while I would be asleep.

Q=How many times did he put his private part in your private part?

A=Every time I would go there to sleep, but he would only do it at night. I wouldn’t say anything because I was scared of him. Because he is a big man.

10. Proces-verbaal verhoor van [slachtoffer 5] bij de rechter-commissaris d.d. 25 november 2021:

I used to go by [medeverdachte 1] first before I used to go by Ms. [medeverdachte 2] because my older sister had known them. I used to go by them and I used to be playing with their daughter. So [medeverdachte 1] had used his private parts and put it in mines. I used to go and stay for the weekend. They used to call me over and then they used to come pick me up… from my house. I was 6-7.

When we does go sleep, I does sleep in the daughter room, she does get up in the middle of the night and go in his room to sleep, or sometimes, I was just, we... all of us would just sleep in his room, in his bed. I does sleep next to him and his daughter and his wife does sleep on the other side. So uhm when I was sleeping in his daughter's room, he used to come in the room, when his daughter does go, and he used to put his private part in mine. He used to go in and out.

11. Proces-verbaal verhoor van [slachtoffer 5] bij de rechter-commissaris d.d. 12 april 2024:

Q: Did Mr. [medeverdachte 1] also put his private part in your private part or touch you inappropriately when you slept in his bed with [dochter 1] and his wife?

A: Yes, he did.

Q: Who is his wife?

A: [verdachte].

Q: Did she ever stop him from touching you?

A: No.

12. Proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 24 maart 2021:

Geboortedatum: [geboortedatum] 2001

[medeverdachte 1] tried to put his penis in my vagina and anus while I was sleeping. I was 10 and 11 years old at the time. I met him through my older sister [slachtoffer 1] [slachtoffer 1]. She used to go by him and sleep. He was like a step father to her. Him and his wife took her in as their child and in return she had to do sexual favors for them. [medeverdachte 1] sexually molested me once. A day I was sleeping over by them. I was sleeping on the pullout bed. I felt him pulling my pants and underwear down to my ankle. I was moving around assuming that he would know that he should know that I am feeling what he is doing. I then felt him trying to put his penis in my anus and my vagina. He wasn’t getting through so he stopped on his own. I felt like this soft thing forcing in my anus. It wasn’t his fingers because his hand was holding me on my butt cheeks.

13. Proces-verbaal verhoor van [slachtoffer 2] bij de rechter-commissaris d.d. 23 november 2021:

When I was younger, my big sister (het Hof begrijpt: [slachtoffer 1] [slachtoffer 1]) would watch me. So my big sister knew [medeverdachte 1]. So she used to go over there at times. It had this one night, I was sleeping on the couch, it’s a pull out bed basically. He tried to put his private in my butt, he take of my pants and panty and try to put his thing in my butt.

I lived by my stepmom. My mom couldn’t basically take care of all of us, she was basically struggling. [medeverdachte 1] would take care of us like we were his own too.

14. Proces-verbaal verhoor van [slachtoffer 3] d.d. 20 april 2021:

Geboortedatum: [geboortedatum] 2010

A: When I started to go by Miss [medeverdachte 2] I think I was around 6 or 7 years old. I think it was in 2018 or 2019. I used to play with [dochter 1] a lot when I was small. [dochter 1] is the daughter of [verdachte] and [medeverdachte 1]. And when I am sleeping and I feel my pants going down, I would wake up and ask him what he is doing. Me and [dochter 1] would sleep on the bed of [medeverdachte 1] and [verdachte]. I would always be sleeping on his side of the bed. Then he would touch my butt and I would always move his hand when he grab my butt. Sometimes in the night I will feel something going up my butt, and that would be his thing what he does pee with. Every time that I go over to his house he would be doing that.

I used to go by miss [medeverdachte 2] to do my homework. But then after a while I went to stay at Mr. [medeverdachte 1] house because his daughter was there.

Mr. [medeverdachte 1] would keep touching my vagina and my butt and keep trying to put his dick in my butt.

Q: How would his penis be when he put it in your butt?

A: Horny, it would just stay up. And after he take it from my butt he would be stroking his dick fast and the white milk will come out of his dick.

15. Proces-verbaal verhoor van [slachtoffer 3] bij de rechter-commissaris d.d. 24 november 2021:

Ms. [medeverdachte 2] does bring me over. He used to come over by [dochter 1] room and he used to touch me. There on my booty, my boobs and so. I just used to be frightened because I used to kick him away like that and after I told him don’t do that.

I was sleeping so I didn’t realize then I wake up and I told him no. So I like had push him and then he gone to his room one time.

Q: How many times that happen?

A: Many times.

Q: Who else was around when it used to happen?

A: [dochter 1], his wife.

Q: And who know what was going on?

A: His wife.

Q: She saw what he was doing to you?

A: Yes.

Q: And what did she say?

A: She didn’t say nothing.

Q: And what did she do?

A: She didn’t do nothing.

16. Proces-verbaal verhoor van [slachtoffer 3] bij de rechter-commissaris d.d. 29 oktober 2024:

Q: I also want to talk to you about the wife of Mr. [medeverdachte 1], [verdachte]. Do you know her?

A: Yes. I saw her a lot in the house.

Q: Did [verdachte] see Mr. [medeverdachte 1] touching you when you slept in their bed?

A: Yes.

Q: Did [verdachte] stop Mr. [medeverdachte 1] when she saw or noticed that he did this?

A: No, she smiled.

Q: What happened in the bedroom? Where did Mr. [medeverdachte 1] touch you inappropriately or what did he do rather say?

