Mr. Hartkamp
Conclusie inzake
nr. C 98/139
[Eiser]
Zitting 1 oktober 1999
Tegen
Makelaardij [verweerster] B.V.
Edelhoogachtbaar College,
Voor de in cassatie relevante feiten verwijs ik naar
r.o. 4.1 van 's hofs (tijdig) in cassatie bestreden
arrest van 22 januari 1998. Het procesverloop wordt
aldaar kort beschreven in de r.o. 4.2 en 4.3.
In r.o. 4.5, laatste zin, heeft het hof overwogen:
"De omstandigheid dat de voorwaarden niet aan
[eiser] zijn toegezonden en dat de orderbevesti-
ging niet aangeeft op welke wijze [eiser] van de
inhoud van de voorwaarden kennis kan nemen, is
eveneens irrelevant, nu [eiser] geen vernieti-
ging van enig beding in de voorwaarden vordert."
Het uit drie klachten bestaande, schriftelijk toegelichte1
cassatiemiddel wordt m.i. terecht voorgesteld.
Zou het hof hebben bedoeld dat [eiser] zich niet op
de vernietigingsgrond van art. 6:233 onder b in verbin-
ding met art. 6:234 heeft beroepen, dan zou zulks in het
licht van de in de tweede klacht aangegeven passages in
de gedingstukken (zie ook memorie van antwoord in inci-
denteel appèl onder 8 en 9) onbegrijpelijk zijn.
Zou het hof hebben gemeend dat voor een dergelijk
beroep een (reconventionele) vordering nodig is, dan zou
dat, zoals de eerste klacht terecht aanvoert, blijk geven
van een onjuiste rechtsopvatting; vgl. art. 3:51 lid 3 BW
en Asser-Hartkamp 4-II (1997), nr. 472. Zoals uit die be-
paling blijkt, kan een beroep in rechte op een vernieti-
gingsgrond te allen tijde worden gedaan ter afwering van
een op de rechtshandeling steunende vordering; wanneer de
rechter dat beroep aanvaardt, wordt daardoor de rechts-
handeling (in dit geval: de algemene voorwaarden) vernie-
tigd. Vgl. ook HR 5 febr. 1999, RvdW 1999, 27 (r.o. 3.4).
Zou het hof hebben gemeend dat een beroep op de voormelde vernietigingsgrond alleen één of meer specifieke bedingen
in algemene voorwaarden kan betreffen, en niet het gehele
stel algemene voorwaarden, dan zou ook dat B zoals de
derde klacht terecht aanvoert - blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting; zie Parl. Gesch. Inv. Boek 6, p. 1583 en 1584/5, Jongeneel, in Praktijkhandleiding algemene voorwaarden
(1995), p. 25 e.v., Mon. NBW B-55 (Hijma), nr. 44 (p. 62),
Asser-Hartkamp 4-II (1997), nr. 353a.
Conclusie
De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage ter verdere behandeling en beslissing.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
(Advocaat-Generaal)
1Tegen de verweerster in cassatie is verstek verleend.