ECLI:NL:PHR:1987:AD0065

ECLI:NL:PHR:1987:AD0065, Parket bij de Hoge Raad, 29-09-1987, 81342

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 29-09-1987
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 81342
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:1987:AD0065
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 2 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

-

Uitspraak

Zitting 29 september 1987

Nr. 81.342

na.-

Mr. Meijers

Conclusie inzake:

[verdachte]

Edelhoogachtbaar college,

De klacht van het namens verzoeker voorgestelde middel is dat het hof, het vonnis van de rechtbank onder aanvulling van de motivering van de opgelegde maatregel van onttrekking aan het verkeer bevestigend, op onvoldoende wijze de redenen heeft aangegeven, die tot die maatregel hebben geleid.

De rechtbank heeft na vermelding, voor zover hier van belang, van de art. 33b en 36b Sr. en art. 13a van de Opiumwet zonder verdere redengeving een tweetal inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen onttrokken verklaard aan het verkeer.

Het hof heeft het vonnis van de eerste rechter aangevuld met de overweging

“dat de inbeslaggenomen cocaïne en hashish respektievelijk middelen zijn als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, die op grond van artikel 13a van die wet en de artikelen 33b en 36b van het Wetboek van Strafrecht worden onttrokken aan het verkeer”.

Met deze overweging heeft het hof niet voldaan aan het in art. 359 lid 5, in verbinding met art. 415 Sv. gegeven voorschrift. Uit de gegeven motivering noch overigens uit het vonnis blijkt immers aan welke van de in de artt. 36c of 36d Sr. bedoelde beperkende voorwaarde(n) is voldaan, ook al moet men aannemen dat verdovende middelen in een zaak als deze naar hun aard vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet. Art. 13a van de Opiumwet zegt dan ook niet dat de voorwerpen, bedoeld in de artt. 2 en 3 van die wet, kunnen worden onttrokken verklaard aan het verkeer; het schrijft voor dat die voorwerpen worden onttrokken verklaard.

Dat de redengeving van het hof ontoereikend is, is eerder beslist in HR NJ 1968, 362, NJ 1969, 81 en 82, HR DD 86.404 en HR 18 november 1986, nr. 1846.

Het middel is terecht voorgesteld.

Ik concludeer tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 1988, 635
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?