A: Like he would touch here. [slachtoffer 3] maakt een grijpende beweging met beide handen richting haar borstkas.

Q: By your breasts?

A: Yeah. And then he would touch here. [slachtoffer 3] maakt een grijpende beweging met beide handen richting de achterzijde van haar heupen.

Q: Your but?

A: Yeah.

17. Proces-verbaal vierde verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 26 april 2021:

A=[slachtoffer 3] is a girl that [medeverdachte 2] brought for tutoring. [slachtoffer 3] came all broken by us.

R=[slachtoffer 3] mother stated that [slachtoffer 3] first used to go by [medeverdachte 2] for help with her schoolwork and then after she started going at your home whereby your wife [verdachte] would tutor her. She also stated that [slachtoffer 3] used to sleep over at your home.

A=Yes. She sleeps in my daughter room. My daughter would always come into my room to sleep and [slachtoffer 3] would come behind of her. We always took care of [slachtoffer 3].

18. Proces-verbaal verhoor van [slachtoffer 4] d.d. 21 april 2021:

Geboortedatum: [geboortedatum] 2011

Q= Have you even been in his ([medeverdachte 1]) bedroom?

A= Yes. Miss [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] used to force me to make a show for them. Sometimes the wife [verdachte] used to be there.

19. Proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 4] d.d. 1 april 2021:

My daughter [slachtoffer 4] started staying at [medeverdachte 2] from December 2018 throughout the year 2019. Also during the lockdown period for corona. I also know for myself that my daughter stayed at the home of Mr. [medeverdachte 1] for at least a week or more that was when [medeverdachte 2] son had just born.

20. Proces-verbaal eerste verhoor van verdachte [medeverdachte 2] d.d. 7 april 2021:

A: I have a son. He is 1 year old.

V: Do your students sleep over by your house?

A: On a weekend. Some of them on a weekend, one literally stayed by me for a year. Her name is [slachtoffer 4]. Her mom had her and she couldn’t take care of her.

Bewijsoverwegingen

Betrouwbaarheid verklaringen van [medeverdachte 2]

In het onderhavige onderzoek heeft [medeverdachte 2] meermalen een verklaring afgelegd. Uit haar verklaringen blijkt dat zij aanvankelijk geen volledige openheid van zaken heeft gegeven. Nadat zij door het Gerecht was veroordeeld, heeft zij echter verklaard alsnog openheid van zaken te willen geven. Daarna heeft zij bij de politie, als verdachte tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, en bij de rechter-commissaris als getuige in de zaak tegen de verdachte, uitgebreid en belastend verklaard over de betrokkenheid van niet alleen zichzelf, maar ook over die van de verdachte en [medeverdachte 1] bij het ten laste gelegde.

Het Hof acht deze – in tweede instantie - door [medeverdachte 2] afgelegde verklaringen betrouwbaar. Daarbij neemt het Hof in aanmerking dat deze verklaringen gedetailleerd zijn en op essentiële onderdelen consistent. Van belang is voorts dat deze reeks van verklaringen niet op zichzelf staat, maar op relevante onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen.

Zo heeft [medeverdachte 2] verklaard dat [medeverdachte 1] een “empire of girls” wilde creëren en haar heeft gevraagd meisjes naar zijn woning te brengen. Volgens [medeverdachte 2] moest zij, nadat zij op een school was gaan werken, van [medeverdachte 1] letten op meisjes die kwetsbaar waren, bijvoorbeeld omdat zij hulp nodig hadden met hun huiswerk of andere problemen hadden. Zij heeft verder verklaard dat zij deze meisjes eerst naar haar eigen woning bracht, waar zij in opdracht van [medeverdachte 1] seksuele handelingen met hen moest verrichten om te beoordelen of zij “freaky” genoeg waren. Ook heeft zij verklaard dat zij de kinderen via foto’s op WhatsApp aan [medeverdachte 1] moest laten zien. Voor deze verklaring vindt het Hof steun in de verklaring van [slachtoffer 5], inhoudende dat [medeverdachte 2] naaktfoto’s van haar heeft gemaakt. Voorts vindt deze verklaring steun in het gegeven dat op de telefoon van [medeverdachte 2] naaktfoto’s van [slachtoffer 4] zijn aangetroffen.

Daarnaast vindt de verklaring van [medeverdachte 2] steun in de inhoud van de brief van [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] heeft geschreven dat [medeverdachte 2] haar op enig moment heeft gevraagd mee te gaan naar een woning om op kinderen te passen. In die woning waren volgens [slachtoffer 1] twee meisjes aanwezig, van ongeveer zes à zeven jaar en vier à vijf jaar oud. [slachtoffer 1] heeft voorts verklaard dat [medeverdachte 2] over het jongste meisje zei dat zij “very freaky” was en dat zij haar aan [medeverdachte 1] wilde introduceren, zodat hij kon zien “how freaky she is”. Ook heeft [slachtoffer 1] verklaard dat zij op een andere dag heeft gezien dat [medeverdachte 2] een jong meisje naar de woning van [medeverdachte 1] (en de verdachte) bracht en dat zij daar een meisje op de bank zag zitten, waarna zij waarnam dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] dit meisje aanraakten. Hoewel het Hof uit de brief van [slachtoffer 1] afleidt dat deze laatste gebeurtenissen zich niet hebben voorgedaan in de ten laste gelegde perioden, neemt dat niet weg dat de inhoud van die brief in belangrijke mate steun biedt aan de verklaring van [medeverdachte 2], nu deze dus op wezenlijke onderdelen daarmee overeenkomt.

