ECLI:NL:OGHACMB:2026:78

ECLI:NL:OGHACMB:2026:78

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 30-04-2026
Zaaknummer CUR2025H00120
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Curaçao. Interne bestuurdersaansprakelijkheid. Boten in de pleziervaart. Onttrekkingen. Belastingschulden.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026

Zaaknummers: CUR202402154 – CUR2025H00120

Uitspraak: 21 april 2026

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in de zaak van:

[APPELLANT],

wonende in Curaçao,

in eerste aanleg gedaagde, thans appellant,

gemachtigden: mrs. A.C. van Hoof en S.M.A. Gonzales,

tegen

de besloten vennootschap

IMIX B.V.,

gevestigd in Curaçao,

in eerste aanleg eiseres, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. U. van Bemmelen.

Partijen worden hierna [appellant] en Imix genoemd.

1. De zaak in het kort

In dit geding stelt een vennootschap vorderingen tot schadevergoeding in tegen een voormalige bestuurder. Het Gerecht heeft de vorderingen vrijwel geheel toegewezen wegens onvoldoende betwisting.

In dit hoger beroep wijst het Hof een tussenvonnis, waarbij het aanstuurt op een deskundigenbenoeming.

2. Het verloop van de procedure

Bij op 6 mei 2025 ingekomen akte van appel is [appellant] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 31 maart 2025 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht).

Bij op 17 juni 2025 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft [appellant] bezwaren tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof het in deze zaak gewezen tussenvonnis van 13 januari 2025 en het eindvonnis van 31 maart 2025 zal vernietigen en de vorderingen van Imix alsnog zal afwijzen, met veroordeling van Imix in de proceskosten in beide instanties.

Bij op 7 augustus 2025 ingekomen memorie van antwoord, met producties, heeft Imix het hoger beroep bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof de bestreden vonnissen zal bevestigen, met veroordeling van [appellant], uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten.

Op 10 maart 2026 heeft mondeling pleidooi plaatsgehad. [appellant] is verschenen met zijn gemachtigden. Aan de zijde van Imix is bestuurder [betrokkene] verschenen en de gemachtigde. Aan beide zijden is gebruik gemaakt van pleitnotities, waarvan exemplaren zijn overgelegd. Van de zijde van [appellant] zijn tevoren producties 36-42 toegezonden, van de zijde van Imix productie 9. De zaak is aangehouden om partijen de gelegenheid te bieden te onderzoeken of zij tot een minnelijke regeling kunnen komen.

Bij akte van 24 maart 2026 heeft Imix bericht dat partijen niet tot een minnelijke regeling zijn gekomen en vonnis gevraagd.

Vonnis is bepaald op vandaag.

3. De beoordeling

Feiten

Het Hof gaat uit van de volgende feiten.

Op 21 november 2018 is Imix opgericht. Imix houdt zich bezig met de handel in producten van de merken Mercury (onder meer buitenboordmotoren) en Boston Whaler (motorboten) en met onderhoud aan boten in de pleziervaart.

Van de honderd geplaatste aandelen in Imix werden er negentig geplaatst bij [betrokkene] (hierna: [betrokkene]) en tien bij [appellant]. [appellant] werd de enige statutair bestuurder van Imix.

Op 31 augustus 2023 heeft de algemene vergadering van aandeelhouders van Imix besloten om naast [appellant] ook [betrokkene] te benoemen tot bestuurder van Imix.

Op 30 november 2023 heeft de algemene vergadering van aandeelhouders van Imix besloten dat [appellant] met ingang van 1 december 2023 aftreedt als bestuurder van Imix en dat hij zijn aandelenbelang in Imix zal overdragen aan [betrokkene]. Dit is ook gebeurd.

In opdracht van Imix heeft [deskundige 1] (hierna: [deskundige 1]), verbonden aan Forensic Services Caribbean N.V. (hierna: FSC), onderzoek gedaan naar good governance en mogelijke onregelmatigheden bij Imix. Dit heeft geleid tot een rapport van 28 april 2024. De samenvattende bevindingen van dit rapport zijn als volgt (p. 14 van het rapport):

Uit het onderzoek blijkt dat er verschillende onregelmatigheden en onrechtmatigheden hebben plaatsgevonden binnen de financiële administratie en bedrijfsvoering van Imix, een opzettelijke daad is gepleegd waarbij bedrog werd gebruikt om een onrechtmatig voordeel te verkrijgen.

Deze omvatten onder meer onjuiste of verwijderde facturatie, onjuiste prijsstellingen, niet-verantwoorde kosten, inconsistente boekingen van contante betalingen en vermoedelijk privé-gebruik van bedrijfsmiddelen.

