ECLI:NL:PHR:1986:AC9315

ECLI:NL:PHR:1986:AC9315, Parket bij de Hoge Raad, 22-04-1986, 1591 Besch

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 22-04-1986
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 1591 Besch
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:1986:AC9315
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Beklag, beslag op verzoek van buitenlandse autoriteiten op geldbedrag (Zweedse kronen) ex art. 46.1 Uitleveringswet onder klager. Verzoek tot betaling van rente over inmiddels teruggegeven geldbedrag. 1. Verzuim p-v op te maken van onderzoek in raadkamer, art. 25 Sv. 2. Heeft betrokkene aanspraak op rente over periode dat geldbedrag door justitie aan zijn beschikking is onttrokken? Ad 1. Ex art. 25.1 Sv moet van onderzoek in raadkamer door griffier p-v worden opgemaakt, behelzende zakelijke inhoud van afgelegde verklaringen en voorts hetgeen verder bij dat onderzoek is voorgevallen. Dit artikel bevat tevens voorschriften t.a.v. wijze waarop p-v behoort te worden ingericht, vastgesteld, ondertekend en bij processtukken wordt gevoegd. Aangezien p-v van onderzoek in raadkamer, dat heeft geleid tot bestreden beschikking, niet bij processtukken is aangetroffen, moet het ervoor worden gehouden dat opmaken daarvan is verzuimd. Dit verzuim heeft betrekking op wezenlijke vorm van procedure in raadkamer, zodat het nietigheid van onderzoek moet meebrengen, ook al is deze niet met zoveel woorden in wet bedreigd. Ad 2. Ingevolge op art. 116.2 en 117a Sv steunend Besluit inbeslaggenomen voorwerpen wordt inbeslaggenomen geld gesteld onder hoede van griffier als bewaarder; deze regeling is ook toepasselijk ingeval van inbeslagneming ex art. 46.1 Uitleveringswet, zulks ex art. 47.3 Uitleveringswet. Voormeld besluit bevat, afgezien van art. 5 t/m 8, geen bijzondere voorschriften omtrent wijze waarop geld moet worden bewaard; met name ontbreekt voorziening als vervat in art. 445 en 455 Rv. Uit art. 552a Sv jo. art. 10.3 Besluit inbeslaggenomen voorwerpen volgt dat in recht van belanghebbenden om zich te beklagen over uitblijven van last tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen is begrepen recht van beklag omtrent uitblijven van last tot afgifte van natuurlijke vruchten van inbeslaggenomen voorwerpen, tijdens beslag ontstaan. Er is geen reden anders te oordelen t.a.v. tijdens beslag verkregen burgerlijke vruchten. Uit voorgaande volgt dat indien op onder betrokkene inbeslaggenomen geldbedrag gedurende beslag in feite rente is gekweekt, last tot teruggave tevens die rente moet betreffen. Derhalve heeft Rb betrokkene ten onrechte n-o verklaard in zijn verzoek. Na verwijzing zal alsnog moeten worden onderzocht of tijdens beslag rente is gekweekt. Regeling van art. 552a e.v. Sv voorziet niet in mogelijkheid van toekenning van schadevergoeding a.g.v. inbeslagneming, daaronder begrepen wijze van bewaring. Volgt vernietiging en verwijzing.

Uitspraak

A.T.

Nr. 1591 Request.

Parket, 12 maart 1985

Mr. Remmelink

Conclusie inzake:

[requirant]

Edelhoogachtbare Heren,

In deze zaak heeft de Rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek strekkende tot betaling van rente over een bedrag van 290.000 Zweedse kronen, die in 1982 onder hem inbeslaggenomen en inmiddels teruggegeven zijn.

De Rechtbank heeft dit verzoek nl. als niet op de wet gegrond beschouwd, en heeft het deswege niet in behandeling genomen. Hoewel requirant blijkbaar wel is opgeroepen voor een raadkamerbehandeling, heeft een dergelijke behandeling niet plaatsgevonden. Althans daarvoor houd ik het, want een proces-verbaal van de behandeling is niet opgemaakt.

Er is een schriftuur inhoudende één cassatiemiddel binnengekomen, waarin geklaagd wordt over deze gang van zaken. De Rechtbank had, aldus het middel wèl in behandeling moeten nemen. Gesteld wordt, dat de Rechtbank het klaagschrift had kunnen opvatten als inhoudende een klacht over het gebruik dat van het inbeslaggenomen geld is gemaakt. Verwezen wordt naar art. 10 lid 3 Besluit Inbeslaggenomen Voorwerpen, waarin is bepaald dat tijdens het beslag geboren jongen van inbeslaggenomen dieren aan de rechthebbende worden afgegeven tegen betaling van de noodzakelijke kosten enz. Het komt mij echter voor, dat de wetgever niet gewild zal hebben dat bewaarders van geldsommen de verplichting hebben te zorgen voor een behoorlijke ‘’belegging’’. Dat zou de taak van de bewaarders enorm bezwaren, en zou — verwacht ik — een uitgebreide administratie vereisen. De vergelijking met de dieren gaat niet op, want aangenomen mag worden dat het hier gaat om dieren die reeds drachtig waren toen zij inbeslaggenomen werden. Ook uit de omstandigheid dat de wetgever hier wel gesproken heeft, maar over het kweken van rente zwijgt, kan worden afgeleid, dat deze service door het woord gebruik in art. 552a Sv. niet wordt omvat. Bedacht moet hierbij worden, dat inbeslaggenomen gelden niet zelden ook als overtuigingsstukken moeten worden aangemerkt, als wanneer bewaring in natura uiteraard geïndiceerd is.

Ik moet toegeven, dat deze wettelijke situatie, waarmee de feitelijke toestand in overeenstemming schijnt, niet altijd bevredigend is. Men zou zich kunnen voorstellen een wettelijke regeling, waarbij gelden en andere waardepapieren die alleen voor verbeurdverklaring in aanmerking komen (hierover beslist de Officier) bij een bankinstelling worden gedeponeerd teneinde deze op de gebruikelijke wijze te beheren. Faillissementscuratoren schijnen binnenkomende gelden ook op deze wijze bij een bankinstelling te deponeren, zodat het geld niet renteloos blijft liggen.

Een andere zaak is waar hier toch in beginsel (gelet ook op het aanvullend klaagschrift) wordt geklaagd over een verkeerd ‘’gebruik’’ van het geld de Rechtbank een officiële behandeling niet achterwege had moeten laten. Ik moet aannemen, nu een proces-verbaal ontbreekt, zo'n behandeling niet heeft plaatsgehad, schoon requirant wel daarvoor werd opgeroepen.

Op deze laatste grond concludeer ik dat Uw Raad de beschikking waarvan beroep zal vernietigen, en de zaak zal verwijzen naar het Hof van het ressort teneinde haar op het bestaande klaagschrift opnieuw te berechten en af te doen.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 1986, 783 met annotatie van Th.W. van Veen JOW 2003, 42 met annotatie van Th.W. van Veen
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?