Het Hof betrekt verder in zijn oordeel dat [medeverdachte 2] in haar verklaring ter terechtzitting in hoger beroep heeft uitgelegd dat haar ontkenning in eerste aanleg was ingegeven door haar wens om [medeverdachte 1] te helpen. Zij heeft daarbij toegelicht dat [medeverdachte 1] macht over haar had en dat zij zich pas vrij voelde om te verklaren nadat hij uit haar nabijheid was. Het Hof acht die toelichting niet onaannemelijk. Daarbij neemt het Hof in ogenschouw dat zij haar eigen rol niet onbelicht heeft gelaten en zichzelf in zoverre heeft belast, ook toen haar eigen zaak in hoger beroep nog liep.

Voorts neemt het Hof in aanmerking dat [medeverdachte 2] als getuige bij de rechter-commissaris in de strafzaak tegen de verdachte een voor de verdachte belastende verklaring heeft afgelegd op een moment waarop zij zelf al onherroepelijk was veroordeeld. Reeds daarom had zij ten tijde van het afleggen van die verklaring geen eigen strafrechtelijk belang meer bij het belasten van de verdachte.

Alles afwegend ziet het Hof geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van de door [medeverdachte 2] afgelegde verklaringen te twijfelen.

Betrouwbaarheid verklaringen van [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5]

Feit 1 primair en 2:

[slachtoffer 1] heeft in haar brief verklaard over seksueel misbruik door [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en de verdachte. Tijdens haar verhoor onder ede bij de rechter-commissaris in hoger beroep heeft zij bevestigd dat zij deze brief heeft geschreven en haar verklaringen nader toegelicht. Haar beschrijvingen zijn gedetailleerd, op essentiële onderdelen consistent en vinden op relevante punten steun in andere bewijsmiddelen.

Zo heeft [slachtoffer 1] steeds verklaard dat zij dertien jaar oud was toen zij voor het eerst seks had met [medeverdachte 1] en veertien jaar oud toen zij seksuele handelingen verrichtte met de verdachte en [medeverdachte 2]. Zij heeft haar herinnering aan die leeftijden verbonden aan concrete gebeurtenissen: haar verhuizing en het oppassen op de toen enkele maanden oude dochter van [medeverdachte 1] en de verdachte, nadat zij zelf jarig was geweest. Daarmee heeft zij inzichtelijk gemaakt waarop haar leeftijdsbepaling berust. De verklaring van [medeverdachte 2] bevestigt zowel dat [slachtoffer 1] op de baby paste als dat zij op veertienjarige leeftijd seksuele handelingen met haar verrichtte. Ook de verklaring van [slachtoffer 1] dat de verdachte daarbij een dildo bij haar gebruikte, wordt door [medeverdachte 2] uit eigen waarneming bevestigd. Deze ondersteuning betreft daarmee juist de voor de beschuldiging wezenlijke onderdelen: de leeftijd van [slachtoffer 1] en de seksuele handelingen van de verdachte. De verdachte heeft bovendien erkend dat zij seks met [slachtoffer 1] heeft gehad. Dat zij daarbij een hogere leeftijd noemt, geeft het Hof, gelet op de concrete onderbouwing door [slachtoffer 1] en de bevestiging door [medeverdachte 2], geen aanleiding aan de verklaring van [slachtoffer 1] te twijfelen.

Feit 4 primair en 6 primair:

Het Hof acht ook de verklaringen van [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. Zij zijn bij de politie en nadien bij de rechter-commissaris gehoord en hebben bij die gelegenheden op essentiële onderdelen overeenkomstig verklaard. Hun verklaringen sluiten bovendien aan bij hetgeen sommigen van hen aan derden hebben verteld en vinden op relevante onderdelen steun in andere bewijsmiddelen. Daarnaast dragen ook de door de slachtoffers genoemde details bij aan de betrouwbaarheid. Een goed voorbeeld is [slachtoffer 3], ten tijde van de verklaring tien jaar oud, die het heeft over ‘melk’ die uit de penis van verdachte kwam, of [slachtoffer 5] die verklaart dat de orale seks door [medeverdachte 2] soms pijn deed vanwege de tongpiercing die [medeverdachte 2] droeg. Ook [slachtoffer 4]’s verklaring tegenover getuige Webster dat [medeverdachte 1] gezegd heeft dat hij graag kleine meisjes heeft, omdat kleine meisjes strakker zijn, is een belangrijk en bijzonder detail. Naar het oordeel van het Hof is het niet goed voor te stellen dat de jonge slachtoffers deze details verzonnen hebben, maar juist wel dat ze over deze details verklaren omdat ze dit zelf hebben ondervonden of anderszins ervaren.

Voorts vinden de verklaringen van [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] steun in ander bewijs, terwijl zij elkaar op onderdelen ook over en weer ondersteunen.

Zo volgt uit de verklaring van [slachtoffer 5] dat zij in de slaapkamer van de dochter van [medeverdachte 1] en de verdachte sliep en dat die dochter ’s nachts geregeld naar de slaapkamer van de verdachte ging om daar te slapen, waarna de verdachte naar [slachtoffer 5] toeging en haar misbruikte. Deze verklaring vindt steun in de verklaring van [medeverdachte 1] zelf, die heeft bevestigd dat zijn dochter regelmatig naar zijn slaapkamer kwam om daar te slapen. Daarnaast vindt de verklaring van [slachtoffer 5] steun in de verklaring van [medeverdachte 2], inhoudende dat zij [slachtoffer 5] naar de woning van [medeverdachte 1] en de verdachte bracht en dat [slachtoffer 5] daar vervolgens gedurende meerdere dagen verbleef.

De verklaring van [slachtoffer 2], inhoudende dat zij een keer langs de slaapkamer van [medeverdachte 1] en de verdachte liep, waar [medeverdachte 1] en [slachtoffer 1] naakt aanwezig waren, en dat [medeverdachte 1] haar daarbij vroeg of zij ook zijn penis wilde, wordt bevestigd door [slachtoffer 1].

Verder beschrijven [slachtoffer 5], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] een concrete en overeenkomstige handelwijze, waarbij [medeverdachte 1] hen ’s nachts tijdens het slapen benaderde, hun ondergoed naar beneden trok en hen vervolgens penetreerde of dat probeerde.

Ten aanzien van [slachtoffer 3] geldt dat haar verklaring onder meer steun vindt in de verklaring van [medeverdachte 1] dat [slachtoffer 3] weleens bij hem in bed sliep. Voorts wordt haar verklaring, en die van [slachtoffer 4], ondersteund door de verklaring van [medeverdachte 2] dat [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ‘de meisjes van [medeverdachte 1] waren’ en dat zij regelmatig bij hem verbleven. Daarbij komt dat [medeverdachte 2] heeft verklaard dat zij heeft gezien dat [medeverdachte 1] seks met [slachtoffer 4] had en dat zij samen met [medeverdachte 1] ook seks met haar heeft gehad.

Het Hof onderkent dat de verklaringen van [slachtoffer 3] op onderdelen inconsistenties bevatten. Deze doen evenwel niet af aan de betrouwbaarheid daarvan. Daarbij neemt het Hof in aanmerking dat zij heeft verklaard over herhaalde gebeurtenissen gedurende een langere periode, dat zij ten tijde daarvan nog zeer jong was en dat tussen de gebeurtenissen en de verschillende verhoren langere tijd is verstreken. Tegen die achtergrond kan niet worden verwacht dat zij ieder voorval afzonderlijk steeds op dezelfde wijze beschrijft en nauwkeurig in de tijd plaatst. Van belang is dat zij op het voor de rol van de verdachte wezenlijke punt consistent heeft verklaard: de verdachte wist van het seksuele misbruik door [medeverdachte 1] en greep niet in. De inconsistenties raken die kern niet. Gelet ook op de hiervoor besproken ondersteuning door andere bewijsmiddelen, ziet het Hof daarin geen aanleiding aan de betrouwbaarheid van haar verklaringen te twijfelen.

Nadere bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 4 primair en 6 primair:

Gronddelicten

Bij vonnis van het Hof van 26 maart 2026 is [medeverdachte 1] veroordeeld voor seksueel misbruik van vier meisjes, waaronder [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5]. Dit vonnis is inmiddels onherroepelijk. Het Hof beoordeelt evenwel zelfstandig, op grond van de bewijsmiddelen in de onderhavige zaak, of [medeverdachte 1] de in de feiten 4 ([slachtoffer 3]) en 6 ([slachtoffer 5]) omschreven misdrijven heeft gepleegd.

Het Hof acht daarbij van belang dat de verklaringen van de verschillende slachtoffers (van [medeverdachte 1]) onderling, alsmede in samenhang bezien met de verklaringen van [slachtoffer 1] en [medeverdachte 2], elkaar over en weer voldoende steun geven, nu sprake is van zodanige specifieke en kenmerkende overeenkomsten dat gesproken kan worden van eenzelfde modus operandi.

De slachtoffers waren allen meisjes van vijf tot elf jaar die zich bevonden in een instabiele en kwetsbare thuissituatie en door [medeverdachte 1] in zijn woning werden opgevangen. Zij kwamen in die woning terecht via [slachtoffer 1] en [medeverdachte 2], met wie [medeverdachte 1] in het verleden seksuele relaties had onderhouden terwijl zij minderjarig waren, en die eveneens vanuit een kwetsbare en moeilijke situatie door [medeverdachte 1] waren opgenomen. [medeverdachte 1] wilde een zogenoemd “empire of girls” creëren. Hij schakelde [medeverdachte 2] in om meisjes te zoeken die zich in een kwetsbare positie bevonden, vanwege hulpbehoefte bij schoolwerk of andere persoonlijke problemen. [medeverdachte 2] bracht die meisjes vervolgens eerst naar haar eigen woning, waar [medeverdachte 2] in opdracht van [medeverdachte 1] seksuele handelingen met hen verrichtte om te beoordelen of zij “freaky” genoeg waren. Bovendien moest zij foto’s van de kinderen via WhatsApp aan [medeverdachte 1] sturen. De slachtoffers sliepen in de woning van [medeverdachte 1] en de verdachte, soms in hun bed. Verder hebben [slachtoffer 5], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] alle drie verklaard dat het misbruik ’s nachts plaatsvond waarbij [medeverdachte 1], terwijl zij lagen te slapen, hun ondergoed naar beneden trok en zijn penis in hun vagina en/of anus bracht of probeerde te brengen.

Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat sprake is geweest van ‘andere feitelijkheden’, waardoor de slachtoffers tot deze handelingen zijn gedwongen. De slachtoffers waren meisjes in de leeftijd van vijf tot elf jaar, die veelal gedurende langere periodes bij [medeverdachte 1] en de verdachte verbleven en, gezien hun jonge leeftijd, afhankelijk waren van hun zorg. Het was voor de jonge slachtoffers bovendien moeilijk zich aan de situatie te onttrekken, omdat het misbruik plaatsvond ’s nachts, terwijl zij in het huis van [medeverdachte 1] en de verdachte lagen te slapen. Daarbij komt dat [slachtoffer 5] heeft verklaard bang te zijn geweest voor [medeverdachte 1], omdat het een grote man is.

Het Hof is van oordeel dat de verdachte door deze feitelijkheden opzettelijk heeft veroorzaakt dat de slachtoffers de handelingen tegen hun wil hebben ondergaan. Door de slachtoffers in een zodanige afhankelijkheidssituatie te brengen dat zij zich naar redelijke verwachting niet tegen de handelingen konden verzetten, dan wel door hen in een door hem veroorzaakte situatie te plaatsen waaruit zij zich niet konden onttrekken, heeft [medeverdachte 1] de slachtoffers gedwongen tot het ondergaan van de ten laste gelegde seksuele handelingen.

Gelet op het voorgaande acht het Hof wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte 1] de onder 4 primair en 6 primair omschreven gronddelicten, te weten verkrachting van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5], heeft gepleegd.

Medeplichtigheid

De verdachte wordt verweten dat zij aan deze verkrachtingen medeplichtig is geweest door, kort gezegd, niet in te grijpen. Zij heeft betwist dat zij wist dat [medeverdachte 1] de meisjes seksueel misbruikte.

Het Hof is van oordeel dat buiten redelijke twijfel vaststaat dat de verdachte, gelet op de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, wist van het seksuele misbruik van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] door [medeverdachte 1]. Zij was bekend met de seksuele strekking van de opvang van jonge meisjes in hun woning en werkte aan het in stand houden daarvan mee. Zo was zij betrokken bij de afspraken om de meisjes te verzorgen, hen te laten terugkomen en te voorkomen dat zij over de gebeurtenissen zouden spreken.

Het Hof betrekt daarbij dat de seksuele handelingen zich niet uitsluitend buiten het zicht van de verdachte afspeelden. Het betrof een zeer kleine woning, met naast elkaar gelegen slaapkamers zonder tussenliggende gang. Volgens [medeverdachte 2] was seks met de meisjes openlijk onderdeel van het leven in de woning: “Sex with girls was open in the house”. Bovendien speelde het misbruik zich ook af in het gezamenlijke bed van [medeverdachte 1] en de verdachte, terwijl de verdachte daar aanwezig was. Daarbij geldt voor [slachtoffer 3] dat de verdachte de seksuele aanrakingen zelf heeft waargenomen. Zij greep niet alleen niet in, maar bleef zelfs [slachtoffer 3] naar de woning brengen.

De wetenschap van de verdachte dat [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] door [medeverdachte 1] werden misbruikt, leidt het Hof voorts af uit de verklaring van [slachtoffer 1] [slachtoffer 1] over de eerste keer dat [medeverdachte 1] haar in de woonkamer misbruikte. De verdachte moet dit, gelet op de beperkte ruimte in de woonkamer, hebben gezien, maar greep niet in. Bovendien was zij door haar eigen betrokkenheid bij het misbruik van [slachtoffer 1] [slachtoffer 1], samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], ook op die manier bekend met het seksuele misbruik van dit minderjarige meisje in hun woning.

Door de opvang en verzorging van de jonge meisjes mede op zich te nemen, waren deze meisjes aan haar zorg c.q. waakzaamheid toevertrouwd, en rustte daarom op de verdachte een bijzondere rechtsplicht hen te beschermen en maatregelen te treffen om het misbruik te beëindigen en te voorkomen. Zij liet het haar bekende misbruik niettemin gebeuren en hield, mede door haar betrokkenheid bij de genoemde afspraken, de toegang van [medeverdachte 1] tot de meisjes bewust in stand. Door onder deze omstandigheden het misbruik te laten voortduren, heeft zij [medeverdachte 1] opzettelijk gelegenheid verschaft tot het plegen daarvan. Het Hof acht daarmee zowel haar opzet op het verschaffen van die gelegenheid als haar opzet op het door [medeverdachte 1] gepleegde misbruik bewezen. Aldus heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan verkrachting van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] door [medeverdachte 1].

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezenverklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in de artikelen 251 lid juncto 49 SrNA. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

medeplegen van met iemand die wel de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van vijftien jaren heeft bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen plegen, die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezenverklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:208 SrNA. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

ontucht plegen met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwden minderjarige, meermalen gepleegd.

Het onder 4 primair bewezenverklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in de artikelen 2:197 juncto 2:210 juncto 1:124 juncto 1:125 Sr. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

medeplichtigheid aan verkrachting, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Het onder 6 primair bewezenverklaarde is voor wat betreft de periode van 1 januari 2014 tot 1 juni 2015 voorzien bij en strafbaar gesteld in de artikelen 248 juncto 50 juncto 51 SrNA; voor wat betreft de periode van 1 juni 2015 tot en met 31 december 2016 is het telkens voorzien bij en strafbaar gesteld in de artikelen 2:197 juncto 2:210 juncto 1:124 juncto 1:125 Sr. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

medeplichtigheid aan verkrachting, meermalen gepleegd

en

medeplichtigheid aan verkrachting, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder dat is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten door de rechter worden opgelegd.

Daarbij stelt het Hof vast dat met het huidige Wetboek van Strafrecht het strafmaximum van de bewezen verklaarde feiten is verlaagd. De feiten zijn (deels) begaan vóór de inwerkingtreding van dit wetboek, maar de nieuwe wetgeving wordt – als gunstiger voor de verdachte – toegepast bij de strafoplegging. De verlaging van de wettelijke strafmaxima brengt op zichzelf echter niet mee dat ook een lagere straf moet worden opgelegd. Blijkens de memorie van toelichting strekt de aanpassing van de strafmaxima ertoe de onderlinge samenhang en evenwichtigheid van het sanctiestelsel te herstellen. De wetgever heeft daarbij benadrukt dat de verlaging niet betekent dat de betrokken misdrijven minder ernstig worden geacht en evenmin een aanwijzing vormt om in concrete gevallen lager te straffen (AB 2013, nr. 2, p. 269 en 313).

De verdachte heeft zich – zowel alleen als samen met anderen - meermalen schuldig gemaakt aan ontucht met een minderjarig meisje. Daarnaast is zij medeplichtig geweest aan het seksueel misbruik van twee andere jonge meisjes door haar toenmalige echtgenoot. De slachtoffers verbleven gedurende hele weekenden of langer in hun gezamenlijke woning en waren aan haar zorg toevertrouwd. Door zelf (samen met anderen) ontucht te plegen met een van hen en de anderen niet te beschermen tegen het misbruik door haar toenmalige echtgenoot, heeft de verdachte haar verantwoordelijkheid ernstig verzaakt.

Deze feiten vormen een ernstige inbreuk op de lichamelijke en seksuele integriteit van de minderjarige slachtoffers en kunnen hun psychische gezondheid en seksuele ontwikkeling langdurig schaden. Het misbruik vond bovendien plaats in een omgeving waar zij zich juist veilig en geborgen hadden moeten kunnen voelen. Het Hof rekent de verdachte in het bijzonder aan dat zij geen oog heeft gehad voor deze gevolgen en nauwelijks blijk heeft gegeven van besef van de ernst van de feiten en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers.

Naar het oordeel van het Hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Bij de strafoplegging houdt het Hof rekening met de afhankelijkheidspositie waarin de verdachte destijds ten opzichte van haar toenmalige echtgenoot verkeerde. Daarnaast neemt het Hof haar huidige persoonlijke omstandigheden in aanmerking, in het bijzonder de zorg die zij draagt voor haar dochter, die vanwege een oogafwijking voortdurend (ingrijpende) medische zorg nodig heeft. Deze factoren hebben een enigszins matigende invloed op de hoogte van de op te leggen straf.

Het Hof stelt vast dat het recht van de verdachte op berechting binnen een redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), zowel in eerste aanleg als in hoger beroep is geschonden.

De redelijke termijn in eerste aanleg is aangevangen op 16 juni 2021, toen de verdachte in verzekering werd gesteld. De behandeling van haar zaak is op 23 november 2023 met een eindvonnis afgerond. Daarmee is de termijn van twee jaar met ruim vijf maanden overschreden.

Het Openbaar Ministerie heeft op 7 december 2023 hoger beroep ingesteld. De behandeling in hoger beroep wordt eerst vandaag met een eindvonnis afgerond. Daarmee is ook in deze fase de termijn van twee jaar overschreden, en wel met ruim tien maanden.

Bijzondere omstandigheden die deze overschrijdingen rechtvaardigen, zijn niet gebleken. Het Hof zal daarom strafvermindering toepassen.

Alles afwegende acht het Hof zonder deze termijnoverschrijdingen een gevangenisstraf van 36 maanden passend en geboden. Ter compensatie van beide overschrijdingen zal het Hof deze straf met in totaal zes maanden verminderen en de verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf van 30 maanden.

Schadevergoeding

De benadeelde partijen [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] hebben zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding.

De benadeelde partijen zijn bij vonnis waarvan beroep in de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partijen hebben zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De verdediging heeft de vorderingen betwist. De vorderingen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] dienen – gelet op de bepleite vrijspraak – volgens de raadsvrouw niet-ontvankelijk te worden verklaard en zowel de vordering van [slachtoffer 1] als de gevraagde advocaatkosten dienen te worden afgewezen, omdat die niet zijn onderbouwd.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De vordering is niet onderbouwd met enige medische documentatie. Echter, de aard en ernst van de normschending kunnen meebrengen dat ook zonder nadere onderbouwing aannemelijk is dat de benadeelde hiervan relevante nadelige gevolgen ondervindt. Die gevolgen liggen dan in het licht van de normschending zozeer voor de hand dat een persoonsaantasting kan worden aangenomen. Het is in dit licht bezien aannemelijk dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde. Het is van algemene bekendheid dat kinderen ook op latere leeftijd nog de gevolgen van seksueel misbruik ervaren. Het Hof heeft voor de hoogte van de immateriële schade aansluiting gezocht bij de in de Nederlandse rechtspraak gehanteerde (forfaitaire) letsellijst in de zogenoemde Rotterdamse schaal. Daarbij is uitdrukkelijk de duur, aard en frequentie van het misbruik meegewogen, alsmede de jonge leeftijd van de benadeelde partij ten tijde van het misbruik. Het Hof zal de vordering tot een bedrag van Cg 20.000,- toewijzen. De benadeelde partij zal voor het meer gevorderde niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De benadeelde partij kan haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Nu aan de verdachte ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel wordt uitgesproken, kan de benadeelde partij niet in de vordering worden ontvangen. De benadeelde partij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

De vordering is niet onderbouwd met enige medische documentatie. Echter, de aard en ernst van de normschending kunnen meebrengen dat ook zonder nadere onderbouwing aannemelijk is dat de benadeelde hiervan relevante nadelige gevolgen ondervindt. Die gevolgen liggen dan in het licht van de normschending zozeer voor de hand dat een persoonsaantasting kan worden aangenomen. Het is in dit licht bezien aannemelijk dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 6 primair bewezen verklaarde. Het is van algemene bekendheid dat kinderen ook op latere leeftijd nog de gevolgen van seksueel misbruik ervaren. Het Hof heeft voor de hoogte van de immateriële schade aansluiting gezocht bij de in de Nederlandse rechtspraak gehanteerde (forfaitaire) letsellijst in de zogenoemde Rotterdamse schaal. Daarbij is uitdrukkelijk de duur, aard en frequentie van het misbruik meegewogen, alsmede de jonge leeftijd van de benadeelde partij ten tijde van het misbruik. Het Hof zal de vordering tot een bedrag van Cg 20.000,- toewijzen. De benadeelde partij zal voor het meer gevorderde niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De benadeelde partij kan haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Nu de verdachte en [medeverdachte 1] ieder aansprakelijk zijn voor dezelfde schade, zijn zij hoofdelijk tot vergoeding daarvan gehouden.