(…)

Intern kan [appellant], als voormalige directeur en bestuurder van Imix, verantwoordelijk worden gehouden voor het niet naleven van zijn verplichtingen en mogelijk het manipuleren van de financiële gegevens. Kennelijk is een waargenomen kans gezien door de onzichtige administratie en er was sprake van rationalisatie.

(…)

De financiële omvang van de geconstateerde onregelmatigheden is significant. Na de bepaling wat als privé moet worden aangemerkt en wat als zakelijk kan een definitief eindbedrag worden bepaald. Vooralsnog zijn in deze rapportage, door het gebrek aan deugdelijke administratie veel kosten als privé aangemerkt. Er is sprake van een openstaande schuld van ANG 603.501 aan belastingen, opgebouwd tussen 2020 en 2023. Daarnaast zijn er diverse andere kostenposten, zoals dubieuze boekingen en vermoedelijke privé-uitgaven, die de totale financiële input bepalen. Exacte bedragen zijn echter moeilijk vast te stellen vanwege de onnauwkeurigheid van de administratie.

In opdracht van Imix heeft [deskundige 2] (hierna: [deskundige 2]), verbonden aan ACC & Partners B.V., lid Crowe Global (hierna: Crowe) werkzaamheden verricht met betrekking tot de financiële administratie van Imix in 2019-2023. Dit heeft geleid tot een rapport van 1 mei 2024. Op p. 7 van dit rapport staat onder meer:

Verder staat daar onder meer:

Bovenstaand bedrag ad ANG 915.807 is een gedeelte van de niet zakelijke transacties van de toenmalige directeur, daar, zoals hiervoor vermeld, de cash bedragen die eventueel via kas zijn opgenomen niet kunnen worden gekwantificeerd en daarom niet zijn meegenomen in deze telling.

Het saldo van de rekening courant [appellant] in Quick Books, bedraagt ANG 54.764,46. (…)

(…)

Belastingen:

Uit een ontvangen debiteurenlijst van de Ontvanger (…) blijkt dat er sprake is van een uitstaande schuld aan de Ontvanger voor een bedrag van ANG.603.501, opgebouwd over de jaren 2020 t/m 2023. De bedragen hebben betrekking op aangiftes loonbelastingen, omzetbelasting, winstbelasting en cessantia, die niet zijn gedaan of te laat ingediend en/of op niet betaalde aanslagen en door de Inspectie der Belasting opgelegde boetes. Wij hebben niet kunnen beschikken over documenten waaruit zou blijken dat bezwaar is aangetekend tegen (een deel van) deze aanslagen.

Wel is het evident dat de voormalige directeur richting de Inspectie der Belastingen en de Ontvanger heeft nagelaten zijn verplichtingen als bestuurder van Imix B.V. naar behoren uit te voeren. Zeker indien rekening wordt gehouden met het feit Imix B.V. voldoende geldstromen genereerde die bij een adequaat gebruik hiervan konden dienen om de belastingverplichtingen na te komen.

In opdracht van [appellant] heeft [deskundige 3] (hierna: [deskundige 3]), verbonden aan Beacon Financial Services B.V. (hierna: Beacon) een financiële analyse uitgevoerd en in een rapport van 9 mei 2025 een interpretatie en beoordeling gegeven van de wijze waarop de bedrijfsvoering bij Imix heeft plaatsgevonden vanaf datum oprichting tot en met medio 2023. Hierin staat onder meer (p. 21-22):

Crowe heeft zoals geconstateerd een financiële analyse gemaakt waarvan de uitkomst heel duidelijk is gestuurd door de wensen van haar opdrachtgever (…). Feit blijft dat het rapport van Crowe geen steekhoudende argumenten aanhaalt die de claim aan het adres van dhr. [appellant] ondersteunen.

Het is dan ook Forensic Services die alle conclusies uit dit rapport blind overneemt en daar met wat andere bewoordingen tot dezelfde claim komen. (…) De stellingen van zowel Crowe als Forensic Services betreffen weliswaar een aantal transacties die als privé aangemerkt kunnen worden, maar deze zijn ook alle als zodanig in de boekhouding op de rekening-courant met dhr. [appellant] geboekt. Het uitgangspunt dat dhr. [appellant] een keer geld heeft gepind t.b.v. privé-uitgaven maakt het niet valide om te concluderen dat daarmee alle transacties privé waren, hetgeen zowel Crowe als Forensic Services beide verklaren.

Uit de financiële analyse blijkt dat na verrekening van schulden over en weer er een schuld van Imix van ANG 481,- aan dhr. [appellant] betaald zou moeten worden.

Vorderingen en beslissingen van het Gerecht

In deze rechtszaak heeft Imix gevorderd, verkort weergegeven:

a. verklaring voor recht dat [appellant] zijn taak als bestuurder van Imix kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld of onrechtmatig heeft gehandeld, dat hem een ernstig verwijt is te maken en dat hij aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade van Imix;

b. betaling van NAf 915.807 (privé-transacties), met wettelijke rente;

c. betaling van NAf 603.501 (belastingschulden), met wettelijke rente;

d. schadevergoeding, op te maken bij staat;

e. bevel tot afgifte van e-mails en accounts;

f. bevel tot afgifte van een trailer;

g. bevel tot verwijdering van zaken van het bedrijfsterrein;

h. op straffe van dwangsommen;

i. betaling van NAf 27.398 en nog een bedrag (buitengerechtelijke kosten).

[appellant] heeft bij het Gerecht een bevel aan Imix gevorderd om bescheiden en gegevens in het geding te brengen. Bij het bestreden tussenvonnis heeft het Gerecht deze vordering afgewezen.

Bij het bestreden eindvonnis heeft het Gerecht de vorderingen van Imix vrijwel geheel toegewezen. Hiertoe heeft het Gerecht overwogen dat [appellant] de stellingen van Imix onvoldoende gemotiveerd heeft betwist.

Beoordeling door het Hof

Beoordelingsmaatstaf

Een bestuurder die zijn taak als bestuurder niet behoorlijk vervult, is daarvoor jegens de rechtspersoon aansprakelijk als hem daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt (vaste rechtspraak, onder meer HR 26 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:681, rov. 3.2). Alle verwijten die Imix aan [appellant] maakt, betreffen zijn taakvervulling als bestuurder. Daarom maakt het geen verschil of art. 2:14 BW of art. 6:162 BW wordt toegepast bij de beoordeling van de vorderingen van Imix. Bij de beoordeling van de vraag of aan [appellant] ernstige verwijten kunnen worden gemaakt, moeten de verschillende gestelde gedragingen van [appellant] worden onderscheiden. Een verklaring voor recht dat [appellant] zijn taak als bestuurder niet behoorlijk (of zelfs kennelijk onbehoorlijk) heeft vervuld, dat hem daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt en dat hij aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade, is onvoldoende bepaald, omdat de daaraan ten grondslag gelegde feitelijke gedragingen in het geheel niet in de verklaring voor recht zijn gespecificeerd.

Of aan [appellant] een ernstig verwijt kan worden gemaakt van zijn te onderscheiden gedragingen bij zijn taakvervulling als bestuurder, dient telkens te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Indien [betrokkene] een ervaren ondernemer is en [appellant] onervaren is en [appellant] zijn taak als bestuurder onder de financiële supervisie van [betrokkene] heeft moeten uitvoeren (zoals [deskundige 3] op p. 22 van zijn rapport schrijft), kan dat dus van belang zijn. Indien [betrokkene] zich lange tijd niet veel heeft bemoeid met de gang van zaken bij Imix, zoals Imix onder 1.7 van het inleidend verzoekschrift heeft gesteld, kan dat ook van belang zijn.

De enkele omstandigheid dat [appellant] als bestuurder van Imix niet heeft voldaan aan de verplichtingen van art. 2:15 BW, maakt hem niet aansprakelijk jegens Imix, nog afgezien van de vraag welke schade Imix als gevolg van die omstandigheid heeft geleden. Die omstandigheid kan wel meewegen bij de beoordeling van de vraag of aan [appellant] een ernstig verwijt kan worden gemaakt ter zake van andere gedragingen. Art. 2:16 BW is niet van toepassing, omdat Imix niet in staat van faillissement verklaard is.

Onttrekkingen

Imix heeft gesteld dat [appellant] zich schuldig heeft gemaakt aan onttrekkingen tot een totaalbedrag van NAf 915.807. Anders geformuleerd: dat [appellant] heeft bewerkstelligd dat Imix tot dat bedrag betalingen heeft verricht die alle van dien

aard zijn dat hiervan steeds een ernstig verwijt aan [appellant] kan worden gemaakt. Voor het grootste gedeelte betreft het volgens Imix privé-uitgaven die [appellant] ten onrechte ten laste van Imix heeft gebracht.

