ECLI:NL:OGHACMB:2026:73

ECLI:NL:OGHACMB:2026:73

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 22-04-2026
Zaaknummer CUR2023H00090
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Burengeschil; geluidshinder fitnesscentrum; openingen in scheidingsmuur moeten gesloten worden/blijven

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026

Registratienummers: CUR202102472 – CUR2023H00090

Uitspraak: 21 april 2026

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

MELBER HOLDING N.V.,

gevestigd in Curaçao,

in eerste aanleg eiseres in conventie, gedaagde in reconventie,

thans appellante,

vertegenwoordigd door haar directeur [PERSOONSNAAM 1](voorheen gemachtigde mr. M.M. Bloem),

tegen

[BUURVROUW],

wonend in Curaçao,

in eerste aanleg gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. D.M. Wildeman

Partijen worden hierna Melber en [BUURVROUW] genoemd.

1. Het verdere verloop van de procedure

Het Hof verwijst naar zijn tussenvonnis van 27 januari 2026 (het laatste tussenvonnis) waarbij (opnieuw) een plaatsopneming/bezichtiging is bepaald. Deze heeft plaatsgevonden op 2 maart 2026. Het daarvan opgemaakte proces-verbaal bevindt zich bij de stukken.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. De verdere beoordeling

In het laatste tussenvonnis heeft het Hof, voor zover thans nog van belang, het volgende overwogen:

‘2.9 BUURVROUW stelt, althans zo begrijpt het Hof haar stellingen, dat met het plaatsen van het plexiglas niet afdoende is voldaan aan de veroordeling in het vonnis en dat zij nog steeds geluidsoverlast van het fitnesscentrum ondervindt. Zij vordert in hoger beroep bevestiging van het bestreden vonnis, waarin Melber is veroordeeld de muuropeningen te sluiten en gesloten te houden. Anders dan BUURVROUW kennelijk meent, betekent dat niet per definitie dat de muuropeningen volledig moeten worden dichtgemetseld, omdat alleen in die situatie BUURVROUW niet of nauwelijks geluidsoverlast ondervindt. Alleen als blijkt dat het plexiglas niet afdoende is en de geluidsoverlast nog steeds op een dusdanig niveau is dat dat jegens BUURVROUW onrechtmatige hinder oplevert, zal Melber de muuropeningen op een andere manier moeten afsluiten en gesloten moeten houden.

Het Hof benadrukt dat niet elke vorm van geluid onrechtmatige hinder oplevert. Als buren heeft men enige overlast van elkaar te dulden. Bij de beoordeling of de hinder onrechtmatig is, spelen alle omstandigheden van het geval mee. In dat verband acht het Hof van belang dat het fitnesscentrum is geopend vanaf 5.00 uur ’s ochtends tot 21.00 uur ’s avonds. De drukste tijden in de sportschool zijn volgens Melber tussen 17.00 en 20.00 uur. Op alle doordeweekse dagen worden van 9.00 tot 10.00 uur en van 17.00 uur tot 18.00 spinninglessen gegeven in de middenzaal, een open ruimte naast de ruimte waar de loopbanden staan. De loopbanden staan dicht naast elkaar opgesteld tegen de scheidingsmuur, direct onder de openingen in de muur en met de voorkant ervan gericht naar de muur.

Wat voor het Hof zwaar weegt is dat het geluid waarover BUURVROUW klaagt de hele dag door (met pieken en dalen) aanwezig is, en niet is beperkt tot het geluid van muziek maar ook het geluid van de aanwezigheid van (sportende) mensen, die elkaar aanmoedigen, met elkaar praten, schreeuwen en lachen.

Tijdens de bezichtiging ter plaatse heeft het Hof niet kunnen waarnemen of (nog steeds) sprake is van geluidsoverlast dan wel of met de plaatsing van het plexiglas het geluid tot een dusdanig niveau is teruggebracht dat geen sprake meer is van onrechtmatige hinden. Ten tijde van de bezichtiging ter plaatse (14.00 uur) was het rustig in het fitnesscentrum, er was op dat moment slechts een enkeling aan het sporten en er waren geen spinninglessen bezig. Het Hof zal daarom opnieuw een bezichtiging ter plaatse bepalen, op een tijdstip waarop het druk(ker) is in het fitnesscentrum, meer mensen aan het sporten zijn en een spinningles bezig is.

Het Hof merkt daarbij op dat wanneer zal blijken dat de situatie tijdens de bezichtiging ter plaatse niet representatief moet worden geacht voor een gemiddelde middag/avond in het fitnesscentrum, het daaruit de gevolgtrekking zal maken die het geraden acht.’

Tijdens de laatste bezichtiging ter plaatse heeft het Hof in de tuin van BUURVROUW die direct grenst aan de muur van het fitnesscentrum geluiden afkomstig uit het fitnesscentrum waargenomen. Het was toen 17.00 uur en relatief rustig in het fitnesscentrum, volgens partijen in verband met de kuaresma-periode. Het Hof heeft op dezelfde plek opnieuw geluisterd toen de spinning les was begonnen (17.15 uur) en ook toen waren geluiden uit het naastgelegen fitnesscentrum te horen. Het Hof heeft ook de situatie in het fitnesscentrum bekeken en geconstateerd dat van de negen loopbanden twee waren bezet; van de in totaal twaalf spinningfietsen waren er aanvankelijk twee en uiteindelijk vier bezet naast die van de docent. De geluiden die het Hof tijdens de spinningles in de tuin van BUURVROUW heeft waargenomen waren op een dusdanig niveau dat van onrechtmatige hinder niet kan worden gesproken. BUURVROUW heeft dat erkend; volgens haar zijn de activiteiten naar de andere kant van het fitnesscentrum verplaatst, want er is de laatste tijd veel minder geluid waar te nemen. Zij heeft verklaard dat voor haar is de situatie zoals die nu is, draaglijk is. Het Hof begrijpt hieruit dat BUURVROUW haar stelling dat afsluiting van de muuropeningen met het plexiglas niet afdoende is (laatste tussenvonnis r.ov. 2.9), niet handhaaft en zich kan vinden in de situatie zoals die nu is.

Dat geldt niet voor Melber. Zij blijft bij haar standpunt dat de muuropeningen vrij moeten worden gemaakt omdat zij behalve voldoende licht ook voldoende ventilatie wil hebben in het fitnesscentrum. Dat de geluidoverlast nog steeds draaglijk is wanneer het plexiglas wordt verwijderd, acht het Hof niet aannemelijk. Daarbij weegt het Hof mee dat de muur die Melber heeft opgehoogd en waarin zij de openingen heeft aangebracht, de scheidingsmuur is tussen de percelen en (dus) op de erfafscheiding staat. De rechter die in eerste aanleg de situatie ter plaatse heeft opgenomen terwijl de muuropeningen nog volledig open waren – dus zonder het plexiglas ervoor - heeft geconstateerd dat de geluiden uit de sportschool heel goed hoorbaar zijn, zodanig dat het het niveau dat BUURVROUW heeft te dulden overstijgt en tot onrechtmatige hinder leidt. Daarbij gaat het, zoals het Hof ook nu in het fitnesscentrum heeft kunnen vaststellen, niet alleen om geluid van muziek maar ook om geluiden van de aanwezigheid van (sportende) mensen, die elkaar aanmoedigen, met elkaar praten, schreeuwen en lachen. Het Hof heeft in het tussenvonnis al overwogen dat zwaar weegt dat het geluid waarover BUURVROUW klaagt de hele dag door (met pieken en dalen) aanwezig is, en niet is beperkt tot het geluid van muziek. Daar komt nog bij dat op het moment dat het Hof de tweede keer ter plaatse was, het in het fitnesscentrum nog steeds relatief rustig was: van de negen loopbanden waren er slechts twee bezet en van de twaalf spinningfietsen waren er op het drukste moment vier bezet. Zelfs bij deze relatief rustige situatie waren de geluiden hoorbaar in de tuin van BUURVROUW. Voldoende aannemelijk is dan ook dat bij het volledig openen van de muuropeningen de geluidsoverlast toeneemt tot een niveau dat BUURVROUW niet hoeft te dulden. Het Hof overweegt nog dat het belang dat Melber stelt te hebben bij ventilatie in het fitnesscentrum - een op zichzelf te begrijpen belang - ook op een andere manier bereikt kan worden, bijvoorbeeld door het plaatsen van airco’s in het fitnesscentrum.

Slotsom

Het Hof komt alles overwegende tot de conclusie dat het hoger beroep van Melber tegen de beslissing in reconventie niet slaagt. Dat betekent dat Melber de muuropeningen zal moeten dichthouden. Geconstateerd is dat het plexiglas thans voldoende is om de geluiden van het fitnesscentrum tegen te houden zodanig dat geen sprake is van onrechtmatige hinder. Het bestreden vonnis zal worden bevestigd. Melber zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep van BUURVROUW. Voor een veroordeling in de werkelijke proceskosten, zoals BUURVROUW vordert, ziet het Hof geen aanknopingspunten. Van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen is naar het oordeel van het Hof geen sprake.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

bevestigt het vonnis waarvan beroep,

veroordeelt Melber in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van BUURVROUW begroot op Cg 481,48 aan betekeningskosten en op Cg 6.000 voor salaris van de gemachtigde,

verklaart dit vonnis voor zover het de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mrs. C.J.H.G. Bronzwaer, E.A. Saleh en E.M. van der Bunt, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting uitgesproken op 21 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?