Schadevergoedingsmaatregel

Het Hof zal ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 1] geen schadevergoedingsmaatregel opleggen. Het bewezen verklaarde feit is begaan vóór de inwerkingtreding van het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten, waarbij deze maatregel is ingevoerd. Het destijds geldende Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen kende de schadevergoedingsmaatregel niet. Het legaliteitsbeginsel staat eraan in de weg deze maatregel alsnog aan de verdachte op te leggen.

Het Hof ziet ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 5] wel aanleiding de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Het bewezen verklaarde feit is immers gedeeltelijk gepleegd ná de inwerkingtreding van het Wetboek van Strafrecht van Sint Maarten, zodat het legaliteitsbeginsel in dit geval niet aan oplegging van die maatregel in de weg staat. Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd.

Proceskosten

De proceskosten van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] zullen ten laste van de verdachte worden gebracht. Voor de hoogte van de proceskosten zal dezelfde maatstaf worden gehanteerd als in civiele procedures, zoals opgenomen in het Procesreglement 2026. Voor het opgestelde verzoekschrift zal één punt worden toegekend. De proceskosten worden daarom tot op heden voor zowel de benadeelde partij [slachtoffer 1] als de benadeelde partij [slachtoffer 5] begroot op Cg 1.000,- (tarief 4).

Nu de verdachte is vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] betrekking heeft, zal het Hof de proceskosten compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:78, 1:136, 2:200, 2:208, 2:197 Sr, alsmede artikel 59 SrNA, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het Hof:

vernietigt het vonnis van het Gerecht en doet opnieuw recht;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 3 en 5 ten laste is gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair, 2, 4 primair en 6 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 30 maanden;

beveelt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade toe tot een bedrag van Cg 20.000,-, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 1] gemaakt, tot op heden begroot op Cg 1.000,-, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

compenseert de proceskosten aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 5] geleden schade toe tot een bedrag van Cg 20.000,-, en veroordeelt de verdachte, die hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 5] gemaakt, tot op heden begroot op Cg 1.000,-, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 5] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van Cg 20.000,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 67 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen.

bepaalt dat indien en voor zover (een van) de mededader(s) van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald aan de benadeelde partij of het Land, de verdachte in zoverre is bevrijd van voormelde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan het Land.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter, mr. E.A. Lensink en mr. E.M.J. Brink, leden van het Hof, bijgestaan door mr. E.P. Versluis, (zittings)griffier, en op 20 oktober 2026 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao met een directe beeld- en geluidsverbinding met het gerechtsgebouw in Sint Maarten.

Mrs. Tebbenhoff Rijnenberg en Lensink zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

uitspraakgriffier:

Bijlage: tekst van de gewijzigde tenlastelegging

Feit 1

(primair)

zij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 9 juli 2008 te Sint Maarten, tezamen en in vereniging,

met [SLACHTOFFER 1], geboren op [geboortedatum] 1992, een aan haar zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [SLACHTOFFER 1],

door, een of meerdere malen een dildo in de vagina van die [SLACHTOFFER 1] te brengen en/of te houden, in elk geval een of meerdere seksueel handelingen heeft gepleegd met die [SLACHTOFFER 1], (mede) bestaande uit het seksueel binnendringen van de vagina;

(artikel 2:200 jo. 2:210 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

(subsidiair)

zij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 9 juli 2008 te Sint Maarten, tezamen en in vereniging,

met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum] 1992, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd,

die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit, het seksueel binnendringen van het lichaam van die [SLACHTOFFER 1],

door, een of meerdere malen een dildo in de vagina van die [SLACHTOFFER 1] te brengen en/of te houden, in elk geval het plegen van een of meerdere seksueel handelingen met die [SLACHTOFFER 1], (mede) bestaande uit het seksueel binnendringen van de vagina;

(artikel 2:202 Wetboek van Strafrecht)

Feit 2

zij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 9 juli 2010 te Sint Maarten,

(telkens) ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 1], geboren op 10 juli 1992, een haar zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, die toen de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt,

bestaande die ontucht hierin dat zij, verdachte,

- een of meerdere malen een dildo in de vagina van die [SLACHTOFFER 1] heeft gebracht en/of gehouden, in elk geval een of meerdere seksueel handelingen heeft gepleegd met die [SLACHTOFFER 1], (mede) bestaande uit het seksueel binnendringen van de vagina;

(artikel 2:208 Wetboek van Strafrecht)

Feit 3

(primair)

zij, meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2012 te Sint Maarten,

met [SLACHTOFFER 2], geboren op [geboortedatum] 2001, een aan haar zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [SLACHTOFFER 2], hebbende zij, verdachte,

(artikel 2:199 jo. 2:210 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

(subsidiair)

zij, meermalen, althans eenmaal, (telkens) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2012 te Sint maarten,

ontucht heeft gepleegd met [SLACHTOFFER 2], geboren op [geboortedatum] 2001, een aan haar zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, die toen de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

bestaande die ontucht hierin dat zij, verdachte,

(artikel 2:208 Wetboek van Strafrecht)

