ECLI:NL:OGHACMB:2026:89

ECLI:NL:OGHACMB:2026:89

Instantie Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 19-05-2026
Zaaknummer SXM2025H00108/00110
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Sint Maarten. Internationaalrechtelijke familiezaak. SXM-rechter onbevoegd. Gewone verblijfplaats kind bepalend.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2026

Uitspraak: 13 mei 2026

Zaaknr: SXM202400843/00844 – SXM2025H00108/00110

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Beschikking in de zaak van:

[APPELLANT],

wonend in Sint Maarten,

in eerste aanleg verzoeker, thans appellant,

hierna te noemen: de vader,

gemachtigde: mr. S.R. Bommel,

-tegen-

[GEÏNTIMEERDE],

wonend in Rockville, Maryland, Verenigde Staten van Amerika,

in eerste aanleg verweerster, thans geïntimeerde,

hierna te noemen: de moeder,

gemachtigde: mr. C.H.M. Fiévez.

1. Het verloop van de procedure

Verwezen wordt naar de op 10 november 2025 tussen partijen uitgesproken beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht). De inhoud van die beschikking geldt als hier ingevoegd.

De vader heeft op 22 december 2025 een daartegen gericht beroepschrift ingediend.

De moeder heeft op 12 maart 2026 een verweerschrift ingediend.

Op 17 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden in het courthouse in Sint Maarten. Aldaar is de vader verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De moeder bevond zich in de Verenigde Staten van Amerika (hierna ook: de VS) en is verschenen via een videoverbinding, bijgestaan door haar gemachtigde die zich bij het Hof in het courthouse bevond. Bij die gelegenheid hebben partijen hun standpunten nader toegelicht en zijn vragen van het Hof beantwoord.

Uitspraak is bepaald op heden.

2. De feiten

Het Hof gaat uit van de volgende feiten.

Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Zij zijn de ouders van [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum minderjarige] in [geboorteplaats minderjarige], Verenigde Staten van Amerika (hierna: de minderjarige). De minderjarige is door de vader erkend. De moeder is van rechtswege belast met het gezag over de minderjarige.

Partijen woonden samen in Sint Maarten. De minderjarige heeft, vanaf betrekkelijk kort na zijn geboorte (in de VS), samen met zijn ouders in Sint Maarten gewoond. In juni 2024 is de moeder met de minderjarige naar de VS afgereisd, volgens de vader voor een vakantie, volgens de moeder ook ter oriëntatie op een eventuele gezinsverhuizing. De minderjarige gaat sinds schooljaar 2024/2025 naar school in Rockville, Maryland, VS.

Tijdens de zomer-schoolvakantie van 2025 is de moeder samen met de minderjarige naar Sint Maarten gereisd, volgens haar om de vader gelegenheid tot omgang te bieden en voor vakantie.

Bij vonnis in kort geding van 11 augustus 2025 (SXM202500830) heeft het Gerecht de vordering van de vader afgewezen om aan de moeder een verbod op te leggen om met de minderjarige naar de VS terug te reizen (letterlijk: Sint Maarten te verlaten).

3. De beslissing van het Gerecht

Bij de bestreden beschikking heeft het Gerecht zich onbevoegd verklaard om van het verzoek kennis te nemen.

Hieraan heeft het Gerecht ten grondslag gelegd – samengevat – dat de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in de VS heeft, omdat het centrum van zijn leven zich daar bevindt; de minderjarige gaat in de VS naar school en heeft aldaar zijn sociale leven opgebouwd. De toestemming van de vader had de moeder voor deze wijziging van de woonplaats van de minderjarige niet nodig omdat zij het eenhoofdig gezag heeft, waardoor geen sprake is van een ongeoorloofde overbrenging. Ook de omstandigheid dat de omgang tussen de vader en de minderjarige hierdoor is bemoeilijkt, is geen reden om anders te oordelen.

4. De beoordeling in hoger beroep

Het Hof verenigt zich met het bevoegdheidsoordeel van het Gerecht, maakt dit tot het zijne en voegt hieraan het volgende toe. Het Gerecht heeft terecht geoordeeld dat voor de vraag naar de bevoegdheid van de Sint Maartense rechter bepalend is waar de minderjarige zijn gewone verblijfplaats heeft.

Het betoog van de man dat uit art. 429 lid 3 Rv volgt dat de inschrijving van de moeder en de minderjarige in het bevolkingsregister van Sint Maarten, die een bepaalde periode na het vertrek naar de VS heeft voortgeduurd, bepalend is, wordt niet gevolgd. Ingevolge genoemde bepaling is de rechter bevoegd van de woonplaats, of bij gebreke van een woonplaats hier te lande, van het werkelijk verblijf van de minderjarige. Weliswaar wordt in beginsel de plaats van inschrijving in het bevolkingsregister als woonplaats aangemerkt, maar daaruit volgt niet dat het werkelijk verblijf pas in aanmerking moet worden genomen nadat een minderjarige is uitgeschreven uit het bevolkingsregister. Anders dan wanneer het gaat om bijvoorbeeld betekening van stukken, prevaleert het werkelijk verblijf van de minderjarige (vgl. ook art. 1:11 lid 1 jo. art. 1:12 BW).

Het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (Den Haag 19 oktober 1996, Trb. 1997, 299) (hierna: Haags kinderbeschermingsverdrag 1996), kan niet worden toegepast. Weliswaar zijn de VS en het Koninkrijk der Nederlanden beide partij bij dit verdrag, maar de VS heeft dit verdrag niet geratificeerd en voor wat betreft Sint Maarten geldt dat het tot op heden geen medegelding heeft c.q. in werking is getreden (zie Trb. 2011, 166).

Het Verdrag betreffende de bevoegdheid der autoriteiten en de toepasselijke wet inzake de bescherming van minderjarigen (Den Haag, 5 oktober 1961, Trb. 1968, 101) (hierna: Haags kinderbeschermingsverdrag 1961) is evenmin toepasselijk, omdat de VS hierbij geen partij is.

Echter blijkt hieruit wel dat de gehanteerde bevoegdheidsgrond aansluit bij in verdragen neergelegde internationaalrechtelijke bevoegdheidsbepalingen. Beide verdragen bepalen namelijk (in art. 1 respectievelijk art. 5 lid 1) dat de rechter bevoegd is waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft.

Verder heeft het Gerecht met juistheid overwogen dat het begrip gewone verblijfplaats een feitelijk begrip is dat wordt ingevuld door de feiten en omstandigheden van het concrete geval. Ook hier geldt dat geen gewicht kan worden toegekend aan de omstandigheid dat de moeder en de minderjarige nog stonden ingeschreven in het bevolkingsregister van Sint Maarten (voor zover de vader dit heeft willen betogen), want dat is onvoldoende verbonden met het daadwerkelijke leven van de minderjarige. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat de vader en de moeder samen een woning in eigendom hebben in Sint Maarten.

Voor wat betreft bedoelde feiten en omstandigheden is in eerste aanleg reeds komen vast te staan dat de minderjarige, naast het feit dat hij in de VS naar school gaat, aldaar duurzaam woont met zijn moeder, sociale contacten heeft, onder andere met familie (van moederszijde), en in de VS tegen ziektekosten is verzekerd en medische zorg ontvangt. De daaruit terecht door het Gerecht getrokken conclusie dat de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in de VS heeft, is in hoger beroep verder versterkt, onder meer met de – door de vader niet betwiste – omstandigheden dat de moeder aldaar werk en inkomen heeft en dat de minderjarige lid is van (sport)clubs.

De slotsom luidt dat het hoger beroep tevergeefs is voorgesteld en dat de bestreden beschikking zal worden bevestigd. Voor een kostenveroordeling is geen aanleiding.

Ten overvloede overweegt het Hof dat dit niet betekent dat de vader per se met lege handen staat. De moeder heeft ter zitting verklaard dat zij positief staat tegenover een omgangsregeling, bestaande uit (video)belcontact en een (vakantie-) omgangsregeling, en dat er reeds een mediation-traject loopt in de VS.

BESLISSING:

Het Hof:

bevestigt de bestreden beschikking.

Aldus gegeven door mrs. E.M. van der Bunt, C.G. ter Veer en C.J.H.G. Bronzwaer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten op 13 mei 2026 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand