ECLI:NL:ORBAACM:2026:12

ECLI:NL:ORBAACM:2026:12

Instantie Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 09-02-2026
Datum publicatie 11-02-2026
Zaaknummer AUA2025H00024 en AUA2025H00087
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Inpassingsbesluit na reorganisatie Dienst Gevangeniswezen Aruba (DGWA). Bevorderingsbesluit. Inpassing in de functie van inrichtingsverpleegkundige, schaal 8. Bevordering naar de rang van hoofdverpleegkundige 1ste klasse, schaal 9. Geen bezwaar meer mogelijk tegen inschaling bij indiensttreding. Bevestiging aangevallen uitspraak.

Uitspraak

Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La)

RAAD VAN BEROEP

Uitspraak

op het hoger beroep van:

[Appellante],

de Gouverneur van Aruba,

Uitspraakdatum: 9 februari 2026

Zaaknummers: AUA2025H00024 en AUA2025H00087

IN AMBTENARENZAKEN

ARUBA

wonend in Aruba,

appellant ([appellante])

gemachtigde: mr. R.P. Lee, advocaat,

tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba (Gerecht) van 30 januari 2025, AUA202302328 en AUA202303188 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Appellante]

en

geïntimeerde (hierna: de gouverneur),

gemachtigde: mr. V.M. Emerencia.

Procesverloop

[Appellante] heeft hoger beroep ingesteld.

De Raad heeft het hoger beroep behandeld op de zitting van 16 december 2025. [Appellante] is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. De gouverneur heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waar gaat de zaak over?

Appellante] werkte sinds 3 juli 2017 bij de Dienst Gevangeniswezen Aruba (DGWA). Bij landsbesluit van 13 juli 2020 is zij met ingang van 1 augustus 2018 in vaste dienst aangesteld in de functie van verpleegkundige, in de rang van verpleegkundige 1ste klasse (schaal 7, dienstjaar 6). Bij landsbesluit van 23 juli 2021 is zij met ingang van 1 augustus 2019 bevorderd naar de rang van hoofdverpleegkundige (schaal 8, dienstjaar 3).

Na goedkeuring op 20 augustus 2019 van het formatierapport DGWA 2019 (formatierapport), is bij besluit van 1 november 2019 (de nieuwe organisatie van) de DGWA ingesteld. Op 18 mei 2021 is het besluit genomen de reorganisatie van DGWA met ingang van 1 januari 2021 te implementeren.

Met het landsbesluit van 17 april 2023 (inpassingsbesluit) is [appellante] met ingang van 1 januari 2021 ingepast in de functie van inrichtingsverpleegkundige (schaal 8, dienstjaar 3).

Appellante] is bij landsbesluit van 14 augustus 2023 (bevorderingsbesluit) met ingang van 1 augustus 2022 bevorderd naar de rang van hoofdverpleegkundige 1ste klasse (schaal 9, dienstjaar 3).

Appellante] heeft tegen het inpassingsbesluit en tegen het bevorderingsbesluit bezwaar gemaakt.

Appellante] is op 30 april 2024 op eigen verzoek uit dienst getreden.

Wat is het oordeel van het Gerecht?

2. Het Gerecht heeft de bezwaren van [appellante] ongegrond verklaard. Daarbij heeft het Gerecht, kort samengevat, het volgende overwogen.

De kern van de bezwaren van [appellante] is dat zij het niet eens is met de inschaling in beide besluiten. Zij had eerder bevorderd moeten worden naar schaal 9 en dus ook naar schaal 10. [Appellante] heeft drie verschillende momenten genoemd waarop zij bevorderd had moeten worden naar schaal 9.

Het Gerecht heeft vastgesteld dat de gouverneur [appellante] in het inpassingsbesluit terecht heeft ingeschaald in schaal 8 en bij het bevorderingsbesluit terecht heeft bevorderd naar schaal 9. Deze besluiten zijn conform de in de Bezoldigingsregeling Aruba 1986 (BRA) neergelegde bevorderingseisen.

Appellante] is het achteraf niet eens met haar inschaling bij indiensttreding. Zij heeft geen bezwaar gemaakt tegen het Landsbesluit van 13 juli 2020 waarin zij is benoemd in de rang van verpleegkundige 1ste klasse (schaal 7). Dat besluit heeft formele rechtskracht en [appellante] kan daartegen niet meer opkomen, ook niet in deze procedures.

De gouverneur heeft terecht geweigerd [appellante] te bevorderen naar schaal 10. Gegeven de bevordering naar schaal 9 per 1 augustus 2022 zou gelet op de anciënniteitseis van vier jaar in schaal 9, zoals die volgt uit het BRA, een bevordering naar schaal 10 op zijn vroegst kunnen plaatsvinden per 1 augustus 2026, als [appellante] nog in dienst van DGWA zou zijn geweest.

Wat heeft [appellante] aangevoerd tegen de uitspraak van het Gerecht?

appellante] is het niet eens met de vaststelling dat zij in deze procedures geen bezwaar zou kunnen maken tegen de inschaling bij haar indiensttreding en beroept zich op eerdere rechtspraak van de Raad gepubliceerd onder nr. ECLI:NL:ORBAACM:2021:25.

Verder beroept [appellante] zich op het gelijkheidsbeginsel. Haar collega [X] is net als zij in het bezit van een HBO-V diploma en is bij de inpassing in de nieuwe formatie wel direct bevorderd naar schaal 9.

Hoe oordeelt de Raad?

Anders dan [appellante] meent kan uit de in 3.1 genoemde uitspraak niet worden opgemaakt dat bij elk besluit tot bevordering ook een oordeel gegeven kan worden over de inschaling bij indiensttreding. In de in 3.1 genoemde uitspraak was de specifieke situatie aan de orde dat tijdens die procedure de gouverneur erkende dat bij indiensttreding een evidente fout was gemaakt in de inschaling. Vervolgens is bezien op welke wijze deze fout kon worden hersteld. In de situatie van [appellante] is geen sprake van een erkenning door de gouverneur van een evidente fout in de inschaling gemaakt bij indiensttreding.

Het Gerecht heeft op goede gronden vastgesteld dat het landsbesluit van 13 juli 2020, waarbij [appellante] in vaste dienst is aangesteld in schaal 7 formele rechtskracht heeft en stelt vast dat dat ook geldt voor het landsbesluit van 23 juli 2021, waarbij [appellante] met ingang van 1 augustus 2021 is bevorderd naar schaal 8. Tegen dit laatste besluit heeft [appellante] ook geen bezwaar gemaakt.

Het beroep van [appellante] op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Collega [X] voldeed, anders dan [appellante], wel aan de anciënniteitseis om met ingang van de datum van inpassing te kunnen worden bevorderd naar schaal 9.

Conclusie

De slotsom is dat het hoger beroep niet slaagt. De Raad zal de aangevallen uitspraak bevestigen.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. M.C. Bruning voorzitter, mr. A.H.M. van de Leur en

mr. J. Sybesma, leden, en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?