(meer subsidiair)

zij, meermalen, althans eenmaal, (telkens) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2012 te Sint maarten,

met een persoon die toen de leeftijd van zestien jaren nog had bereikt, te weten [SLACHTOFFER 2], geboren op [geboortedatum] 2001, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd,

bestaande die ontuchtige handelingen hierin dat zij, verdachte,

(artikel 2:202 Wetboek van Strafrecht)

Feit 4

(primair)

[MEDEVERDACHTE 1], meermalen, althans eenmaal, (telkens) in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2020 te Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [SLACHTOFFER 3], geboren op [geboortedatum] 2010, een aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die (mede) bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [SLACHTOFFER 3], hebbende hij, verdachte,

en bestaande die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat, hij verdachte, (telkens) opzettelijk,

tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2020 te Sint Maarten,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door,

(artikel 2:197 jo. 2:210 lid 2 jo. 1:124 Wetboek van Strafrecht)

(subsidiair)

[MEDEVERDACHTE 1], meermalen, althans eenmaal, (telkens) in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2020 te Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met [SLACHTOFFER 3], geboren op [geboortedatum] 2010, een aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [SLACHTOFFER 3], hebbende hij, verdachte,

tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2020 te Sint Maarten,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door,

(artikel 2:199 jo. 2:210 lid 2 jo. 1:124 Wetboek van Strafrecht)

(meer subsidiair)

[MEDEVERDACHTE 1], meermalen, althans eenmaal, (telkens) in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2020 te Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ontucht heeft gepleegd met een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten, [SLACHTOFFER 3], geboren op [geboortedatum] 2010,

bestaande die ontucht hierin dat [MEDEVERDACHTE 1],

tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2020 te Sint Maarten,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door,

(artikel 2:208 jo. 1:124 Wetboek van Strafrecht)

Feit 5

[MEDEVERDACHTE 1] en/of [MEDEVERDACHTE 2], meermalen, althans eenmaal, (telkens), in of omstreeks de periode van 1 december 2018 tot en met 31 december 2020 te Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [SLACHTOFFER 4], geboren op [geboortedatum] 2011, een aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die (mede) bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [SLACHTOFFER 4], hebbende hij, verdachte, (telkens)

en bestaande die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte en/of zijn mededaders (telkens) opzettelijk,

tot het plegen van welk misdrijf, zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 december 2018 tot en met 31 december 2020 in Sint Maarten,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door,

(artikel 2:197 jo. 2:210 lid 3 jo. 1:124 Wetboek van Strafrecht)

(subsidiair)

[MEDEVERDACHTE 1] en/of [MEDEVERDACHTE 2], meermalen, althans eenmaal, (telkens), in of omstreeks de periode van 1 december 2018 tot en met 31 december 2020 te Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

Met [SLACHTOFFER 4], geboren op [geboortedatum] 2011, een aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [SLACHTOFFER 4], hebbende hij, (telkens)

tot het plegen van welk misdrijf, zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 december 2018 tot en met 31 december 2020 in Sint Maarten,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door,

(artikel 2:199 jo. 210 lid 2 jo. 1:124 Wetboek van Strafrecht)

(meer subsidiair)

[MEDEVERDACHTE 1], meermalen, althans eenmaal, (telkens) in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2020 te Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ontucht heeft gepleegd met een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, genaamd [SLACHTOFFER 4], geboren op [geboortedatum] 2011, bestaand die ontucht hierin dat hij, verdachte, (telkens)

tot het plegen van welk misdrijf, zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 december 2018 tot en met 31 december 2020 in Sint Maarten,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door,

(artikel 2:208 jo. 1:124 Wetboek van Strafrecht)

Feit 6

[MEDEVERDACHTE 1], meermalen, althans eenmaal, (telkens) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 te Sint Maarten,

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [SLACHTOFFER 5] , geboren op [geboortedatum] 2009, een aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die (mede) bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [SLACHTOFFER 5], hebbende hij, verdachte,

- zijn penis in de vagina en/of anus van die [SLACHTOFFER 5] gebracht en/of geduwd en/of gehouden,

en welk geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of welke bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hier heeft/hebben bestaan dat hij, verdachte, (telkens) opzettelijk,

tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 te Sint Maarten,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door,

(artikel 2:197 jo. 210 lid 2 jo. 1:124 Wetboek van Strafrecht)

(subsidiair)

[MEDEVERDACHTE 1], meermalen, althans eenmaal, (telkens) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 te Sint Maarten,

met [slachtoffer 5], geboren op [geboortedatum] 2009, een aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 5], hebbende hij, verdachte zijn penis gebracht en/of geduwd en/of gehouden in de vagina en/of anus van die [slachtoffer 5];

tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 te Sint Maarten,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door,

(artikel 2:199 jo. 2:210 lid 2 jo. 1:124 Wetboek van Strafrecht)

(meer subsidiair)

[MEDEVERDACHTE 1], meermalen, althans eenmaal, (telkens) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 te Sint Maarten,

ontucht heeft gepleegd met een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, genaamd [slachtoffer 5], geboren op [geboortedatum] 2009, bestaand die ontucht hierin dat hij, verdachte, (telkens),

- zijn penis in de vagina en/of anus van die [SLACHTOFFER 5] gebracht en/of geduwd en/of gehouden;

tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 te Sint Maarten,

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door,

(artikel 2:208 jo. 1:124 Wetboek van Strafrecht)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand