Mr Machielse
Nr. 00165/01 B
Parket, 8 maart 2002
Conclusie inzake:
[Verzoekster=klaagster]
Edelhoogachtbaar College,
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beschikking van de rechtbank te Groningen waarbij verzoekster niet-ontvankelijk is verklaard in haar beklag strekkende tot opheffing van het beslag met last tot teruggave van het inbeslaggenomene alsmede haar beklag tegen het verlof tot uitlevering van het inbeslaggenomene aan Duitsland.
2. Namens verzoekster heeft mr A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.
3. Het eerste middel bevat de klacht dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat verzoekster niet als belanghebbende in de zin van art. 552a Sv kan worden aangemerkt.
4. Ik kan hier heel kort over zijn: de klacht is gegrond.Rechthebbende is onder meer D de verdachte in wiens strafzaak een rechtshulpverzoek om overdracht van stukken van overtuiging is gedaan, is belanghebbende in de zin va n art. 552a Sv (zie HR 21 maart 2000, gr.nr. 3985 B). Naast de beslagene is ook nog rechthebbende in de zin van art.552a Sv degene die een zakelijk recht op het voorwerp heeft en zij die o.g.v. overeenkomst belang hebben bij de beschikkingsmacht over het voorwerp (HR NJ 1990, 612). [Klaagster] valt niet in een der genoemde categorieën.
5. Nu het eerste middel gegrond is en de in het tweede middel gewraakte overweging van de rechtbank stoelt op haar onjuiste oordeel dat verzoekster geen belanghebbende is in de zin van art. 552a Sv, zal ik het tweede middel verder niet bespreken.De rechtbank heeft [klaagster] terecht niet ontvankelijk verklaard.
6. De rechtbank heeft evenwel ten onrechte klaagster niet gehoord alvorens het verlof op de voet van art. 552p Sv aan de officier van justitie te verlenen. Het tweede middel is dus gegrond. Maar dat behoeft niet tot vernietiging van de beschikking te leiden omdat de rechtbank terecht klaagster niet-ontvankelijk heeft verklaard en klaagster daarvóór alsnog is gehoord in raadkamer op 29 november 2000. Omdat klaagster niet als belanghebbende aan te merken is heeft zij geen belang bij het beklag en evenmin heeft zij er belang bij dat zij op het beklag had moeten worden gehoord.
7. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking met verwijzing der zaak naar het gerechtshof te Leeuwarden, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,