ECLI:NL:OGHACMB:2026:53

ECLI:NL:OGHACMB:2026:53

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 18-03-2026
Datum publicatie 23-03-2026
Zaaknummer SXM2023H00180
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Sint Maarten. Verzet griffierecht ex art. 36 Ltbz. Meerdere vorderingen tegen verschillende gedaagden. Verzoeker gaat in appel. Direct geldelijk belang te waarderen op basis van de tegen hem toegewezen vordering.

Uitspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

B E S C H I K K I N G op een verzoek ex art. 36 Ltbz (verzet tegen griffierecht)

in de zaak van:

[VERZOEKER],

wonend te Sint Maarten,

verzoeker,

hierna te noemen: [Verzoeker],

gemachtigde: mr. J.G. Snow,

tegen

DE GRIFFIER VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA,

verweerder,

hierna: de griffier.

1. Het verloop van de procedure

Bij akte van appel van 17 augustus 2023 is [Verzoeker] in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van 17 mei 2022 (SXM201900009) van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het bestreden vonnis), in een zaak tussen hem als één van negen gedaagden en [de Vereffenaar] als eiser (hierna: [de Vereffenaar]), in diens hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschappen van [namen erflaters] (hierna: de nalatenschappen).

Bij indiening van de memorie van grieven op 28 september 2023 heeft de griffier aan de gemachtigde van [Verzoeker] voor het hoger beroep een griffierecht in rekening gebracht van NAf 15.000,-.

Op 28 september 2023 heeft mr. Snow namens [Verzoeker] tijdig een verzetschrift ex art. 36 Landsbesluit tarieven in burgerlijke zaken (hierna: Ltbz) ingediend en namens [Verzoeker] bezwaar gemaakt tegen de hoogte van het griffierecht.

De griffier heeft geen verweerschrift ingediend.

Op 16 december 2025 heeft de mondelinge behandeling van dit verzet plaatsgevonden in het gerechtsgebouw in Curaçao, waarbij de zoon van [Verzoeker], bijgestaan door diens gemachtigde, via videoverbinding is verschenen. De gemachtigde heeft het woord gevoerd aan de hand van een nadien aan het Hof ge-e-mailde pleitnota. De Griffier is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Beschikking is nader bepaald op heden.

2. De beoordeling van het verzet

Het gaat in deze zaak om de bepaling van het “direct geldelijk belang” in de zin van art. 20 lid 3 Ltbz.

[Verzoeker] heeft zijn bezwaar tegen de hoogte van het geheven griffierecht als volgt toegelicht. Bij het bepalen van de hoogte van het griffierecht in hoger beroep heeft de griffier de waarde van alle vorderingen die [de Vereffenaar] heeft ingesteld tegen de negen gedaagden bij elkaar opgeteld en aan de hand daarvan het bijbehorende griffierecht geheven. Volgens [Verzoeker] dient er echter gekeken te worden naar het gedeelte van de vordering dat hem treft, zodat de vorderingen tegen de overige gedaagden bij de berekening van het griffierecht niet mochten worden meegeteld.

Het Hof is van oordeel dat het verzet gegrond is en overweegt daartoe als volgt.

De vorderingen van [de Vereffenaar] tegen de negen gedaagden hadden – kort gezegd – ten doel om verscheidene percelen die onrechtmatig aan de nalatenschap waren onttrokken, onder meer door de rechtsvoorganger(s) van [Verzoeker], daar weer in terug te brengen, althans de waarde van die percelen te vergoeden aan de nalatenschap.

In hoger beroep moet zelfstandig worden beoordeeld wat de hoogte van het griffierecht moet zijn (zie art. 121a Procesreglement 2023 en vgl. Gemeenschappelijk Hof 17 maart 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:41).

De keuze van [de Vereffenaar] om verschillende rechtsvorderingen tegen verschillende gedaagden in één procedure aan de rechter voor te leggen, betekent in geval van hoger beroep van één van de gedaagden niet dat – voor het bepalen van het voor die gedaagde als appellant geldende griffierecht – de tegen deze alle gedaagden ingestelde vorderingen mogen worden opgeteld. Het hoger beroep stelt immers alleen de toewijzing van de vordering tegen die ene gedaagde aan de orde.

Uit rechtsoverwegingen 3.1.13 en 3.1.14 van het bestreden vonnis blijkt dat de waarde van de twee percelen waarop de vordering tegen [Verzoeker] betrekking heeft, moet worden geschat op USD 48.123,45 per perceel. Aldus moet het direct geldelijk belang worden gewaardeerd op een bedrag van USD 96.246,90 (2 x USD 48.123,45). Ingevolge artikel 20 lid 2 sub f juncto artikel 20 lid 7 van het Landsbesluit tarieven in burgerlijke zaken luidt de berekening van het verschuldigde griffierecht als volgt. USD 96.246,90 x 1% = USD 962,47. Tweemaal USD 962,47 = USD 1.924,94, hetgeen overeenkomt met Cg 3.464,89 (1924,94 x 1,8). Ingevolge art. 20 lid 6 Lbtz wordt dit afgerond op Cg 3.460,-. [Verzoeker] maakt dus terecht aanspraak op terugbetaling van Cg 11.540,- aan te veel betaald griffierecht (Cg 15.000 minus Cg 3.460).

B E S L I S S I N G

Het Hof:

- verklaart het verzet gegrond;

- draagt de griffier op Cg 11.540,- aan [Verzoeker] te restitueren.

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M. van der Bunt, G.C.C. Lewin en E.W.A. Vonk, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 18 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?