Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La)
RAAD VAN BEROEP
Uitspraak
op het hoger beroep van:
[Appellante],
de Gouverneur van Aruba,
Uitspraakdatum: 9 februari 2026
Zaaknummer: AUA2025H00027
IN AMBTENARENZAKEN
ARUBA
wonend in Aruba,
appellant ([appellante]),
gemachtigde: mr. R.P. Lee, advocaat,
tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba (Gerecht) van 30 januari 2025, AUA202302334 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[Appellante]
en
geïntimeerde (hierna: de gouverneur),
gemachtigde: mr. V.M. Emerencia.
Procesverloop
[Appellante] heeft hoger beroep ingesteld.
De gouverneur heeft een contramemorie ingediend.
De Raad heeft het hoger beroep behandeld op de zitting van 16 december 2025. [Appellante] is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. De gouverneur heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Waar gaat de zaak over?
Appellante] werkt sinds 1 oktober 2011 bij de Dienst Gevangeniswezen Aruba (DGWA). Met ingang van 1 maart 2013 is zij aangesteld in de functie van verpleegkundige, in de rang van verpleegkundige 1ste klasse (schaal 7). Met ingang van 1 oktober 2013 is zij bevorderd naar de rang van hoofdverpleegkundige (schaal 8, dienstjaar 1).
Na goedkeuring op 20 augustus 2019 van het formatierapport DGWA 2019 (formatierapport), is bij besluit van 1 november 2019 (de nieuwe organisatie van) de DGWA ingesteld. Op 18 mei 2021 is het besluit genomen de reorganisatie van DGWA met ingang van 1 januari 2021 te implementeren.
Met het landsbesluit van 17 april 2023 (inpassingsbesluit) is [appellante] met ingang van 1 januari 2021 ingepast in de functie van inrichtingsverpleegkundige (schaal 8, dienstjaar 7).
Appellante] heeft tegen het inpassingsbesluit bezwaar gemaakt.
Wat is het oordeel van het Gerecht?
2. Het Gerecht heeft het bezwaar van [appellante] ongegrond verklaard. Daarbij heeft het Gerecht het volgende overwogen.
Het Gerecht heeft verwezen naar Hoofdstuk 4 van het formatierapport, dat een overzicht bevat van alle functies per afdeling, met vermelding van het aantal formatieve plaatsen per functie, het opleidingsvereiste, de functiesoort en de maximale uitloopschaal. De functie van inrichtingsverpleegkundige staat vermeld onder nummer 39. Als een functievereiste voor deze functie is vermeld: ‘HBO-diploma verpleegkunde met 4 jaren relevante werkervaring als beroepsverpleegkundige.’
Tussen partijen is niet in geschil dat [appellante] niet beschikt over een HBO-diploma verpleegkunde. Het is om die reden niet relevant of de HBO-opleiding tot coach als een volwaardige HBO-opleiding kan worden gezien. Evenmin is relevant dat [appellante] is opgenomen in het Nederlandse BIG-register, omdat uit die inschrijving niet blijkt dat zij beschikt over een HBO-diploma verpleegkunde.
Wat heeft [appellante] aangevoerd tegen de uitspraak van het Gerecht?
Appellante] stelt dat zij als hoofdverpleegkundige een functie op HBO-niveau heeft vervuld en dat zij door de benoeming in die functie erop mag vertrouwen dat zij functioneert op HBO-niveau.
Appellante] heeft haar standpunt herhaald dat zij door het met succes volgen van een HBO-opleiding, op grond waarvan zij ook is ingeschreven in het BIG-register, voldoet aan de voorwaarden voor een bevordering naar schaal 9 met ingang van 1 januari 2021.
Verder heeft [appellante] een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel. Haar collega verpleegkundige [X] is bij de inpassing per 1 januari 2021 wel bevorderd naar schaal 9. Deze collega heeft een opleiding Maatschappelijke Gezondheidszorg (MGZ) gevolgd en die opleiding is naar de mening van [appellante] evenmin gelijk te stellen met een HBO-opleiding verpleegkunde.
Hoe oordeelt de Raad?
Bij de beoordeling van de gronden van [appellante] is van belang dat volgens de Bezoldigingsregeling Aruba 1986 de rang van hoofdverpleegkundige, met een maximum van schaal 8, zowel bereikbaar is met een HBO-diploma, als met een MBO-diploma. Na de reorganisatie van de DGWA is de functie van verpleegkundige gewijzigd in twee functies, inrichtingsverzorgende en inrichtingsverpleegkundige. De eerstgenoemde functie is maximaal gewaardeerd op schaal 8, met als eis (onder meer) het in bezit zijn van een MBO-diploma. De functie van inrichtingsverpleegkundige wordt maximaal gewaardeerd op schaal 10, met als eis (onder meer) het in bezit zijn van een HBO-diploma verpleegkunde.
Gelet hierop beroept [appellante] zich ten onrechte op het vertrouwensbeginsel.
De Raad kan zich volledig verenigen met de overwegingen van het Gerecht dat [appellante] niet beschikt over het vereiste HBO-diploma verpleegkunde. Met betrekking tot de BIG-registratie voegt de Raad daaraan toe dat uit de door [appellante] overgelegde registratie blijkt dat zij om inschrijving in het BIG-register heeft verzocht op 3 maart 2021 en dat bij de inschrijving in het BIG-register rekening is gehouden met een diploma dat is behaald op 15 juni 2004. Uit de door [appellante] overgelegde verklaring van het opleidingsinstituut blijkt dat zij op 12 januari 2023 het diploma HBO-coaching heeft behaald. Dat maakt dat dit diploma geen rol kan hebben gespeeld bij de inschrijving in het BIG-register. Het op 15 juni 2004 door [appellante] behaalde diploma is een MBO-diploma. Verder is van belang dat registratie als verpleegkundige in het BIG-register ook mogelijk is met een diploma op MBO 4-niveau. Op de op 31 december 2025 geraadpleegde officiële site van het BIG-register staat namelijk het volgende te lezen: ‘Om voor registratie in het BIG-register als Verpleegkundige in aanmerking te komen, moet je beschikken over een diploma van de afgeronde beroepsopleiding tot Verpleegkundige op MBO 4-niveau of HBO Bachelor-niveau.’
Het beroep van [appellante] op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Het staat niet ter discussie dat collega [X] beschikt over een HBO-diploma en dat de aard van dit HBO-diploma voor de gouverneur, in combinatie met het voldoen aan alle overige vereisten voor bevordering, zoals de anciënniteitseis, aanleiding is geweest om [X] direct bij het inpassingsbesluit te bevorderen naar schaal 9.
De gouverneur had, gelet op het relevante opleidingsniveau van [appellante], [appellante] ook kunnen inpassen in de functie van inrichtingsverzorgende. Dat heeft de gouverneur niet gedaan om voor [appellante] de mogelijkheid van bevordering naar schaal 9 en schaal 10 open te houden. Maar om bevorderd te worden moet [appellante] beschikken over een HBO-V diploma. Dat is in overeenstemming met de geldende regels en ook niet onredelijk.
Conclusie
De slotsom is dat het hoger beroep niet slaagt. De Raad zal de aangevallen uitspraak bevestigen.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. M.C. Bruning voorzitter, mr. A.H.M. van de Leur en
mr. J. Sybesma, leden, en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.