De Procureur-Generaal;
Overwegende, dat de overeenkomst, gesloten tusschen de crediteuren van belanghebbende en de Credietmaatschappij geheel het karakter draagt van een beding ten behoeve van appellant belanghebbende; waarvan die heeft gebruik gemaakt;
dat dus de Raad van Beroep terecht als inkomen van [ ... ] heeft aangenomen, die [ .... ]ingen, waarmede hij zijne schulden delgde;
Overwegende, dat derhalve het middel is ongegrond;
Concludeert tot verwerping van het beroep.
Parket 6 Mei 1927
Tak