CUR2026H00021
Datum uitspraak: 15 april 2026
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, na vereenvoudigde behandeling (artikel 79, eerste en vierde lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak, hierna: Lar), op het hoger beroep van:
[naam appellante],
appellante,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 10 december 2025 in zaak nr. CUR202501494, in het geding tussen:
appellante
en
de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de SVB)
Procesverloop
Bij ongedateerde beschikking, door appellante ontvangen in de week van 7 april 2025, heeft de SVB bepaald dat appellante geen recht heeft op tegemoetkomingen op grond van de Landsverordening Ongevallenverzekering.
Bij uitspraak van 10 december 2025 heeft het Gerecht het daartegen door appellante ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beschikking vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven.
Tegen deze uitspraak heeft appellante hoger beroep ingesteld.
Het Hof heeft een behandeling op een zitting achterwege gelaten met toepassing van artikel 79, eerste en vierde lid, van de Lar.
Overwegingen
Beslissing
De voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026.
Partijen worden conform artikel 79, tweede lid, van de Lar, in verbinding met artikel 80, eerste lid, van de Lar, er op gewezen dat zij binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak daartegen schriftelijk verzet kunnen doen bij het Hof.