SXM2026H00002 en SXM2026H00027
Datum uitspraak: 18 maart 2026
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, na vereenvoudigde behandeling (artikel 79, eerste en vierde lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak, hierna: Lar), op de hoger beroepen van:
La Palapa N.V. (hierna: La Palapa),
appellante,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht) van 22 december 2025 in zaak nr. SXM202401048, in het geding tussen:
appellante
en
het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekosten Verzekeringen (hierna: USZV)
Procesverloop
Bij beschikkingen van 25 november 2022 en 5 mei 2023 heeft USZV aan La Palapa naheffingsaanslagen Ziekteverzekering en Ongevallenverzekering opgelegd over de jaren 2017 tot en met 2021.
Bij beschikkingen van 22 augustus 2024 heeft USZV de daartegen door La Palapa gemaakte bezwaren gegrond verklaard en de naheffingsaanslagen over de betreffende jaren verminderd (hierna: de bestreden beschikkingen).
Bij uitspraak van 22 december 2025 heeft het Gerecht het daartegen door La Palapa ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beschikkingen vernietigd en USZV opgedragen om binnen acht weken na zijn uitspraak opnieuw op de bezwaren te beslissen.
Tegen deze uitspraak heeft La Palapa, vertegenwoordigd door K.A. Luckert, directeur, hoger beroepen ingesteld.
Het Hof heeft een behandeling op een zitting achterwege gelaten met toepassing van artikel 79, eerste en vierde lid, van de Lar.
Overwegingen
Relevante feiten en omstandigheden
Beslissing
De voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
verklaart de hoger beroepen kennelijk niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2026.
Partijen worden conform artikel 79, tweede lid, van de Lar, in verbinding met artikel 80, eerste lid, van de Lar, er op gewezen dat zij binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak daartegen schriftelijk verzet kunnen doen bij het Hof.