ECLI:NL:PHR:1972:AB3369

ECLI:NL:PHR:1972:AB3369, Parket bij de Hoge Raad, 04-01-1972, 66199

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 04-01-1972
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 66199
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:1972:AB3369
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 2 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Meer en Vaart. Als bestuurder van auto bij nadering van kruising doorgang niet vrijlaten, waardoor botsing met andere auto is ontstaan (art. 41 RVV). Bewijsverweer dat niet strijdig is met bewijsmiddelen maar wel onverenigbaar is met bewezenverklaring. Kan uit b.m. worden afgeleid dat verdachte de doorgang voor de van rechts komende bestuurder van andere auto niet heeft vrijgelaten? Verdachte heeft aangevoerd dat hij zijn auto ter hoogte van middenberm van kruising tot stilstand wilde brengen teneinde vrije doorgang te verlenen aan verkeer van rechts maar dat van rechts komende bestuurder bij links afslaan op kruising zijn auto te veel links heeft gehouden, waardoor botsing is ontstaan.

Uitspraak

L.

Nr. 66199

Zitting 4 januari 1972.

Mr. Kist.

Conclusie inzake:

[requirant] .

Edelhoogachtbare Heren,

Het enige in deze zaak voorgestelde middel, stellende dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid, dat rekwirant de doorgang voor de voor hem van rechts komende bestuurder niet zou hebben vrijgelaten, zal naar mijn mening niet tot cassatie kunnen leiden. Uit de drie door de Rechtbank gebezigde bewijsmiddelen kan, dunkt mij, zeer goed worden afgeleid dat rekwirant op het betrokken kruispunt de doorgang voor de van rechts komende bestuurder niet heeft vrijgelaten. Verdachte zelf heeft immers verklaard, dat hij de kruising is opgereden terwijl voor hem van rechts uit de richting van de Osdorperban een andere auto naderde en dat hij voor die auto niet is gestopt, waarop midden op de kruising een botsing tussen beide auto's ontstond. Voorts heeft [betrokkene 1] aan de verbalisanten verklaard dat op deze kruising een ten opzichte van hem van links komende Ford Taunus (de auto van rekwirant) tegen de linkerzijde van zijn auto botste. En ten slotte heeft [getuige] als getuige verklaard dat zij heeft gezien dat rekwirant met grote snelheid de kruising opreed op het moment, dat voor hem van rechts over de weg genaamd Meer en Vaart een andere auto ongeveer gelijktijdig met hem die kruising opreed, en dat rekwirant niet voor die andere auto stopte, waarna er ongeveer midden op de kruising een botsing tussen beide auto's ontstond.

Uit deze bewijsmiddelen blijkt in het geheel niet zoals in de toelichting wordt gesteld, dat rekwirant het gehele kruisingsvlak heeft vrijgelaten en evenmin dat de van rechts komende bestuurder een bocht naar links heeft gemaakt en daarbij die bocht te kort maakte. Een beroep op deze omstandigheden mist derhalve feitelijke grondslag en kan rekwirant niet baten.

Waar het middel ongegrond is, concludeer ik tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 1974, 450 met annotatie van Th.W. van Veen VR 1975, 1
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?