ECLI:NL:PHR:1979:AC1376

ECLI:NL:PHR:1979:AC1376, Parket bij de Hoge Raad, 06-03-1979, 70591

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 06-03-1979
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 70591
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:1979:AC1376
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Executie-uitlevering van opgeëiste persoon (Belgische nationaliteit) naar België deels toelaatbaar verklaard en deels (t.z.v. uitgifte van ongedekte cheques) ontoelaatbaar verklaard. 1. Omvang cassatieberoep. Is cassatieberoep van opgeëiste persoon ook gericht tegen ontoelaatbaarverklaring? 2. Kan uitlevering toelaatvaar worden verklaard t.z.v. veroordelingen tot betaling van geldboeten en proceskosten alsmede tot ondergaan van vervangende vrijheidsstraffen? Art. 2.1 Uitleveringsverdrag.

Uitspraak

JK

Nr.: 70591

Zitting 6 maart 1979

Mr. Remmelink.

Conclusie inzake:

[de opgeëiste persoon]

Edelhoogachtbare Heren,

In deze zaak waarin de Rechtbank de uitlevering (ter executie) aan België toelaatbaar heeft verklaard van (kort gezegd) verduistering en oplichting waarvoor requirant door de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 25 september 1975 bij verstek was veroordeeld tot een gevangenisstraf van o.m. één jaar en ter zake van (kort gezegd) gequalificeerde diefstal en oplichting waarvoor requirant door voormelde Rechtbank op 7 december 1977 bij verstek tot o.m. gevangenisstraf van tien maanden was veroordeeld en toelaatbaar heeft verklaard: de gevraagde uitlevering op basis van het aanhoudingsbevel van de Rechter Commissaris te Brussel terzake van de beschuldiging van gequalificeerde diefstal (enz.) alsmede (2) terzake van het bij herhaling uitgeven van een ongedekte cheque, tegen welke uitspraak requirant zich van een beroep in cassatie heeft voorzien, zijn door of namens hem middelen in cassatie niet voorgesteld.

Ambtshalve zou ik evenwel het volgende willen opmerken:

Het komt mij voor, dat de Rechtbank had moeten uitzonderen van de toelaatbaarverklaring de bij voormelde vonnissen ook opgelegde geldboeten, vervangende vrijheidsstraffen en de proceskosten. Vgl. HR 18 april 1978, DD 78.182 en 27 juni 1978, NJ 1979, no. 71. Het lijkt mij, gegeven de formulering van het vonnis trouwens aannemelijk, dat de Rechtbank dit ook zo heeft bedoeld.

Voorts zou men kunnen twijfelen aan de juistheid van de beslissing inzake de ontoelaatbaarverklaring terzake van de uitgifte van ongedekte cheques. Weliswaar levert dat in Nederland anders dan in België geen speciaal strafbaar feit op, maar het ‘’onderliggende’’ criminele gebeuren kan onder bepaalde omstandigheden wel oplichting opleveren. Vgl. HR 18 september 1978, NJ 1978, no. 658 met noot van G.E. Mulder. Of Uw Raad zo'n situatie ook voor de uitlevering relevant acht, is niet helemaal zeker, sinds hij op 25 april 1978, NJ 1978, no. 419 een feit, dat in België abandon de familie opleverde (niet-betaling van alimentatiekosten), doch dat volgens de overgelegde documenten onder zulke bezwarende omstandigheden was geschied, dat het verlaten gezin in een hulpeloze toestand was komen te verkeren, niet onder het Nederlandse art. 255 Sr. wilde rubriceren onder de motivering, dat men in Nederland abandon de familie niet strafbaar had willen stellen. Dat laatste is wel zo, maar die enkele omstandigheid is niet beslissend. Het gaat er om, of het vervolgde onderliggende feit (‘’Tat’’ zegt men in Duitsland; zie boekje Uitlevering, p. 38) én in Nederland én in het land van de verzoekende staat een strafbaar feit van de vereiste zwaarte oplevert. (Iets anders is, dat ik wel vrede kon hebben met het resultaat en bovendien besef, dat bij de beoordeling van de ‘’eenheid van feit’’ bij uitlevering rekening gehouden moet worden met de contemporaine opvattingen van de Nederlandse rechtsgemeenschap over de strafrechtelijke aspecten van het onderliggende feit, en die kunnen ‘’te contradictoir’’ zijn. Vgl. boekje Uitlevering, p. 39). In casu neig ik er echter toe om te stellen, dat de cheque-uitgifte gelet ook op de door de Rechtbank vastgestelde ‘’eenheid van opzet’’ (ook de tijd en plaats zijn identiek) zo nauw met de oplichting zal hebben samengehangen, dat van één feit gesproken zou kunnen worden. In ieder geval had de Rechtbank zich nader over dit punt moeten uitlaten. Haar uitspraak zal m.i. derhalve in zoverre (eveneens) vernietigd moeten worden. Uw Raad zou echter eigenhandig kunnen doen wat de Rechtbank m.i. had behoren te doen en op de hierboven ontwikkelde grond de uitlevering ook voor dit feit toelaatbaar kunnen verklaren.

Ik concludeer dat Uw Raad het beroep zal verwerpen met dien verstande, dat uw Raad de uitspraak zou moeten vernietigen, voorzover de uitlevering toelaatbaar is verklaard ten behoeve van de executie van de requirant bij voormelde vonnissen opgelegde veroordelingen tot betaling van geldboete en proceskosten en, tot het ondergaan van vervangende vrijheidsstraf en voorzover de uitlevering terzake van het in het Rechtbank-vonnis sub C aangeduide feit (uitgifte van ongedekte cheques) ontoelaatbaar is verklaard, en ten aanzien van dit laatste punt opnieuw rechtdoende de uitlevering terzake hiervan alsnog toelaatbaar zal verklaren.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 1979, 415 met annotatie van Th.W. van Veen
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?