Enerzijds heeft [appellant] onvoldoende betwist dat onttrekkingen voor privé-uitgaven hebben plaatsgehad, anderzijds heeft hij voldoende gemotiveerd betwist dat deze in totaal NAf 915.807 belopen. Het Hof acht een onderzoek door een door het Hof te benoemen onafhankelijke deskundige noodzakelijk, ofwel een accountant, ofwel een boekhouder. Deze zal met [appellant] de verschillende boekingen dienen na te lopen (wellicht aan de hand van steekproeven of een andere methode die het onderzoek doenlijk maakt) en mede aan de hand van hetgeen [appellant] daarover verklaart, dienen te onderzoeken in hoeverre aannemelijk is dat met betrekking tot de betalingen een ernstig verwijt aan [appellant] valt te maken (hetzij als privé-uitgaven, hetzij uit anderen hoofde). Hierbij dient de deskundige ook te onderzoeken in hoeverre [appellant] plausibele verklaringen heeft voor leemtes en onduidelijkheden in de administratie. Het uiteindelijke oordeel hierover is aan het Hof, maar om dat oordeel te kunnen vormen, heeft het Hof die deskundige voorlichting nodig.

Belastingschuld

De enkele omstandigheid dat er aanzienlijke belastingschulden waren ten tijde van het ontslag van [appellant] brengt op zichzelf nog niet mee dat hiervan een ernstig verwijt valt te maken aan [appellant]. Imix heeft vooralsnog onvoldoende daarvoor aangevoerd. Ook heeft zij vooralsnog onvoldoende aangevoerd voor de conclusie dat daardoor schade is ontstaan. Bij conclusie na deskundigenbericht zal Imix zich daarover nader dienen uit te laten. Daarbij zal zij ook dienen te vermelden wat dan de stand van zaken is met betrekking tot de belastingschulden die ontstaan zijn in de periode dat [appellant] bestuurder was.

Nieuwe verwijten

In de schadestaatprocedure is de vaststelling van de inhoud en de omvang van de in de hoofdprocedure vastgestelde verplichting tot schadevergoeding aan de orde. De grondslag van die verplichting dient bij uitsluiting in de hoofdprocedure te worden vastgesteld (HR 16 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1674). Daarom kan schade die door een bepaalde gedraging van [appellant] is veroorzaakt, niet aan de orde worden gesteld in de schadestaatprocedure zonder dat in de hoofdzaak is beoordeeld of aan [appellant] een ernstig verwijt kan worden gemaakt van de desbetreffende gedraging.

De gedragingen van [appellant] die Imix voor het eerst bij memorie van antwoord of voor het eerst bij het pleidooi in hoger beroep aan [appellant] heeft verweten, hebben niet geleid tot een eiswijziging. Dit betreft in elk geval douanefraude en betaling van steekpenningen aan de medewerkster van een douane-agent. Die gedragingen kunnen ook niet geacht worden mede de feitelijke grondslag te vormen van de eis zoals Imix die bij inleidend verzoekschrift heeft ingesteld. Op grond van de eisen van een goede procesorde en mede gelet op de proceseconomie, laat het Hof de nieuw gestelde gedragingen en nieuwe verwijten buiten beschouwing. Imix kan gedragingen die in deze procedure buiten beschouwing worden gelaten, in een nieuwe procedure aan de orde stellen.

Het Hof laat het aan de te benoemen deskundige over om te bepalen in hoeverre de nadere rapporten van de partijdeskundigen (Crowe op 17 juli 2025, FSC op 29 juli 2025) betrokken dienen te worden in het onderzoek als hiervoor onder 3.9 omschreven.

Het Hof laat het ook aan de deskundige over om te bepalen welke informatie de deskundige van partijen nodig heeft om zinvol onderzoek te kunnen doen. Vooralsnog zal het Hof dus geen bevelen aan partijen geven om nadere informatie te verstrekken. Als een partij onvoldoende meewerkt aan het deskundigenonderzoek, kunnen de deskundige en het Hof daaraan de gevolgen verbinden die geraden voorkomen.

Het Hof zal partijen in de gelegenheid stellen zich bij gelijktijdige akten uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige en de te stellen vragen. Het voorschot voor de deskundige zal door Imix moeten worden betaald. Partijen wordt verzocht naar eenstemmigheid te streven, in elk geval wat de persoon van de deskundige betreft. Het Hof zal ook gelegenheid bieden voor gelijktijdige antwoordakten.

Imix wordt verzocht zich in haar akte ook uit te laten over de vraag of nog belang bestaat bij de vorderingen e tot en met i.

Voor het overige houdt het Hof ieder oordeel aan.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

verwijst de zaak naar de rol van 2 juni 2026 voor gelijktijdige akten, waarna gelegenheid zal worden geboden voor gelijktijdige antwoordakten (zie 3.15 en 3.16 hiervoor);

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, C.G. ter Veer en P.J. Duinkerken, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 21 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand