J.M.
Nr. 96.807
Zitting 15 maart 1994
Mr. Meijers
Conclusie inzake:
[verdachte]
Edelhoogachtbaar College,
De klacht van het middel is dat de bewezen verklaarde poging tot oplichting geen steun vindt in de gebezigde bewijsmiddelen. Daaruit zou immers blijken dat het, gedeeltelijk, om een voltooid delict gaat: verzoeker heeft voor ƒ 10,- benzine getan kt en wilde de benzine en een slof sigaretten betalen met behulp van een creditcard die niet op zijn naam stond. Toen dit niet lukte, is hij met de getankte benzine en zonder sigaretten weggereden.
Het middel stelt terecht dat van poging tot het doen afgeven van benzine geen sprake is. Ik neem aan dat het hof bij het overnemen van de bewezenverklaring van de eerste rechter bij vergissing de woorden ‘’en een hoeveelheid benzine’’ niet heeft geschrapt. De Hoge Raad kan op grond van de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen de bewezenverklaring verbeterd lezen. Verzoekers manipulatie met de creditcard staat vast. Het schrappen van de verwijzing naar de benzine uit de bewezenverklaring verandert niets aan de aard en de ernst van het aan verzoeker gemaakte verwijt. Vergelijkbare hersteloperaties treft men aan in HR DD 91.305 (bewezenverklaring ontdaan van ‘’althans alleen’’), HR DD 92.292 (‘’en/of borsten’’ moet zijn: of borsten) en HR DD 93.281 (kenteken uit bewezenverklaring verwijderd). Met de verbetering komt de grond van het middel te vervallen.
De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,