Burgerlijke zaken over 2026
Registratienummers: CUR202400650- CUR2024H00188
Uitspraak: 3 februari 2026
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
B E S C H I K K I N G
in de zaak van:
1. [de vader],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen: de vader,
en
2. [de grootvader],
wonende in [woonplaats],
hierna: de grootvader,
in eerste aanleg verzoekers, thans appellanten,
gemachtigde: mr. S.A.T. Ayubi-Haakmeester,
tegen
[de moeder],
wonende in [woonplaats],
hierna: de moeder,
in eerste aanleg verweerster, thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. D.I.E.I. Lichtenberg.
Betreffende de minderjarigen:
- [ de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats];
- [ de minderjarige 2], op [geboortedatum] in [geboorteplaats].
1. Het verdere verloop van de procedure
Verwezen wordt naar de beschikking van het Hof van 25 maart 2025 (na een mondelinge behandeling gewezen door de rechters mrs. Ter Veer, Vonk en Duinkerken). In die beschikking is de zaak aangehouden voor een verslag door de Voogdijraad van het verloop van de bezoekregeling tussen de minderjarigen en de grootouders.
De Voogdijraad heeft bij brief van 8 oktober 2025 verslag gedaan.
Op 11 november 2025 heeft een tweede mondelinge behandeling van het hoger beroep plaatsgevonden (door de rechters mrs. Ter Veer, Lewin en Vonk) waarbij de behandeling van de zaak opnieuw is aangevangen. Verschenen zijn de vader (per videoverbinding) en de grootvader, bijgestaan door hun gemachtigde en de moeder, bijgestaan door haar gemachtigde. De gemachtigden hebben pleitaantekeningen gehanteerd. Namens de Voogdijraad waren aanwezig [medewerker Voogdijraad 1] en [medewerker Voogdijraad 2]. Voorafgaand aan de zitting heeft de gemachtigde van de moeder bij mailbericht van 6 november 2025 producties overgelegd. De gemachtigde van de vader en de grootvader heeft bij mailbericht van 9 november 2025 een productie overgelegd.
Beschikking is bepaald op vandaag.
2. De beoordeling
verslag Voogdijraad
De Voogdijraad heeft na gesprekken met de ouders, de grootvader en de beide minderjarigen verslag uitgebracht over de uitvoering van de contactregeling met de vader en de bezoekregeling met de grootouders. De minderjarigen hadden in het verleden via (video)bellen contact met de vader, die sinds 2018 in Nederland woont. Vaak vond dat contact plaats als de minderjarigen op bezoek waren bij de grootouders vaderszijde, die in Curaçao wonen. Sinds meer dan een jaar is er geen (telefonisch) contact meer geweest tussen de vader en de minderjarigen. Volgens de vader komt dat doordat de moeder de minderjarigen manipuleert en het contact steeds via de telefoon van de moeder moet gebeuren. Hij heeft het contact om die reden verbroken en heeft aangegeven dat hij niet via de telefoon van de moeder contact wil hebben met de minderjarigen. De moeder heeft verklaard dat zij de vader herhaaldelijk heeft gevraagd om contact op te nemen met de minderjarigen, maar dat hij dit niet heeft gedaan. De minderjarigen hebben tegen de Voogdijraad gezegd dat zij geen prijs stellen op telefonisch contact met hun vader, omdat de eerdere gesprekken met hem voor hen “niet betekenisvol” waren.
Om de bezoekregeling met de grootouders op gang te brengen heeft de Voogdijraad voorgesteld om vier contactmomenten te plannen tussen de minderjarigen en de grootouders, waarvan drie onder begeleiding van Child First Foundation zouden plaatsvinden en het vierde contact door partijen zelfstandig zou worden tot stand gebracht. De eerste twee contactmomenten hebben plaatsgevonden in juni en juli 2025. Daarna zijn er ondanks bemiddeling van Child First Foundation geen verdere contactmomenten geweest vanwege onenigheid tussen de moeder en de grootouders, onder meer over de locatie. De Voogdijraad constateert dat er geen vertrouwen bestaat tussen de moeder en de grootouders en geen bereidheid om samen tot een oplossing te komen. De minderjarigen hebben tegen de Voogdijraad gezegd dat zij geen enkele vorm van contact met de grootouders willen, omdat met name het jongste kind door hen in het verleden onaangenaam werd behandeld. De grootvader heeft gezegd graag contact te willen met de minderjarigen, maar heeft als voorwaarde gesteld dat de Voogdijraad aanwezig is bij het contactmoment.
