ECLI:NL:PHR:1990:AD6609

ECLI:NL:PHR:1990:AD6609, Parket bij de Hoge Raad, 06-04-1990, 13.960

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 06-04-1990
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13.960
Rechtsgebied Civiel recht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:1990:AD6609
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 3 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

-

Uitspraak

DB

Nr. 13.960

Zitting 6 april 1990

Mr. Mok

Conclusie inzake:

[eiser]

tegen

Mediameervoud BV

(niet verschenen)

Edelhoogachtbaar College,

1. Eiser, [eiser], heeft zich tijdig van beroep in cassatie voorzien tegen het arrest van gerechtshof te Amsterdam 17 november 1988. Hij heeft daartoe één cassatiemiddel voorgesteld. Tegen de in cassatie niet verschenen Mediameervoud is verstek verleend.

2. Het middel richt zich, na een inleiding, tegen r.o. 4.4 van het hof luidend:

‘’4.4. Anders dan [eiser] meent is de president bevoegd om, zo hij dat nodig oordeelt om nakoming te bewerkstelligen, aan een door hem gegeven verbod een dwangsom te verbinden, ook wanneer dat laatste niet is gevraagd.’’

Het onderdeel stelt terecht, dat het ambtshalve opleggen van een dwangsom niet toegelaten is.

Reeds ten tijde van de oude wettelijke regeling van de dwangsom was dit niet mogelijk. Ook bij het tot stand brengen van de nieuwe wettelijke regeling is de gedachte om ambtshalve dwangsomoplegging mogelijk te maken, verworpen. In art. 611a Rv., zoals dit opnieuw is vastgesteld bij wet van 23 maart 1977, Stb. 184, en dat ook geldt voor de rechtbank in kort geding, is dit in de wet vastgelegd.

3. De bedoelde bepaling van art. 611a Rv. stamt uit art. 1 van de Eenvormige Wet Dwangsom, behorende bij de desbetreffende Benelux-Overeenkomst. Het Beneluxhof is aangewezen om over vragen van uitleg van die Eenvormige Wet te beslissen. Rechtspraak van dat hof over de vraag of een dwangsom ambtshalve zou kunnen worden opgelegd, heb ik echter niet aangetroffen.

Gezien art. 6, lid 4, aanhef en onder 1°, van het Verdrag betreffende de instelling en statuut van het Benelux-Gerechtshof bestaat er m.i. geen aanleiding hierover een vraag om uitleg aan het Beneluxhof voor te leggen.

4. Tegen de overige beslissingen van het hof wordt in cassatie niet opgekomen. De gegrondbevinding van het middel leidt derhalve tot partiele vernietiging, beperkt tot de vaststelling van de dwangsom. De Hoge Raad kan de zaak zelf afdoen.

5. Ik concludeer tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het hof daarbij de oplegging van een dwangsom door de president van de rechtbank heeft bekrachtigd en tot vernietiging van de oplegging van de dwangsom.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,

HR 4 oktober 1957, NJ 1957, 626; Van Rossem-Cleveringa, aant. 4 bij art. 611a Rv. Wet van 23 maart 1977, Stb. 184, kamerstuk 13.788 (R 1015), Hnr. 4, Gemeenschappelijke m.v.t. ad art. 1, p. 16, 2e alinea van onder. Rv. losbl. (F.M.J. Jansen), aant. 4 bij art. 293 Rv. Zie hierover: Rv. losbl. (F.M.J. Jansen), aant. 2 bij art. 611a Rv.; OD. II losbl. (C.J.J.C. van Nispen, voorheen A.R. Bloembergen), nr. 241; H. Oudelaar, Recht halen, 1987, p. 43–44; P.A. Stein, Compendium, 1987, p. 315; Hugenholtz-Heemskerk, Hoofdlijnen, 1988, p. 332 (nr. 314 einde).

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 1991, 354 met annotatie van H.J. Snijders RvdW 1990, 113
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?