ECLI:NL:PHR:1987:AC9971

ECLI:NL:PHR:1987:AC9971, Parket bij de Hoge Raad, 22-09-1987, 80730

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 22-09-1987
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 80730
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:1987:AC9971
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Opzettelijke brandstichting, waarbij gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander was te duchten; geen eendaadse, maar meerdaadse samenloop van de misdrijven van art. 157 onder 1° en 157 onder 2° Sr.

Uitspraak

HV.

Nr. 80.730

Zitting 9 juni 1987

Mr. Remmelink

Conclusie inzake:

[verdachte]

Edelhoogachtbaar College,

In deze zaak waarin het Hof requirant in appel heeft veroordeeld ter zake van ‘’opzettelijk brand stichten terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is’’ (requirant stak in een woning een theedoek, hangend aan een wasrek in brand, terwijl daardoor gevaar voor een of meer van de belendende woningen en levensgevaar voor in die woning(en) aanwezige persoon of personen te duchten was) tot een gevangenisstraf voor de tijd van 5 maanden, tegen welk arrest hij zich van beroep in cassatie heeft voorzien, zijn namens hem drie middelen van cassatie voorgesteld.

In middel I klaagt requirant erover dat het Hof hier meerdaadse samenloop heeft aangenomen, derhalve heeft vastgesteld, dat hier sprake was van (twee) ‘’opzich zelf staande handelingen’’ (art. 57 Sr.). Met requirant meen ik, dat hier meer te zeggen valt voor de stelling, dat hier slechts een handeling is begaan, die gevaar voor twee rechtsgoederen blijkt te hebben teweeggebracht. Ik heb deze mening vroeger ook reeds verdedigd, (de geëerde steller van het middel herinnert daaraan), en ik houd haar, in alle bescheidenheid gezegd, nog steeds voor verdedigbaar. Het gaat hier nl. niet, zoals dat bij culpoze delicten vaak het geval is, om het veroorzaken van een bepaald gevolg. Vgl. HR 2 juni 1964, VR 1964, 106 en 25 november 1980, NJ 1981, 170. Ook opzetdelicten zijn soms regelrecht op een bepaald gevolg toegesneden. Zo levert het heimelijk fotograferen van meer personen evenzovele inbreuken van de privacy op (art. 139f Sr.). Vgl. HR 25 juni 1974, NJ 1974, 455 met noot Van Veen.

In middel II wordt gesteld, dat het Hof rekening had moeten houden op de voet van art. 63 Sr. met enkele veroordelingen uitgesproken na het begaan van het onderhavige feit, vermeld op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister. Deze klacht lijkt mij, gelet althans op de rechtspraak van Uw Raad (HR 23 september 1980, NJ 1980, 650, e contrario sensu, en 3 januari 1984, NJ 1984, 404), terecht voorgesteld.

In middel III wordt opgemerkt, dat de artt. 14a en 14b ten onrechte zijn aangehaald. Ook dit lijkt mij evidentelijk juist, omdat hier van een voorwaardelijke straf geen sprake is.

De middelen aannemelijk achtend concludeer ik, dat Uw Raad het arrest waarvan beroep zal vernietigen, en de zaak zal verwijzen naar het Hof te Den Haag, teneinde haar op het bestaande beroep opnieuw te berechten en af te doen.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,

Zie ook conclusie in de zaak no. 81.672 ([…]).

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 1988, 379
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?