De Voogdijraad concludeert dat de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord is, met beschuldigingen over en weer, waardoor de minderjarigen in een loyaliteitsconflict zijn geraakt. Gelet hierop adviseert de Voogdijraad om het eenhoofdig gezag te handhaven. Herstel van het contact tussen de ouders kan plaatsvinden onder begeleiding van een neutrale instantie, bijvoorbeeld Child First Foundation. Het beste zou zijn als de ouders, de grootouders en de minderjarigen gezamenlijk een traject volgen bij een gespecialiseerde instantie of persoon, om de onderlinge communicatie te verbeteren.
gezag
Gelet op het voorgaande zal het Hof het eenhoofdig gezag van de moeder handhaven, nu dit in het belang van de minderjarigen wenselijk is. Voor gezamenlijk gezag moeten beide ouders bereid zijn hun communicatie te verbeteren. Onvoldoende gebleken is dat partijen daar moeite voor willen doen. Een gezamenlijk traject zoals voorgesteld door de Voogdijraad acht het Hof op dit moment niet haalbaar, gelet op het gebrek aan vertrouwen dat bestaat tussen de moeder en de vader. Bij de zitting van 11 november 2025 is dit grote wantrouwen duidelijk naar voren gekomen. Bij het wantrouwen van de moeder speelt het verleden een rol en ook speelt mee dat de omstandigheden van de vader in Nederland op dit moment niet stabiel zijn, waardoor communicatie tussen ouders bemoeilijkt wordt. Tijdens de zitting bij het Hof is gebleken dat de vader in (voorlopige) hechtenis heeft gezeten voor een strafbaar feit, dat hij daar een aanzienlijke straf voor opgelegd heeft gekregen en in verband daarmee zijn werk is verloren. De vader verwijt de moeder dat zij de minderjarigen weghoudt van hem en zijn ouders. Het wantrouwen lijkt op dit moment onoverbrugbaar en de minderjarigen zullen bij uitoefening van gezamenlijk gezag verder klem komen te zitten tussen de ouders.
contact met de vader
Het Gerecht heeft bepaald dat de minderjarigen iedere zaterdag op een in onderling overleg te bepalen tijdstip een videobelmoment moeten hebben met hun vader. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep ingesteld, zodat dit onderdeel van de beslissing van het Gerecht in stand blijft. Het is van belang voor het welzijn van de minderjarigen (ook in de toekomst) dat zij niet helemaal afgesneden raken van hun vader. De moeder dient om die reden in zoverre aan dit contact mee te werken dat zij aan de minderjarigen een mobiele telefoon anders dan haar eigen telefoon beschikbaar dient te stellen. De vader dient voor dit contact dan geen verdere voorwaarden te stellen.
contact met de grootouders
Gelet op het moeizame verloop van de contactmomenten die in de afgelopen zomer hebben plaatsgevonden tussen de grootouders en de minderjarigen (ondanks begeleiding door een gespecialiseerde instantie) zal het Hof op dit moment geen regeling vaststellen voor omgang tussen de minderjarigen en de grootouders. Weliswaar zouden de grootouders een beroep kunnen doen op family life in de zin van artikel 8 EVRM, maar de bescherming van dit gezinsleven is niet gelijk aan dat van ouders. Bovendien moet er sprake zijn van een nauwe betrekking tussen de grootouders en de minderjarigen (de vraag is of daarvan op dit moment sprake is) en mag omgang niet in strijd zijn met de zwaarwegende belangen van de kinderen. Dat is het wel op dit moment. De kinderen hebben te kennen gegeven op dit moment geen enkele vorm van contact met de grootouders te willen (zie verslag Voogdijraad van 8 oktober 2025, p. 6 bovenaan). De minderjarigen hebben aan de Voogdijraad verteld dat met name het jongste kind onaangenaam wordt bejegend door de grootouders. Het contact heeft stress bij de minderjarigen heeft veroorzaakt. Voor hervatting van het contact van de minderjarigen met de grootouders, dat vanaf 2019 is verwaterd, is nodig dat zowel de grootouders als de moeder respect voor elkaar tonen en met elkaar in gesprek gaan zonder voorwaarden vooraf te stellen. Een organisatie als Child First Foundation kan een rol spelen bij het herstel van het contact, zoals de Voogdijraad heeft geadviseerd. Het Hof geeft partijen in dringende overweging daar opnieuw moeite voor te doen, in het belang van de minderjarigen.
slotsom
De bestreden beschikking zal worden bevestigd, voor zover die voorligt, behalve inzake de omgang van de grootouders vaderszijde met de minderjarigen. Dat verzoek van de grootvader zal worden afgewezen.
De moeder heeft als geïntimeerde geen verlof nodig om in hoger beroep kosteloos te mogen procederen (art. 880 lid 2 Rv). Het Hof zal dat in het dictum vermelden. Voor een proceskostenveroordeling ziet het Hof geen aanleiding.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
bevestigt de bestreden beschikking, met uitzondering van de toewijzing van het verzoek van de grootvader tot omgang met de minderjarigen;
vernietigt de bestreden beschikking op dit punt en wijst het verzoek van de grootvader tot omgang met de minderjarigen af;
verstaat dat de moeder in hoger beroep kosteloos mag procederen;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.G. ter Veer, G.C.C. Lewin en E.W.A. Vonk, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 3 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.